Home » Columns » Ondanks ‘100 jaar onderwijsvrijheid’ is christelijke visie op onderwijs ver te zoeken
Visie op onderwijs, vanuit christelijke hoek, is hard nodig.

Foto Atelier Pro - Lorentzschool, Leiden

Ondanks ‘100 jaar onderwijsvrijheid’ is christelijke visie op onderwijs ver te zoeken

Dat de vrijheid van katholiek onderwijs ooit is bevochten, spreekt nog maar weinigen tot de verbeelding. Natuurlijk de situatie is grondig veranderd ten opzichte van 1848 en 1917 om maar twee relevante jaartallen te noemen.  Maar het gebrek aan visieontwikkeling op onderwijs vanuit katholieke en protestants-christelijke hoek is opvallend en problematisch, vindt Erik Borgman. Enkel volgzaamheid aan de minister van onderwijs kunnen we ons niet permitteren.

Door Erik Borgman

We gedenken volgend jaar niet alleen vijfhonderd jaar reformatie. In Nederland markeert 2017 ook honderd jaar onderwijsvrijheid. Nu was het geven van onderwijs ook al vóór 1917 vrij, om precies te zijn vanaf 1848, het jaar waarin de Grondwet van Thorbecke van kracht werd. Maar sinds 1917 wordt het onderwijs aan scholen die les geven volgens een specifieke religieuze of levensbeschouwelijke visie ook volledig door de overheid betaald, evenals het openbaar onderwijs waar de overheid direct verantwoordelijk voor is.

Artikel 23 van de Nederlandse Grondwet stelt vast dat ‘onderwijs dat aan de bij de wet te stellen voorwaarden voldoet, … naar dezelfde maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd’ dient te worden. Alle scholen, moeten aan dezelfde deugdelijkheidseisen voldoen, maar de wijze waarop het onderwijs is ingericht is aan de school. Ouders mogen vrij kiezen naar welke school zij hun kinderen sturen. Als ze de school van hun gading niet kunnen vinden, kunnen zij zichzelf verenigen en een school oprichten.

Ervaringsdeskundige

Op een manier die ik niet goed meer kan reconstrueren, ben ik tamelijk sterk betrokken geraakt bij de discussie over de toekomst van het bijzonder onderwijs. Nu kan ik mijzelf in ieder geval een ervaringsdeskundige noemen. Ik heb al mijn onderwijs genoten aan instellingen voor katholiek onderwijs, van de Sint Jan de Doperschool in Amsterdam-West tot aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Ik werkte aan de Nijmeegse universiteit toen deze besloot zichzelf naar Sint Radboud te vernoemen en ben sinds 2007 in dienst van Tilburg University, waarvoor de Stichting Katholieke Universiteit Brabant verantwoordelijk is.

Worstelen

Ik weet dus ook van nabij hoezeer katholieke scholen worstelen met de betekenis en de relevantie van hun katholieke identiteit. En hoe lang al. Ik was me er, door mijn Randstedelijke context,  altijd wel van bewust dat de vrijheid om een katholieke school te stichten en als leerkracht op zo’n school ook fatsoenlijk betaald te krijgen, bevochten was. Maar het belang van die vroegere strijd werd gaandeweg onduidelijk toen de samenstelling van de scholen veranderde. De tijd dat vrijwel alleen katholieke leerlingen op katholieke scholen zaten en daar in principe alleen katholieke docenten lesgaven, ligt ver achter ons.

Op mijn middelbare school leidde deze verandering tot interessante situaties. Er was een spraakmakende groep jonge docenten die zichzelf atheïst noemde, maar er was ook een docent godsdienst die ons in de bovenbouw de kans gaf de vragen die zij uitlokten serieus te nemen. Maar bij inrichting of vormgeving van het onderwijs als zodanig werd nooit een beroep gedaan op de katholieke identiteit.

