Best NYC Escorts/ Manhattan Escorts girllookup.com Long Island Escorts
Home » Columns » De kloosterling als nar van de moderne samenleving

De kloosterling als nar van de moderne samenleving

Bij gelegenheid van het 900-jarig bestaan van de norbertijnen schreef Frank Bosman het boek ‘De eeuwige nar. De toekomst van het religieus gemeenschapsleven’. Vooral de ondertitel wekte de nieuwsgierigheid van Bosmans collega Erik Borgman. Het religieuze leven is soms onbegrijpelijk en tegendraads. Maar die kenmerken zijn geen doel op zich.

Door Erik Borgman

Ik ben er al langer van overtuigd dat de toekomst van de kerk niet geboren wordt vanuit de hiërarchische structuren, maar vanuit de rijke en veelkleurige traditie van het religieuze leven. Ook persoonlijk voel ik mij onder religieuzen doorgaans beter thuis dan onder kerkelijke ambtsdragers en beroepskrachten die vooral denken vanuit de structuur van bisdom en parochie. En ik ben er ook thuis: in 1999 deed ik professie als lekendominicaan.

Tegendraads

De hoofdtitel van het boek van Frank Bosman is De eeuwige nar. Daarmee suggereert hij dat het belang van het religieuze leven ligt in haar tegendraadse karakter. Religieuzen doen nu juist wat niet logisch is: in een cultuur van seksuele vrijheid, zijn zij kuis; in een cultuur die denkt in termen van bezit, willen zij arm zijn en leven van genade; in een cultuur van vrijheid beloven zij gehoorzaamheid.

Daarmee zet Bosman het licht op een aspect dat de laatste tijd nogal eens in het duister blijft. In bepaalde kringen heeft men een wel erg romantisch beeld van het kloosterleven. Rust, concentratie, vrij van lawaai en onrust en daarom vrij voor de hogere dingen van het leven. Dat kloosterleven ook betekent dat je steeds dezelfde onhandigheid van steeds dezelfde medebroeder of -zuster moet tolereren, dat je soms moet wonen in een omgeving waarin letterlijk alles haaks staat op je eigen esthetische gevoeligheid, of dat je opgescheept zit met huisgenoten die onder het mom van collectieve afspraken op effectieve wijze hun wil weten op te leggen, krijgt weinig aandacht. Evenals het vreemde dat het kloosterleven aankleeft.

Nar

Daarom is het verfrissend dat Bosman de kloosterling vergelijkt met de nar. Hij of zij houdt ons een spiegel voor door het tegenovergestelde te doen van wat normaal wordt gevonden. Bosman vergelijkt het met carnaval waar de spottende omkering bevrijdend werkt. Hoezeer de samenleving ook suggereert dat we van elkaar verschillen: we zijn dezelfde mensen met dezelfde verlangens en dezelfde tekorten. Inderdaad verduidelijkt de carnavalskiel iets van waar het religieuze habijt voor staat.

Bosman geeft interessante voorbeelden van Bijbelse profeten die Gods boodschap op een soms bizarre manier uitspelen, van Jezus die zich als een clown gedraagt, van heiligen die  bekeken met een standaardblik toch allereerst aan psychiatrische patiënten doen denken. Ik heb grote sympathie voor deze beeldenstorm, want waar iedereen hoog opgeeft van de evenwichtigheid van Gods keurcorps, mag ik ook graag voorbeelden noemen van wat wij toch vooral beschouwen als eetstoornissen, obsessief gedrag, of zelfhaat.

Normaal is niet de norm

Ook wat mij betreft is de aantrekkelijkheid van het religieuze leven gelegen in de boodschap dat normaal niet de norm is. Het laat zien dat God wat voor de wereld dwaas is, heeft uitgekozen om de wijzen te beschamen, zoals de apostel Paulus zegt. “Wat niets betekent, koos Hij uit om teniet te doen wat wel iets betekent” (1 Korinthe 1,27-28). Het religieuze leven maakt duidelijk dat dit nog altijd geldt.

