Home » Columns » ‘Alleen met lege handen kun je werkelijk geven’

‘Alleen met lege handen kun je werkelijk geven’

“Wij zijn allemaal ontvangers”, zegt Erik Borgman. “De wereld is een plaats, niet allereerst van tekorten, maar van gaven. Daarom kunnen ook wij geven en zelf gaven zijn.” De kerken en haar maatschappelijke organisaties lijken zich in een uitzichtloze situatie te bevinden. Maar als het hen gegeven wordt de ontvankelijkheid weer te ontdekken, is er hoop.

Door Erik Borgman

We zaten bij elkaar met een groepje bestuurders van katholieke organisaties. Zij wilden zich bezinnen, op hun plaats in hun organisatie, op de plaats van hun organisatie in de wereld, op hun relatie met de katholieke traditie. Vrijwel allemaal deelden zij aan het begin van de bijeenkomst een persoonlijk verhaal dat diep ging. Het getuigde van een geloof dat zij op een bepaalde manier zelf niet begrepen. Zij konden wel uitleggen hoe dit geloof ontstaan was en duidelijk maken wat het voor hen betekende, maar ze konden het niet rechtvaardigen of onderbouwen.

Met voetnoten praten

Dat was ongemakkelijk. Bestuurders zijn gewend erop te worden aangesproken dat zij in control zijn. Dat zij kunnen uitleggen waarom de keuzes die zij maken goed zijn en de verhoopte resultaten haalbaar. Toch gebeurde nu niet wat ik vaak wel meemaak: niemand ging, wat ik noem, met voetnoten praten. Dan relativeer je alles wat je zegt onmiddellijk weer. Bijvoorbeeld: ‘Ik zet mij ervoor in dat mensen gelukkig zijn, maar dat is natuurlijk een veel te hoge ambitie.’ Of: ‘Rechtvaardigheid is voor mij heel belangrijk, maar ik weet dat dit onbereikbaar is.’ Zulk soort zinnen.

Die kwamen nu dus niet. Verschillenden zeiden dat ze willens en wetens als bestuurder een buitengewoon moeilijke taak op zich hadden genomen. Het is revitaliseren of sterven, zeiden sommigen zelfs, en ik wil dat sterven niet zomaar laten gebeuren. Niet zonder slag of stoot. Pater Frans van der Lugt (1938-2014) werd aangehaald. Hij wilde niet weg uit het belegerde Homs, vanwege de vierentwintig christenen die hij onder zijn hoede had. En zelfs als er geen christenen meer zouden zijn, dan had hij nog niet terug gewild, getuigde hij. Hij was er voor Syrië. De weigering te vertrekken zou, zoals bekend, tot zijn dood leiden.

Onvoorwaardelijk

Dat hij er voor Syrië is, zegt Frans van der Lugt in een filmpje dat op YouTube te vinden is. Zonder uit te leggen wat hij daarmee bedoelt. Hij vertelt niet welk verschil zijn aanwezigheid dan maakte, wie daar wat aan had en waarom dat het risico dat hij nam waard was. Heel anders dus dan waar bestuurders zich toe gedwongen voelen, maar dat werd juist gewaardeerd: geen gekruidenier, maar onvoorwaardelijkheid. Ook Herman Finkers wordt met ere genoemd, omdat hij in het openbaar en desnoods onder hoongelach de verguisde logica van het geloof presenteert. Hij zingt er onbekommerd over: ‘Ik zat in een tv-program, een soort van kruisverhoor’. Wie het niet kent, kan het hier beluisteren.

Ik was blij met het inzicht van de bestuurders in hun eigen onthandheid. “Alleen met lege handen kun je werkelijk geven”, heeft Van der Lugt gezegd, “doorgeven zonder dat de ontvanger zich de mindere hoeft te voelen, agressief hoeft te worden of onderdanig hoeft te zijn.” Je bent dan immers zelf ook willens en wetens een ontvanger, je weet je net zo afhankelijk als de ander van wat gegeven wordt.

Ontvankelijkheid

Natuurlijk verlangde de bestuurders naar schatten die door hun organisaties konden worden uitgedeeld. En die hebben ze. Het doorleefde inzicht namelijk dat wij allemaal principieel ontvangers zijn, dat is vandaag de dag de belangrijkste schat van de katholieke traditie.

Wij worden geplaatst in situaties waarin wij in overmaat ontvangen. De wereld is een plaats, niet allereerst van tekorten, maar van gaven. Daarom kunnen ook wij geven en zelf gaven zijn. Of liever: De wereld is de plaats waar wij al gave zijn, en waar wij ons erop kunnen toeleggen het nog meer te worden. Lange tijd onttrokken wij onze armoede aan het zicht en verleerden we onze ontvankelijkheid. Daar hebben we niets aan, dachten we blijkbaar. Het gaat erom dat we weten hoe uit te delen. Het bracht de kerk en de met haar verbonden maatschappelijke organisaties in de – in veler ervaring – haast uitzichtloze situatie waarin zij nu verkeert.

Maar als het bestuurders gegeven wordt de ontvankelijkheid weer te ontdekken, is er hoop.

 

Print Friendly, PDF & Email

1 reactie

  1. Petrus van G.

    Pijnlijk moeilijke woorden hierboven waar een simpel mens geen chocola van kan maken. Waarom niet gewoon terug naar de christelijke geloofstraditie waarin Jezus Christus het centrum is van aandacht, liefde, vertrouwen, dank enz.: Bron van alle Leven? Een mens is – en dat weten we al minstens tweeduizend jaar! – alleen tot werkelijk geven in staat als hij/zij (in overdrachtelijke zin beschouwd) lege handen heeft, ofwel zijn ego, sores, behoeften enz. los- c.q. thuislaat. Letterlijk: de handen vrij heeft. En dat bereik je alleen door herhaald momenten van echt liefhebben te leren kennen en koesteren, en dus de ervaring te hebben opgedaan (en zich te herinneren als men wil) om echt bemind te zijn. Mensenliefde is echter breekbaar, corrumpeert soms ook. Met onze liefde tot de levende Christus is dat anders, die raakt nooit op of uitgeput. Daarom zeggen psalmist en profeten:’Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt, die steunt op een schepsel en zich afkeert van Jahwe.’ (Jer. 17, 5) ‘Beter is het te gaan tot de Heer, dan op een mens te vertrouwen’. ‘Vertrouwt op geen vorst ( ) Hij kan het geluk niet schenken. Gelukkig wie hulp zoekt bij Jacobs God, zijn hoop stelt op God de Heer.’ (Ps. 118 en 146) Jezus en God leven. Dat is de rots waarop wij mogen bouwen. En wat geven zij? Geborgenheid, ‘wortels’, bevestiging: innerlijke ruimte, vrede en rust. Laat ons dus vooral werken aan ‘Open Handen’ door een levende band met de Heer, Jezus, Maria enz.

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*