Home » Uit het verpleeghuis » De rode loper

De rode loper

Paulien van Bohemen is pastor in een verpleeghuis. Ze tekent scènes op uit het dagelijks leven aldaar. “Misschien is God gewoon niet voor mij bestemd.”

Door Paulien van Bohemen

“Ik heb mezelf zalig verklaard, wat een verrúkkelijk gebakje is dit toch.” Ze prikt in haar slagroomtaartje, stopt een stukje in haar mond en sluit haar ogen. “Echt heerlijk. Ter ere van welke heilige krijgen we dit eigenlijk? Ik hou van heiligen. Dan valt er nog wat te snoepen. En je hebt er tenminste een beeld bij, bij die vrome lui. Sommigen staan op de ramen van onze oude kerk. Dat zouden ze met God ook eens moeten doen. Maar ja, die schijnt onzichtbaar te zijn. Daar koop je zo weinig voor.” Met haar duim en wijsvinger vist ze een chocoladesnipper tussen de slagroom vandaan en eet hem op. Ze likt haar vingers af. “Vroeger zei onze pastoor altijd, dat God er wel is, maar dat je hem niet kunt zien. Ik hou niet van die fratsen.” Even lijkt ze te schrikken. “Fratsen, dat mag ik eigenlijk niet zeggen van mijn moeder. Och, en al die gelovigen dan, die beweren dat God allemachtig is. Er zijn zoveel mensen die zeggen dat ze allemachtig zijn en die maken samen de wereld kapot.” Ze schudt haar hoofd.

“O ja, en onze pastoor zei ook alsmaar, dat God goed is. Maar wat is goed? Ik wil hier weg. Zo mag ik niet denken, want het schijnt, dat God ook goed voor mij is. Maar wat heb ik daaraan als ik hem niet zie? Dan stelt ie eerlijk gezegd niet zoveel voor. Misschien is God gewoon niet voor mij bestemd. Net zoals mijn overbuurjongen Gerrit vroeger. Ik was stapelverliefd op hem. Ik schreef hem elke dag briefjes over dat hij zo knap was en slim en ik tekende er telkens twee hartjes bij. Hij heeft me maar één keer teruggeschreven: Wij zijn niet voor elkaar bestemd.” Hoofdschuddend eet ze het laatste stukje taart op en schraapt het glazen gebaksbordje schoon. Ze legt het vorkje neer en slaat haar armen over elkaar. “Als die beste God met ons begaan is, dan mag hij zich hier wel eens een keertje laten zien. En als hij dan binnenkomt, dan leggen we de rode loper uit in de gang en zingen we met zijn allen halleluja en krijgt ie ook een stukje taart.”

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*