Home » Columns » Groter dan ons hart
Aloysiuskerk Utrecht

Groter dan ons hart

Erik Borgman geeft een inkijkje in katholiek kerkelijk leven, waarin het steeds om mensen gaat, om lief en leed op kleine persoonlijke schaal, maar waarin ook de grote vragen, zorgen en verlangens van het bestaan uitdrukking krijgen.

Door Erik Borgman

Het werd een vreemde viering, afgelopen zondag. Anders dan anders zat de Aloysiuskerk in Utrecht-Oost deze zondag afgeladen vol. De aanleiding was al vreemd. Volkomen onverwacht had Ton Huitink, de pastoor van de drie samenwerkende parochies in Utrecht, kort na Pasen te horen gekregen dat hij overgeplaatst was naar Zwolle. Hans Boogers, de pastoor van Zwolle, zou naar Utrecht gaan. Wat er achter deze dubbele overplaatsing zit, is tot op de dag van vandaag voor alle betrokkenen onduidelijk. In ieder geval nam Ton Huitink nu, deze zondag, afscheid, samen met collega Gerrit-Jan Westerveld, die om gezondheidsredenen met pensioen ging na in Utrecht dertig jaar pastoraal werker te zijn geweest.

In de kerk zaten niet alleen katholieken, maar ook protestanten en enkele imams, met wie Westerveld steeds warme relaties had onderhouden. Ook het altaar was vol. Dat vind ik altijd wat ongemakkelijk. Voor mij is de eucharistie het meest sprekend als zij sober gevierd wordt, niet met een hele groep priesters en diakens die allemaal een taakje hebben, maar dat vanwege het gebrek aan routine vaak onhandig uitvoeren. Maar er was verbondenheid en er was geloof dat de kerk in de stad ook deze vreemde wending in haar geschiedenis wel weer te boven zou komen. ‘Blijf bij ons, Heer’ heette de pastorale visie die nog onder Huitinks leiding was geschreven.

Reële aanwezigheid

We vierden zondag Sacramentsdag, de dag waarop de rooms-katholieke kerk de blijvende en reële aanwezigheid van de Gezalfde Jezus in de eucharistie gedenkt. Maar het hoogtepunt van deze viering kwam voor mij toen Huitink en Westerveld na de preek bij de ambo gingen staan en samen de voorbeden begonnen te zingen:

Gij die geroepen hebt ‘licht’
en het licht werd geboren.
En het was goed, het werd avond en morgen,
tot op vandaag.
Gij die geroepen hebt ‘o mens’
en wij werden geboren.
Gij die mijn leven zo geleid hebt tot hiertoe
dat ik nog leef.

Dit lied van Huub Oosterhuis en Antoine Oomen laat mij nooit onberoerd – en niet omdat je in het refrein ‘Opdat Gij het zijt, groter dan ons hart, die mij hebt gezien eer ik werd geboren’, ook ‘Erik werd geboren’ kunt horen. Voordat iemand mij daarop wees was ik er niet opgekomen en het geeft het lied voor mij niets extra’s.

Dat heeft dit lied niet nodig, iets extra’s:

Voor allen die gekruisigd worden,
wees niet niemand,
wees hun toekomst ongezien. (…)
Gij die tegen alle schijnbaar noodlot in
ons vasthoudt…

Ze zongen het niet mooi, Ton en Gerrit-Jan. Het was niet zuiver en zelfs niet helemaal gelijk, maar het is niet kapot te krijgen.

Met name de laatste solo, die bij mij altijd door merg en been gaat:

Gedenk uw mensen,
dat zij niet vergeefs geboren zijn.

Al had Huub Oosterhuis alleen maar deze regel geschreven, alles wat hem zo vaak en voor zovelen onhanteerbaar maakte en maakt – en ik heb daar ook zo mijn ervaringen mee – zou hem vergeven moeten worden. ‘Omdat Gij het zijt, groter dan ons hart’ en dat in deze zin voelbaar wordt.

Gerard Zuidberg

Daarna volgden enkele gesproken voorbeden waarin ineens de naam van Gerard Zuidberg genoemd werd. De nacht tevoren overleden.

