Home » Columns » Het gaat erom de dagelijkse beslommeringen tot een dans te maken
Bevrijdingsfestival Amsterdam.

Het gaat erom de dagelijkse beslommeringen tot een dans te maken

De Française Madeleine Delbrêl (1904-1964) had zich als jonge vrouw vrij plotseling van militante atheïste tot hartstochtelijke katholiek bekeerd. In haar teksten leest Erik Borgman een aanstekelijke levensvisie, die goed past bij bevrijdingsfestivals van afgelopen zaterdag: zie het leven – ondanks alles – als een feest, als een bal, als een dans in de armen van Gods genade. 

Door Erik Borgman

Het is 5 mei, maar ik ben voor familiebezoek in Parijs. In Frankrijk vieren ze het einde van de Tweede Wereldoorlog op 8 mei. Ik was van plan de gebeurtenissen bij de Dodenherdenking op de Dam en de beelden van de bevrijdingsfestivals door het land via internet te bekijken, maar de verbinding in mijn hotelkamer is te langzaam.

Ivry-sur-Seine

Onderweg in de trein las ik een boek met teksten van Madeleine Delbrêl (1904-1964). Zij had zich als jonge vrouw vrij plotseling van militante atheïste tot hartstochtelijke katholiek bekeerd – “Ik ben betoverd door God”, zei zij zelf. In 1933 ging ze met twee vriendinnen in Ivry-sur Seine wonen, de arbeidersvoorstad van Parijs die als eerste een communistisch gemeentebestuur had. De secretaris-generaal van de invloedrijke Communistische Partij van Frankrijk, Maurice Torez, woonde er.

Zij vestigden zich te midden van de communistische arbeiders met missionaire intenties. Delbrêl noemde haar ploegje ‘missionarissen zonder boot’ en hun methode was wat wij tegenwoordig ‘presentie’ noemen. Het ging daarbij echter om meer dan anoniem tussen de andere mensen wonen en met hen samenwerken met het oog op het gemeenschappelijke welzijn.

Priester-arbeiders

Dit laatste deden de vrouwen in Ivry ook. Madeleine Delbrêl wordt in 1939 benoemd als hoofd van de sociale dienst van de gemeente en is tijdens de oorlog verantwoordelijk voor de opvang van vluchtelingen die elders uit Frankrijk komen. Delbrêl en de haren staan wat hun visie betreft dicht bij de priester-arbeiders, die vanaf 1942 proberen de relatie met de arbeiders te herstellen door bij ze te gaan wonen en met ze te werken. Als dit tot spanningen leidt met Rome gaat Madeleine op bedevaart naar Rome en bidt bij het graf van Petrus voor het behoud van het missionaire elan van de Franse kerk.

Madeleine Delbrêl heeft echter ook kritiek op de priester-arbeiders. Later zou ze schrijven dat het werken onder communisten die niets van God willen weten en God ook niet lijken te missen, voor christenen twee gevaren met zich meebrengt. Het eerste is dat zij zich afkeren van de communisten zoals zij zich afkeren van het communisme. Maar de tweede is – en dat gebeurde naar haar idee geregeld met priester-arbeiders – dat zij het communisme gaan liefhebben zoals zij, op aansporing van Jezus die de liefde voor iedereen preekte en voorleefde, de communisten liefhebben.

Dansen

Voor Madeleine Delbrêl is het duidelijk dat het communisme en het katholieke geloof twee elkaar uitsluitende visies op de wereld en het leven belichamen. Denken in termen van een onverzoenbare strijd tussen arbeid en kapitaal gaat niet samen met liefde voor allen en iedereen, inclusief de vijanden. Christenen moeten naar haar opvatting met hun leven getuigen van die liefde voor allen en iedereen, en zich niet laten verleiden om die liefde ondergeschikt te maken aan welke strijd of welk doel dan ook. Als het nodig is, moeten zij dit ook helder uitspreken en zich voor hun visie verantwoorden.

Delbrêl drukt dat uit op een manier die ik erg passend vind bij de wijze waarop in Nederland tegenwoordig Bevrijdingsdag wordt gevierd. Op de eerste 14de juli na de oorlog, de Franse nationale feestdag, schrijft zij die als jonge vrouw veel van dansen hield:

“Iedereen gaat dansen. Overal, sinds maanden, sinds jaren, danst de wereld. Hoe meer mensen er sterven, hoe meer mensen er dansen. Golven van oorlog, golven van feest.”

Madeleine gaat niet in het dansen op, maar keert zich er ook niet tegen, zoals ‘de ernstige mensen’ geneigd zijn te doen. In plaats daarvan denkt zij aan koning David die zo zelfvergeten danste voor de Ark van God dat zijn edele delen voor iedereen zichtbaar waren.

‘Kom ons van onze stoel afhalen’

Geloven, schrijft Madeleine, zou een dans moeten zijn. Maar veel gelovigen maken er ‘een turnoefening’ van, constateert zij. Terwijl het er om gaat “de boodschappen, de rekeningen, het avondeten”, kortom de dagelijkse beslommeringen tot een dans te maken. “Heer, kom ons van onze stoel afhalen”, bidt zij.

Zij eindigt haar overpeinzingen met een zin die zo van paus Franciscus zou kunnen stammen, die een vergelijkbare visie op geloof presenteert:

“Help ons het leven te beleven, niet als een schaakspel waarin elke zet berekend is, niet als een wedstrijd waarin alles moeilijk is, niet als een probleem dat ons hoofdbrekens bezorgt, maar als een feest, als een bal, als een dans in de armen van uw genade.”

De antwoorden van bezoekers van de bevrijdingsfestivals op de vraag wat ‘vrijheid’ voor hen betekent, zijn vaak nogal oppervlakkig, vind ik. Maar misschien zit de diepzinnigheid in de muziek en het dansen zelf.

—————-

De teksten van Madeleine Delbrêl worden geciteerd uit: Betoverd door God: Het leven en werk van Madeleine Delbrêl, red. en vert. Piet Raas en Ann-Sophie Noreillie, Averbode 2016.

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*