Home » Interview » Hulpverlener op zee Rob Timmerman: “We moeten minder vreemdelingen hebben”
Rob Timmerman (midden): "Ik ben geen activist, maar een heel gemiddelde burger."

Hulpverlener op zee Rob Timmerman: “We moeten minder vreemdelingen hebben”

“Steeds meer mensen zien in dat de fluisterstem van de liefde moet klinken tegen het gebral van de angst voor vreemdelingen. Er moeten inderdaad minder vreemdelingen komen, maar dan doordat wij zoveel met hen in contact komen dat ze geen vreemdelingen meer voor ons zijn”, zegt Rob Timmerman (44). Hij noemt zich vrijwilliger in de vluchtelingencrisis, geen mensenrechtenactivist, maar redt al bijna vier jaar, vier maanden per jaar, mensen uit de Middellandse Zee – “soms aan hun enkel”. 

Door Cees Veltman

Je zei in het tv-programma ‘Het Vermoeden’ dat de aandacht voor vluchtelingen die Europa via de Middellandse Zee proberen te bereiken, is afgenomen na het dieptepunt van de crisis in 2015, maar ze komen toch nog steeds veel in de publiciteit?

“Jawel, maar sommige mensen willen er niets van weten. Het is een beladen onderwerp: migratie, gevoelens van onveiligheid en grote stromen vreemde mensen die naar ons toekomen. Dat roept niet altijd compassie op. Ik begrijp dat mensen niet staan te springen bij dit onderwerp. Ik zou er zelf ook niet enthousiast van worden als ik te horen kreeg dat er opeens duizend vreemdelingen in mijn wijk in Houten kwamen wonen. Je eigen gemeenschap heeft eigen gebruiken en een eigen cultuur en het hoort niet bij de mens om dan te zeggen: daar gaan we een vreemde bij vragen. We hebben allemaal behoefte aan veiligheid en geborgenheid. Als mensen vreemdelingen haten, moet je kijken naar de behoeften die daarachter zitten en hun gedrag niet alleen maar veroordelen, al heb ik die neiging zelf ook.”

Migratie is toch van alle tijden?

“Toch zeggen mensen in Nederland geregeld tegen mij: nee, je moet vluchtelingen niet redden, want dan ben je onderdeel van een smokkelsysteem dat de vluchtelingenstroom in stand houdt. Maar dat idee valt weg in acute situaties waarbij je mensen om je boot heen ziet verdrinken.”

Wat hoor je van vluchtelingen?

“Een Nigeriaanse vrouw vertelde me met z’n dertigen te zijn gevlucht en twintig van hen onderweg te zijn kwijtgeraakt. Ze zei niet hoe, maar dat kun je wel raden. Onderweg worden vluchtelingen door bendes tegengehouden of vermoord. Op Samos zag ik een groep van veertig kinderen die zich alleen moeten redden in een bos, met als grootste probleem ratten en slangen. Buiten de kampen besta je als vluchteling officieel niet. Ik was in juli in Moria het grootste vluchtelingenkamp op Lesbos. We bouwden een hek om een moestuin heen, toen iemand me vroeg of ik een paspoort had en of ik dat wilde laten zien. ‘Tsjonge wat een geluk heb jij’, zei hij. ‘Met dit boekje mag jij de hele wereld over.’

In een kamp in het noorden van Griekenland sprak ik de Syriër Machmoud, een zeventiger, gevlucht voor IS. Hij sprak Engels omdat hij toeristengids was geweest. Zijn collega’s waren door IS vermoord. Hij zag dat mijn gezin een paar weken in het kamp was en zei: ‘We zijn niet gek, we weten dat  vluchtelingen in Europa met wantrouwen bekeken zullen worden. Het feit dat jij met je vrouw en kinderen, het kwetsbaarste wat je hebt, ons leven hier deelt, betekent dat je ons wilt vertrouwen. Dat is wat we als vluchtelingen nodig hebben.’

