bestnyescorts.com Manhattan Escorts girllookup.com Long Island Escorts
Home » Ekklesia's » Augustijns Centrum de Boskapel Nijmegen: God huist in mensen, niet in instituten

Augustijns Centrum de Boskapel Nijmegen: God huist in mensen, niet in instituten

Al sinds de jaren zestig kiezen sommige katholieke gemeenschappen voor een ‘vrije opstelling’, los van de officiële kerkelijke structuren. De Boskapel in Nijmegen heeft die onafhankelijke status pas sinds 2009, maar in de jaren zestig was zij al een ‘liturgische experimenteerplaats’. “Mensen komen vooral naar de vieringen om persoonlijk gevoed te worden.”

Door Theo van de Kerkhof

Boskapel in het kort

Vieringen: wekelijks, iedere zondag

Bezoekers van vieringen: 100

Vrijwilligers: 100

Werkgroepen: De gemeenschap heeft meer dan 20 werkgroepen, gerangschikt onder de thema’s: vieren, leren, dienen, gemeenschapsopbouw

Financiën: de gemeenschap beschikt over een eigen vermogen uit reserves, en brengt verder zelf alle inkomsten bijeen (begroting: 100.000 euro per jaar)

Betaalde beroepskrachten: 1 fte, één pastor.

Organisatievorm: stichting

Relatie rk kerk: onafhankelijk, sinds 2009

Kernuitspraak: De Boskapelgemeenschap kenmerkt zich door openheid voor ontwikkelingen van deze tijd. Zij zoekt naar bij de tijd passende religieuze woorden en symbolen. De gemeenschap leeft vanuit de Augustijnse spiritualiteit waarin gastvrijheid, vriendschap en bezinning voorop staan.

 

Ontstaansgeschiedenis

Je kunt het je vandaag de dag bijna niet meer voorstellen, maar begin jaren zestig wezen de Nederlandse bisschoppen enkele parochies en gemeenschappen aan als liturgische experimenteerplaatsen. De Boskapel, een gemeenschap rond het klooster van de paters augustijnen aan de Graafseweg in Nijmegen, was zo’n experimenteerplaats.

Nog voor de Boskapel in 2009 onafhankelijk werd, had zij al een traditie van vrijheid. Voorzitter Antoinette Meys: “Gemengde huwelijken, doopplechtigheden die elders niet konden, uitvaarten op een eigen manier. Het kon hier allemaal. Daarbij komt dat kloostergemeenschappen als die van de augustijnen kerkrechtelijk een wat andere status hebben dan een parochie. Zij vallen direct onder het gezag in Rome en niet onder een bisdom. Ook dat gaf de Boskapel van begin af aan een zekere vrijheid.”

“De spiritualiteit van Augustinus en de geest van het Tweede Vaticaans concilie pasten ook goed bij elkaar”, vult pastor Ekkehard Muth aan. “Het is een geest van ‘samen op weg naar God’.

Maar tijden veranderen: al in 2000 werd voorzien dat de augustijnen de kapel uiteindelijk niet in stand zouden kunnen houden. Voor pastor Joost Koopmans, jongste augustijn van Nederland, zou bij zijn pensionering geen opvolger zijn. Vanaf 2006 is de gemeenschap een traject van verzelfstandiging ingegaan. In 2009 trokken de laatste augustijnen weg uit het naast de kapel gelegen klooster. Klooster en kerk werden verkocht. Daarmee kreeg de verzelfstandiging van de gemeenschap definitief haar beslag.

Band met rk kerk

Nu is de kapel, als gebouw, eigendom van een fusiegemeente van twee gereformeerde kerken en huurt de Boskapelgemeenschap de ruimte voor haar diensten en activiteiten. Het bisdom Den Bosch zag na het vertrek van de augustijnen geen mogelijkheid de gemeenschap onder haar hoede te nemen: “In tijden waarin parochies fuseren of worden opgeheven, ga ik geen nieuwe parochie stichten”, was het argument van bisschop Hurkmans. En daarmee werd de kapel die in 1963 was ingewijd door mgr. Bluyssen in 2010 officieel ‘onttrokken aan de liturgie’.

Muth: “De bezoekers zullen er weinig van gemerkt hebben, want de gemeenschap ging gewoon verder in dezelfde geest als de jaren daarvoor. Formeel zijn we geen rooms-katholieke kerk meer, maar we staan nog steeds in de katholieke traditie. Niet geldig, wel waarachtig. Wij zetten de traditie van experimenteerplaats voort. Wij staan in de brede stroom van de katholieke kerk. Of anderen ons nu wel of niet als deel van de kerk zien, is uiteindelijk hun probleem.”

