Home » Columns » Weten we nog wel wat theologie is?
Claartje Kruijff, de nieuwe Theologe des Vaderlands

Weten we nog wel wat theologie is?

Er mag dan weer een nieuwe Theologe des Vaderlands verkozen zijn, nog wel in de Nacht van de Theologie. Toch is Erik Borgman er niet gerust op dat het goed gaat met zijn vakgebied. Er bestaan nogal wat misverstanden. Theologie is niet ‘denken over religie’, maar ‘religieus denken‘. 

Door Erik Borgman

Misschien word ik wel echt oud. Ik zag de titel van de lezing waarmee Janneke Stegeman afzwaait als theoloog des vaderlands. In de nacht van de theologie, afgelopen zaterdag, gaf zij het stokje over aan theologe Claartje Kruijff. ‘De traditie moet steeds van zichzelf bevrijd: Bevrijdingstheologie van witte mensen’, luidde die titel. Ik dacht niet spontaan aan Black Lives Matter [internationale beweging ontstaan in de Verenigde Staten in reactie op politiegeweld tegen Afro-Amerikanen – red.] of aan  wat maar geen worsteling met het Nederlandse slavernijverleden wil worden, maar wel zou moeten worden. Iets dergelijks is zonder twijfel Stegemans bedoeling. Maar mijn gedachten gingen terug naar de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, de tijd dat ik van student theologie theoloog werd.

Vergeten?

Ik werkte vanaf 1984 aan een proefschrift over verschillende vormen van bevrijdingstheologie, waaronder de zwarte theologieën zoals deze in de Verenigde Staten, maar ook in het onder het apartheidsregime levende Zuid-Afrika ontwikkeld werden. Deze dissertatie zou verschijnen als Sporen van de bevrijdende God. In 1987 organiseerde ik samen met twee collega’s een symposium onder de titel ‘Bevrijdingstheologie in West-Europa’. Zoals dat op de universiteit hoort, verscheen daarna onder dezelfde titel een bundel met de uitgewerkte referaten.

De discussie ging over vragen als: Wat betekent het dat wij leven in de westerse wereld en deel zijn van het systeem dat de onderdrukten produceert namens wie de bevrijdingstheologen willen spreken? Moeten wij vooral onze schuld belijden en naar hen luisteren? Of is het juist zaak om onderdrukking en bevrijding minder monolithisch te gaan zien en de scheiding tussen daders en slachtoffers te nuanceren? Zodat duidelijk is dat ook wíj bevrijding nodig hebben en naar bevrijding verlangen.

Het verbaast en verdriet mij – ik zei het al, ik word waarschijnlijk echt oud – dat de jonge generatie theologen hiervan niets lijkt te weten. Ik was toch echt de enige niet die zich met deze vragen bezig hield! Aan protestantse kant verscheen – om me hiertoe maar eens te beperken – van de hand van Theo Witvliet in 1984 Een plaats onder de zon, een overzicht van de verschillende vormen van bevrijdingstheologie en later datzelfde jaar De weg van de zwarte Messias, zijn dissertatie over de zwarte theologie in de VS.

Periferie

Dat ik bij de aankondiging van Stegemans referaat eerder aan het verleden dacht dan aan de toekomst, kwam ook omdat ik bezig ben met een inleiding voor een boek met niet eerder gebundelde teksten van Edward Schillebeeckx (1914-2009). Ze zijn geschreven tussen 1980 en 2000 en op de achtergrond staat de overtuiging die ook wordt uitgedrukt in Stegemans titel: de traditie moet steeds van zichzelf worden bevrijd.

Dat wil zeggen: bevrijd van de inperkingen die veroorzaakt worden door de eenzijdige samenstelling van de groep gelovigen die zich deze traditie op spraakmakende wijze toe-eigenen. Nieuwe groepen drukken ons op blinde vlekken. Zij maken duidelijk dat de ‘wij’ die in de theologie doorgaans aan het woord komt, niet zomaar ‘mensen’ zijn, maar witte westerse heteromannen met een academische positie. Zwarten maken ons ervan bewust dat wij wit zijn en zo vernieuwen zij de theologie. Dat is soms pijnlijk, maar toch zouden wij dat moeten toejuichen.

Binnen de rooms-katholieke kerk is dit weliswaar niet overal geaccepteerd, maar inmiddels wel een inzicht dat vanaf het hoogste niveau wordt verkondigd. Paus Franciscus heeft herhaaldelijk gezegd dat vernieuwing komt vanuit wat onder de heersende blik de marge heet, de periferie. Christenen zouden zich bij uitstek met deze marges moeten verbinden.

Schillebeeckx

Schillebeeckx verkondigde dit al vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw. Hij en wij noemden wat moest plaatsvinden ‘ideologiekritiek’, naar de marxistische mode van die dagen. Maar het ging Schillebeeckx, en het ging mij als zijn leerling, ook toen al om nog iets anders.

Want als de traditie steeds opnieuw van zichzelf moet worden bevrijd, in welke zin kunnen wij dan toch nog van eenzelfde traditie spreken? Als de nadruk op de breuken komt te liggen, waar moeten we dan de continuïteit lokaliseren? In welke zin kunnen hedendaagse christenen zeggen nog altijd te geloven in Jezus van Nazaret als de Gezalfde van God en leven in de Geest die hem bezielde?

Het antwoord waarnaar Schillebeeckx een beetje stribbelend op weg was en dat de bevrijdingstheologen expliciet gaven, luidt: er is continuïteit omdat de levende Christus en de goddelijke Geest niet alleen in de verkondiging van de traditie aanwezig zijn, maar zich – bij uitstek zelfs – ook manifesteren in het verzet tegen lijden, onderdrukking en uitsluiting.

