Home » Interview » Marcel Elsenaar: “Wat we nodig hebben, is ademruimte”
Tempel van alle dag in Amsterdam

Marcel Elsenaar: “Wat we nodig hebben, is ademruimte”

Hoe geef je vorm aan spiritualiteit en bezieling, aan wat je echt belangrijk vindt voor jezelf en de wereld? Marcel Elsenaar heeft die vragen tot zijn dagelijkse werk gemaakt. Als trainer maakt hij deel uit van Kadans, een team van adviseurs, onderzoekers, onderwijsdeskundigen en theologen. Een van zijn projecten is de ‘Tempel van alledag’ in Amsterdam, met meditatietrainingen, yoga- en ‘opencirkelavonden’. “Ik vraag liever naar bezieling dan naar identiteit.”

Door Cees Veltman

Marcel Elsenaar

Een bel is er niet, je moet kloppen op een van de vele ramen van de ‘Tempel van alledag’ op het nogal afgelegen eilandstukje Amsterdam dat IJburg heet. “Onze kracht ligt in de organisatie van reflectie, in het terugvinden van bezieling”, vertelt Marcel Elsenaar die enthousiast de mooie, ruime en lichte zaal laat zien met uitzicht naar alle kanten en rondom waterpartijen. Als je hier niet tot rust en bezinning komt, waar dan wel?

Hotelschool

Elsenaar is zijn opleiding begonnen op een ongedachte plek, de Hotelschool. Hij werkte twee jaar in de horecasector en ging pas daarna theologie studeren. “Op studiestage bij het Ignatius Gymnasium in Amsterdam, voelde ik me meteen als een vis in het water. De school is immers ook een gemeenschap. Ik ben er veertien jaar godsdienstleraar geweest, met veel plezier. Met collega’s op school heb ik het programma van vieringen kunnen afstemmen op de schoolgemeenschap. Er was altijd al een viering in de kerk als start van het schooljaar, maar die werd weinig bezocht. Toen hebben we die viering verschoven naar de eerste schooldag zodat iedereen erbij was. We hebben er een echt feest van gemaakt met veel muziek en cirque du soleil-achtige verbeelding door leerlingen. Zo konden we de identiteit van de school duidelijk neerzetten. Eersteklassers stonden letterlijk in een menselijke toren op de schouders van  de ouderejaars. Hoe christelijk wil je het hebben?

Ik had nog heel lang kunnen blijven lesgeven, ware het niet dat ik nog andere dromen had. Elsenaar stopte met lesgeven toen de deken van Amsterdam hem vroeg fulltime catecheet te worden. “Ik dacht nog even: voor de kerk werken, past dat wel bij mij? Is er dan nog ruimte om vrij te denken? Maar zijn antwoord was: ja, dat moet juist. Dat gaf mij de kans om te kijken hoe het binnen de kerk werkt en waarom het vaak niet lukt om nieuwe mensen te inspireren.”

Vrijplaats voor inspiratie

Na een reorganisatie van het dekenaat Amsterdam moest er een nieuwe cursus komen voor mensen in en rond parochies. Die heeft Elsenaar met collega Loet Swart gemaakt: ‘Op reis in het land van geloven. Verdiep je geloof in de ontmoeting met reisgenoten.’

”Het idee was: hoe kun je mensen in een groep hun persoonlijke geschiedenis laten onderzoeken in relatie tot de traditie? We stonden in de cursus onder andere stil bij voorbeeldfiguren in kerk en samenleving, mensen met charisma. Wie heeft jou dat ene beslissende zetje gegeven dat richting gaf aan je leven? Ik ben zelf theologie gaan studeren omdat ik mensen ontmoette die me zo aanspraken dat ik meer wilde weten van wat hen zo begeesterde.

Uiteindelijk is dan de vraag of we zelf ook anderen kunnen inspireren. Aan het eind van de cursus waren de deelnemers dichter bij elkaar gekomen. Zo konden er netwerken ontstaan in de regio.