“De asielprocedure bestaat uit interviews waarbij je door de mangel wordt gehaald. Op de afspraakbrief staat wanneer je aan de beurt bent: 28 november 2023”

Dat is ook mijn ervaring met vluchtelingen. Ze schreeuwen erom weer als mensen te worden gezien, niet meer als nummer. Die behoefte om gezien en gekend te worden en bij naam genoemd te worden, ken ik zelf ook. (Lachend) Ik ben een bodemloze put qua erkenning die ik nodig heb. Dat zie ik ook bij de mensen met wie ik werk. Als ik in een vol kamp iemand bij naam kan noemen, krijg ik een stralende reactie terug.”

Nu is de kritieke situatie in het kamp Moria op Lesbos in het nieuws.

Vluchtelingen uit Afghanistan komen via Turkije terecht op Griekse eilanden. In Moria zitten nu ruim tienduizend mensen op een terrein van een voormalige gevangenis, berekend op 2500 mensen. Als je nu als rechteloos Afghaans gezin aankomt op Lesbos, na een aaneenschakeling van mensonwaardige gebeurtenissen en vaak familieleden hebt verloren, is er geen ruimte in het officiële kamp. Je krijgt op een berghelling daaromheen een stukje landbouwplastic. Bouw maar een tentje. De asielprocedure bestaat uit interviews waarbij je door de mangel wordt gehaald. Op de afspraakbrief staat wanneer je aan de beurt bent: 28 november 2023. Dan moet je wel het gevoel krijgen langzaam dood te gaan.”

De Griekse overheid kan het niet aan.

“Die voelt zich, net als de Italiaanse overheid, in de steek gelaten door de rest van Europa. Ik heb er geen respect voor, maar ik begrijp heel goed dat de meeste Italianen een rechtse regering kozen die beloofde vluchtelingen tegen te houden. Ik hoor steeds vaker dat de asielprocedures en de huisvesting technisch gezien goed te doen zijn, als de mensen maar zouden worden verdeeld over meer opvangkampen. Nu wachten duizenden mensen in Turkije op een oversteek naar Griekenland. Het Europese visitekaartje mag er vooral niet te aantrekkelijk uitzien. De boodschap is: denk drie keer na voordat je de oversteek waagt. We laten je op Lesbos zitten, je komt niet verder.

“Een CDA-prominent zei over ons schip: afzinken”

Ik blijf liever weg bij de politieke kwesties. Ik heb er geen invloed op. Maar ik heb er wel mee te maken. Soms schaam ik me voor wat er over ons schip Seawatch 3 wordt beweerd. Bijvoorbeeld door een CDA-prominent (Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg, red.) die gewoon zegt: ‘Afzinken dat schip.’ Puur vanuit het idee: we zitten ermee in onze maag, want Seawatch 3 vaart onder Nederlandse vlag. En de Italiaanse vicepremier Salvini (tot voor kort vicepremier, red.) hangt aan de telefoon: ‘Weer 300 vluchtelingen opvangen? Dankjewel. Wat gaan jullie in de rest van Europa doen?’

Zo’n opmerking over afzinken druist tegen alles in, ook tegen internationaal recht. Ook al heb je moeite met de komst van vluchtelingen, ze hebben gewoon rechten. Volgens het Vluchtelingenverdrag mogen bedreigde mensen die hun land ontvluchten, niet naar hun land worden teruggestuurd. Dat is geen sentiment, maar een recht waar een heel zware prijs voor is betaald. Dat verdrag stamt uit de tijd dat Joodse vluchtelingen op schepen op zoveel plaatsen in de wereld werden geweigerd dat sommigen van hen moesten terugkeren naar Europa en alsnog eindigden in de gaskamer.”

Wat waren je eerste ervaringen met het reddingswerk in 2016?