Op het eerste gezicht is het wellicht vreemd, maar tegenwoordig kunnen de meeste katholieke middelbare scholen beter hun katholieke identiteit verwoorden dan toen ik in 1976 de middelbare school verliet. Waarden als respect voor ieders eigenheid en verantwoordelijkheid voor de gemeenschap worden – terecht – in verband gebracht met de traditie van het Katholiek Sociaal Denken. Maar wat deze waarden nu precies voor consequenties hebben in het concrete onderwijs, blijft vaak in het midden.

Visie

In visie- en missiestatements van katholieke scholen verwijst men vaak naar algemeen gedeelde waarden die men dan verbindt met de specificiteit van de katholieke traditie. Het omgekeerde gebeurt hoogst zelden. Vrijwel nooit wordt er een specifieke katholieke variant voorgesteld van een door het ministerie gepropageerd onderwijsdoel. Sterker nog, de meeste personeelsleden en de meeste bestuurders van katholieke scholen zien het niet als hun taak een eigen visie te ontwikkelen op de rol van onderwijs bij – bijvoorbeeld – integratie, of op persoonsontwikkeling van leerlingen in het spanningsveld van individu en gemeenschap. Katholieke scholen besteden feitelijk veel aandacht aan het onderhouden van een gemeenschappelijke cultuur waarin iedereen thuis is en niemand zich buitenstaander hoeft te voelen. Maar een uitgewerkt programma op basis van de katholieke traditie is er doorgaans niet.

Katholieke scholen verdedigen zich meestal met een variant van de uitspraak van Sint Ignatius van Loyola (1491-1556) dat liefde zich meer moet uiten in daden dan in woorden. Zij markeren hiermee naar eigen gevoel niet zelden een verschil met protestants-christelijke scholen die gemakkelijk woorden gebruiken die in katholieke oren groot klinken. Dit kan mensen gemakkelijk  afstoten, en daarom in de ogen van veel katholieke bestuurders averechts werken. Het gaat volgens hen immers om een zo inclusief mogelijke gemeenschap waar leerlingen en leraren optimaal tot bloei kunnen komen.

Toch begint het gebrek aan een specifieke visie op onderwijs bij katholieke – en mutatis mutandis ook bij protestants-christelijke – scholen en het gezamenlijke katholieke en christelijke onderwijs problematisch te worden. Het reduceert vrijheid van onderwijs tot de vrijheid van de bestaande scholen om te doen wat nodig is om op de huidige onderwijsmarkt succesvol te zijn.

Fundamenteel debat

Maar we hebben dringend iets heel anders nodig. Ondanks alle verzet dat er in Nederland is tegen een te grote bemoeienis van de staat met de inhoud van het onderwijs, lijkt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het monopolie te hebben op visieontwikkeling. Waarom heeft Verus, de vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs, geen eigen visie ontwikkeld op de toekomst van het onderwijs en op de bijdrage van het onderwijs aan de toekomst, toen de minister een commissie instelde om na te denken over ‘Onderwijs 2032’? Hebben we dan geen fundamenteel debat nodig over de vraag wat goed leven betekent en hoe jonge mensen op de toekomst moeten worden voorbereid? We kunnen ons in mijn ogen de volgzaamheid in onderwijsland niet permitteren.

Ik hoop dat de herdenking van een eeuw onderwijsvrijheid niet blijft steken in triomfantelijk terugkijken. Onderwijsvrijheid is inderdaad van groot belang, maar dan moet het wel gebruikt worden. Laten we niet verzanden in het uitleggen en behouden van de gevonden juridische regeling – die overigens indertijd het resultaat was van een politiek compromis tussen socialisten en confessionelen. Laten we er opnieuw actief vorm aan gaan geven. Ignatius van Loyola heeft gelijk: ‘de liefde moet zich meer uiten in daden dan in woorden’.

