Home » Mijn boek » Filosoof Jeroen de Ridder: “Het bestaan van het kwaad is geen steekhoudend bezwaar tegen het christendom”

Filosoof Jeroen de Ridder: “Het bestaan van het kwaad is geen steekhoudend bezwaar tegen het christendom”

“Plantinga laat zien waarom het probleem van het kwaad geen steekhoudend bezwaar tegen het christendom is. Het kwaad roept natuurlijk vragen op, maar nuchter bekeken, is het een onvoldoende reden om het geloof vaarwel te zeggen”, zegt Jeroen de Ridder over zijn favoriete boek ‘God, freedom, and evil’ van de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga.  De Ridder is universitair hoofddocent filosofie aan de Vrije Universiteit en werd onlangs benoemd tot bijzonder hoogleraar christelijke filosofie in Groningen.

Door Cees Veltman

God, freedom, and evil is een van de eerste boeken van Plantinga over godsdienstfilosofie. Het boek raakt mij omdat hij een overbekend bezwaar tegen het christelijk geloof ontleedt: hoe kan een God die goed is, het kwaad toelaten? Hij doet dat stapje voor stapje en heel precies. Hij concludeert dat het geen sterk bezwaar is tegen het geloof. De manier waarop hij dat doet, is zorgvuldig, grondig en indrukwekkend.

Plantinga is een pionier die het probleem van het kwaad weer op de kaart heeft gezet. Kijk, Augustinus dacht ook al dat er een reactie mogelijk was op dat probleem, maar de manier waarop Plantinga nee zegt tegen het bezwaar, is uniek. Hij heeft mij overtuigd en op het spoor gezet van de analytische godsdienstfilosofie. Die vind je vooral in Engeland en Amerika, maar ook wel een beetje in Nederland met onder anderen Emanuel Rutten, René van Woudenberg, Rik Peels en ikzelf.

Het boek is voor mij een eyeopener. Ik ben een gelovig iemand, opgevoed met kerkgang en catechisatie. Dan leer je veel over het geloof, maar ik was altijd een beetje ontevreden over de net iets te gemakkelijke antwoorden op lastige vragen, bijvoorbeeld naar de bron van het kwaad in de wereld. Als je doorvroeg, kreeg je als antwoord: dit kunnen we niet begrijpen, we moeten het maar geloven. Op een bepaald niveau is dat nog waar ook. Je kunt niet alles in het geloof helemaal beredeneren en doorgronden. Maar voor mij is dan belangrijk: wanneer zeg je dat? Na een half uurtje praten of pas na lange studie?

Zorgvuldig redeneren

Dit boekje van 121 pagina’s laat zien dat je door zorgvuldig redeneren veel preciezer in beeld kunt krijgen in hoeverre het probleem van het kwaad een echt bezwaar tegen het christendom is. Ik ben er nog steeds enorm van onder de indruk. Er blijven vragen over. We weten niet alles, maar Plantinga verheldert veel. Er bestaan volgens hem allerlei mogelijkheden waarom een almachtige, goede en alwetende God naast het kwaad kan bestaan. De vrije wil van de mens is er een van. Plantinga zegt dat mensen een vrije wil hebben. We kunnen dus voor het goede of voor het kwade kiezen.

Het boek heeft mijn geloof en de intellectuele dimensie daarvan versterkt. In mijn studietijd heb ik me afgevraagd of wetenschap en geloof kunnen samengaan. Plantinga leerde me dat dat kan. Hij komt ook met een godsbewijs. Het is mogelijk dat God bestaat, redeneert hij, dus zijn er mogelijke werelden waarin God bestaat. God is een maximaal volmaakt wezen, dus als God niet in alle mogelijke werelden zou bestaan, zou hij niet maximaal volmaakt zijn. Dus God bestaat in alle mogelijke werelden, oftewel: God bestaat.

Je kunt God in de wereld ook aanwijzen door wat mensen uit liefde voor elkaar doen. Dat is een heel bijbels argument, maar veel mensen verklaren dat weg en zeggen dat het niet zo hoeft te zijn dat God in het menselijke gedrag werkzaam is. Je kunt je inderdaad afvragen of het argument overtuigend genoeg is. Dan is het goed als je ook op het vlak van argumenten wat meer te zeggen hebt en als je er op een meer analytische en rationele manier over kunt denken. Je kunt het volle pond geven aan je eigen ervaringen, maar daar ook op reflecteren en erover redeneren. Plantinga verwijst ook naar religieuze ervaringen die je kunt hebben, in de natuur bijvoorbeeld. Dan heb je helemaal geen extra redenaties nodig.

