Home » Interview » Coos Huijsen: “Buma is geen rechtse doerak”
Coos Huijsen: "Jammer dat kerkelijke mensen vaak zo clichématig links zijn."

Coos Huijsen: “Buma is geen rechtse doerak”

“Ik waardeer in Sybrand Buma van het CDA dat hij de bronnen van de Nederlandse cultuur serieus wil onderzoeken, zoals laatst in de H.J. Schoo-lezing.” Historicus, schrijver, oud-politicus Coos Huijsen (1939) was midden jaren zeventig de eerste politicus ter wereld die openlijk uitkwam voor zijn homoseksualiteit. Zijn partij, de CHU (een van de voorlopers van het CDA), keerde hij de rug toe, evenals later de PvdA. Een gesprek over het politieke klimaat in Nederland

Door Cees Veltman

Al in 1982 schreef je in je eerste boek (Nog is links niet verloren) kritisch over de PvdA. Is dat boek  gezien het wegzakken van de PvdA naar negen Kamerzetels nog steeds actueel?

“De PvdA-leiding was al in de jaren tachtig van haar achterban aan het weg groeien en kreeg steeds minder feeling met de  ‘gewone man’. Die houding is haar natuurlijk fataal geworden. De kiezers willen geen racist genoemd worden als ze hun eigenheid willen behouden, als ze een binding met het eigen land voelen, inclusief Zwarte Piet. Of als ze twijfels hebben over de Europese Unie, over de globalisering en over de vluchtelingenstromen.”

Je verliet de CHU in 1976 omdat die christelijke partij achterliep als het ging om de emancipatie van vrouwen en homo’s en omdat die partij het kabinet-Den Uyl niet wilde steunen. Begin 2000 brak je met de PvdA, omdat ze zich liet meeslepen door het utiliteitsdenken en de problemen die de multiculturele samenleving met zich meebracht, volstrekt bagatelliseerde.

“Toen ik lid van de PvdA was geworden in 1977, sloot ik me tevens aan bij de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers. Dat was een nevenorganisatie van religieus-socialisten van de PvdA, die een belangrijke rol had gespeeld in de sociaaldemocratie. In 1982 schreef ik ‘Socialisme als opdracht’ omdat ik ontdekte dat er binnen de partij weinig kennis over de eigen geschiedenis was. Als historicus stoorde ik mij daaraan. Ik was naar de PvdA gegaan omdat ik haar zag als een serieuze hervormingsgezinde beweging die zichzelf aan het vernieuwen en het democratiseren was in de geest van de jaren zestig. Persoonlijke ontplooiing werd als heel belangrijk beschouwd. Het was in de tijd dat ikzelf als homo uit de kast kwam. De oude linkse dogmatiek viel weg. Het ging de partij nu meer om de humanisering van de samenleving. Dat was voor mij doorslaggevend voor de overstap, maar ik merkte dat ik in een merkwaardige club terecht was gekomen. Ik had al heel gauw in de gaten dat het daar niet allemaal rozengeur en maneschijn was en dat er grote nadelen aan de partij kleefden. De partijcultuur choqueerde mij enorm vanwege de kloof die met de gewone man aan het ontstaan was. Eerder hadden de intellectuelen in de partij, het partijkader, nog het idee dat ze solidair moesten zijn met de gewone man, ze voelden zich niet méér dan hem, maar dat veranderde in dedain.

In 1990 schreef ik De PvdA en het Von Münchhausensyndroom, weer over die kloof en bepleitte ik samenwerking tussen de linkse partijen. Men vond het een aardig boek. Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 was er behoefte aan bezinning. Maar er werd niets meegedaan, dus ik voelde me niet meer thuis in die partij en ik ben eruit gestapt, ook al ben ik wel altijd sympathie blijven houden voor de Woodbrookers.”

Waarom schreef je ook over het koningshuis?

“Ja, hij noemt zich progressief en schrijft toch over de Oranjes. Dat is wel als vreemd ervaren ja, maar het koningshuis is op een merkwaardige manier nauw verbonden met de geschiedenis van Nederland en heeft altijd een volks element gehad. Willem van Oranje organiseerde de Nederlandse opstand tegen Spanje die later door de Fransen en de Amerikanen als voorbeeld is gesteld. De verbinding met het natiebesef en dat volkse element boeien mij. Om Nederlanders te begrijpen, moet je daar aandacht aan schenken en niet alleen naar de partijpolitiek kijken. Mijn eerste boek daarover heette daarom De Oranjemythe, een postmodern fenomeen. Het royalty-aspect interesseert me persoonlijk niet zo, maar wel waarom en hoe Oranje  aan de basis van de Nederlandse staat kon staan. Ook de verbindende functie van het koningschap is veel relevanter dan menige progressief denkt. De koning bezoekt het Concertgebouw, het jubilerende COC en een woonwagenkamp.”