De stichting Dijk en Duin in Hoorn kwam met de vraag om een cursus te maken ter ondersteuning van vrijwilligers de kerk. De kerk als vrijwilligersorganisatie is op veel plaatsen erg naar binnen gekeerd. Het oorspronkelijke idee van ‘verrijk de samenleving’ komt dan moeilijk uit de verf. Dat het wel kan zag ik bij de oecumenische beweging Sant’Egidio in Antwerpen, die veel doet voor armen. Ze runt bijvoorbeeld een restaurant voor daklozen en doet aan jongerenprogramma’s. Al die activiteiten combineren ze daar met gebed. Dat draagt bij aan een krachtig geloofsleven. Geloofsgemeenschap zijn, kan ook anders, blijkbaar. Sant’Egidio, ontstaan in 1968 in Rome,  is inmiddels wereldwijd actief.”

Diepere laag

Ondertussen werd Elsenaar vader en raakte door een reorganisatie zijn baan bij het dekenaat kwijt: “Een jaar daarna, toen ik weer een beetje boven water kwam, ontstond hier in Amsterdam op IJburg het initiatief  Tempel van alledag.” Tegelijkertijd vroeg Dijk en Duin hem om een project te starten ter stimulering van kleine geloofsgemeenschappen met een maatschappelijk doel. Dat resulteerde in het project ‘Herbergen op je levensweg’, ondersteund door diverse fondsen.

“Hoe doen we recht aan die diepere laag in het leven waar we telkens niet aan toekomen?”

Een van de subsidiegevers zei: ‘Als je dit binnenkerkelijk doet, bereik je het grootste deel van de zinzoekers van tegenwoordig niet. Je moet het open gooien. Je moet gewoon een bestseller schrijven.’ Ja, doe dat maar eens. Maar het is waar, heel veel mensen vragen zich af hoe ze meer betekenis aan hun leven kunnen geven. Hoe doen we recht aan die diepere laag in het leven waar we telkens niet aan toekomen? Hoe vinden we elkaar, en organiseren we ons rond die vragen?”

De Tempel van alledag op IJburg is voorlopig Elsenaars antwoord op die vraag naar een actuele vorm van verdieping. “Het  is een vrijplaats om inspiratie te delen, niet om het eens te worden. We willen in dialoog de krachten bundelen voor goede doelen en elkaar ondersteunen. Ik merk hier hoe leuk het is om in deze context ook af en toe een bijbelverhaal te vertellen. Daar wordt heel anders naar geluisterd dan in een kerk omdat het  voor veel deelnemers de eerste keer is dat ze deze verhalen zo horen. We onderzoeken zo’n verhaal dan op zijn betekenis voor het alledaagse leven. Dat vind ik heel dankbaar om te doen.

Vloeibare organisatie

Ik zou meer mensen willen uitdagen om een initiatief te nemen waarin je samen toewijding en inspiratie kunt delen en elkaar kunt aanmoedigen. En bronnen aanreiken. Ik lees nu een boek van socioloog en theoloog Kees de Groot, ‘The Liquidation of the Church.’ Het gaat over de vraag of religie in het Westen uitsterft en of persoonlijke spiritualiteit haar plaats zal innemen.

Ik herken me sterk in de nieuwe theoloog des vaderlands, Claartje Kruijff. In haar boek ‘Leegte achter de dingen’ onderneemt zij dezelfde zoektocht naar een vorm van geloven die past bij deze tijd. Die vorm heeft veel met gemeenschap te maken. Lastig is wel dat veel verbanden tegenwoordig kort en los zijn. Volgens socioloog Zygmunt Bauman leven we in ‘vloeibare tijden’. Proberen iets vasts op te bouwen, zal op een teleurstelling uitlopen, zei hij. Overal zie je steeds vaker dat mensen na bijvoorbeeld anderhalf jaar vertrekken om iets anders te gaan doen.

Dat vond ik in het begin ‘shocking’: je had je er toch aan verbonden? ‘Ja’, zeggen ze dan bijvoorbeeld, ‘dat paste op dat moment bij me, maar nu is yoga op mijn pad gekomen en ga ik yogareizen organiseren.’

