Best NYC Escorts/ Manhattan Escorts girllookup.com Long Island Escorts
Home » Columns » ‘Houd moed, sta op, Hij roept je’
De blinde Bartimeüs roept Jezus om medelijden. (Illustratie Kees de Kort)

‘Houd moed, sta op, Hij roept je’

Erik Borgman sprak afgelopen zaterdag op een zoom-bijeenkomst van de werkgroep Vluchtelingen van de Raad van Kerken. Opkomen voor het recht en een menswaardige behandeling van vluchtelingen is er de afgelopen tijd niet gemakkelijker op geworden. Door de coronapandemie gaat de collectieve aandacht uit naar andere zaken en maken wij ons vooral zorgen over onszelf. Wat zeg je in een dergelijke situatie tegen mensen die met de dagelijkse moeizaamheid worden geconfronteerd.

Door Erik Borgman

Of ik de meer dan honderd activisten die zich inzetten voor vluchtelingen, met af zonder papieren, iets hoopvols wilde zeggen. Ik voelde mij er wat verlegen mee.

‘Houd moed, sta op, Hij roept je’, luidde de titel van de bijeenkomst. Dat is wat in het Marcusevangelie tegen de blinde Bartimeüs wordt gezegd, die Jezus’ aandacht heeft proberen te trekken door hard om Jezus’ medelijden te roepen. De omstanders manen hem eerst vergeefs tot stilte, maar Jezus roept hem bij zich en de omstanders zeggen dan tegen hem: “Houd moed, sta op, Hij roept je” (Marcus 10,49). Als Jezus aan hem vraagt wat Bartimeüs van hem wil, zegt deze: “Dat ik zien kan” (vers 51).

Paradoxen

Ik suggereerde mijn toehoorders dat zij zich vaak zo moedeloos voelden omdat zij hadden leren zien. Letterlijk zei ik:

“Wat zo vaak voelt als moedeloosheid, daarvoor zou ik dankbaar moeten zijn, zo realiseer ik mij dan. Immers, ik begin daarmee enigszins te doorzien hoe onze schijnbaar zo vredige samenleving op geweld en uitsluiting is gebaseerd. Ik weet niet zeker of, als het mij gevraagd was, ik het had willen zien, maar ik zie het nu en dat is hoopvol. Natuurlijk, als wat ik zie niet deugt, dan moet het de wereld uit geholpen worden. Maar zien dat iets de wereld uit geholpen moet worden, ook al lukt dat niet, is beter dan het niet te zien. Voor wie van paradoxen houdt: hier hebben we er eentje. Wat we denken dat ons moedeloos maakt, is een teken van hoop.”

Ons wordt hoop gegeven

Ik vertelde dat ik zelf hoop houd, omdat zoveel van de vluchtelingen de moed en de hoop niet opgeven. Zij weten dat zij tot een beter leven bestemd zijn en dat hen dat op welke manier ook ten deel zal vallen. Wij denken misschien dat wij hun hoop moeten geven, maar als puntje bij paaltje komt blijken zij het te zijn die ons hoop geven. Hoop dat ‘dat koninkrijk van U, weet U wel,’ ondanks alles toch nog wat wordt, om met Gerard Reve te spreken.

Ik meende het en ik geloof inderdaad, met Václav Havel (1936-2011), dat hoop niet betekent dat je gelooft dat iets goed afloopt, maar dat iets zinvol is wat de afloop ook zal zijn. Toch voelde het beetje als een slimmigheidje. Alsof ik hen die de hitte van de dag droegen had proberen te vertellen dat zij hun eigen ervaring niet goed begrepen. Het lijkt wel hopeloosheid,  maar het is eigenlijk hoop… – wat jij wil! Had ik niets meer te bieden? Las ik daarvoor nou al die boeken?