“De dood mag dan de laatste vijand zijn, het is wel een heel agressieve”, schreef ik aan enkele mensen van wie ik dacht dat zij nog niet op de hoogte waren en dat wel graag zouden willen zijn. Nog geen maand geleden had Gerard ons, de leden van een studiegroep waarvan hij vanaf het begin in 1995 lid was geweest, meegedeeld dat hij ‘helaas’ niet meer naar onze bijeenkomsten kon komen – ‘helaas’ dat was hetgeen droog in de onderwerpregel van zijn mail stond. “Volstrekt onverwacht heeft de tumor mij te pakken gekregen, na zoveel goede momenten, waarop het leek dat ik nog tijd van leven zou krijgen.” Gerard had al jaren kanker.

Gerard was pastor en kerkactivist tot het laatst, maar hij is vooral een leermeester en reisgenoot geweest voor talloze collega’s. Tot en met de plegers van seksueel misbruik die, zo vond hij, niet alleen gemeden mochten worden. Hij heeft er op deze site in alle omzichtigheid over proberen te schrijven.

Van een geloofsbelijdenis die hij schreef kort nadat hij gehoord had dat zijn einde aanstaande was, was de laatste regel: “Ik geloof in God die ruimte is en wordt voor elk leven, ook mijn leven dat ten einde loopt.” In deze ruimte, groter dan welk mensenhart dan ook, vertoeft hij voor altijd. Dat kan niet anders. Omdat Gij het zijt.

Print Friendly, PDF & Email

3 reacties

  1. marinus van den berg

    “Als er intens verdriet is om een geliefd mens is het beter om stil te zijn.” Marinus van den Berg

    • Gecondoleerd, alle betroffenen!

      Als het dan werkelijk gaat om “pastoraat van omzien naar de ander”, sluit de overduidelijk lichamelijk gehandicapte / zieke, maar vooral geestelijk en sociaal uiterst geïsoleerde aartsbisschop daar toch niet van uit! Luister dus niet selectief: alleen naar hen die naar verwachting zullen voldoen aan je eigen wensen en voorkeuren!
      Laat het komende, pijnlijke afscheid dus geen demonstratie worden van wij-zij denken én te vieren eigen gelijk, maar een van verzoening, bruggen bouwen en op elkaar toegaan, óók richting mensen met een andere visie op christus, christendom en r.-k. kerk-zijn. Leg uw hoop in G’d, Jezus Christus en Maria! Wees altijd blij en dankbaar, maar vooral heel geduldig! Overstijg uw kleinmenselijkheid, en betracht gastvrijheid óók én juist t.o.v. de huidige aartsbisschop c.s. Zorg nu eens voor hartelijke ontmoetingen in een psychologisch veilige setting, en breng daar echte luisterbereidheid en dialoog in praktijk. Met een lepel honing bereikt men meer dan met veel klagen en jammeren, ofwel liters azijn! Onze G’d is toch een god van levenden?!

  2. “Blijf bij ons Heer” hoort terecht thuis in de christelijke liturgie en het persoonlijk gebed, maar moet de eerste vraag aan onszelf gelovigen niet zijn: zijn wij wel bij de Heer, en hoe c.q. wat doen we daar echt voor, dag na dag?

    Is niet het grootste probleem van de moderne kerk dat men (theologen en ambtsdragers van modernistische snit) God voor zijn eigen karretje wil spannen i.p.v. dat men zich inspant om zelf het karretje van God te trekken?! Wat doen we dus echt individueel en collectief voor het zijn-in-de-Heer dat de bronnen (Evangelie en m.n. Paulus) ons steeds weer voorhouden als belangrijkste doel?

    Zou het niet zo kunnen zijn dat juist de aartsbisschop het tekort hier (m.n. bij pastores en theologen van zijn generatie) constateert en meent maatregelen te moeten nemen om vóór alles de nadruk in de parochies weer te leggen op het ontwikkelen en onderhouden van de juist heil brengende individuele relatie van gelovigen met Jezus, God, Maria enz.?

    Terug naar de BRON en de bronnen van kerk en geloven; voor de kerk die toekomst wenst te hebben t.b.v. het echte geluk van mensen is er toch geen betere route/methode?! Vanwaar toch de blindheid voor dat realisme en logica bij (geleerde en niet-geleerde) moderne gelovigen?

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*