“Het is voor de samenleving als geheel van belang dat bezieling zichtbaar is”

We hebben ermee geworsteld hoe we mensen konden vasthouden. Totdat we tot de conclusie kwamen dat we dat vooral níet moeten doen. Dat betekent dat we accepteren dat we een vloeibare organisatie zijn waaraan mensen een tijdje hun krachten geven en dan weer een ander spiritueel pad volgen. Veel mensen zijn individueel met spiritualiteit bezig, dus de uitdaging ligt in verbanden van soloreligieuzen. Ik denk aan publicist Jan Oegema (die het woord soloreligieus muntte) en nu  met zijn beweging Open klooster retraites organiseert vol literatuur, poëzie en wijsheidsliteratuur. Dat is een beweging van religieus geïnteresseerde individuen die ook oog hebben voor gemeenschap. Ik hoop dat we met al dit soort initiatieven een landschap van waardering en respect zullen krijgen. Het is voor de samenleving als geheel van belang dat bezieling zichtbaar is in de samenleving.”

Benedictijnen

Een van de momenten waarbij er bij Elsenaar een licht opging was een ontmoeting met de benedictijnen in Oosterhout: “Ik ontdekte tijdens de vieringen in het klooster de waarde van het gemeenschapsleven dat ik in parochies gemist had. Die ervaring van communio draag ik met me mee. Sindsdien ben ik voortdurend op zoek naar mogelijkheden om die verbondenheid te realiseren.

In 2005 ben ik hier op IJburg met de Tempel van alledag begonnen, nadat ik betrokken was geraakt bij het oecumenische initiatief ‘De Tronk’. Dat begon met ‘Eten met de buren’, een initiatief om mensen uit te nodigen tot  verbondenheid. Later kwam daar ‘Allerzielen’ bij, omdat de dood geen plek leek te hebben op IJburg. Toen er een buurman doodging, ging er een schok door de hele straat. In gesprek met buurtbewoners ontstond het idee van een allerzielenfestival, met witte heliumballonnen die naar boven zweefden en een tent midden op straat met vuurkorven, mooie cellomuziek. Het was een plek waar ieder zijn doden kon gedenken en vieren hoe zij ons leven hebben meegedragen en richting hebben gegeven. Het was geen rouwbijeenkomst, maar een bijeenkomst van eren, vieren, gedenken. Als je elkaar daarover vertelt, ontstaan er bijzondere, nieuwe banden. Dat was ontroerend en gaf verbondenheid.

“Als je krampachtig zoekt naar harmonie, verwijder je eerder van elkaar dan dat je er rijker van wordt”

Ook als je afstand tot elkaar voelt, kun je toch zo met elkaar praten en ontdekken dat je in een diepere laag met elkaar verbonden bent. Zonder de verschillen te bagatelliseren. Als je krampachtig zoekt naar harmonie, verwijder je eerder van elkaar dan dat je er rijker van wordt, is mijn ervaring.

Probeer dus niet bruggetjes te slaan, maar probeer te leven naar het beeld dat we niet wezenlijk verschillend zijn. We hebben alleen beperkte beelden over elkaar in ons hoofd. Daar kunnen we elkaar naar vragen. De beroemde Amerikaanse katholieke theoloog en sociaal activist Thomas Merton zei eens op een interreligieuze conferentie: ‘We zijn al één, we stellen ons alleen maar voor dat we dat niet zijn.’ Daarom nodigen we de mensen hier uit hun eigen denkbeelden en levenswijsheid naar voren te brengen. Dan leer je begrijpen dat jouw standpunten vaak met je eigen geschiedenis te maken hebben en ontdek je waarom bepaalde dingen voor een ander zo belangrijk zijn. Dat leidt tot verdieping.”

Heftige tijden voor scholen

Als onderwijsadviseur merkt Elsenaar dat er “heel veel heftigs op scholen af komt” door de maatschappelijke spanningen: ”Scholen moeten een visie ontwikkelen hoe ze leerlingen willen vormen voor deze samenleving. Docenten gaan vaak pas met elkaar praten na een incident op school, maar als je ze laat praten over hun bezieling, breng je ze dichter bij elkaar.

Ik praat liever over bezieling dan over identiteit. Ik zet liever een dikke streep door dat laatste woord. Een gesprek over identiteit is meestal zinloos. De een haakt af, de ander wil te veel zijn eigen punt maken. Docenten vormen samen de bedding waarin leerlingen opgroeien. Leerlingen spiegelen zich aan hen, als alternatieve rolmodellen. Als je dan op een school komt waar er een kloof bestaat tussen moslimdocenten en niet-moslimdocenten, zullen de moslimleerlingen die kloof ook meebeleven.

