bestnyescorts.com Manhattan Escorts girllookup.com Long Island Escorts
Home » Boeken » Inspirerende gids voor hedendaags christendom, ontsierd door te grote stelligheden

foto atelier PRO

Inspirerende gids voor hedendaags christendom, ontsierd door te grote stelligheden

“Een meesterlijk boek”, zo typeert Rob van der Zwan ‘Vreemdelingen en priesters’, een boek over kerk-zijn anno nu van zijn collega-missioloog Stefan Paas. Toch kraakt hij ook enkele harde noten. Met een zeker optimisme omarmt Paas de minderheidspositie van de huidige kerken: de kerk is per definitie het zuurdesem, nooit het hele brood. Maar in deze bescheidenheid schuilt ook een pretentie: het onzalige idee van de kerk als ‘heilige rest’. Durft Paas ook de geloofwaardigheid van het geloof kritisch te onderzoeken? Nee, de waarheid van het geloof, met name de godsvraag, blijft voor hem een no go area. Maar neemt hij zo de seculiere cultuur wel écht serieus?

Door Rob van der Zwan

Wat kan de betekenis zijn van christelijk geloof in een postchristelijke omgeving? Over die vraag schreef Stefan Paas, hoogleraar missiologie, het boek Vreemdelingen en priesters. Zijn ‘missiologie’ laat zich evenwel ook goed lezen als een ‘ecclesiologie’ (een theologie over de kerk). Toch is het resultaat geen abstracte leer over de kerk, maar eerder een gids voor christelijke gemeenschapsvorming tegen de achtergrond van een seculiere samenleving.

Nuchterheid en bescheidenheid zijn voor Paas noodzakelijke deugden voor het kerk-zijn van nu. Daarvoor hoef je overigens niet in te leveren aan zelfbewustzijn. Want ‘missie mag en missie moet’, zo is evenzeer het motto van Paas. Kerk-zijn is voor hem per definitie missionair kerk-zijn.

Al met al zijn er genoeg ingrediënten voor krachtig en authentiek leesvoer. Waarom zijn boek mij in de kern uiteindelijk niet kan overtuigen, zal ik aangeven nadat ik eerst de inhoud op hoofdlijnen besproken heb.

Bescheidenheid

Veel kerkmodellen zijn stukgelopen op de realiteit van de seculiere samenleving die geen ‘trek’ meer heeft in een dominante christelijke kerk. Zo is er in het volkskerkelijke denken de aanname dat heel het volk onder één religieuze paraplu schuilt. Volgens Paas is dat geen realistisch en haalbaar streven. Er zijn meer kerk- en zendingsmodellen. Hij beschrijft er zes, waarbij zending in Europa beschouwd wordt als een onvoltooid project in de zin dat de grote meerderheid nog altijd niet is ‘beëvangeliseerd’. Paas stelt echter: de grote meerderheid van Europeanen is nooit christen geweest en zal het nooit zijn. Zo is het eigenlijk altijd geweest: Het Europees christendom is nooit iets anders geweest dan een minderheid van actieve christenen die een ideaal vertegenwoordigde dat ook voor de meerderheid zeggingskracht had. Momenteel is de minderheid echt minderheid zonder aanzien of veel invloed. Bescheidenheid is geboden.

Ballingschap

Er is niets vreemds of onvoltooids aan een minderheidskerk; het is de kerk haar ‘natuurlijke stand’. Dit besef schept ruimte en biedt nieuwe mogelijkheden. Het stelt de vraag centraal wat het betekent om getuigende kerk te zijn in een wereld die God niet erkent. Het idee van de kerk als minderheidsgroep heeft Bijbelse verankering. Ballingschap, diaspora en vreemdelingschap zijn constituerende thema’s in het Oude en Nieuwe Testament. Juist in de ballingschap kwam Israël tot een nieuw geloof in God en raakte het gericht op het behoud van de eigen identiteit.