Weg naar de vrijheid

Diezelfde middag las ik een boek dat al een paar dagen lag te wachten. Journey to Freedom is geschreven door Sergei Ovsiannikov (1952-2018), vanaf 1999 tot zijn dood de aartspriester van de Russisch-orthodoxe parochie van de heilige Nicolaas van Myra te Amsterdam. Voor Ovsiannikov gaat het christendom over vrijheid. Hij kwam op een voor hemzelf onverklaarbare wijze tot geloof toen hij in de jaren zeventig in de gevangenis zat en daar overvallen werd door de zekerheid dat ware vrijheid alleen in God te vinden is.

Maar het werkelijk verwerven van die vrijheid was vervolgens niet alleen voor Ovsiannikov zelf een hele toer. De reis naar de vrijheid is voor de gelovige het leven zelf, zo legt hij uit in dit boek, dat in 2018 in het Russische verscheen en waarvan onlangs de Engelse vertaling uit kwam. Ovsiannikovs boek kan worden gezien als een meanderende uitweiding van de verzuchting van de apostel Paulus in zijn brief aan de Romeinen (7,19-25):

“Ik doe niet het goede dat ik wil, maar het kwade dat ik niet wil. Als ik doe wat ik eigenlijk niet wil, ben ik niet meer de handelende persoon, maar de zonde die in mij huist. (…) Mijn innerlijk schept behagen in Gods wet, maar in mijn handelen ontwaar ik een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn rede, en mij als gevangene uitlevert aan de wet van de zonde die in mij leeft. Rampzalige mens die ik ben! Wie zal mij redden van dit bestaan ten dode? God zij gedankt door Jezus Christus onze Heer!”

Levengevende paradox

Ovsiannikov ziet hier geen rampzalige tegenstelling in, maar een levengevende paradox. Het kwaad wekt mijn verlangen naar het goede en zet mij aan mijn leven te leiden op basis van dat verlangen en om vanuit dit verlangen naar mijn eigen handelen en dat van anderen te kijken. Ik zie dan niet alleen hun gevangenschap in wat zij ten diepste niet willen, maar ook het in hun levende verlangen naar de ware vrijheid en probeer hen te helpen dat verlangen ruimte te geven.

De blik die dat ziet is de blik van Gods liefde in Christus die ons volgens de apostel Johannes doet zijn wat nog niet geopenbaard is, maar waarvan wij weten dat wij aan hem gelijk zullen zijn, omdat wij hem zullen zien zoals Hij is (1 Johannes 3,2-3). Dit is wat in de orthodoxe theologie theosis heet, vergoddelijking. Vrijheid vergoddelijkt door de onvrijheid, die voorkomt uit angst, te verslaan en te leven op basis van het door God in ons gewekte verlangen.

Koorddanser

Ovsiannikov gebruikt daarvoor het beeld van een koorddanser die tastend voorwaarts gaat:

“Alleen verschijnt in ons geval het koord pas op hetzelfde moment dat we de stap voorwaarts zetten. En als we deze stap niet maken, dan is er ook geen koord. Dan is er alleen maar de angst dat het je niet zal lukken, dat je zult vallen. Maar als je gaat lopen, dan ontstaat het gevoel dat de angst overwonnen is, het gevoel dat het koord er zeker is in zoverre er een weg is.”

Je bent dus niet vrij als je doet wat je al durft en waarvan je weet dat je het kunt. Je wordt vrij door te doen wat je niet kunt.

Zo worden wij vrij door ons in te zetten voor vluchtelingen waarvan bestuurders en politici alsmaar uitleggen waarom we niet anders kunnen dan ze behandelen als niet-mensen. Het is dan wel verdrietig en pijnlijk en bij vlagen beangstigend als jou een behandeling ten deel valt die enigszins bij die van hen in de buurt komt. Maar dat is tegelijkertijd ook goed en hoopgevend. Immers, God heeft wat niets is uitverkoren om teniet te doen wat iets is, zoals de apostel Paulus zegt (1 Korinte 1,28). Zo ontstaat het ware leven als ware vrijheid. Een nieuwe geboorte, een nieuwe schepping.

—————————————

Sergei Ovsiannikov, Journey to Freedom, London: Bloomsbury Continuum 2021

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*


Frilco Philippines Corporation Hazardous Waste Transport Laguna clickonetic best photobooth photo-coverage laguna Free themes elementor pro web services web development