Home » Columns » Wie ben ik? – Identiteit is én persoonlijk én gemeenschappelijk
Jongens moeten weer meer jongens mogen zijn.

Wie ben ik? – Identiteit is én persoonlijk én gemeenschappelijk

Jongentjes  moeten weer meer jongentjes mogen zijn, vertelt ons de Sire campagne. Tegelijk hecht het hedendaagse denken sterk aan geslachtsneutraliteit in het publieke domein. We willen niet graag in hokjes denken van typisch man of vrouw, typisch hetero of homo. Er is veel ongemak waar het publiekelijke spreken raakt aan het private. Toch is identiteit altijd én persoonlijk én gemeenschappelijk, betoogt René Grotenhuis. Het christelijk sociaal denken is zich daar goed van bewust.

Door René Grotenhuis

De afgelopen tijd trokken twee gebeurtenissen mijn aandacht die gaan over identiteit in het publieke domein. De eerste was de aankondiging van de gemeente Amsterdam en NS om niet meer te spreken over ‘dames en heren’, maar over ‘inwoners’ en ‘reizigers’. In het huidige denken over seksuele identiteit past het niet langer om te spreken in de twee klassieke categorieën van mannen en vrouwen. Iedereen beleeft zijn of haar seksuele identiteit op een andere manier en we hebben meer oog gekregen voor de fluïditeit ervan. Bovendien, zo benadrukten Amsterdam en de NS, doet je seksuele identiteit er niet toe in het contact van gemeenten en spoorbedrijf.

De tweede gebeurtenis betrof de Sire campagne die uitdraagt dat jongens meer ruimte moeten krijgen om in een specifieke jongensstijl op te groeien. Opvoeders doen er goed aan ruimte te maken voor de eigen wijze waarop jongens leren, sociale relaties aangaan, zichzelf manifesteren en verwerkelijken. Critici van de campagne vinden het een stap terug in het proces van emancipatie van meisjes en vrouwen en vrezen dat het jongens bevestigt en opvoedt in de klassieke (en dus patriarchaal onderdrukkende) mannenrol. Bovendien, zo was het commentaar, doet het alsof alle jongens dezelfde stijl hebben van leven en gedragen en behoefte hebben aan dezelfde ruimte. Er zijn ook jongens die die behoefte niet hebben en meisjes die die behoefte juist wel hebben.

Ongemak

Beide gebeurtenissen bevestigen nog eens het belang dat identiteit heeft in het publieke debat en sluiten aan bij het debat in de verkiezingscampagne van begin dit jaar over de Nederlandse identiteit. We weten niet meer zo goed wie we zijn en vooral in het publieke en politieke domein is er veel ongemak om daarover te spreken.

Daarbij stuiten we op twee dilemma’s.  Het eerste is dat we pendelen tussen enerzijds de behoefte aan publieke erkenning en anderzijds de wens om identiteit vooral als iets persoonlijks en privé te laten zijn. Groepen die zich niet in het klassieke man-vrouwschema herkennen willen maatschappelijke en politieke erkenning van hun identiteit als afwijkend van het klassieke heteroseksuele man-vrouwpatroon (zie de Amsterdamse Canal Parade van afgelopen weekend). Tegelijk willen we die identiteit zoveel mogelijk uit het publieke domein weren door functionele en instrumentele aanspreektitels te kiezen zoals burger en reiziger.

Het tweede dilemma is dat we in ons individualistisch mensbeeld niet meer vereenzelvigd willen worden met een algemene groep: we hechten eraan te benadrukken dat we als individu niet samenvallen met algemene beschrijvingen. Tegelijkertijd ontstaat de waarde van onderzoek en beleid alleen als we in staat zijn in algemene en samenvattende begrippen te spreken over groepen mensen. Dan pas ontstaat er een grond voor beleid ten aanzien van migranten, vrouwen, homo’s, laag opgeleiden, vluchtelingen. Ze hebben allemaal een ander verhaal, maar dan pas, in de algemeenheid, wordt het mogelijk hun specifieke positie maatschappelijk zichtbaar te maken en er iets aan te doen.

Christelijk sociaal denken

Het christelijk sociaal denken is zich altijd heel goed bewust geweest van de spanning tussen de gemeenschap en het individu. Het christelijk mensbeeld is altijd overtuigd van de waarde en waardigheid van het individu: we zijn ieder voor zich unieke mensen, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Daarom heeft het christelijk sociaal denken zich altijd verzet tegen totalitaire systemen die mensen reduceren tot pionnen op het schaakspel van de geschiedenis. Maar tegelijk is in dat christelijk mensbeeld de mens altijd deel van de gemeenschap: wij hebben anderen nodig en anderen hebben ons nodig en jezelf in vrijheid wegcijferen in navolging van Christus is een hoge deugd. Individu en gemeenschap zijn er altijd allebei en ze zijn er ten volle. Christelijk sociaal denken is geen compromis waarbij beide voor de helft meetellen.

Het debat over identiteit is voorlopig niet van de maatschappelijke en politieke agenda. De dilemma’s die zich daarbij voordoen tussen publiek en privé, tussen individu en gezamenlijkheid, laten zich niet oplossen, niet in radicale keuzen voor het een of het ander. Het is geen zero-sum game waarin het een ten koste gaat van het ander. Het is ook geen halfslachtig compromis: identiteit is ten volle zowel publiek als privé, zowel individueel als gemeenschappelijk. Daar ligt volgens mij de grootste uitdaging in het identiteitsdebat van de komende tijd.

 

René Grotenhuis »Lees ook andere artikelen van René Grotenhuis

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*