Home » Kijk- en luistertip » Capharnaüm – een film die lang blijft hangen

Capharnaüm – een film die lang blijft hangen

Marinus van den Berg zag de film Capharnaüm – wat chaos en puinhoop betekent – van de Libanees-Amerikaanse cineaste Nadine Labaki. Een meer dan aangrijpende film. “Je kijkt in de hel van vluchtelingen, ontheemden … Maar het is ook een film over hoop.”

Door Marinus van den Berg

Ze waren met een twaalftal vrouwen gekomen. Ze vormen een vereniging maar ik vroeg niet welke. Ze waren zo rond de dertig. Allemaal moeders. “We praten veel met elkaar over het opvoeden van onze kinderen”, vertelt een van hen die de leiding lijkt te hebben. Of ze allemaal islamvrouwen waren weet ik niet, maar de helft droeg een sluier.

Ook zij waren geraakt en soms zichtbaar aangeslagen door de film, met waarschuwingscode (12 jaar, angst, grof taalgebruik) die we op deze zondagmiddag zagen. “We leven hier in een paradijs”, zei de leidster. “Wij maken ons vaak druk om kleine dingen maar wat stellen die voor.”

Iedereen leek met haar in stemmen. Al beseften ze ook dat er in Rotterdam kinderen in armoede leven. De naam Vanessa Umboh viel, oprichtster van Stem zonder gezicht, die zich inzet om de vaak verborgen armoede zichtbaar te maken en op de politieke agenda te zetten.

Chaos

Met zo’n tachtig mensen hadden we in het theater Lantaren Vensters de film Capharnaüm – wat chaos en puinhoop betekent – gekeken. Een film van de Libanees-Amerikaanse cineaste Nadine Labaki. Je kijkt in de hel van vluchtelingen, ontheemden, mensen die zich niets voelen, van straatkinderen, van kinderen om wie niemand geeft, van kinderen zonder een ID-kaart, van kindermisbruik, uithuwelijken en handel in valse paspoorten om uit te reizen.

In die film klaagt de 12-jarige Zain, die van de straat is ‘geraapt’ voor deze film en die ontroert, zijn ouders aan omdat ze hem op deze wereld hebben gezet. Hij is in de gevangenis gekomen nadat hij zijn vader met een mes te lijf is gegaan. Maar ook die vader is een en al wanhoop en de moeder niet minder.

Napraat

“Moeders die hun kinderen niet kunnen opvoeden, moet verboden worden om moeder te worden”, zegt een van de vrouwen die in de gang deelneemt aan een eerste napraat. Of iedereen dat vindt, is me niet zo duidelijk maar ze zegt het met veel heftigheid. Het doet me denken aan hen die vinden dat vrouwen met een psychiatrische aandoening, met een verstandelijke beperking of met een verslaving aan drugs of drank verplicht moeten worden tot voorbehoedsmiddelen. Mag iedereen wel kinderen krijgen? En wie maakt dan uit wanneer wel en wanneer niet? Is het niet even bevoogdend als de mening dat het in Afrika de hoogste tijd is voor geboortebeperking?

Tegelijk is de film meer dan een fel binnenkomende aanklacht die veel verder reikt dan de ouders van Zain. Die ouders zijn wij. Het is ook een film over de hoop en de droom van kinderen om in een paradijs te mogen leven “waar je van het balkon naar beneden mag pissen zonder dat iemand daar moeilijk over doet.” Dat paradijs zou in Zweden zijn.

Zingevingsthema’s

Het einde van de film blijft evenals de hele film lang hangen, maar ik beschrijf het niet voor wie de film nog wil gaan zien. Er zijn vele zingevingsthema’s in deze film en dus ook theologische. Troost God een moeder die haar jong uitgehuwde en jong zwangere dochter verliest met een nieuwe dochter die de naam van het overleden kind krijgt? Haar twaalfjarige zoon protesteert met alle kracht die in hem is. Hij zou het kind in de buik van haar moeder wel willen kunnen verbieden om in het leven te komen. Het is hier een hel.

De werkelijkheid in de kampen is misschien nog wel erger dan de film kan tonen.  Ik denk aan de kinderen van de Isis-gangers. Daar geboren te worden was nooit hun keuze. Ik denk dat we onszelf zeer ernstig de vraag moeten stellen of we voor die kinderen niet de deur moeten openen om naar hier te komen.

Droom

Ik zag deze film in het weekend waarin er met name in Twente veel emotie was om het fotomodel Lotte van der Zee, 20 jaar, die aan een hartfalen overleed. Er stierf een droom. “Het sterven van ieder kind is een aardbeving”, zei ik in een gevraagde reactie voor radio rtv-Oost op zaterdagmorgen 9 maart. Dat is invoelbaar als het gaat om een kind dat je kent.

In de film Capharnaüm wordt Zain een kind, een zoon van wie je gaat houden. “Het is alsof ik een uitvaart heb bijgewoond”, zei ik tegen een blanke jonge vrouw die naast mij had gezeten. Ze zei dat dat ook haar gevoel verwoordde. Buiten regende het nog en aan de kassa van de Jumbo werd de caissière niet geminacht en was er een lichte vriendelijke sfeer. Kwam het door die sirefilmpjes die ook in de bioscoop te zien waren? Kan ook deze heftige film – niet van SIRE – licht en hoop brengen? Een film met een code…? Ik zou er met die twaalf vrouwen graag nog eens verder over willen praten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*