Home » Paulien van Bohemen » Geen hemel

Geen hemel

Paulien van Bohemen is geestelijk verzorger in een verpleeghuis. Ze tekent scènes op uit het dagelijks leven aldaar. “Gelukkig dat ze dood is, dan kan ze hem nooit van me afpakken.”

Door Paulien van Bohemen

“Het valt wel, maar niet mee. Ik zit hier de hele dag naar de wolken te staren en verveel me te pletter.” Ze zit een beetje achterover gekanteld in haar rolstoel voor het grote raam in de huiskamer. “Ik heb te veel tijd om na te denken. Nou ja, om te piekeren eigenlijk. Ziet u die grote wolk?” wijst ze. “Zou daar de hemel achter zitten? Ik denk van wel. Over die hemel ben ik juist zo aan het tobben.” Ze plukt aan haar zwarte rok.

“U moet weten, dat mijn man dood is. Toen ik hem leerde kennen, was hij weduwnaar. Zijn eerste vrouw was een schoonheid. In de week nadat we getrouwd waren, werd ik ‘s nachts wakker om te plassen. Bleek de plek naast me leeg. Mijn man was niet op het toilet, dus ging ik hem zoeken. Ik vond hem in zijn studeerkamer, achter zijn bureau. Toen hij mij zag, leek hij te schrikken en stopte iets weg onder een stapeltje papieren. We zijn naar bed gegaan en toen hij weer sliep, ben ik gaan kijken. Het bleek een foto van zijn overleden vrouw te zijn. Ze stond er prachtig op. Ik durfde er de volgende dag niet over te beginnen. Sindsdien was hij wel vaker lang uit bed. Ik vond dat niet fijn, maar ik wilde niet zeuren, dus hield ik mijn mond. Weet u, ik heb stiekem best vaak gedacht: ‘Gelukkig dat ze dood is, dan kan ze hem nooit van me afpakken.’”

Ze plukt fanatieker aan haar rok. “Maar sinds hij dood is, ben ik vreselijk bang. Bang, dat die twee elkaar hebben teruggevonden daarboven. Dat zij samen dolgelukkig zijn en dat hij me compleet is vergeten. Hoe moet dat met mij als ik straks doodga? Ga ik door de hemelpoort en wat zie ik? Juist ja, die twee samen op een bankje, innig verliefd. En ik heb het nakijken. Oh, ik kan wel janken als ik eraan denk. Ik ben er elke dag mee bezig.” Ze kijkt weer naar buiten. De wolk is inmiddels voorbij gedreven. “Ten einde raad bid ik soms, dat er helemaal geen hemel is. Dat zou me een hoop leed besparen.”

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*