Overleven als religieuze minderheidsgroep speelt ook in het Nieuwe Testament. Paas komt uit bij de Petrusbrieven die gericht zijn aan christenen die als maatschappelijke en religieuze minderheid in de verdrukking leven: ‘bijwoners en vreemdelingen’. Het ‘vreemdelingschap’ uit de eerste brief van Petrus kan helpen om de kerk van nu te begrijpen en vorm te geven. Immers, net als de ballingen van toen worden de ‘ballingen van nu’ teruggeworpen op de kernvragen van een christelijke identiteit, aldus Paas.

De kerk als ‘koninkrijk van priesters’, ook uit de Petrusbrief, is een belangrijke sleutel voor christelijke gemeenschap en christelijke spiritualiteit in diaspora. De priestermetafoor definieert de missionaire aard van de kerk als een dubbele beweging: de kerk vertegenwoordigt de wereld voor God en zij vertegenwoordigt God voor de wereld. De kerk komt tot God als een lofprijzende, liturgische gemeenschap en zij beweegt zich in de wereld op een getuigende, geduldige, uitnodigende, vriendelijke manier.

Lofprijzing

Christelijke identiteit veronderstelt gemeenschap en verhoudt zich niet goed tot individuele zoektochten naar zin. Door de heilsgeschiedenis heen werkt God aan het herstel van de mensheid. Er moet een gemeenschap zijn waar het heil reëel is; die gemeenschap is de kerk. De ‘zending’ van de kerk is erop gericht mensen in relatie te brengen of te houden met een eucharistische gemeenschap, of om zo’n gemeenschap te vestigen waar zij nog niet is.

De kerk is er niet om de wereld te veranderen of om zelf steeds groter te worden. Het doel van de kerk staat in het teken van de doxologie: de lofprijzing van God. Het draait om de erkenning van God als schepper en onderhouder van alles wat leeft, degene die ons verlost heeft van zonde en oordeel. Het draait om gemeenteopbouw, om het luisteren naar God en om betekenisvolle relaties met de omgeving. Daarbij is het missionaire intrinsiek verweven met de christelijke kernervaring van Jezus en zijn verhaal. Het gaat om het centraal stellen van het geloofsgetuigenis, ofwel evangelisering: het uitnodigen van mensen om te geloven in Jezus, om discipel te worden. Wie het missionaire karakter van het christendom opgeeft, wijst niet alleen zending af, maar uiteindelijk ook het christelijke geloof.

Apocalyptische zweem

Tot zover Stefan Paas’ boek Vreemdelingen en priesters op hoofdlijnen. Paas schreef een meesterlijk boek dat mensen zal inspireren en bemoedigen; een boek vol leerzame inzichten en interessante uitzichten. Het is ook een authentiek boek, geschreven vanuit een grote persoonlijke betrokkenheid.

Niettemin valt er wel een aantal kritische noten te kraken. Krachtig en overtuigend is het pleidooi van Paas om afscheid te nemen van wat hij noemt de hegemonische idealen, de wens om over andern te heersen, die al dan niet uitgesproken aanwezig zijn in verschillende kerk- en zendingsmodellen. Creatief is de manier waarop hij het model van een minderheidskerk uitwerkt aan de hand van de genoemde Bijbelse thema’s. Maar: alle nuanceringen van Paas ten spijt roepen de ballingschapsmetaforen een zweem van apocalyptiek op omdat er in de grond iets mee resoneert van het – onzalige – idee van kerk als ‘heilige rest’.

Kerk versus cultuur

De belangrijkste vraag volgens Paas zelf – hij sluit er het eerste hoofdstuk meer af – luidt: “Kan ons geloof verrijkt, gelouterd en verdiept worden door een respectvolle confrontatie met een niet-gelovende wereld?” Uiteindelijk laat hij deze vraag liggen. Voor Paas is de seculiere cultuur iets wat extern is, primair iets waartoe je je moet verhouden. Veelzeggend is ook zijn zoektocht naar een spiritualiteit “die bestand is tegen het zuur van de moderniteit” (5). Hoewel Paas voortdurend verwijst naar de seculiere cultuur, is die seculiere cultuur nauwelijks echt aanwezig in zijn betoog. Paas ziet de kerk gesteld tegenover de seculiere cultuur. Er is een oppositie tussen cultuur en christendom. Ik zou daar tegenin willen brengen dat ook christenen voortgekomen zijn uit de seculiere cultuur, wij zijn allen kinderen van een seculiere cultuur. Dat maakt het probleem van de secularisatie juist zo enorm complex… so be it.

