Home » Boeken » Benedictijnse liefdeslessen

Benedictijnse liefdeslessen

“Eerlijk, open, kwetsbaar”, zo typeert Liesbeth Gijsbers het boek ‘Liefdesgeboden’ van de benedictijnse monnik Thomas Quartier. Aan de hand van tien geboden zet Quartier de lezer niet alleen boeiende liefdesoverdenkingen voor, maar gunt hij hen ook een blik in het wel en wee van het moderne monnikenbestaan.

Door Liesbeth Gijsbers

Een benedictijner monnik die een boek schrijft over de liefde in relaties. Opmerkelijk? Niet als je Thomas Quartier heet. In zijn vorige boek, Heilige woede, doordacht hij ook al eens een onderwerp dat je nou niet direct met de binnenwereld van een kloosterling associeert. Woede? Kent een monnik die dan? Ja natuurlijk, zegt Quartier. Net als de liefde.

Zijn vorig jaar verschenen Liefdesgeboden, Gevoel in het klooster van je leven bevat een schat aan reflecties over de liefde in relaties die het lezen meer dan waard zijn, ook voor wie buiten de muren van het klooster leeft. Want als deze benedictijn iets duidelijk maakt is het wel dat voor wie zoekt naar de essentie van liefde, de vorm waarin die liefde geleefd wordt er uiteindelijk niet toe doet.

Geboden

Er valt nog veel meer te leren van deze monnik die niet gelooft in het ontkennen, negeren of onderdrukken van gevoelens, en dus ook niet in een verbod daarop. Liever spreekt hij van geboden. Want dat hele kleurrijke pallet aan gevoelens dat een mens tot mens maakt – inclusief donkere driften als woede of begeerte – bevindt zich daar nu eenmaal, diep in je binnenste. Kloosterling of niet. En tegelijkertijd leeft er in datzelfde binnenste bij iedereen een verlangen naar ‘goed handelen’, naar liefde. De vraag is dan op welke manier – dat wil zeggen: langs welke ‘geboden’ – je dat goede of die liefde kunt vinden.

Quartier zoekt het dus in geboden die ontstaan uit de ervaring in plaats van ertegenin. Hij formuleert en overdenkt er tien, stuk voor stuk voortgekomen uit een concrete, persoonlijke ervaring. Sommige ogen op het eerste gezicht misschien angstaanjagend (‘Je zult elkaar gehoorzamen’), andere juist aantrekkelijk (‘Je zult de ander vrijlaten op zijn tocht’), maar allemaal zijn ze erop gericht recht te doen aan waarachtige liefde.

Diepgravers

Quartier noemt zijn boek bescheiden ‘een eerste verkenning’. Hij reflecteert op de liefdesgeboden vanuit zeer diverse bronnen: van Benedictus tot Neil Young, van Thomas Merton tot Paulus, van het theaterfestival Oerol tot de apostel Johannes, en van Hildegard von Bingen tot Martha Nussbaum, om er maar een paar te noemen. Meteen al met zijn eerste gebod, ‘Je zult diep graven’, slaat hij een toegankelijke brug naar een breed publiek, door het te ontlenen aan een regel uit een bekende songtekst van Neil Young (I want to live, I want to give/ I’ve been a miner for a heart of gold/ It’s these expressions I never give/ That keep me searching for a heart of gold/ And I’m getting old). Net als John Lennon, Joan Baez of Bob Dylan is Neil Young voor Quartier namelijk een ‘diepgraver’, zoals ook monniken dat zijn, wat deze zanger ‘door en door monastiek’ voor hem maakt. Wat volgt is een boeiende overdenking over het belang van dat diepe graven voor de liefde. Want daar lijkt het uiteindelijk toch steeds om te gaan: dat je dwars door alles heen de weg naar binnen vindt, naar dat eigen ‘gouden hart’.