Meys: “Wij hebben ons niet losgemaakt van de kerk en er is ook nooit een conflict geweest. Wij wilden doorgaan met wat hier leefde en daar is deze vorm, een onafhankelijke stichting, voor gevonden.”

Vieringen

Muth: “We viering hier zondags eucharistie en zo noemen we dat ook. Alleen gaat er geen gewijde priester voor. De eigenlijke instellingswoorden in het tafelgebed worden door de gemeenschap gezongen of uitgesproken. De consecratie gebeurt heus wel, dat hangt niet af van een poppetje dat voor de gemeenschap staat. Dat laten we aan Onze Lieve Heer zelf over. Dat gaat zo heel goed. Mensen zijn ontroerd dat ze aan dat bijzonder moment van consecratie mogen deelnemen. En dat past ook goed binnen de augustijnse spiritualiteit: God licht op in mensen, niet in een instituut. Verder zitten wij natuurlijk niet vast aan de enkele goedgekeurde tafelgebeden, maar gebruiken we een hele reeks van gebeden. Niet dat er hier zo’n gekke dingen gebeuren. De opbouw is verder heel klassiek. “

Pastor Muth gaat vrijwel iedere zondag voor in de dienst. Maar soms is er een agapèviering voorbereid door en onder leiding van een voorgangersgroep uit de gemeenschap zelf. In plaats van brood en wijn, wordt er dan brood en honing gedeeld. Een restje Roomse volgzaamheid?

Meys: “Het is een erfenis van de orde van augustijnen die graag dat onderscheid zagen. Het is een beetje een compromis, waarover ook wel discussie is. Sommigen zeggen: ‘De symbolen zijn toch brood en wijn, en niet brood en honing. We hebben toch zeker geen toestemming nodig om met de eigenlijke symbolen onze viering te vieren?’ Maar anderen voelen zich onprettig bij een viering met brood en wijn zonder officiële pastor als voorganger. Ze ervaren dat als ‘voor priestertje spelen’.”

Muth: “Mensen zijn soms verrast over zichzelf hoe diep bepaalde gevoelens zitten. Dat men toch er aan hecht dat er een priester voorgaat. Of men mij als een vervang-priester ziet? Bij mijn installatie hebben we wel duidelijk, in thematiek en symboliek, laten uitkomen dat het de gemeenschap is die mij legitimeert. Ik ga namens hen voor. Ook waren nadrukkelijk de Raad van Kerken in Nijmegen uitgenodigd en andere plaatselijke gemeenschappen en ook gemeenschappen uit het door Oosterhuis geïnitieerde Bezield Verband. Mijn functie is dus niet iets willekeurigs en wat hier gebeurt, is ook niet sektarisch. Wij staan in een bredere stroom, zijn geen kerkje op onszelf. ” Muth, Duitser van geboorte en protestants van achtergrond, is binnen zijn eigen protestantse kerk erkend ambtsdrager. “Wellicht prettig voor degenen die hechten aan een zending van bovenaf.”

Geloofsvisie

De Boskapel is een oecumenische gemeenschap waar ook protestanten kerken en waar spirituele zoekers welkom zijn. Sommigen komen alleen op het doordeweekse programma af: lezingen of het spiritueel café. Voor hen hoeft die zondagse viering niet zo nodig.

Meys: “In de jaren van verzelfstandiging tot 2010 waren we wat naar binnen gericht; we moesten het huis op orde zien te krijgen. De laatste jaren investeren we nadrukkelijk in verbindingen met de buitenwereld, de maatschappij om ons heen, met vraagstukken als armoede, zorg voor ouderen. We hebben ons afgevraagd: welke zingevingsaspecten zitten er aan armoede, aan ouder worden bijvoorbeeld. Welke instanties zijn met diezelfde vragen bezig? Daar is een lezingenreeks uit voortgekomen samen met het maatschappelijk werk en enkele andere instellingen in Nijmegen.”

Muth: “Je hoeft niet het wiel opnieuw uit te vinden, maar we hebben wel een deskundigheid in huis die dienstbaar kan zijn voor de samenleving. Wij zijn gewend om zingevingsvragen te stellen en we hebben een kader waarbinnen naar antwoorden gezocht kan worden. Wij gaan niet zozeer zelf maatschappelijke problemen oplossen op terreinen waar anderen actief zijn, maar bij ons kun je wel terecht voor de zingevingskant van maatschappelijke vraagstukken.”

Maatschappelijk? Op het moment is juist vooral de vraag naar persoonsgerichte spiritualiteit actueel. Mensen lopen met hun ziel onder de arm. Zoeken concreet en praktisch naar levenswijsheid. Heeft de Boskapel een boodschap aan die mensen?