Maar dit heeft bij Paulus een grond: “De dwaasheid van God is namelijk wijzer dan de mensen en de zwakheid van God is sterker dan de mensen” (vers 25). De tegendraadsheid van de profeten, van Jezus en van zijn navolgers onder de religieuzen is uiteindelijk gebaseerd op de tegendraadsheid van God die uiteindelijk – en hier slaat de paradox als het ware nog weer een keer over de kop – toch ook de grondslag is van alles wat bestaat. “Alles is door hem geworden en zonder hem is niets geworden van wat geworden is”, zegt het Johannesevangelie over Gods Woord dat in Jezus Christus is vlees geworden, en tegelijkertijd staat dat Woord haaks op de gestalte die de wereld heeft aangenomen.

Normaal in een verkeerde wereld

Dat is de uiteindelijke pretentie van het religieuze leven: dat het in zijn tegendraadsheid het eigenlijke normaal laat zien, onder de condities van de verkeerde wereld die de onze is. Hierover lezen we echter in het boek van Bosman nagenoeg niets en daarmee krijgt de reeks soms fascinerende karakters die hij opvoert toch iets van een rariteitenkabinet. Ze trekken de aandacht en je vermoedt misschien dat ze iets weten wat jij niet weet, maar ze wekken niet het verlangen ze na te volgen. Anders gezegd, Bosman lijkt te vergeten dat religieus leven niet allereerst een theater is, maar een leven. Het gaat er niet om onbegrijpelijk te zijn, maar om het onbegrijpelijke geluk van het koninkrijk van God te belichamen.

Hier lijkt Bosman enigszins de gevangene van zijn fascinatie niet voor het religieuze leven, maar voor Hugo Ball. Ball was het onderwerp van zijn proefschrift. Hugo Ball (1886-1927) richtte in 1916 Cabaret Voltaire op, een dadaïstische theater waar de vermeende rationaliteit van de burgerlijke moraal belachelijk werd gemaakt door middel van nonsensicale gedichten en liederen. In 1920 keert Ball terug naar het katholieke geloof waarin hij als kind gedoopt was en schrijft een studie die de christelijke mystiek presenteert als het tegenbeeld van de moderne rationaliteit, die naar Balls overtuiging uiteindelijk geleid had tot de industriële vernietiging van mensen en van het landschap in de Eerste Wereldoorlog.

Anti?

Ball ziet sleutelfiguren uit de christelijke traditie als fakkeldragers van een cultuur die volkomen los staat van de wereldse logica. Het zijn dadaïstische dichters van een vorm van poëzie die voor de moderne tijd volkomen onverstaanbaar is. Bosman stileert een beeld van religieuzen dat hier sterk op lijkt.

Hiermee wordt de vraag hoe het religieuze leven vandaag vorm zou moeten krijgen in feite onbeantwoordbaar. De vraag waar de norbertijnen zich toch al enige decennia intensief mee bezig houden, de vraag wat het betekent vandaag de dag te leven in de lijn van het charisma van hun stichter, wordt zo een onzinnige vraag. Dat geldt evenzeer voor andere religieuze ordes en congregaties, maar het boek is allereerst voor de norbertijnen geschreven.

Wees net zo gek als hij, is in feite Bosmans antwoord. Maar gekte volgt per definitie niets en niemand na en doet wat zij zelf wil. Zij spreekt ook per definitie niets en niemand aan, maar stoot alleen zijn volstrekt eigen, voor andere onverstaanbare klanken uit. Dat is niet wat wij dominicanen willen. En ik denk eerlijk gezegd ook niet wat norbertijnen willen.

———————————————-

Frank G. Bosman, De eeuwige nar. De toekomst van het religieus gemeenschapsleven, BerneMedia, 96 blz., € 14,50.

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*


Frilco Philippines Corporation Hazardous Waste Transport Laguna clickonetic best photobooth photo-coverage laguna Free themes elementor pro web services web development