Te rationeel?

Ik vind zijn visie heel waardevol, maar anderen houden er helemaal niet van. Ze vinden hem aanmatigend en zijn benadering van het geloof te rationeel. Ons menselijk verstand kan het niet aan zo over God te redeneren, zeggen ze. Het is een goede vraag: in hoeverre zijn mensen in een positie dat ze kunnen overzien waarom God de ellende in de wereld laat gebeuren of zelfs veroorzaakt? Ik begrijp dat argument wel, maar voor mij is het belangrijk het verstand niet uit te zetten en op te offeren in de kerk.

We hebben inderdaad geen volledig overzicht over al het goede en het kwade in de wereld en hoe die twee met elkaar samenhangen. Het kan best zo zijn dat God goede redenen heeft om hier en daar, en soms op grote schaal, het kwaad toe te staan, zoals oorlog, honger en natuurrampen, waarvan wij het ‘nut’ tussen aanhalingstekens niet inzien. Toch kan het kwaad een groter doel dienen, als we ervan uitgaan dat dat grotere doel bestaat. Dat weten we niet.

Wat de kleinere doelen betreft, kun je nooit in een individueel geval van kwaad, een aanslag of een ongeluk of ziekte, zeggen dat het goed is voor een bepaald doel. Het lijkt me heel ongezond om daar zo over te praten. In het algemeen gezegd, kan het kwaad ook goede gevolgen hebben, bijvoorbeeld als het mensen dichter bij elkaar brengt. Mensen zeggen na een ongeluk achteraf, soms veel later, dat ze er in zekere zin beter van zijn geworden, ook al was het op een heel moeilijke manier, maar dat geldt niet voor iedereen.

Ik herlees het boek regelmatig, maar het is dan meer een kwestie van bestuderen dan zomaar lezen. Door de deskundige manier van redeneren, kun je het niet op je gemak lezen. Het dunne van het boek is verraderlijk, elke alinea is wel ergens goed voor. Hij nummert uitspraken en vraagt zich af of de ene uitspraak volgt uit een eerdere uitspraak. Het leest dus niet soepel. Later heeft hij er zelf wel grapjes over gemaakt en zich afgevraagd of hij niet overdreven heeft met zijn precisie. Dat is wel aardig van hem.”

————————-

 Alvin Plantinga, God, freedom, and evil, William B. Eerdmans Publishing Co, (1959), 121 blz., € 14,99.

 

Print Friendly, PDF & Email

1 reactie

  1. Redenering tegen bestaan van almachtige, algoede, alwetende God.
    1. Als een almachtige algoede alwetende God (AAAG) bestaat dan is er geen zinloos lijden. (premisse 1)
    2. Er is zinloos lijden (premisse 2)
    3. Er bestaat geen AAAG (conclusie)
    Dit is een modus tollens en is dus qua vorm geldig.
    Als men premisse 1 bestrijdt ontstaat de free will defence, die mijns inziens niet opgaat om 2 redenen:
    a. waarom zou een AAAG de vrijheid van de kwade wil belangrijker vinden dan het lijden van het slachtoffer ervan? Lijkt mij immoreel en dus in tegenspraak met AAAG.
    b. er is lijden dat niet veroorzaakt wordt door kwade wil, maar door de wetten van het universum (ziekten, ongelukken, natuurrampen, (voortijdige) dood, etc.). Veel van dat lijden lijkt volstrekt zinloos en willekeurig verdeeld, lijkt in tegenspraak met AAAG.
    Als men premisse 2 bestrijdt ontstaat de greater good defence: lijden wordt ooit ergens gecompenseerd met groter goed en is dus niet zinloos. Ook deze gaat niet op:
    a. er is geen enkel bewijs dat die compensatie (in alle gevallen) plaatsvindt.
    b. hoe kan lijden van persoon 1 gecompenseerd worden door geluk van persoon 2?
    c. waarom zou het heelal zo in elkaar moeten zitten dat er eerst geleden moet worden om dat dan vervolgens te compenseren? Er lijkt geen goede reden waarom een AAAG het heelal zo in elkaar zou zetten.
    Conclusie: probleem van zinloze lijden lijkt fataal voor de opvatting dat er een AAAG is.
    Met groet,
    Arnold Ziegelaar

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*