Monnikenbestaan

Quartier schrijft van binnen naar buiten: eerlijk, open, kwetsbaar. Daarmee zet hij zijn lezers niet alleen boeiende liefdesoverdenkingen voor, maar gunt hij ze ook een blik in het dagelijkse wel en wee van het moderne monnikenbestaan, waarbij hij het wee zeker niet schuwt. Neem bijvoorbeeld het zesde gebod, ‘Je zult samen in een kring gaan staan’, waarin hij spreekt over de ‘middagdemon’, die halverwege elke duurzame vorm van verbinding wel ergens zijn verveelde kop opsteekt. In het licht van de vaste vorm en de eindeloze herhalingen die een monastiek leven kenmerken schrijft hij:

“Veel oudere medebroeders hoor ik zeggen dat ze het leven in het klooster juist heel afwisselend vinden. Hoe is dat in hemelsnaam toch mogelijk, denk ik op zwakke momenten. Ik probeer er steeds iets nieuws in te ontdekken, maar de rust die verstillend werkt, is voor mij soms ook verstikkend.”

Open zoektocht

Interessant vond ik ook zijn weergave van gesprekken over de liefde met goede vrienden buiten het klooster (“want die heeft een monnik nog wel degelijk”). Zo vertelt hij in het hoofdstuk over het tweede gebod, “Je zult God zoeken in de ander”, over hoe zo’n goede vriend hem soms bezorgd kan vragen of het niet lastig is om altijd alleen te zijn, dat wil zeggen zonder partner. Dat is het zeker weleens, bekent Quartier, al betekent ‘alleen zijn’ niet per se hetzelfde als ‘eenzaam zijn’. Bovendien: je kunt de liefde soms misschien zelfs beter op afstand ervaren, waar die afstand helpt het verlangen levend te houden. Daarom noemt hij God het ‘open einde van mijn verlangen’. Juist die openheid, dat nooit helemaal kunnen kennen van de Ander, houdt het verlangen en daarmee de liefde gaande. Wat zijn wedervraag ineens heel wezenlijk maakt: ‘Kun jij je partner echt open blijven zoeken?

Ik vind zijn metaforen sowieso vaak krachtig. Neem bijvoorbeeld de helende werking van een time-out als de harmonie in je relatie verstoord raakt. Hij vergelijkt die met de pauzes die een wezenlijk ingrediënt vormen in elke muzikale compositie: ‘Je moet ze minstens evenzeer respecteren als de noten die je wilt zingen. Na de pauze klinkt alles anders, ook als de pauze een hele nacht stilte betekent.’

Ruimhartigheid

Geen mens ziet natuurlijk kans om altijd het goede na te leven. Het boek eindigt daarom met een  verkenning van vergeving in het kader van de liefde. Dat is beslist geen zoetsappig verhaal, want Quartier is geen moralist.

“Ik moet eerlijk bekennen – en ik schaam me daar niet voor – dat ik niet zomaar iedereen kan en wil vergeven. Dan zou ik doen alsof het er eigenlijk allemaal niet toe doet.” Waarachtige liefde kan juist heel goed verschil en woede omvatten. Liever dan van vergeving spreekt hij daarom  van ‘ruimhartigheid’:

‘Ruimhartigheid moet ruimte in je hart laten voor al je gevoelens. Dat is het ‘ruime’ van je gerichtheid op de ander, maar het gaat wel degelijk over je ‘hart’, het tweede deel van het woord. Je hart kan niet anders dan alle gevoelens steeds weer opnieuw richten op een goede toekomst.’

Ofwel, ruimhartigheid opent altijd weer een deur naar de liefde.

————–

Thomas Quartier osb (1972) trad op zijn veertigste in als monnik in de St. Willibrordsabdij in Doetinchem. Daarnaast doceert hij theologie aan de universiteit van Nijmegen en die van Leuven, houdt hij regelmatig lezingen en schrijft hij boeken voor een breder publiek.

Thomas Quartier, Liefdesgeboden. Gevoel in het klooster van je leven, Adveniat, Baarn, 2019. Met medewerking van Stijn Krooshof (fotografie), 160 blz., € 17,90.

Beluister ook het interview met Thomas Quartier via podcast van Anne Stael.

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*