Home » Kijk- en luistertip » Forever young

Forever young

‘Goed ouder worden’ is een onderwerp dat – gezien de vergrijzing – als maar actueler wordt. Maar wat houdt ‘goed ouder worden’ in? Vechten tegen verval? Geloof in ‘forever young’? We hebben nieuwe culturele verhalen nodig over ouderdom, vindt Vincent Duindam. “Daarbij gaat het niet om zo lang mogelijk jong blijven, maar om op een goede manier kunnen blijven deelnemen aan de samenleving.” Dat vraagt creativiteit, experiment én spirituele ontwikkeling.

Door Vincent Duindam

Tegenwoordig lees je veel over ‘goed ouder worden’, levenskunst, de derde fase, etc. Er zijn bureaus, experts en complete studierichtingen rond dit thema. Toch is deze ontwikkeling niet helemaal nieuw.

Mijn eigen vader (1917-1997) ging eind jaren zeventig van de vorige eeuw rond zijn zestigste  met pensioen. Daar kunnen wij tegenwoordig alleen nog maar van dromen. In die tijd waren er ook veel cursussen over: hoe nu je leven zin te geven, hoe te voorkomen dat je in een ‘zwart gat’ valt. Mijn vader ging allerlei vrijwilligerswerk doen, gaf cursussen welsprekendheid aan de Volksuniversiteit. En hij deed mee aan projecten van de Utrechtse psycholoog Wim Zwanikken, één van de eersten die aan de Universiteit Utrecht onderwijs over ‘ouder worden’ gaf.

In die ruim veertig jaar is er veel veranderd én veel hetzelfde gebleven. De samenleving is meer vergrijsd, ouderen zijn op allerlei manieren beter en meer georganiseerd. De nieuwe ouderen zijn zelfbewuster en hebben gemiddeld genomen meer uit te geven. Tegelijkertijd is ouder worden nog altijd een uitdaging gebleven. En er zijn nog altijd verschillende routes, verschillende scenario’s naar de oude dag. De twee extremen van die routes laten zich mooi uitdrukken in poëtische regels:

Do not go gentle into that good night,

Old age should burn and rave at close of day;

Rage, rage against the dying of the light.

Dylan Thomas (1914-1953)

Ga in die goede nacht niet al te licht.
De oude dag moet laaien en weerstaan;
Raas, raas, tegen het sterven van het licht.
(Vertaling Paul Claes)

 

“De dood is niet het doven van het licht,

maar het uitblazen van de lamp

omdat de dag is aangebroken”

Rabindranath Tagore (1861 -1941)

Ontwikkelingspaden

Ouder worden kan moeilijk zijn, zeker in onze samenleving waarin ‘jong, aantrekkelijk, dynamisch en vitaal’ nog altijd sleutelwoorden zijn. De psycholoog Erik Erikson (1902-1994) schreef al over de uitdagingen van oud worden. Hij zag ontwikkelingspaden richting “ego-integriteit”, of wanneer je deze kans miste: wanhoop. Zijn vraag was: kun je ‘wijsheid ’ ontwikkelen?

Volgens Erikson kent elke levensfase thema’s, crises, problemen, maar ook – potentieel – nieuwe inzichten en mogelijkheden. Lastig kan zijn dat je thema’s die je eerder niet goed verwerkte in latere fases opnieuw tegenkomt – soms in een ander jasje. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel: elke nieuwe fase geeft je de gelegenheid het verleden alsnog  te verwerken, en op die manier anders in het leven komen te staan.

Elke fase van je leven kan vruchtbaar voor jou zelf zijn en ook voor de mensen om je heen. “Generativiteit” vind ik een mooi begrip uit Eriksons theorie. Vruchtbaar zijn is niet alleen kinderen of kleinkinderen krijgen en/of verzorgen, maar ook je kennis delen, de buurt schoonhouden, koffie schenken, etc.

Verval

Enkele jaren geleden liet humanistica Hanna Laceulle  in haar proefschrift zien dat er wel maatschappelijke en culturele voorwaarden nodig zijn, om jezelf als oudere zinvol te kunnen ontwikkelen. Elke cultuur heeft verhalen over ouder worden. In het Westen gaan deze vooral over ‘verval’ (alles wordt minder) en ‘trotseren’ (goed oud worden staat dan gelijk aan zo lang mogelijk jong blijven).

We kennen daar allemaal voorbeelden van; in mensen om ons heen en wellicht ook in onszelf.

Mij staat iemand voor ogen die een heel succesvol leven had geleid en het einde daarvan eigenlijk niet kon accepteren. Hij had twee studies gedaan, was voorzitter van zijn studentenvereniging geweest, was gepromoveerd, directeur van een instituut geweest. En nu zaten we samen in café De Uithof Inn en hij vertelde me dat ouder worden eigenlijk niet hoefde. Met vitaminepreparaten, een uitgebalanceerd dieet, sport en beweging, kon je de ouderdom verslaan. U raadt hoe het uiteindelijk afliep.

