Home » Columns » Leven met verval
zusters-web

Leven met verval

Ze zijn bejaard tot zeer hoogbejaard. De religieuzen van Nederland belichamen – letterlijk – een voorbije fase van kerkelijk leven. Misschien kunnen zij ons juist nu iets belangrijks leren, zegt Erik Borgman. Terwijl hulp bieden hen in hoofd en hart gegrift staat moeten ze nu omgaan met hun eigen hulpbehoevendheid. Hoe leef je met verlies en verval? “Elk leven, ook als het beschadigd is, kan vormgegeven worden als een goed leven.”

Door Erik Borgman

Het is niet de enige zustercongregatie die er op deze manier aan toe is. Integendeel, hun situatie is eerder exemplarisch. Ooit hadden zij in ons land meerdere kloosters met meer dan honderd zusters, vaak naast het ziekenhuis waar zij de verpleging verzorgden. Ze hadden ook scholen en zusters overzee, in Indonesië in hun geval. Nu vormen de zusters in Indonesië een zelfstandige congregatie. In Nederland reikt hun aantal nog net tot de zeventig. Allemaal bejaard, de meesten hoog en sommigen zelfs zeer hoog. Zoals voor de meesten komt ook voor hen de ouderdom met ongemakken, gebreken en niet zelden vervelende, pijnlijke kwalen. De lichamelijke veerkracht wordt minder, de geestelijke eveneens en bij sommigen laat het geheugen hen in de steek. Nog niet zo lang geleden hebben zij hun moederhuis verkocht, samen met de tuin waarin het staat, aan een firma die er een conferentieoord in wil vestigen. Zo’n dertig zusters wonen in een ander gebouw op hetzelfde terrein dat ze terughuren van de nieuwe eigenaar. Een andere groep zusters zit in een bejaardenhuis in de buurt, ooit gesticht met de bedoeling zusters te huisvesten die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Inmiddels is dat huis voor de helft bewoond door niet-religieuzen. Verder zijn er nog een paar kleine gemeenschappen en enkele alleenwonende zusters.

Ik beschrijf dit zo uitvoerig om het in herinnering te brengen. Want als we aan een krimpende kerk denken, denken de meesten van ons aan gebouwen, kleiner en ouder wordende parochies. Maar wie denkt er aan hen? Zij belichamen – letterlijk – een fase in het kerkelijk leven dat voorbij is, terwijl niemand weet wat ervoor in de plaats komt. Hoe lang zal het duren voordat zij zover verder gekrompen zijn, dat ook dit huis moet worden opgegeven, hoe lang al het duren voor hun kapel in het bejaardenhuis zal worden omgebouwd tot een multifunctionele ruimte? Veel verleden en weinig toekomst? Misschien kunnen wij juist van hen iets leren.

Gemis

Ik was gevraagd voor een spreekbeurt. Over hoe je dat doet, oud worden en steeds minder iets voor anderen kunnen doen terwijl je met het oog daarop toch ooit voor het kloosterleven hebt gekozen. “Wat je voor de minsten der mijnen hebt gedaan, dat heb je voor Mij gedaan.” Dat woord van Jezus staat in hun hoofden en harten gegrift, maar wat betekent dit nu ze zelf moeten constateren te behoren tot degenen die hulp nodig hebben? Ze weten natuurlijk dat je ieder mens waardevol behoort te vinden, ook mensen die afhankelijk zijn en niet in de gebruikelijke zin productief. Dat hebben ze toen ze nog werkten vast en zeker ook geprobeerd waar te maken. Maar het blijkt voor hen nog niet mee te vallen om zichzelf waardevol te blijven vinden nu ze niet meer productief zijn.

Ik zeg wat ik ook in mijn boek Waar blijft de kerk (2015) geschreven heb. Dat we moeten weten te leven met verval, afbraak, het verdwijnen wat ons dierbaar is. We moeten het onder ogen zien in het geloof dat God er nooit niet is. Ik meen het, maar ik weet ook dat ik niet weet wat ik zeg. Zij wel. Zij leven de afbraak, het verval. Ze vinden het moeilijk, soms echt heel moeilijk, zo vertrouwen ze mij toe. Ik geloof het direct. Ik zeg dat we niet goed hoeven te vinden wat ons overkomt. Dat je best mag zuchten, klagen en huilen. En dat het niet goed is om altijd maar te blijven doen wat zusters blijkbaar zo grondig geleerd hebben: je dankbaar tonen, het positieve benadrukken. Ze lachen een beetje betrapt. Gemis is soms het enige contact met waar je naar verlangt dus je moet het gemis niet wegdrukken, zeg ik. Weet ik wat ik zeg? Genoeg om het te kunnen zeggen, maar te weinig om mij werkelijk in hen te kunnen verplaatsen.

Ongedachte situatie

Deze zusters hadden nooit kunnen denken dat ze nog eens in hun huidige situatie terecht zouden komen. Toen zij intraden waren kerk en kloosterleven er, onontkoombaar en naar het scheen onverwoestbaar. De enorme kloosters die er tussen ruwweg 1850 en 1950 zijn neergezet, het habijt waarachter de individuele verschillende verdwenen, het vaak tot in de kleinste details geregelde leven straalde uit dat het leven waar religieuzen instapte al lang bestond voor haar en dat het onverstoorbaar voort zou gaan als zij zouden zijn gestorven. Maar wat eeuwig leek, blijkt tijdelijk te zijn en wat zich voordeed als steun in moeilijke tijden, bleek een last te kunnen worden. Wat beloofde hen overeind te houden, blijken zij nu overeind te moeten houden. Als zij dat niet meer kunnen – en dat moment komt onontkoombaar – zal deze levensvorm uit onze contreien verdwijnen. Zeker, er zullen nieuwe vormen van religieus leven ontstaan. Maar de vorm waaraan zij hun leven hebben gewijd, is onherroepelijk voorbij.

Hoe leef je met niet alleen met het eigen einde voor ogen, maar van heel veel wat je leven heeft uitgemaakt? Ik vertelde de zusters dat voor mijzelf de belangrijkste boodschap van het religieuze leven is dat het evangelie leefbaar is. Altijd. Hoe je er ook aan toe bent, hoe het ook met je gaat, in welke stadium van het leven je ook bent. Elk leven, ook als het beschadigd is, ook als het afloopt, ook als het pijnlijk en moeizaam is, kan vormgegeven worden als een goed leven. Dit vinden wij op dit moment in onze samenleving heel moeilijk te geloven, zo hield ik hen voor. Misschien is de missie van zusters als zij wel dat ze dit laten zien. Dat het leven de aandacht waard blijft, dat het leven met elkaar alle aandacht waard blijft, ook al is het nergens goed voor. Juist dan kan duidelijk worden dat het in zichzelf goed is.

Nergens goed voor

Het leven is nergens goed voor. Het leven is goed en waardevol in zichzelf. De zusters waren duidelijk blij dat hun dit gezegd werd, want sommige dingen moet je zo nu en dan van een ander horen om het te blijven geloven. En ik zag dat ze dat eigenlijk ook wel wisten en zo probeerden te leven. Dat troostte mij, want het blijkt dus te kunnen. Het gaat niet vanzelf en het kost soms grote moeite, maar je kunt het leven tot het einde toe leven als de moeite waard.

 

erik_borgman nw2 » Lees ook andere artikelen van Erik Borgman

Print Friendly

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

*