Je vertaalde en becommentarieerde ‘Wat is een natie’ van de Franse negentiende-eeuwse historicus Ernest Renan. Wat boeit daarin?

“De natie bestaat volgens hem alleen als haar inwoners de wil hebben om bij elkaar te wonen. Hij noemde de natie ‘een dagelijks referendum’ en een ‘spiritueel principe’. De natie heeft volgens Renan weinig te maken met ras, taal of godsdienst. Interessant aan Renan is dat hij een tussenweg biedt tussen nationalisme en kosmopolitisme. Beter opgeleiden hebben de neiging te pretenderen dat ze rationeel denken, maar in werkelijkheid volgen ze vooral hun eigen emoties. Die beschouwen ze gek genoeg niet als emotioneel. Maar ze hebben het wel over de onderbuik van het gewone volk! Dat vind ik getuigen van een geweldig dedain. Als je daarmee begint, moet je niet verbaasd zijn als je kortsluiting krijgt. Als je mensen wilt overtuigen, moet je volgens mij dáár beginnen waar zij zich mentaal bevinden. Pas dan heb je het democratische recht om te verlangen dat mensen naar je luisteren. Maar als je mensen al bij voorbaat eigenlijk uitscheldt, dus bij voorbaat geen respect voor ze toont, voed je het populisme alleen maar.

Ook de Belgische schrijver David van Reybrouck beschrijft met hoeveel minachting beter opgeleiden –  die door hun manier van leven gemakkelijk internationaal kunnen denken – kunnen praten over gewone mensen die wat minder over de grens kijken. Je bent niet goed bezig als je mensen negatief benadert zodra ze blijk geven van sympathie voor het eigen land. Als je ze uitmaakt voor nationalist. Dat zijn ze niet, ze hechten aan eigenheid als aspect van hun identiteit. Je moet je afvragen wat de achtergrond van hun zogenaamde nationalisme is en ruimte laten voor dat gevoel van eigenheid, gewoon het gevoel ergens bij te horen. De meeste voorstanders van Zwarte Piet kun je heus wel overtuigen van de gevoelsmatige bezwaren die anderen ertegen kunnen hebben. In dit soort discussies hebben de verschillende kampen hun eigen gelijk. Als je echter begint met een aanval, verplaats je je niet in de ander. Dan gaat het mis. Dan krijg je een ernstige ondermijning van het democratische klimaat.”

Hetzelfde wat Wilders doet.

“Dat Wilders niet bepaald op een stijlvolle manier discussieert, dat weten we allemaal, maar met die conclusie kom je niet verder. We kunnen beter kijken op welke punten hij misschien gelijk heeft, al zegt hij het op een vervelende manier en al vind ik zijn pleidooi voor een koranverbod absoluut onbegrijpelijk. Dat is faliekant tegen de principes van onze liberale democratie. Ik denk dat Wilders zichzelf bewust overschreeuwt om de boodschap ver genoeg te laten klinken. Maar het is contraproductief, want het roept veel verzet op.

Wilders sluit soms wel aan bij angsten en zorgen van mensen, bijvoorbeeld als het gaat om de houdbaarheid van de verzorgingsstaat. Historicus Johan Wijne zei: ‘De verzorgingsstaat is het vaderland van de arbeider.’ Die geeft een basis van veiligheid. Mensen met lagere inkomens voelen zich immers gauw bedreigd en dat is begrijpelijk. Dat moet je in de gaten houden. Naarmate je beter bent opgeleid, ben je meer verplicht je in anderen te verplaatsen, vind ik. De bewijslast ligt omgekeerd. Je moet je afvragen waarom mensen je niet begrijpen terwijl jij het allemaal zo goed denkt te weten. Dat ben ik nu aan het onderzoeken voor mijn nieuwe boek.”

Je bent niet verbaasd dat de PvdA de verkiezingen zo sterk heeft verloren.

“Nee, de verzwakking van de sociaaldemocratie is een internationaal verschijnsel. Haar verdediging van de Europese Unie wordt vaak niet begrepen. We kunnen in Europa niet zonder elkaar, maar de EU is wel behoorlijk bureaucratisch, technocratisch en autoritair geworden. Dus je kunt je afvragen of het slim is geweest om de EU zo in te richten en zo snel uit te breiden. Was het bijvoorbeeld echt verstandig om Roemenië en Bulgarije in de EU op te nemen?