Natuurlijk is er niets mis met sport, beweging, verstandig eten, etc. En het is ook mooi dat (wij) ouderen tegenwoordig nog tot op hoge leeftijd zelfstandig  kunnen blijven, kunnen reizen, daten, nieuwe relaties aangaan, etc.

Tegelijkertijd is het zo dat bepaalde (fysieke) mogelijkheden minder worden. En als je daar krampachtig aan vast blijft houden, niet los kan laten, dan lijd je. Dat is in het kort ook de leer van Boeddha: als je je vastklampt aan wat voorbijgaat,  is lijden onvermijdelijk.

Toen mijn moeder op haar sterfbed lag, zei een van mijn nichtjes vol passie tegen haar: “Blijven knokken, tante Betsy”. En ik dacht: ach mam, laat los.

Juiste houding

Laceulle wijst er in haar boek op dat er andere culturele verhalen nodig zijn dan “het beste uit jezelf halen”. Daarbij gaat het niet om zo lang mogelijk jong blijven, maar om op een goede manier kunnen blijven deelnemen aan de samenleving. En daar ook ruimte en erkenning voor te krijgen. Je hoeft niet te vechten tegen je afnemende (fysieke) mogelijkheden. De vraag is: kun je een ‘juiste houding’ vinden om met die veranderende situatie te dealen?

Een goede vraag. Eigenlijk vraagt Laceulle om nieuwe culturele opties, nieuwe vormen van ouder worden, waar je ‘op in kunt tekenen’, nieuwe routes, nieuwe scenario’s. Als deze ‘geïnstitutionaliseerd’ worden, zoals sociologen dat noemen, dan verruimt dit je keuze als oudere. We kunnen daarbij, naar mijn idee, ook lenen van andere culturen of van ons eigen verleden, denk aan het beeld van de oude wijze vrouw of man. En we zouden die alternatieve voorbeelden van ouder worden kunnen delen via de (sociale) media.

Een goed idee als we hier op een creatieve manier over nadenken en – vooral – mee experimenteren. En dat gebeurt ook: kleinschalige, groene, duurzame leefgemeenschappen. Met fleurige kleding. En muziek uit de sixties. Dat was mijn eigen fantasie, maar het gebeurt ook om me heen.

Dus laten we dat vooral doen: kijken naar nieuwe culturele (sociale, psychologische) beddingen voor deze levensfase. Maar ik zie meer mogelijkheden.

Minder geïdentificeerd

Op de eerste plaats wil ik hier een bevriend Engels koppel noemen. Rond hun tachtigste gaven ze een prachtig feest, met als thema: Growing old disgracefully (schandelijk oud worden). Met andere woorden: ik heb maling aan alle conventies, ik doe het helemaal op mijn eigen manier. Vind ervan wat je ervan wil vinden.

En ten slotte is er nog een andere, radicalere manier om ‘vrij te zijn’.

Daarin ben je ‘voorbij gegaan’ aan de wereld. Onthecht van je eerdere likes, dislikes, je geschiedenis, hang-ups, onhandige dingen, heldendaden. Je bent minder geïdentificeerd met het verhaal over jezelf, met wat je allemaal wel en niet moet, kan, wil. Maar let op: dit is niet de ‘wanhoop’ die Erikson als optie noemde, maar een nieuw soort wakkerheid, alertheid. Je kunt vriendelijk lachen om je eigen geschiedenis – en (dus ook) om die van anderen.

Dan komen de regels van Bob Dylan in me boven uit de song My Back Pages (1967, zie video hierboven), ook gezongen door The Byrds.

“I was so much older then, I am younger than that now.” (Ik was zoveel ouder toen, ik ben jonger nu dan toen)

Als je je niet langer identificeert met de vormen in je leven, kan het Bewustzijn Zelf  (Atman voor de Hindoes, Christus Bewustzijn kun je evengoed zeggen) ook door jouw vorm heen schijnen. Dat is de spirituele benadering. Als je  alle ‘eindes in je leven’ zonder weerstand aanvaardt, kom je in contact met iets in je dat nooit ouder wordt.

Toch nog: forever young.

————————–

Hanne Laceulle, Becoming who you are, Aging, self-realization and cultural narratives about later life, proefschrift, Utrecht, 2016.

Print Friendly, PDF & Email

2 reacties

  1. Ria van Amelsvoort

    Ik vond ooit ergens in een krant de volgende wijsheid van een zekere Johann Gerhard Oncken (1800-1884):
    ‘Wie de goddelijke gave van de geestdrift bezit,
    die wordt wel ouder maar nooit oud.’

  2. Goede gedachten. De strekking kan ik onderschrijven. Het spirituele slot is mij sympathiek maar vind ik erg beknopt en daarom voor mij niet helemaal duidelijk. Verder vraag ik me af of het betoogde wel in strijd is met “het beste uit jezelf halen”. Nogmaals, mooi stuk.

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*