God om God verlaten

Het gaat erom dat wij God om God verlaten, schreef de heilige Vincentius a Paulo (1581-1660) al: wie het gebed verlaat om de armen te dienen, verlaat God zoals Hij aanwezig is in de liturgie, voor God zoals Hij aanwezig is bij de armen.

Dit serieus nemen betekent een revolutie in de theologie, maar ook een theologische revolutie. Vriend en vijand labelen de kritiek op de heersende theologie sinds de jaren zestig van de vorige eeuw doorgaans vanzelfsprekend als komend vanuit de seculiere wereld. Dit is vaak in zoverre terecht dat deze kritiek niet uit de kerk komt, maar het is in theologische zin ten onrechte. Een latere volgeling van Vincentius a Paulo, de zalige Frédéric Ozanam (1813-1853), heeft in dit verband gesproken van ‘overlopen naar de barbaren’. De kerk wordt niet zelden door de Geest aangesproken in de gedaante van een kritiek die gezworen vijanden haar toevoegen.

Fundamentele theologische denkfout

Het feit dat ook theologen deze point missen heeft ertoe geleid dat de theologie in Nederland vrijwel verdampt is. Theologie wordt gezien als binnenkerkelijke ideologie. Wie religie wil bestuderen op een manier de maatschappelijk relevant is, moet religiewetenschappen gaan studeren, zo is de gangbare gedachte. Alsof het onze eerste opgave zou zijn om over religie na te denken. Wat mij betreft is dit een fundamentele theologisch denkfout. Het is niet alleen zaak dat wij over religie nadenken, maar bovenal dat wij religieus denken. Ik zal niet ophouden dit tegendraads geluid te blijven verkondigen. Al zal dat de situatie voorlopig niet veranderen.

Is het ondertussen erg dat geloof eenzijdig wordt geïnterpreteerd als maatschappelijk engagement of als persoonlijke troost, en theologie wordt omgevormd tot kritische theorie van de religie? Ja in de zin dat hiermee een hele denktraditie in de vergetelheid dreigt weg te zinken. Neen in de zin dat God er ook nog bij blijft als Zij anoniem blijft. Maar ja in de zin dat hiermee het besef verloren dreigt te gaan dat wij hoe dan ook gedragen worden en het genade is wanneer onze plannen worden weersproken en doorbroken. Ook al zijn die plannen nog zo goedbedoeld en menslievend.

Want dat is en blijft wat mij betreft het laatste: ‘Niet wat ik wil, maar wat Jij wilt’.

Print Friendly, PDF & Email

1 reactie

  1. Tegen de visie van Borgman en Stegeman is op zich weinig in te brengen. Aan hun theologisch waarnemen, reflecteren en denken gaat echter altijd iets vooraf dat helaas meestal wordt vergeten of weggemoffeld: de bevestiging (door Jezus en medemensen) van het individu als een goed, ja als een geliefde zoon/dochter van de Allerhoogste, die ons als eerste heeft liefgehad toen Hij/Zij ons als mens in het bestaan riep. Dat is de basis, de ultieme waarheid die wij als christenen geroepen zijn om allereerst zelf voelbaar/tastbaar te beleven, te verkondigen door ze anderen te doen ervaren. Dáár moet het religieus denken dus ook steeds weer beginnen. Bij: hoe komen we uit bij die ultieme waarheid over ons echte wezen, over wie wij echt zijn (een geliefd kind van God) en pas daarna: hoe krijgen wij de Zacheüssen (Luc. 19, 1-8) van deze wereld (de armen, buitengesloten mensen c.q. verschoppelingen inclusief diegenen die zichzelf hebben buitengesloten door wangedrag) uit hun spreekwoordelijke boom of schuilplaats/bunker? Hoe halen en houden we ze binnen de mensengemeenschap? (De volgorde in Jezus’ gang – zie bijv. Mat. 17 – kan men hiervoor als exemplarisch beschouwen: pas na een nacht in diep gebed, of communio met God, plus zijn gedaanteverandering, daalde Hij af naar zijn leerlingen, en vervolgens naar de wachtende schare eenvoudige lieden die erop wachtten om tot waarachtig geestelijk leven gewekt te worden!)
    Voor ons geldt daarom, dat wij eerst zelf ook die bevestiging van Gods-, c.q. liefdeswegen hebben ervaren én geïnternaliseerd. Is dat niet zo, dan komt men niet verder dan blabla: woordenspel voor de intellectuele elite c.q. intellectualisme. Daarvoor is Gods zoon echter geen mens geworden. Het Evangelie volgens Lucas geeft in hoofdstuk 19 vers 10 ons het antwoord:”De Mensenzoon is ( ) gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.” Dus niet om ten behoeve van de ‘verloren lopende schapen’ de maatschappelijke structuren aan te klagen én te veranderen, maar om elk van die verloren zonen en dochters weer op het goede pad naar wel-zijn en echt geluk te zetten. M.a.w. hen bestand te maken tegen de wisselvalligheden en tegenslagen van het aardse leven.
    Mij dunkt dat de katholieke/christelijke theologie allereerst die psychologische/spirituele Weg (van Christus) zou moeten blijven verkennen en verkondigen naar hoe wij mensen worden die “God zien” (ervaren) opdat wij vervolgens Gods handen en voeten zullen worden in een wereld die structureel gedoemd is een gebroken wereld vol gebroken en lerende mensen te zijn, en nimmer het paradijs op aarde.

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

*