 

 

erik_borgman nw2 » Lees ook andere artikelen van Erik Borgman

 

 

Print Friendly, PDF & Email

1 reactie

  1. In mijn opleiding gedurende de jaren zestig van de vorige eeuw werd ik ‘gevormd’ door een zeer katholiek bevlogen pedagoog, psycholoog en filosoof – later zelfs professor aan het grootseminarie van Rolduc – dr. Frans J.W. Verkooijen (1910-1984). (Iets ervan kunt U nalezen in het gedenkboek “Opleiding in de spiegel – kweekschool pedac pabo roermond 1961 – 2009”, red. Pierre Bakkes, 2012.) Hij legde de nadruk van de katholiciteit van het onderwijs dat wij geacht werden te gaan geven vooral bij twee zaken: humanisering en hominisering, ofwel mens-zijn c.q. menswording Gode gelijk enerzijds en verinnerlijking/verinniging (al je zintuigen betrokken) anderzijds. Jij, de kinderen moesten er goed aan toe zijn; op hun best. Wat we aanboden moest ook op zijn best zijn. (De ideale stad en samenlevingsopbouw, de ideale inrichting van de arbeid, ideale kunst – kathedralenbouw met Dom Bauhütte; zie P. Cuijpers – en cultuur, heiligen enz. Feitelijk dus bij de ideale tijd, die de 13e eeuw nabij kwam.) Waarom? Omdat dit zou zorgen voor de beste aarding en verworteling (geestelijk én fysiek) van de mens in natuur en cultuur op een bepaalde, redelijk stabiele plek, i.c. ook in de katholieke kerk en haar cultus en cultuur. Hoe dat vervolgens dagelijks moest en kon worden gerealiseerd in de zestiger jaren en later te midden van het steeds sterker op weerbaarheid en nutsoptimalisatie gerichte onderwijs, in een steeds meer multiculturele en multireligieuze c.q. ontkerstende en seculier wordende samenleving, was voor ons een (te) grote vraag, zodat er (vrees ik) door de bank genomen later weinig van terecht is gekomen. Onderwijsvrijheid is ook sinds de jaren zestig al te zeer ingeperkt, gereglementeerd, in van bovenaf gedropte onderwijskundige concepten vervat, en op werkelijk meetbaar effect en profijt gecontroleerd door ouders en Inspectie. Voor een moderne Friedrich Fröbel of Célestin Freinet enz. is vrijwel nergens meer plaats tenzij op een afgelegen plek in Tirol of Tibet. Toch bleef die wezenlijke katholiciteit zoals mijn leermeester die ooit aan ons meegaf, bezighouden. Dat teruggrijpen op die z.g. ideale maatschappij van de 13e eeuw – de kerk heeft er in reactie op de Verlichting ook tot begin 20e eeuw lang aan vastgehouden! – kan men gevoeglijk buiten beschouwing laten. Humanisering (verwondering) en hominisering (innigheid) evenwel niet; voor gebed, meditatie, overweging, aanschouwing, beschouwing en proeven op de tong of met de handen en huid van e.e.a. in stilte en met bewondering plus verwondering moet ruimte te maken zijn, al blijft de verlangde stilte en de te gebruiken taal wel een probleem in de context van een zeer drukke, ik-gerichte multiculturele schoolpopulatie. Leg dat concept dus maar eens uit aan de gemiddelde ontwortelde leraar, ouder enz. van vandaag? Ik kan het niet, want daarvoor moet je toehoorder zelf ook innerlijk stil worden en optimaal luisterbereid zijn. De meeste mensen zijn dat hier en nu zelden. Tijd is bovendien geld, en alles moet in afgemeten sound bites, dus …. Als U meer wilt weten ov er de eerder genoemde opmerkelijke visie op de katholiciteit van het onderwijs, zou U eens contact kunnen opnemen met de oudste dochter van mijn leermeester, emeritus hoogleraar aan de UVA, prof. dr. Marita Mathijsen-Verkooijen. Zij kan U vast meer vertellen, want kent haar hooggeleerde en zeer spirituele vader zaliger natuurlijk veel beter dan o.g. en heeft bovendien de gave van het woord meegekregen, van huis uit. Succes.

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*