Home » Columns » Mooie verhalen

Mooie verhalen

Dat het een jaar met mooie verhalen mag worden. Dat wensen wij u als redactie en medewerkers van de Bezieling van harte toe. René Grotenhuis zag het op tv en herkent het in het leven van alledag. Het draait niet om cijfers en rankings, maar om de verhalen daarachter. “Voor heel veel mensen bestaat het leven niet uit topprestaties. Ze doen hun werk voor de klas, in het verpleeghuis, als wijkagent op straat, als bouwvakker op de steiger. Zij zijn trots op de mooie verhalen die ze maken. De zuurstof waarvan ze leven”

Door René Grotenhuis

Ik heb de afgelopen dagen het Olympisch Kwalificatietoernooi voor het schaatsen op de winterspelen in Korea gevolgd. Erben Wennemars was een van de analisten van dienst en na afloop van het toernooi beantwoordde hij met Jeroen Stekelenburg vragen van kijkers. Aan het eind komt de (volgens Stekelenburg) onvermijdelijke vraag: hoeveel medailles gaan we halen in Pyeongchang? Wennemars antwoordt dat de 24 medailles van Sotsji niet geëvenaard laat staan verbeterd hoeven te worden, 12 tot 15 lijkt hem een mooi resultaat. Maar dan voegt hij daaraan toen: “Ik hoop vooral dat we mooie verhalen maken.” Deze Olympische Spelen zijn geslaagd, zegt hij, als we als team geopereerd hebben en er met al die verschillende commerciële ploegen met hun eigen belangen een mooi verhaal maken.”

Echt betekenis

Het trof mij omdat hij de Olympische Spelen als hoogtepunt van sportieve aspiraties niet vertaalt in goud, zilver en brons maar in ‘mooie verhalen’, in opereren als team door het overbruggen van verschillende belangen. Erben verwoordt daarmee wat echt betekenis geeft.

Voor heel veel mensen bestaat het leven niet uit topprestaties. Ze doen hun werk voor de klas, in het verpleeghuis, als wijkagent op straat, als bouwvakker op de steiger. Hun managers mogen pronken met rankings. Politici mogen trots wijzen op de groei van het bruto nationaal product of de daling van de werkloosheidscijfers. Mensen op de werkvloer ervaren dat niet als hun resultaten, ze delen er niet in. Zij zijn trots op de mooie verhalen die ze maken: Op de leerlingen in de klas die enthousiast raken over een natuurkundig verschijnsel of een geschiedenis verhaal. Op de bewoner van het verpleeghuis die tevreden aan zijn advocaatje met slagroom nipt op Nieuwjaarsdag. Op het contact met de hangjongeren van de wijk dat voorkomt dat ze afglijden. Op het teamwerk op de steiger als een lastige technische klus is geklaard. Mensen maken elke dag verhalen en dat is de zuurstof waarvan ze leven. Niet de hogere cijfers in de prestatie-indicatoren zijn datgene waar ze het voor doen. Die zijn niet van hen, maar van managers en bestuurders die elkaar graag de loef af steken.

Voor veel mensen valt het leven rond hun dertigste in de plooi: ze weten wat ze kunnen en wat ze zullen doen. Ze hopen dat ze het kunnen bijbenen als het gaat om technische vernieuwing of opgeschroefde efficiency. Dat moet nu eenmaal. Waar ze echt van leven zijn de verhalen die ze maken. Ik herinner me uit de staking van schoonmakers enkele jaren geleden hoezeer ik ontroerd werd door hun beroepstrots. Als ze ’s avond laat of ’s morgens vroeg in een stil kantoor soppen en dweilen is dat hun verhaal en de overtuiging dat hun werk, vaak ongezien, betekenisvol is.

Elfstedenkruisje

Premier Rutte heeft niet zoveel met verhalen, hij laat liever resultaten zien, waar mensen in hun portemonnee iets van merken. Als je iets van visie wilt, zei hij, moet je maar naar de oogarts.

Misschien zit hier wel de kern van de scheiding tussen de laag van bestuurders en managers en grote delen van de samenleving. Bestuurders en managers denken dat het om cijfers, procenten, marktaandelen en resultaten gaat en dat verhalen er niet toe doen. Voor veel mensen draait het in hun werk om verhalen die elke dag opnieuw gemaakt worden, die veel krachtiger zijn dan vijf plaatsen stijgen in de ranking of een half procent meer groei.  Natuurlijk doen resultaten ertoe. Als we in februari uit Pyeongchang terugkomen met nul medailles is het chagrijn en de zurigheid vast en zeker groot.

In dat vraag-en-antwoordspel maakte Wennemars zijn uitspraak over het belang van verhalen ook direct geloofwaardig. Als tijdens de Olympische Spelen de Elfstedentocht wordt gereden, zei hij, dan ga ik naar huis. Ik ga hier niet populair lopen doen voor de tv, als in Nederland zich dit hoofdstuk van mijn verhaal zou afspelen. Hij zal ergens in de massa rijden, niet winnen, maar het Elfstedenkruisje zal hij veel meer koesteren dan alle glamour en aandacht van de Spelen.

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*