Home » Columns » Echte dieren

Echte dieren

Nergens in Nederland is het percentage atheïsten zo hoog als onder hoogleraren. Komt dat omdat hoogleraren zo slim zijn? (Hoogleraar) Erik Borgman vermoedt iets anders: “Het lijkt erop dat in de wetenschap actief iets ontkend wordt”. Daar moest hij aan denken toen hij een groep promovendi onlangs over muizen als proefdier hoorde spreken. “Ze laten zich lekker makkelijk ‘produceren’.” 

Door Erik Borgman

Ik houd helemaal niet van dieren. Tenminste, niet zoals sommige mensen van dieren houden. Ik heb ze liever niet in huis, vind het niet prettig ze op schoot te hebben en voel weinig aanvechting ze te knuffelen. De afstandelijkheid is meestal wederzijds, behalve bij sommige katten. Die lijken juist graag het gezelschap te zoeken van wie dat liever niet heeft. Het is bij mij met dieren ongeveer zoals bij de kinderboekenschrijfster Annie M.G. Schmidt met kinderen. Toen verondersteld werd dat ze vast veel van kinderen hield, antwoordde ze: ‘Nou, ik zal ze niet schoppen.’

Muizen en fazanten
Ik eet graag en zonder schuldgevoel vlees. Maar ik ben geschokt over de manier waarop medici over muizen blijken te praten.

De Nederlandse schrijver en dierenliefhebber Koos van Zomeren schreef ooit dat hij niet van fazanten hield. Want fazanten worden door jagers gekweekt om door jagers te worden doodgeschoten. Ook dit schokte mij toen ik het las en ik schreef in een artikel over theologie en de omgang met de natuur dat Van Zomeren volgens mij iets essentieels over het hoofd zag. Zolang ze leefden waren de fazanten wel degelijk echte dieren, met een echt dierenleven. Ze mogen gefokt en uitgezet worden als prooi voor jagers, maar het waren fazanten, in hun volle, godgegeven glorie.

Dat de jagers die ze fokten en schoten dat niet zagen vond ik logisch, dat Van Zomeren zich dit niet realiseerde vond ik verbijsterend. De natuur moest hem herinneren aan de vrijheid, aan het voor hem belangrijke gegeven dat de ordening die wij mensen opleggen en de strijd die wij over de juistheid van deze ordening voeren, uiteindelijk niet van belang zijn. De fazant was voor hem niet natuurlijk genoeg om interessant te zijn – zijn beeld van de natuur, uiteraard.

Maakbaarheid
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) laat onderzoekers die in aanmerking komen voor een subsidie soms hun voorgestelde onderzoek presenteren. Als lid van een NWO-commissie hoorde ik afgelopen week enkele medici vertellen hoe zij meenden te kunnen bijdragen aan de bestrijding van borstkanker, bijziendheid – wereldwijd een snel groeiend probleem – en andere met ons DNA verbonden afwijkingen. Allemaal maakten zij in hun onderzoek gebruik van muizen als proefdieren.

Ik ben daar niet tegen, al vind ik terughoudendheid gepast. Het was echter de wijze waarop zij over deze dieren praatten die mij maar niet uit het hoofd gaat. Zij laten zich goed ‘produceren’, een bepaalde eigenschap is gemakkelijk ‘te ontwikkelen’, dragers van bepaalde ziekten zijn gemakkelijk in het DNA ‘aan te brengen’!

De promovenda die als laatste stelling bij haar proefschrift de ratten dankte aan wier geofferde levens wij onze toegenomen kennis over onze hersenen dankten, deed dat tongue in cheek. Maar zij gaf blijk van een gevoeligheid die ik die dag bij de optredende medici geheel miste.

Atheïsme
De christelijke organisatie Forum C deed onderzoek naar de religieuze betrokkenheid van wetenschappers. Van de bijna 1300 hoogleraren die meewerkten, beschouwt 41% zich als atheïst, 28% noemt zich agnost, 17% identificeert zich als theïst, 6% als ietsist en 8% kruiste ‘anders’ aan. Zo’n hoog percentage atheïsten is in Nederland hoogst ongebruikelijk, binnen welke groep dan ook. Het lijkt erop dat er in de wetenschap iets actief ontkend moet worden.

Ik ontkom niet aan het gevoel dat het iets te maken heeft met het praten over muizen alsof wij ze kunnen fokken om in een laboratorium te worden ziekgemaakt en daarna te worden gedood, dat het verbonden is met het verzwijgen en vergeten van het feit dat het in de tussentijd levende muizen zijn. Niet opgaand in hun functie, en juist daarom op mysterieuze manier van waarde. Jazeker, ook als niemand die waarde opmerkt.

Print Friendly, PDF & Email

4 reacties

  1. Wetenschappers beweren dat de verkondiging van mysterie en spiritualiteit een zootje is: ze vergeten dat de studie van de geschiedenis van een zootje wetenschap is.

  2. Marcellinus Bruins

    De heer Borgman is onwetenscahppelijk. Hij haalt zich helaas “muizenissigheden” in het hoofd..
    Hij geeft in het artikel geen enkele verwijzing naar andere onderzoeken met andere percentages van zich als atheist beschouwende wetenschappers. Onwetenschappelijke uitspraken van Borgman zijn: “Zo’n hoog percentage atheisten in Nederland is hoogst ongebruikelijk binnen welke groep dan ook”.
    Hoe groot is volgens Borgman het percentage atheisten onder de groep atheisten ? Hoe groot is volgens Borgman het aantal atheisten onder de groep natuurkundigen? Het antwoord daarop blijft Borgman schuldig. En de uitspraak van Borgman: “Ik ontkom niet aan het gevoel dat het iets te maken heeft enz.” Borgman toont zich hier een gevoelsmens en een ietsist, maar helaas geen wetenschapper.

  3. Wetenschappers “houden” nu eenmaal van bewijs en dat wat er door mens is bedacht of dat nu elfjes zijn of een God, is nu eenmaal bedacht er is geen enkel bewijs van dat het daadwerkelijk bestaat. Zeker als je weet dat de rk kerk, de mensen die tussen de eikenbomen stonden aan een ander geloof hebben geholpen. Als je dat een keer weet, helpt niks meer.

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*