“Ik zet een dikke streep door het woord identiteit en praat liever over wat je bezielt”

Docenten blijken het waardevol te vinden om over bezieling te praten en elkaar beter te leren kennen. Dan sneuvelen veel simpele beelden van elkaar. Een lerares Frans met een hoofddoek vertelde hoe ze door haar oma is opgevoed die haar leerde: ‘Stel overal vragen over, neem niks zomaar voor waar aan.’ Zij stond heel dicht bij een docent maatschappijwetenschappen die atheïstisch was opgevoed en ook had geleerd om alles te bevragen. De eindconclusie was dat ze hun idealen over hun docentschap deelden. Dat zullen leerlingen voelen en zo kom je tot beter onderwijs.

Zeker als het om de islam gaat, vinden docenten het eng om in te gaan op vragen van leerlingen en soms is dat terecht. Een docent economie die zelf moslim is, kreeg de vraag van een leerling: ‘Mag je als moslim rente betalen?’ Zij wist natuurlijk dat ouders van andere leerlingen gewoon een hypotheek op een huis hebben en dus rente betalen. Zijn het dan geen goede moslims? Elkaar onderling de maat nemen maakt dit soort discussies gevaarlijk. De lerares zei daarom: ‘Ik leer jullie niet over de islam, maar over de Nederlandse economie.’

Ik merk dat moslimkinderen in Nederland weinig toegang hebben tot betrouwbare geloofsbronnen die ruimte bieden voor vragen en historische achtergronden. Een jongerenpastoraat voor moslims zou een goed idee zijn. Dan kunnen ze op een trotse manier moslim zijn in Nederland, met autonomie over hun eigen geloofsbeleving. Dat is hard nodig, want de leerlingen beseffen heel goed in een samenleving te leven waarin het geen pre is moslim te zijn. Hun identiteitsontwikkeling is dus heel gecompliceerd. IS-achtige bewegingen buiten dat uit door ‘duidelijkheid’ te bieden en te zeggen hoe je je een held kunt voelen als je je opoffert voor het goede doel, wat natuurlijk heel nobel klinkt voor leerlingen.”

Gebedstijden

Een anekdote tot slot. Elsenaar: “De eerste workshop die ik ooit voor volwassenen gaf, had als titel ‘Een dag is iets met gaten’. Die titel had ik ontleend aan een ontmoeting met de oude benedictijnse broeder Michael in Oosterhout. Toen ik zei dat ik het druk had, zei hij: vergeet niet, een dag is iets met gaten. Als jij die allemaal dichtstopt, krijg jij het benauwd.

“Een dag is iets met gaten. Als jij die dichtstopt, krijg jij het benauwd”

Zo’n klooster kent zeven dagelijkse gebedstijden, je kunt het zeven gaten noemen. Elk gebedsmoment heeft een eigen kleur; ze herinneren je aan datgene waaraan je trouw wilt zijn. Ieder gebedsmoment helpt je vrede te hebben met het onvoltooide. Dat is wat we nodig hebben: ademruimte. Die ruimte kunnen we samen creëren en ze brengt je dichter bij het christelijke verhaal. Als ik nog ooit een boek ga schrijven, zal de titel zijn: ‘Een dag is iets met gaten’.”

——–

Marcel Elsenaar en Loet Swart, Op reis in het land van geloven, KBS/Adveniat. (Tijdelijk niet leverbaar).

Kees de Groot, The liquidation of the Church, from Parochial Religion to Religion on Stage, Taylor & Francis Ltd. 200 blz., Ebook € 36,17 (hardcover € 119,-).

Claartje Kruijff, Leegte achter de dingen. Mijn zoektocht naar een betekenisvol leven, Ambo/Anthos ( 2016), 216 blz., € 18,99.

 

Marcel Elsenaar (1967) studeerde theologie in Utrecht en Amsterdam, was stafmedewerker van het Dekenaat Amsterdam en is nu partner bij Kadans Levensbeschouwing en cultuur waar hij projecten op het snijvlak van onderwijs, religie en samenleving begeleidt.

www.kadans.nl

Herbergen op je levensweg

Tempel van alledag

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*