Home » Essay » Wie zichzelf kent, is vrij

Foto Rowan Chestnut

Wie zichzelf kent, is vrij

Wat is de mens? Een biologisch wezen vol driften? Het resultaat van zijn omgeving? Een optelsom van gedachten, gedragingen, conditioneringen? We zijn dat allemaal, maar tegelijk ook meer dan dat. Het christelijk mensbeeld geeft uitdrukking aan dat ‘meer’ en verrassend genoeg wijst dat in de richting van vrijheid.

Door Vincent Duindam

Als je niet weet wie je bent, wat je vermogens zijn, wat je in huis hebt, dan word je beperkt door je gebrek aan inzicht – of misschien zelfs wel door onjuiste ideeën over jezelf. Wellicht denk je wel dat je  “tot alle kwaad geneigd bent” – al is dat nu gelukkig minder waarschijnlijk dan enige tijd geleden.

Het ligt meer voor de hand dat je worstelt met keuzes en dat je vaak niet weet of je wel ‘het goede kiest’. Als je niet weet wie je bent, ga je als ‘een verloren dochter’, of een ‘verloren  zoon’,  een ´verloren mens´, door de wereld. Je weet niet wat je moet doen, wat je na moet streven en wat je gelukkig kan maken. Je probeert van alles, maar er blijft iets ‘missen’. Dan lopen wij, mensen, verloren.

De grote verhalen zijn voorbij, zo lijkt het. En al heel lang denken wij te weten dat we de werkelijkheid zelf niet kunnen kennen. Deze is immers altijd al bemiddeld door onze zintuigen, onze taal, cultuur, etc.  Hoe kunnen we dan ooit de waarheid weten over ‘de wereld’ of  – misschien nog wel moeilijker – over onszelf. “Ken jezelf” – wat zou deze vraag nog kunnen betekenen in onze tijd?

Wie ben ik?

Ooit moest ik een lezing geven. Maar vlak voor ik ‘op moest’, kreeg ik een paniekaanval. Wegrennen wilde ik niet doen. Dus trillend beklom ik het podium. Al improviserend zei ik: “Ik ga me nu twee keer aan U voorstellen”.

En ik begon. “Ik groeide op als 11-de kind in een gezin van 14 kinderen. Op (de lagere) school durfde ik niets te zeggen. Ik was introvert, verlegen, en angstig. Onzeker over wat ik kon en over mijn uiterlijk. De opvoeding was niet altijd veilig. En er kon een klap vallen. Ik heb veel therapie gedaan. Tijdens mijn studie psychologie deed ik ook bijna geen mond open. Hoewel ik nooit een diagnose heb gekregen, opperde een huisarts: gegeneraliseerde angst en paniekstoornis.” Kortom, een verhaal van mislukking.

“Ik groeide op in een warm en gezellig gezin. Veel van ons zijn muzikaal, humoristisch en we kunnen goed praten. Ik deed het gymnasium met een 8 gemiddeld en studeerde cum laude af in de psychologie. Voor mijn eerste baan pikten ze mij uit een grote groep sollicitanten en ik werd ‘onmisbaar’ verklaard voor mijn vervangende dienst. Mijn proefschrift werd bekroond, mijn onderzoek bekend. En studenten kozen mij twee maal als docent van het jaar.” Kortom, een succesverhaal. Allemaal ‘waar’, allemaal ‘echt gebeurd’, maar “Wie ben ik?” vroeg ik daarna….

Diepere dimensie

Voor het antwoord op deze vraag kijken de meeste mensen op dit moment eerder naar de psychologie dan naar religie of theologie. Daarom zal ik eerst kort iets over de vijf  belangrijkste psychologische theorieën zeggen. Zij kunnen ons zeker bepaalde inzichten geven. Daarna ga ik in op enkele woorden van Jezus. En op een diepere dimensie waar deze naar verwijzen.

In de psychologie bestaan uiteenlopende ideeën over de mens.