“Tijdens een van de eerste acties als schipper van een kleine reddingsboot konden we voorkomen dat 600 mensen zouden verdrinken. Soms gaat dat redden op het lompe af en moet je mensen aan hun enkel uit zee trekken. In een van de rubberboten van de vluchtelingen waren al zeven mensen verdronken. Ze hadden het lange staan, op elkaar gepakt met 142 man, niet overleefd. De boot was langzaam volgelopen met water, benzine en uitwerpselen, want iedereen laat alles lopen. Het was mijn taak om de motor af te zinken zodat de boot niet nog een keer gebruikt kon worden door mensensmokkelaars. Er dreven zeven lichamen in die boot, als vuilnis. Ik moest op m’n knieën in laag water gaan zitten om bij de motor te komen. Daar dreef het lichaam van een vrouw heen en weer met de deining van de boot, steeds tegen mij aan. Op dat moment voelde ik een soort afkeer, maar de werkelijke emotie en betrokkenheid kwam pas 24 uur daarna toen ik aan dek een vluchteling sprak die haar zwager bleek te zijn. Zijn schoonzus had een droom gehad: in Parijs gaan werken in de sierradenwinkel van haar zus. Ze was als de dood voor water geweest. Toen hij dat verhaal vertelde, stond iedereen op de brug van de boot te huilen. Mijn betrokkenheid begint met het persoonlijke verhaal. Dan zijn die mensen geen vreemdelingen meer voor me. In die zin zeg ik: we moeten minder vreemdelingen hebben. De in de boot verdronken vrouw was geen afstotelijk lijf meer voor me, maar Fatou die ik had willen ontmoeten toen ze nog leefde.

“Het lichaam van een dode vrouw dreef steeds tegen me aan in de boot”

In die tijd waren twintigduizend mensen verdronken. Ik heb aan de redding van tweeduizend mensen meegewerkt, maar die getallen zeggen minder dan het persoonlijke verhaal. Je kunt moeilijker compassie hebben met een heel grote groep dan met één vluchteling. Eigenlijk gaat het over jezelf herkennen in de ander en over bewondering voor de enorme kracht die je als vluchteling moet hebben. Ik zie de zorg voor elkaar die vluchtelingen hebben in een kamp met twintig nationaliteiten door elkaar heen, al geeft dat soms spanningen. Ik vraag me wel eens af hoe wij, verwende Europeanen, het onder dezelfde omstandigheden in een kamp zouden doen. Maar misschien komt er uiteindelijk wel hetzelfde los hoor.”

Je doet enorm zinvol werk.

“Toch twijfel ik weleens aan het nut ervan. Soms red je mensen van wie je weet: jij wordt straks teruggestuurd. De duizenden euro’s die je met geleend soms geld hebt moeten betalen aan mensensmokkelaars zijn voor niets geweest. Mensen uit de sub-Saharalanden die onderweg naar het noorden vaak al sterven in de Sahara, ‘de eerste oceaan’. Als ze de zee wel bereiken, hebben ze een grote kans de tocht over de Middellandse Zee niet te overleven. Wat mijzelf betreft, ik ben geen deskundige, geen activist, maar een heel gemiddelde burger uit Houten-Zuid die na een burn-out zijn baan heeft opgezegd om ….”

.…Zo gemiddeld is dat niet. En geen activist?

“Ik werk samen met een curieuze combinatie van mensen. Met hulpverleners met ‘Fuck nazi’s’ -T-shirts, maar ook met onopvallende leden van de Evangelische Kerk van Duitsland. Die kerk betaalt een patrouillerend vliegtuigje dat ervoor zorgt dat heel veel mensen kunnen worden gered, omdat ze eerder worden gezien. Het is dus een samenwerking van linkse, boze activisten met een enorme drive, die hand in hand gaan met minder luidruchtige christenen die meer vanuit compassie handelen. Die mensen zouden elkaar anders misschien ontwijken.”

Hebben die linkse mensen die compassie niet?
“Dat wil ik niet beweren, ik zie alleen dat zij vooral tegen het heersende politieke systeem zijn. Dat is op zichzelf een goede houding denk ik, maar ik ben zelf nog nooit geïnspireerd door iemand die boos was of die mij een schuldgevoel aanpraatte. Dan ben je kortstondig verontrust, maar niet langdurig geïnspireerd. Ik ben meer van Martin Luther Kings droom dan dat ik mezelf activist zou noemen.”