Laat de PvdA toch meer luisteren naar de kiezers. Haar angst voor het referendum is onbegrijpelijk. De vrees dat kiezers dan fouten zullen maken, is misschien terecht, maar de manier waarop de partij-elites de Europese integratie hebben aangepakt, was ook niet slim en dat ontkennen is zeker niet handig. Zo roep je meer verzet op tegen de EU dan nodig is.

Ik heb even gedacht dat dit besef ook binnen de PvdA was doorgedrongen. Wouter Bos bracht in 2006 namelijk zijn boekje ‘Dit land kan zoveel beter’ uit. We moesten opnieuw naar het begrip solidariteit kijken, als basis van de sociaaldemocratie. Dat begrip moest opnieuw worden geformuleerd toen mensen van buiten naar Nederland kwamen. Hun komst moest je niet als vanzelfsprekend beschouwen. Solidariteit is immers ook een belevingskwestie. In zijn omgeving vol hoger opgeleiden werd dit idee echter niet opgepikt en het kwam ook in de verkiezingstijd niet uit de verf. Bos trok nog wel veel kiezers, maar de partij krijgt sindsdien klop bij verkiezingen. Dat komt omdat haar vanouds hechte band met de gewone man en vrouw niet meer bestaat.”

De PvdA heeft veel verloren maar ook het CDA door de vette jaren heen. Is dat omdat de C van het CDA onvoldoende uit de verf komt? In de H.J. Schoo-lezing in september over de Nederlanders ‘vergeet’ Buma de moslims te noemen. De natie lijkt in zijn visie alleen bevolkt te worden door de witte Nederlander.

“Maar dat zegt hij niet hoor, dat wordt hem in de mond gelegd. Hij heeft het misschien niet ideaal geformuleerd. Kijk, Buma is niet zo’n goede redenaar als Obama. Diens eerste inauguratierede als president was werkelijk schitterend. Hij riep de Amerikaanse geschiedenis in herinnering en schilderde beeldend de winterse opstand tegen de Britten. Hij wist de Amerikaanse multiculturele identiteit goed duidelijk te maken.

Wat de C van het CDA betreft, ik denk niet dat veel kiezers bij de partij zijn weggelopen omdat het christelijke karakter ervan verbleekt zou zijn. De partij heeft veel kiezers verloren als gevolg van de secularisatie. KVP-leider Dick de Zeeuw stelde daarom voor de C weg te laten en te kiezen voor een algemene humanitaire partij, zo sociaal als het maar kon. Maar dan stuit je toch op het feit dat de samenleving niet zo gemakkelijk maakbaar is. En dat de Nederlandse kiezers de progressieven nog nooit een meerderheid hebben gegeven. Nederland is conservatiever dan progressieve mensen graag toegeven.

Het CDA kijkt realistischer naar het verwerkelijken van zijn idealen en weet al compromissen sluitend toch wat te bereiken. Progressieven en heel vrijzinnigen zoals ik – ik noem me remonstrants – zijn kwijtgeraakt hoe ze moeten omgaan met onvolkomenheden. Wij progressieven denken te gemakkelijk over de maakbaarheid van Nederland. Als je het maar goed bedoelt, zit je al goed. Wij zitten heel gauw op het bankje van de ongeduldige. Maar volgens mij kunnen we onze idealen niet zo snel waarmaken als we denken. Bij het CDA leeft meer het besef dat we in een gebroken wereld leven, dat de mens zondig is en dat we het in de politiek moeten hebben van allebei: hoofd en hart. We moeten de tijd nemen voor veranderingen. In de geseculariseerde en progressieve wereld is de spanning tussen hoofd en hart echter bijna niet meer benoembaar. Dat brengt de democratie in gevaar.

Het is jammer dat ook kerkelijke linkse mensen vaak zo clichématig links zijn. Als we het maatschappelijke ideaal maar goed verwoorden, zijn we goed bezig, als we maar het hoogste bod van idealisme hebben gedaan. Met die gedachte kijk je niet goed of die idealen wel te verwezenlijken zijn. Het is een eenzijdig kiezen voor het ideaal.”

De socioloog Jan Willem Duyvendak waarschuwde dat wie een gedeelde toekomst uitsluit voor iedereen die in Nederland woont, met vuur speelt. Buma spreekt alleen over de zogenaamde joods-christelijke traditie en sluit moslims daarmee uit.