Voorbij het theologisch kreupelhout

Hoe nuttig werk Paas ook doet om vanuit zijn gevoel voor realisme theologisch kreupelhout weg te hakken in het gebied van zendings- en kerkmodellen, het theologische werk is daarmee niet af.

Rondom de godsvraag zelf bijvoorbeeld ligt een groot werkterrein open, dat niet alleen door een formele filosofische benadering en godsbewijzen nieuwe stijl bestreken kan worden. Er is vooral ook behoefte aan nieuwe legitimerende verwoordingen en verbeeldingen van de godsidee. Juist dat besef klinkt door in het latere werk van de te vroeg overleden theoloog Anton Houtepen waarin hij aansluiting zoekt bij de “logica en grammatica van de menselijke leefpatronen”. Houtepen noemde zijn laatste grote werk (Uit aarde, naar Gods beeld) dan ook een theologische antropologie.

De essentie van kerk-zijn wordt door Paas bepaald door, wat ik noem, het ‘eucharistisch grondpatroon’, het gaat om lofprijzing. Juist hier ligt voor niet-, ex- of anti-christenen een majeur geloofwaardigheidprobleem van het christelijk geloof. Kortweg gaat het dan om deze vraag: Hoe kan het geloof in een goede God samengaan met al het kwaad in de wereld? Hier stuiten we bij Paas op een ‘no go area’ om zich denkend in te bewegen. Wellicht omdat dan de grens van wat als ‘orthodox’ geldt, mogelijk wordt overschreden?

Stelligheden

Hoe dan ook, het brengt Paas ertoe op verschillende plekken ‘stelligheden’ met de lezer te delen die zijn betoog een bezwerend karakter geven, waardoor het aan overtuigingskracht inboet. Een paar voorbeelden illustreren dat goed. In het begin van het boek introduceert Paas de eenvoudige missionaire grondstructuur die hij als uitgangspunt neemt. Daarin speelt het begrip ‘onmogelijk’ een centrale rol. Het gaat dan om aannames die hij onmogelijk kan opgeven (zie verder blz. 24). Paas spreekt badinerend over buitenkerkelijke groepen zoals ‘therapeutische’ of ‘uitloopgroepen’ waarin beschadigde mensen erin slagen iets van hun geloof overeind te houden en waarin christelijke identiteit vaak een gnostisch karakter krijgt (200/201). Nog een voorbeeld lezen we op blz. 201. Puur sociologisch gezien, aldus Paas daar, is het al bedenkelijk dat serieus geloof kan bloeien in een seculiere omgeving zonder ingebed te zijn in een stevige gemeenschap, spirituele praktijken en een liturgische traditie. Opvallend is ook de beslistheid waarmee hij de moderne individuele geloofservaring afwijst ten gunste van een ‘gezonde’ christelijke spiritualiteit die ontstaat vanuit christelijke gemeenschap (207).

 

Stefan Paas, Vreemdelingen en priesters. Christelijke missie in een postchristelijke omgeving. Uitgeverij Boekencentrum (Zoetermeer 2015), 252 blz., € 19,90.

Rob van der Zwan is theoloog en directeur van het centrum ‘MST, mensen in beeld houden’ in Tilburg. Hij promoveerde in de missologie op een proefschrift over secularisatie in India.

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*


Frilco Philippines Corporation Hazardous Waste Transport Laguna clickonetic best photobooth photo-coverage laguna Free themes elementor pro web services web development