Het rauwe kapitalisme blijft nog wel even bestaan om actie tegen te voeren. En in de praktijk van de hulp maakt het toch niet uit waardoor je gedreven wordt?

“Dat is waar, maar ik richt me liever op individuele mensen, niet zo op systemen. Ik grijp op de Dam niet naar de microfoon uit protest tegen het politieke systeem. Dat is niet mijn rol. Je kunt Nederlanders grofweg verdelen in drie groepen: mensen die zich terecht of ten onrechte het slachtoffer noemen van het systeem en daarom bij Baudet en Wilders op schoot zitten, helemaal aan de andere kant van het spectrum de mensen die vinden dat ze er moeten zijn voor anderen als die in nood zitten. En dan heb je een heel grote middengroep waar ik vier jaar geleden ook bij hoorde. Die hoor je weinig over vluchtelingen maar ze krijgen buikpijn bij Het Journaal. Ze ervaren dat de wereld in brand staat, maar ze weten niet zo goed wat ze kunnen doen. Ze hebben, net als ik, ook vaak het idee: wie ben ik om de wereld te redden? Toen ik een burn-out had en een depressie, had ik mensen om me heen staan, terwijl ik geen leuke praatjes meer had en geen gezellige tafelgenoot was. Dat heeft diepe indruk op me gemaakt. Je kunt dus op allerlei manieren van betekenis zijn voor mensen, ook als ze jou niet direct iets brengen.

“Ik zie een enorme behoefte in Nederland aan authentieke, spirituele verhalen”

Ik vind het fantastisch als ik die grote middengroep mensen kan bereiken met mijn spreekbeurten, zoals een keer op een congres van 500 financieel planners, waar het verder vooral ging over winstmaximalisatie. Dan is het prachtig een verhaal te kunnen vertellen over naastenliefde. Ik zie een enorme behoefte in Nederland aan authentieke, spirituele verhalen. De nieuwe generatie die voor bedrijven als Shell gaat werken, doet dat niet meer alleen voor de centen. Dat geeft hoop. Mensen willen en positieve invloed hebben op hun omgeving en zo op de wereld. Zo word je zelf ook een rijker mens. Ik word steeds vaker door commerciële bedrijven en ideële organisaties uitgenodigd om over mijn ervaringen te vertellen. Het gaat immers over van betekenis zijn en impact hebben. Ik had zelf nooit verwacht dat ik dit werk voor vluchtelingen kon doen, maar het kan door die spreekbeurten.

Het mooiste is als mensen denken: die Rob is geen raketgeleerde, maar als hij iets kan doen voor een ander, kan ik het ook. Het is helemaal niet revolutionair wat ik vertel, maar ik merk dat het een verademing voor mensen is om dwars door het grote wereldnieuws heen te denken: misschien kan ik iets betekenen voor het Syrische gezin dat bij mij in de straat is komen wonen. Dat is mijn missie. Ik hoop dat mensen door mijn verhalen zichzelf gaan herkennen in de verhalen van migranten. Het is echter geen gesloten verhaal, het blijft zoeken naar het goede. Misschien zal ik me over dertig jaar afvragen of ik er verstandig aan heb gedaan om 2000 mensen te redden.”

Natuurlijk wel. Bovendien: wie zelf gered wordt, zal ook anderen gaan redden.

“Dat zou mooi zijn, maar ik weet het niet. Misschien oordelen we later anders. Als ik deskundigen moet geloven, zal de migratie vanuit een sterk groeiende Afrikaanse bevolking een aanhoudend en groeiend probleem gaan vormen voor Europa. Ik heb er vaak mee geworsteld: ik zie heel veel gebroken levens, maar ik kan niks voor ze betekenen. Je kunt mensen redden, maar je hebt geen idee wat ze verder te wachten staat. Ik denk dan soms aan mijn vader die zijn drie kinderen naar bed bracht en zijn hand op ons hoofd legde: ‘Ik geef je Gods zegen mee. Ik heb geen idee hoe het verder gaat, maar ik geef het mooiste door wat ik heb, Gods zegen. Dat wil ik ook doen. Iedereen die op zee aan boord komt, geef ik die zegen door. Niet hard op, want dat doe je niet in zo’n situatie. Als ik hier in Nederland een ongeluk krijg, wil ik ook niet dat de ambulancebroeder mij Gods zegen geeft.