Meys: “Ik denk dat het een kwestie van balans is. Iemand als Huub Oosterhuis vindt die persoonsgerichte spiritualiteit maar niks. Voor hem is de Bijbel het verhaal van de uittocht uit barre omstandigheden gericht op een nieuwe werkelijkheid. Een andere samenleving neerzetten, daar gaat het volgens hem om. Dat gaat ons te ver. Persoonlijke levensvragen hebben bij ons zeker wel een plaats, maar niet los van het grotere geheel. Je moet niet alleen het ego voeden.”

Muth: “Het verlangen naar persoonlijke spiritualiteit merk ik zeker wel bij pastorale gesprekken, bijvoorbeeld rond een uitvaart. Zelfs als betrokkenen zeggen niet te geloven. Ik denk ook dat mensen die zondags naar vieringen komen dat vooral doen om persoonlijk gevoed te worden. ‘Ik hoef die armoedetoestanden niet’, hoor je wel eens.”

“Augustijnse spiritualiteit past eigenlijk heel goed bij dat huidige verlangen naar persoonlijke spiritualiteit. Voor Augustinus is het hart heel belangrijk. Daar krijgt God vlees en bloed. Als je God zoekt, keer dan terug naar je hart. Een populaire gedachten, niet? Maar tegelijk is God altijd veel groter dan jezelf. God in jezelf vinden, wil niet zeggen: jij bent God. Het relativeert juist jouw zelfgerichte ego, dat ik, ik, ik. Je hoort Augustinus zelden over zonden praten, maar als dat woord valt, dan gaat het erom dat je van jezelf wegloopt, vervreemd raakt van je ware zelf. Dat is zonde.”

Meys: “Voor persoonlijke ervaring en verdieping daarvan is ons spiritueel café bedacht.”

Wat bindt?

Waarom komen de mensen? Wat brengt hen samen? Meys: “Dat ligt natuurlijk divers. Ook binnen onze gemeenschap heb je stromingen, mensen met verschillende idealen, ambities. Voor velen is gemeenschapszin, contact, vriendschap wel een belangrijke drijfveer. Verder is er veel openheid. Je bent welkom ook als je niet zo zeker bent van wat je allemaal gelooft. Er heerst een ruime geest.”

Muth: “Een keer per jaar hebben we een avond voor nieuwkomers. Wat je dan ook nog al eens hoort is dat mensen het niet meer uithouden in hun parochie. Te orthodox, te hiërarchisch. ‘Het is mijn kerk niet meer’, zeggen ze dan. En ook van parochies die in een fusieproces zitten hoor je soms: ‘We kijken het nog een tijdje aan of we onze eigenheid kunnen behouden. Zo niet dan komen we eens bij jullie praten.

Adviezen voor nieuwe gemeenschappen

Meys: “Adviezen? Tijdens het symposium bij gelegenheid van ons 50-jarig jubileum afgelopen zomer kregen we zelf adviezen, o.a. van Franck Ploum, directeur van de Nieuwe Liefde (zie ook Ekklesia Breda, ThvdK): Formuleer waar je voor staat. Waar ben je van? En: zorg dat je kwaliteit biedt, dat het doordacht is en mooi. Zelf denk ik dat het belangrijk is dat je aan je idealen en inspiratie uiteindelijk ook een organisatorische bedding weet te geven. Dan heb je mensen nodig die het grote geheel kunnen zien, beleidsmatig kunnen denken of financieel onderlegd zijn.

Maar ook theologisch-inhoudelijk moet je scherp blijven, vult pastor Muth aan: “Ben je zelfkritisch? Doe je in praktijk wat je in theorie ambieert? Kloppen vorm en inhoud van vieringen met elkaar?” En, zo zeggen beiden: “Een beroepskracht alleen kan niets; je hebt veel vrijwillige kracht nodig. Maar zonder beroepskracht waarbij alle lijnen samenkomen, wordt het moeilijk.”

Punten van aandacht en/of zorg

Meys: “Wij zijn een keuze kerk. Er is volop aanbod in Nijmegen. De studentenkerk, de Karmelbeweging, de Stevenskerk, dat zijn allemaal plaatsen waar ik me ook thuis zou kunnen voelen. In die zin is je ‘klandizie’ nooit vanzelfsprekend. En natuurlijk ondervinden ook wij de gevolgen van de vergrijzing. Onze mensen zijn gemiddeld boven de 65. Het gros is geweldig actief, daar niet van. Maar de continuïteit is wel een zorg.