1.      De psychoanalyse van Freud is enorm bekend geworden en heeft grote invloed gehad. Freud dacht dat we onszelf maar voor een klein stukje zouden kunnen kennen. Volgens hem zijn we in principe biologische wezens die hun driften willen bevredigen. Tegelijkertijd leven we in een samenleving, waarin dat niet kan. Dat leidt tot onvermijdelijke neuroses. Het sympathieke van Freud is dat hij daarmee de grens tussen ‘gek’ en ‘normaal’ sterk relativeerde. Iedereen heeft neurotische kanten. We kunnen (en moeten) proberen onszelf te leren kennen. Maar daarin zijn we beperkt. Een deel van ons onbewuste kan bewust gemaakt worden, maar een groot deel (van onze evolutionaire) geschiedenis niet. Freud was heel bescheiden in wat haalbaar was voor ons: van neurotische ellende ‘gewoon ongeluk’ maken, meer zit er niet in. Hij zag wel troost in dit aardse tranendal: werk, liefde en roesmiddelen (in zijn eigen geval: een dikke sigaar).

2.      De tweede hoofdstroming is het ‘behaviorisme’. In de klassieke conditionering worden bestaande reflexen gekoppeld aan nieuwe prikkels. Een voorbeeld uit mijn eigen leven: ooit kreeg ik een heftige griep op de avond dat we foeyonghai hadden gegeten. Twee jaar lang kon ik dat gerecht niet meer verdragen. Daarnaast kennen we de operante conditionering: gedrag dat beloond wordt, zul je steeds vaker vertonen. Op die manier kon Skinner duiven leren pingpongen. En als je duiven (of mensen) beloont voor bepaalde gedragingen, kun je ze uiteindelijk precies laten doen wat je wilt – zo luidt de theorie.

Wie zijn we dan in deze theorie? Een optelsom van aangeleerde gedragingen met een ‘beloningsgeschiedenis’. Er zit wel een zeker optimisme in. Alles is maakbaar. Wil je betere mensen, dan maak je een betere samenleving. Dat wil zeggen: een samenleving waarin mensen beloond worden voor ‘het goede’. Maar wat dat goede (leven) is, kan een behaviorist je eigenlijk niet zeggen.

3.      De cognitieve psychologie gebruikt de computer als metafoor: mensen zijn ‘informatie verwerkende systemen’ met een input, een output, waarneming, perceptie, geheugen, etc. Daarin speelt de cultuur een belangrijke rol. Wij zien wat onze cultuur ons leert om te zien. Studenten bedachten de mooiste illustratie van deze theorie. In het Radioprogramma Mama Appelsap krijg je (pop)liedjes te horen, waarin luisteraars vertellen dat ze iets anders hoorden in de tekst dan dat er gezongen wordt. Ze hoorden bv Julio Iglesias zingen: “Ik ben een fietsenrek”. En vervolgens hoor je dat dan zelf ook. Je waarneming wordt door deze verwachting gestuurd.

Wat leert deze derde theorie ons? Dat wij informatie kunnen verwerken. En dat dit een interessant, complex proces is. En dat onze cultuur mede stuurt en bepaalt wat we zien.

4.      De biologische benadering is (vaak in combinatie met de cognitieve) het meest populair op dit moment. Het boek “Wij zijn ons brein” is een bestseller geworden. In de psychologie gaat het nature-nurture-debat eindeloos door: wat geeft de doorslag biologische factoren of omgevingsfactoren?  Toen ik studeerde (eind jaren zeventig, begin jaren tachtig) was de biologische benadering ‘fout’. Wie iets opmerkte over genetica was een halve fascist. Dat was onverstandig en eenzijdig. Nu lijkt het omgekeerde te gebeuren: de rol van de sociale en culturele omgeving wordt onderschat. Het brein is ontegenzeggelijk erg belangrijk. En de hardware tussen onze oren stuurt veel aan, maar ons brein is tevens ons meest flexibele orgaan. En het opereert onvermijdelijk in een sociale en culturele omgeving.

5.      Humanistische psychologen, vooral Rogers en Maslow, hadden kritiek op veel van de hierboven genoemde benaderingen. Volgens hen zijn we niet overgeleverd aan onze conditioneringen. En kunnen we zelf keuzes maken in het leven. Sterker nog: we kunnen ons ontplooien en onvermoede talenten ontwikkelen. De positieve psychologie is de jongste loot aan deze tak, de vijfde theorie. En het is een veelbelovende benadering. Hoop, optimisme, geluk, zingeving, compassie en zelfcompassie zijn enkele van de bestudeerde thema’s. En flow: helemaal opgaan in wat je doet – en jezelf vergeten. Positieve psychologen willen je tips geven om ‘de beste versie van jezelf te ontwikkelen’.

