Home » Columns » God helpt wie zich laten helpen

God helpt wie zich laten helpen

Met identiteit is iets vreemds aan de hand, betoogt Erik Borgman. Je denkt snel: het vreemde doet het eigene verwateren. Maar dat is niet zo. Wezenlijk aan onze westerse identiteit is nu juist haar openheid. Interessant is dat theoloog Borgman deze overtuiging terugzag in de Abel Herzberglezing (18 september) van seculier schrijver Arnon Grunberg. “Wat onze cultuur ten diepste waardevol maakt, is haar vermogen tot gastvrijheid.” Borgman legt een verband met een fundamenteel menselijk gegeven, dat vooraf gaat aan iedere culturele bepaling: gebrekkigheid en zwakte. Wij zijn wezenlijk aangewezen op anderen.

Door Erik Borgman

Het was wat mij betreft een typisch ‘nu-hoor-je-het-ook-eens-van-een-ander-moment’. Zondag 18 september sprak Arnon Grunberg de Abel Herzberg-lezing uit en verdedigde daarin de stelling dat onze westerse identiteit gelegen is in onze gastvrijheid. Dat was uiteraard niet empirisch bedoeld. De westerse cultuur is lang niet altijd gastvrij en probeert vaak alles wat vreemd is uit te drijven of naar eigen beeld en gelijkenis te herscheppen. Maar dat wat onze cultuur ten diepste waardevol maakt, is haar vermogen tot gastvrijheid. We verliezen onze identiteit dus niet door gastvrij te zijn en ons door andere culturen te laten beïnvloeden. Onze identiteit en onze cultuur worden bedreigd door ons verlangen niet meer gastvrij te zijn. Stel je voor dat ons dat zou lukken en wij aan onszelf zouden zijn overgeleverd!

Voor mij heeft het inzicht in het belang van de gastvrijheid een christelijke grondslag. Als Jezus zijn leerlingen voorhoudt dat zij hun vijanden lief moeten hebben, spoort Hij hen aan ze te zien als mensen die net als zij beeld zijn van God, geroepen om te getuigen van Gods goedheid. We moeten van onze vijanden vrienden maken door in te zien dat wij zelf voor anderen vijanden zijn. Wij moeten de kloof tussen ‘zij’ en ‘wij’ oversteken om te ontdekken hoe God ook ‘daar’ aanwezig is en niet alleen ‘hier’. Ik was benieuwd of Grunberg met zijn door en door seculiere inslag misschien meer succes had met zijn verhaal dan ik, met mijn theologische manier van redeneren.

Identiteit van openheid

De eerste tekenen zijn niet bemoedigend. Er zijn natuurlijk de te verwachten reacties die neerkomen op de stelling dat we niet gastvrij moeten zijn tegenover indringers die ongevraagd hier komen en zich met hun vreemde cultuur aan ons opdringen. Maar er is ook hardnekkig onbegrip. Nelleke Noordervliet bijvoorbeeld schreef op zaterdag 24 september in haar column in Trouw dat zij ‘wat kanttekeningen’ wilde maken bij het betoog van Grunberg. Vervolgens poneerde zij zonder verdere aarzeling een stelling die zij blijkbaar als evident beschouwt, maar die Grunberg nu net tegenspreekt: “Identiteit van een ‘ik’, of van een collectief, een ‘wij’, wordt altijd gedefinieerd in contrast met het andere.” Deze gedachtegang leidt ertoe dat de vraag hoe om te gaan met de vreemdelingen die onder ons wonen als een onoplosbaar dilemma verschijnt. Zijn wij open voor het andere, dan verliezen wij onze identiteit. Maar sluiten we ons af van het andere, dan ontstaat er een potentieel gevaarlijke tegenstelling. Als daarentegen onze gastvrijheid onze identiteit is, zoals Grunberg suggereert, dan is dit geen dilemma meer. Dan behouden we onze identiteit juist door ons voor het andere open te stellen.

