Home » Cultuur » Goddelijke muziek

Goddelijke muziek

Eric Corsius bezocht vorige maand het jaarlijks terugkerende en druk bezochte Festival Oude Muziek in Utrecht. In dit genre is religieuze muziek van oudsher oververtegenwoordigd. Maar wat maakt muziek nu religieus? Niet de verwijzing naar religieuze inhouden uit heden of verleden, zegt Eric Corsius. Als uitings- en belevingsvorm is muziek altijd religieus. “Alleen al ademloos luisteren is amen zeggen.”

Door Eric Corsius

Het gouden nazomerzonlicht scheerde over de grachten en klom op tegen de renaissancegevels. Uit de open ramen van een nobel huis klonken de al even gloedvolle klanken van barokviolen en gamba’s die Corelli speelden. Utrecht was eind augustus weer het thuis van het Festival Oude Muziek. De historische binnenstad, die eigenlijk in elk seizoen op haar best is, was een stukje hemel op aarde. Het was ook weer troostrijk voor melomanen als ik, dat de zalen voor de concerten nagenoeg vol zaten. (De aanblik van lege rijen bij concerten baart mij namelijk vaak nog meer zorgen dan die van lege kerken. Het geloof redt zichzelf uiteindelijk wel en vindt wel zijn weg – ook zonder volle kerken. Muziek lijkt echter vooral een kwetsbare onderneming van mensen.)

Gevallen engel

Indrukwekkend was onder andere de prestatie van de countertenor Philippe Jaroussky, die in Vredenburg-Tivoli 1700 luisteraars in zijn ban wist te brengen, bij hen een ongebroken concentratie afdwong en een uitzinnige slotovatie uitlokte. Hij verleidde als het ware zijn publiek – zoals we dat van hem gewend zijn. Anders dan de eerste generatie zangers met dit stemtype en deze zangtechniek, combineert hij namelijk de engelachtige klank van zijn bovenstem met lenigheid, wendbare uitdrukkingskracht en zelfs mannelijke sensualiteit. Jaroussky is geen quasi-castraat of een geslachtsloze cherubijn, doch eerder een met de zwaartekracht van al het aardse vechtende, gevallen engel. (Deze ambivalentie maakt hem ook zo geschikt voor het decadente Franse liedrepertoire uit het fin de siècle.)

Zoals veel hedendaagse ‘authentieke’ musici belichaamt Jaroussky de revolutionaire ontwikkeling die zijn muziekgenre heeft doorgemaakt in de afgelopen decennia. Was de ‘oude muziek’ aanvankelijk een academische, keurige en soms letterlijk calvinistische bezigheid, die de historische bronnen wilde opdelven en het eruit opwellende water wilde zuiveren: sindsdien is het een beweging waarin speelsheid, samenspel en speelvreugde de boventoon voeren – en waarin zelfs zoiets als cross-over mogelijk is. Noordwest-Europese protestanten als Gustav Leonhardt en de kostschoolcantor Eliot Gardiner deden een stapje terug ten gunste van in de zon gerijpte jong-wilde Fransen (zoals Jaroussky), zuiderlingen en Oost-Europeanen. Het accent is verschoven van verantwoorde reconstructie naar het – soms zelfs improviserend – tot leven brengen van muziek.

‘Een betere wereld’

En zo krijgt het begrip ‘religieuze muziek’ – een genre dat in de oude muziek is oververtegenwoordigd – een nieuwe betekenis. Het religieuze gehalte van de oude muziek is niet meer beperkt tot het feit, dat componisten indertijd nu eenmaal gelovig waren en vaak religieuze teksten als ‘kapstok’ gebruikten. Het religieuze karakter heeft er precies mee te maken, dat de oude muziek de fase van de ‘historische reconstructie’ voorbij is. Zoals elke goede muziekuitvoering, doet de authentieke uitvoeringspraktijk de muziek herleven. Zij herschept. Meer nog: in haar openbaart de muziek zichzelf als iets goddelijks. Zodoende brengt zij ons in vervoering en voert ons weg ‘naar een betere wereld’, zoals een bekend Schubertlied zegt. Muziek verwijst niet naar religieuze inhouden uit verleden of heden, maar is een uitings- en belevingsvorm van religie tout court.

Misschien is het begrip ‘religieuze muziek’ dus wel een pleonasme. Als er goed muziek wordt gemaakt en als wij op de juiste manier ervan getuigen en ernaar luisteren, worden wij gedwongen om onze religieuze kaarten op tafel te leggen. Daar is niet veel voor nodig en het gaat vanzelf. Alleen al ademloos luisteren is amen zeggen.

~~~~~~~~~~~~

Voor het bovenstaande staande dank ik één en ander aan Frido Manns boek ‘An die Musik’ (2014). Op 4 en 5 november komt Frido Mann naar Klooster Wittem om over zijn gedachten over kunst en zingeving in gesprek te gaan. Meer informatie zie agenda

Print Friendly, PDF & Email

1 reactie

  1. Is er ‘een juiste manier’ om naar muziek te luisteren? Hoe luister je op ‘de juiste manier’ naar Bach, naar Corelli, naar Monteverdi? Is het pas ‘juist’ als je er door geraakt wordt? Wat dan met hen die gewoon niet van Bach houden, die niets hebben met die muziek, die klankkleur, dat overdonderende van een stevige fuga? Natuurlijk maakt het iets uit of muziek goed uitgevierd wordt, dat staat buiten kijf. Maat was is authentiek? Zoals die vroeger werd uitgevoerd? Bach – om daar even bij te blijven – vind je in veel verschillende uitvoeringen, op originele of hedendaagse instrumenten, een verschillend tempo, verschillende instrumenten enz. En je mag weten: ‘het mag van Bach’. Mensen hebben nu eenmaal verschillende interesses. Zit misschien wel iets van in de genen.
    Als uitings- en belevingsvorm is muziek altijd religieus,’ schrijft Corsius. Oei, een stevig stuk hardrock werkt voor mij averechts. Muziek kan ook het tegendeel van religiositeit oproepen….

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*