“Díe stelling van Duyvendak is waar, maar het is opvallend dat hij – net als bijna iedereen – de neiging heeft tegenstanders met een groot woord negatief weg te zetten. Als je goed kijkt, is Buma tastenderwijs bezig in de traditie van zijn club. Hij demoniseert niet, hij doet een interessante poging de Nederlandse identiteit in kaart te brengen, al is het met vallen en opstaan. Hij formuleert inderdaad niet hoe met de moslims om te gaan, maar daarbij moeten moslims hem ook wel willen helpen. Ook dat moet samen. Ik begrijp de boosheid over zijn Schoo-lezing niet. We zijn nog maar net bezig om over de Nederlandse identiteit in een globaliserende wereld na te denken.

Ik respecteer Buma in zijn traditie, net zoals we het goed vinden als een moslim zegt dat hij in de islamitische traditie staat en uitlegt wat hij daaronder verstaat. Buma is geen linkse jongen, maar we moeten niet doen alsof hij een rechtse doerak is die niks wil veranderen in Nederland. Hij ziet goed dat veel Nederlanders behoefte hebben aan eigenheid. Als je iets wilt veranderen, moet je beginnen bij waar mensen mentaal staan en dat is in de Nederlandse situatie, niet alleen in de wijde wereld. Buma benoemt wat lang niet is benoemd en spreekt inderdaad exclusief over de joods-christelijke traditie van Nederland, maar sluit hij daarmee moslims uit? Sommige CDA-vertegenwoordigers zijn moslim.”

Buma zegt de eerste antirevolutionaire leider, Groen van Prinsterer, als zijn voorbeeld te zien. Die kapselde de conservatieve stroming in de negentiende eeuw in. Zo wil hij nu de populisten de wind uit de zeilen nemen.

“Ja, dat begrijp ik en waardeer ik ook.”

Duyvendak noemt Buma brutaal en voorbarig als die zegt dat een verlichte islam in Europa een illusie is gebleken en daar dan een verlicht christendom tegenover zet. Maar dat christendom heeft er wel tweeduizend jaar overgedaan, al tegenstribbelend, om de huidige moderne humanitaire opvattingen te omarmen.

“Ja, maar wij zijn ondertussen wel verlicht geworden. De islam is er inderdaad nog niet zo lang in Europa, maar wel in de wereld. Dan zie je dat geen enkel islamitisch land democratisch is, misschien is Tunesië een klein beetje op weg? In bijna al die landen worden christenen, vrouwen en homo’s vaak vervolgd of als tweederangsburgers beschouwd.”

Dat is waar, maar waarom zijn de moslims in Nederland nog steeds niet geëmancipeerd? Zij worden ook gediscrimineerd.

“Dat is zo, al valt soms het woord discriminatie te snel. ‘Mohammed’ krijgt moeilijker een baan en dat is een schande, maar dat komt ook omdat hij vaak niet zo’n goed sociaal netwerk heeft en niet handig op de arbeidsmarkt opereert. Aan de andere kant: de voorzitter van de Tweede Kamer en de burgemeester van de tweede stad van het land zijn wel van Marokkaanse afkomst.’

Hoe ziet Nederland erover tien jaar uit?

“We zitten in een periode van overgang. Ik ben niet zonder zorgen, niemand denk ik. In 1989, toen de Berlijnse Muur viel, dachten we dat we een vrije wereld zouden krijgen, maar het is vooral een chaotische wereld geworden.”

Coos Huijsen werd in 2016  onderscheiden met de Frans Bannink Cocqpenning van de stad Amsterdam, vanwege zijn maatschappelijke inzet voor die stad en zijn inzet voor homo-emancipatie. Historicus, schrijver en oud-politicus Huijsen was medebedenker van de grondwetsformulering ‘… of op welke grond dan ook’, (artikel 1 van de Grondwet), waarmee sinds 1983 het anti-discriminatiebeginsel in de grondwet is verankerd. Huijsen is de schrijver van drie boeken over de PvdA en enkele over Oranje in relatie tot het natiebesef. Zijn laatste publicatie Homo politicus (Balans, 2016), is een autobiografie, die tevens een overzicht geeft van de geschiedenis van de Nederlandse homo-emancipatie. Huijsen was Tweede Kamerlid aanvankelijk voor de CHU, later als eenmansfractie. In 1977 werd hij lid van de PvdA, maar ook deze partij verliet hij.

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email

2 reacties

  1. Wat voor positiefs had Buma moeten melden dan over moslims volgens u? Kunt u een specifiek voorbeeld geven?

  2. Buma’s voortdurende weigering om iets positiefs te melden over bijv. moslims en zijn insinuaties die tegenstellingen juist vergroten… dat bagatelliseert Huijsen tot mijn stomme verbazing. Om nog maar te zwijgen over Buma’s neoliberale agenda die vrijwel naadloos aansluit bij de VVD. Ik ben op zijn zachtst gezegd verbaasd

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*