Nieuwsgierigheid

Komt onze identiteit tot stand door ons van elkaar af te zetten en elkaar tot het andere te maken? Wat mij het meest eigen is, mijn moedertaal, leerde ik door te doen wat anderen deden. Zo worden mensen in een cultuur ingevoerd: door mee te doen met wat de omgeving voorleeft. ‘Zo doe je dat’. De ontdekking dat anderen dezelfde dingen heel anders doen, of zelfs helemaal niet doen omdat ze er geen belang in stellen, en andere dingen, waar wij thuis nooit aan denken, behandelen alsof ze het belangrijkste van de wereld zijn, komt pas hierna. Dat kan leiden tot distantie en afscherming, maar het kan ook leiden tot nieuwsgierigheid en de wens om de wereld te zien door de ogen van degenen die als vreemd verschijnen. Grunberg bedoelt nu – of laat ik niet langer Grunberg laten buikspreken: ik meen nu – dat wij in Europa door schade en schande geleerd hebben dat deze laatste mogelijkheid ons vooruit helpt en de eerste ons gevangen zet.

In de spiegel kijken

Wie wil blijven wie hij of zij is, die beperkt de eigen mogelijkheden en zal vroeg of laat ontdekken een verrader van zichzelf te zijn. Dit is precies wat er met Nederland nu aan de hand is. Tenminste, te oordelen naar ons publieke gesprek, lijkt het erop dat wij enerzijds geloven ons oorspronkelijke zelf verloren te hebben, maar anderzijds onszelf verbieden gebruik te maken van wat de aanwezigheid van vertegenwoordigers uit andere culturen ons aanbiedt. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om echt eens in de spiegel te kijken. Zeker, het is mogelijk iedereen die denkt dat ons lichaam niet zomaar een verzameling reserveonderdelen is als achterlijk weg te zetten en een wetgeving in te voeren die erop gericht is dat je van deze achterlijkheid zo min mogelijk last hebt. Ik voorspel overigens dat als het ‘ja, tenzij’-systeem van orgaandonatie wet wordt, dat er over vijftien jaar een discussie komt in hoeverre deze ‘weigerburgers’ nog aanspraak kunnen maken op een volledig burgerrecht. Maar je zou de afwijkende visie ook serieus kunnen nemen. Je zou eens na kunnen denken over de vraag of wij in onze gezondheidszorg eigenlijk niet net zo met lichamen en organen omgaan zoals wij met heel veel aspecten van de natuur omgaan. Deze manier van omgang heeft tot een haast onoplosbare ecologische crisis geleid, dus het zoeken naar een alternatief lijkt verstandig.

Welkome gasten

Nederlanders zijn in de openbare ruimte met elkaar gaan discussiëren zoals gasten in een praatprogramma. Iedere gast straalt uit dat het echte probleem is dat anderen niet geloven in wat zij geloven, vinden, of aan oplossingen zien. Wie zo denkt heeft niets te leren. En bovendien: wie het eigen boven alles stelt, ontkent de fundamentele identiteit die we al hebben voordat wij een eigen identiteit construeren: die van gebrekkige, zwakke, op hulp, welwillendheid en inventiviteit van anderen aangewezen mensen. Het is misschien niet leuk om dat te ontdekken, maar het is nog veel erger om dat niet te ontdekken. God helpt niet degenen die zichzelf helpen, zoals vaak gezegd wordt. God helpt degenen die zichzelf laten helpen. Door de vreemden, lang niet altijd genode gasten, nu zij er eenmaal zijn, als welkome gasten te behandelen. Wie weet wat we van hen kunnen leren!

 

erik_borgman nw2 » Lees ook andere artikelen van Erik Borgman

 

Print Friendly, PDF & Email

1 reactie

  1. Ook hier is het de vraag: wat was er eerder, de kip of het ei; gastvrijheid of oriëntatie op Jezus/God? M.i. gaat toch steeds het laatste aan het eerste vooraf: wie zich openstelt voor het mysterie van het goddelijke (en dat kan je heel wijds zien) die wordt/is bijna vanzelf gastvrij. Je ziet dat ook in de huidige cultuur van het rechtse deel van de samenleving: men moet er vechten voor zijn bestaan, en dat belet om kwetsbaar en ontvankelijk te zijn voor het goddelijke. Gastvrijheid schiet er dan gemakkelijk bij in; eigen volk eerst. Om de westerse cultuur dan ook als gastvrij te kenschetsen, gaat mij wat ver. Iemands soc.-ec. positie weerspiegelt zich in zijn persoonlijke cultuur en moraal, maar ook in de groep waarin ie zich beweegt. Of ie zich in het Westen bevindt, heeft er weinig mee te maken. We moeten dus voorzichtig zijn met ons op de borst te kloppen over de kwaliteit van ‘onze’ cultuur! We behoren niet allemaal, zelfs niet in overwegende mate tot de maatschappelijke elite.

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*