Mijn eigen studenten lieten bijvoorbeeld zien dat je, wanneer je dingen doet waar je van binnenuit voor gemotiveerd bent, je gelukkiger bent dan wanneer er een ‘extrinsieke’ motivatie is (geld, status, etc).

Al met al kan de psychologie ons dus veel informatie geven over onszelf. De beschreven processen bestaan, ze doen zich voor, maar is het ook ‘wie we zijn’? Is het de diepste werkelijkheid over ons? Je bént niet je driften en ook niet je verdrongen of gesublimeerde driften, je bént al evenmin je conditioneringen of de optelsom van je leerprocessen. En ook niet je brein.

Vrijheid

De woorden van Jezus zijn geen psychologische theorieën. Zijn leer is geen ‘conceptuele’ benadering van de werkelijkheid. Maar als je leeft naar zijn woorden, kun je jezelf op een diepere manier leren kennen – of de diepte in jezelf ontdekken. Gaan psychologische theorieën vaak over wat ons bepaalt en vastlegt, Jezus’ woorden wijzen naar de mogelijkheid van vrijheid. We kunnen óók vrij staan tegenover de cultuur die zo alles overheersend aanwezig is. We kunnen de continue stroom van oordelen soms ook even laten voor wat ze zijn en een mentale ruimte betreden. En evenmin zijn we restloos overgeleverd aan onze zorgen en behoefte om voortdurend alles onder controle te houden.

Ik stip hier kort drie Jezus-verhalen aan. Als je wilt ontdekken wie je echt bent, kun je proberen vrij te worden van wat jou (cultureel) geleerd is. Als je niet langer vastgeroest zit aan je oude overtuigingen, kun je spontaan iemand helpen die in nood is, zoals de Barmhartige Samaritaan deed (Lucas 10, 25-37). Dan hoef je niet eerst te kijken of de sekse, etnische groep, seksuele geaardheid of whatever wel in orde zijn volgens de heersende moraal.

Wanneer je Jezus serieus neemt, dan ga je anderen (en jezelf) minder (ver)oordelen. Dat wordt op een revolutionaire manier duidelijk gemaakt in het verhaal van de wetspuriteinen en  de overspelige vrouw: “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen”, zegt Jezus tegen schriftgeleerden die hem op zijn wetsgetrouwheid willen testen (Johannes 8, 7). Elders maakt Jezus ook duidelijk dat jou de maat genomen wordt, zoals jij anderen de maat neemt. Uiteindelijk zijn wij mensen diepgaand met elkaar verbonden. Zo diep, dat de veroordeling van iemand anders ten diepste een zelfveroordeling is. Als we niet meer gevangen zijn in regels die we geleerd hebben en als we kunnen stoppen met oordelen, gaan we op den duur kijken van aangezicht tot aangezicht.

En in de Bergrede (Matteüs 5-7) spoort Jezus ons aan om niet langer te piekeren en ons zorgen te maken, maar om naar de bloemen op het veld te kijken. Om te leven in overgave, vertrouwen en dankbaarheid.

Koninkrijk der hemelen

Op deze wijze kunnen wij in contact komen met “het Koninkrijk der hemelen” in ons.  Jezus leefde dat voor. Leven in ‘overvloed’ noemde hij dat: verbonden met de Bron en verbonden met (alle) andere mensen. De wijnranken vormen de prachtige metafoor die hij daarvoor gebruikt.

De verhalen van Jezus wijzen naar een manier van leven die vrijheid belichaamt. Zijn oproep is om ook zo te leven. Niet door het te bedenken, maar door het te zijn. Wie zichzelf zó kent, is vrij.

Print Friendly, PDF & Email

1 reactie

  1. Misschien kan nog de volgende restrictie (t.a.v. met name de humanistische psychologie) toegevoegd worden: Je bent niét de oorzaak van jezelf, je eigen bestaan. Je bent geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*