Mensen zijn Gods handen, dat vind ik een mooi beeld, maar daar gaan we het niet mee redden. De klimaatverandering, de smeltende ijskappen, de ontbossing, de migratiestromen, de uitputting van de aarde, wij kunnen het niet allemaal oplossen. Wij kunnen de wereld niet meer redden. Ook omdat we te veel in ons eigen wereldje zitten. Werkelijk delen op wereldschaal? Werkelijk je huis openstellen voor anderen? Werkelijk afstand doen van een deel van onze welvaart, van comfort en veiligheid? Dat kunnen we niet, want daarvoor moet je heel groot kunnen denken.”

Heb je niet een te somber mensbeeld, gekleurd door je ervaringen?

“Ik ben me er pijnlijk bewust van dat mensen van nature vooral op zichzelf gericht zijn. We hebben de neiging weg te kijken als iemand in problemen verkeert. We kiezen vaak onze eigen belangen. Ook al zien we hoe schadelijk onze levensstijl is voor onze leefomgeving en voor de wereld. We hebben wel het vermogen om tegen het egoïsme in te gaan, maar ik ben er niet van overtuigd dat het wel goed komt met de wereld als we allemaal maar het goede kiezen. Niet omdat we zo slecht zijn, maar omdat we beperkt zijn. Voor mij moet er nog een hele hoop God bij voor dat het goed kan komen. We moeten voor de toekomst hopen op een wonder. Ik zou dit werk niet kunnen doen zonder de hoop van mijn geloof.”

Je weet niet hoe lang je met dit reddingswerk kunt doorgaan. Er varen steeds minder reddingsschepen in de Middellandse Zee omdat er steeds meer eisen aan worden gesteld om hun werk te bemoeilijken.

“Dat was wel zo, maar Artsen zonder Grenzen is kortgeleden weer de zee opgegaan onder Noorse vlag. Ook Pro Activa, een Spaanse organisatie, is weer terug op zee. Ik zie wel hoopvolle ontwikkelingen en ik hoop dat de schepen actief kunnen blijven.”

Zijn er meer vrijwilligers nodig?

“Dat is lastig te zeggen. We moeten migranten en vluchtelingen zeker niet gaan pamperen en werk uit handen nemen dat ze ook zelf kunnen doen. Oftewel: hen redden. Niets is destructiever voor een mens dan de boodschap: je moet hier drie jaar wachten en je hoeft niets te doen, wij doen alles voor je. Mocht iemand uit het kamp het werk niet kunnen doen, huur dan lokale Grieken die hun baan zijn kwijtgeraakt omdat de toeristen niet meer komen. Als het echt niet anders kan, vragen we een vrijwilliger uit het buitenland. Het meeste werk kan uitstekend gedaan worden door de bewoners zelf. Dat wordt niet door alle hulporganisaties ingezien.

Er is vooral behoefte aan andere politiek, aan geld en professionals om ervoor te zorgen dat de mensen in de kampen het beter krijgen. Op zee is er behoefte aan meer reddingsschepen. In Europa zou meer compassie en zelfonderzoek goed zijn: Waar is mijn identiteit op gebaseerd? Kan ik iets doen voor mensen in mijn omgeving met wie ik normaal gesproken weinig op heb, of door wie ik me misschien zelfs een beetje bedreigd voel?”

Hoe hou je dit moeilijke werk vol?

“Dan denk ik dan aan de baby Sarah van vier dagen oud, die ik in een pakketje kreeg aangereikt. Uit pure frustratie smeet ik haar bijna terug in zee omdat ik dacht dat het overbodige bagage was. Toen zij en haar moeder in Sicilië van boord gingen, pakte de moeder mij bij de schouder en zei ‘Thank you for saving us’. Zo basaal is het, maar we hebben ook mensen aan boord gehad, vrouwen uit Nigeria van wie we dachten: waarschijnlijk zijn jullie hier op bestelling van een pooier uit Italië en staat hij je op te wachten bij het opvangcentrum.