Muth: “Over geloof maak ik mij geen zorgen. Wel over kerkzijn. De aversie tegen instituten is groot. Die belangstelling voor religie is er wel. Dat merk ik in externe contacten. ‘Laat je horen in het publieke debat’, opperde de burgemeester tijdens onze jubileumviering. Binnenkort komt de afdeling Arnhem-Nijmegen van Jong D66 praten. En in gesprekken met welzijnsinstellingen merk je: ook daar stuiten beroepskrachten op zingevingsvragen, niet in de laatste plaats die van henzelf: ‘Hoe ga ik om met de ellende die ik als hulpverlener meemaakt?’ ‘Hoe plaats ik mijn eigen welstand tegenover de armoede die ik in mijn werk tegenkom?’ Het gekke is dat de media wat religie aangaat wat achterlopen. Daar denkt men nog steeds dat religie ouderwets is. Zij snappen blijkbaar niet welke zoektocht er gaande is bij mensen persoonlijk en in de samenleving als geheel.”

Behoefte aan een breder verband

Muth: “Banden met andere gemeenschappen in Nijmegen en landelijk vind ik heel waardevol. Alleen al voor de uitwisseling van valkuilen en succesverhalen. Maar ook om te ervaren dat je deel bent van een groter geheel. Al die ‘vrije’ gemeenschappen zijn samen kerk en geen op zichzelf staande clubjes.

Er is wel al het een en ander. Wij nemen deel aan De Raad van Kerken in Nijmegen, Bezield Verband in Nijmegen (samen met Effata en DoRé), en de Augustijnse Beweging. Twee jaar geleden hebben we deelgenomen aan een ontmoetingsdag van ekklesia’s in de Nieuwe Liefde in Amsterdam. Daar is een voorgangersatelier uit voortgekomen. Voor mij heel waardevol. Daar ontmoet ik andere beroepskrachten. Je merkt: ik sta er niet alleen voor. Maar een landelijke ontmoeting voor gemeenteleden zelf is er nu niet. Zou toch mooi zijn: een toogdag voor ekklesia’s.”

Info: boskapel.nl

 

Naar overzicht van de zeven gemeenschappen »

Print Friendly, PDF & Email

3 reacties

  1. frans hurkens

    Ik zou best eens kunnen gaan kijken bij die Boskapel.
    Hij ligt hier aan de overkant van de straat en als er weer eens een uitvaart is staat het hier zwart van de auto’s. En de grote letters BOSKAPEL zie ik jaren als ik afrem om bij mijn huis te parkeren.
    Maar hoe doe je dat? Kennismaken met een gebouw waarin een veelheid aan nauwelijks te grijpen
    activiteiten plaatsvinden. Zouden ze me opmerken als ik naar de kerkdienst op zondagmorgen ga?
    Komt de pastores dan naar me toe om me een hand te geven? Zou ik in de gemeenschap die daarbinnen schijnt te zijn een bijdrage kunnen leveren. Sta ik niet met een mond vol tanden als ze vraagt wat ik kom doen? Ik denk er nog even over na.

    • Beste Frans,
      Ik lees dit lang nadat je je stukje schreef.
      Ik weet niet, hoe het je sindsdien vergaan is, maar ik kan je ten aanzien van je vraag “zouden ze me opmerken…..” m’n eigen ervaring van ongeveer drie jaar geleden vertellen. Wij (m’n vrouw en ik) kwamen uit belangstelling ‘ns kijken in de Boskapel, en gingen enigszins huiverig op een stoel ergens in de laatste rijen zitten.
      Vlak voor het begin van de viering kwam de pastor die voorging naar ons toe, en vroeg of we niet liever wat meer naar voren wilden gaan zitten……
      Het zou me trouwens niet verbazen, als je bij binnenkomst door een van de gastvrouwen of -heren opgemerkt zou worden…
      Theo Thier (Boskapeller sinds ongeveer drie jaar)

    • Bij de CGKV diensten wordt u welkom geheten. Dat is handig als u vragen heeft. Maar u bent vrij een plaatsje te zoeken. Alle zitplaatsen zijn vrij. De liederen worden op de beamer getoond. De rest wijst zich vanzelf.
      Tegen 11uur is de dienst afgelopen en gaan we koffie drinken en/of naar huis.Als u vragen heeft, dan is dat een goede gelegenheid. Iedereen wil best een praatje met u maken. Maar we zijn ook niet opdringerig, dus neem gerust het initiatief.

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*


Frilco Philippines Corporation Hazardous Waste Transport Laguna clickonetic best photobooth photo-coverage laguna Free themes elementor pro web services web development