We hadden een keer een jongen aan boord die onder de littekens zat, op zijn gezicht, overal. Hij was vertrokken uit Gambia waar hij taxichauffeur was. Van toeristen hoorde hij hoe mooi Europa was. Hij had zijn taxi verkocht, geld geleend van zijn moeder voor de reis naar Libië. Daar bracht een taxichauffeur hem verder naar het noorden, maar verkocht hem aan de eerste de beste mensenhandelaar. Dat was geen smokkelarij, gewoon handel.”

Wat gebeurt er als jullie werk onmogelijk wordt gemaakt?

“Als wij niet meer op zee zijn, blijven er mensen verdrinken maar dat zien we dan niet meer. Als we ze niet meer zien, als ze ons niet meer wakker houden ’s nachts, is onze crisis opgelost, maar het probleem blijft bestaan. Elke keer als ik de neiging heb een verwijtende vinger uit te steken naar politici of journalisten, denk ik toch dat ze ook wel hun best doen. Dat de uitkomst soms lelijk is, herken ik ook in mijn eigen leven. En er zijn ook goede journalisten en politici zoals Joël Voordewind van de ChristenUnie. Hij maakt zich niet populair met zijn inzet voor mensen die vergeten worden.

“Als wij niet meer op zee zijn, blijven er mensen verdrinken maar dat zien we dan niet meer”

Bij journalisten als Arnold Karskens, die heel veel gezien heeft in de wereld en toch zegt dat vluchtelingenbootjes teruggesleept moeten worden naar Afrika omdat dan de stroom stopt en er niemand meer zou verdrinken, denk ik: wat is de motivatie hierachter? Je komt niet zomaar tot zo’n mening. Moet je tegen mensen die met verkeerde verwachtingen naar Europa proberen te komen, zeggen: Als je niet wilt horen, moet je maar voelen? Dat is wel een heel grove manier van redeneren. Ik geloof in liefde en in vertrouwen, hoe naïef dat ook mag klinken.”

——————

www.robtimmerman.nl

 

Print Friendly, PDF & Email

1 reactie

  1. “De migrant van nu ontvangt ons morgen als klimaatvluchteling” laat een oud-voorzitter van de WRR ons vandaag in een krant weten. Uit welbegrepen eigenbelang c.q. voorzorg moeten we vlg. hem daarom nu anticiperen op een wederkerig humaan vluchtelingen- en migratiebeleid. Beetje naïef, toch! Net als Timmerman hierboven, die meent dat we de vreemdeling niet meer als vreemdeling moeten zien, maar als broeder en zuster. Als we dat laatste werkelijk willen, dan kunnen we beter als de wiedeweerga zorgen dat werkgelegenheid, economie en samenlevingsopbouw in de ‘derde’ wereld gestimuleerd én georganiseerd wordt middels kennis- / kunde en kapitaaloverdracht. Doen we dat niet, dan zal de opvang van ons als klimaatvluchtelingen in de landen van de huidige vluchtelingen tzt er nog slechter uitzien dan zij nu ervaren na hun tocht door ongastvrije landen in eigen regio en de overtocht in gammele bootjes naar Europa.
    Van mooie woorden alleen kun je niet wonen of eten. Actie is nodig! Als de kapitalistische economie de leiding houdt, komt van een humaan bestaan voor alle mensen niets terecht. Er is een kwantumsprong nodig in ons collectieve denken en handelen richting de combinatie van een centraal geleide economie met een beetje markteconomie. De productietechnieken zijn nu immers ver genoeg ontwikkeld zodat de tijd voor het ware socialisme zelfs in Europa is aangebroken. Straffe leiding is daarbij onontbeerlijk! Marx krijgt zo alsnog gelijk, van de weeromstuit.

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*