Home » Columns » Internet of Things – De Kleine Prins staat verbaasd

Internet of Things – De Kleine Prins staat verbaasd

Kipfilet in grappige vormpjes. Gepersonaliseerde kaasblokjes. Restaurants die al weten wat je lekker vindt nog voor je plaatsgenomen hebt. Het ‘Internet of Things’ maakt dat allemaal mogelijk. Maar waarom zouden we dat willen? Is dit vooruitgang? Of is het eerder veel rumoer bij gebrek aan echte innovatie?

Door René Grotenhuis

Al een paar weken word ik vrijwel dagelijks geconfronteerd met het ‘Internet of Things’ en de ongekende mogelijkheden die er zijn als we eigenlijk alles via internet met elkaar laten communiceren. Het internet der dingen gaat ons leven helemaal beïnvloeden en vooral aangenamer en gemakkelijker maken.

Als ik naar een restaurant ga, waar ik vaker ben geweest, kan ik tevoren mij aanmelden en dan krijg ik, op basis van mijn eerdere bezoeken, de suggesties waarvan men denkt dat die bij mij passen. Geen gezoek meer in menukaarten, geen enerzijds anderzijds overwegingen, het leven wordt mij gemakkelijk gemaakt.

En het NOS Journaal bracht een bezoek aan een beurs waar voedsel en 3D-printen in beeld werd gebracht, waardoor kipfilet in mooie vormpjes gespoten kan worden en kaas een gepersonaliseerde vorm kan krijgen. Walmart meldt dat ze op basis van het aankoopgedrag van klanten kunnen zien of ze met een oudere te maken hebben of met een zwangere vrouw en dat ze op basis daarvan kunnen zorgen dat de klant de juiste voedingsstoffen krijgt die passen bij haar/zijn levensfase.

Tijdbesparing

Het deed me grijpen naar Antoine de Saint-Exupéry’s verhaal van de kleine prins, hoofdstuk XXIII:

– Goedendag, zei de kleine prins.
– Goedendag, zei de koopman.

Hij verkocht uitstekende dorstlessende pillen. Men slikt eens in de week een pil en voelt nooit meer de behoefte om te drinken.

– Waarom verkoop je die?, vroeg het prinsje.
– Het is een goede tijdsbesparing, zei de koopman. De geleerden hebben het uitgerekend. Je spaart drie en vijftig minuten in de week.
– Wat doe je met die drieëenvijftig minuten?
– Daar doe je mee wat je wilt…

Als ik drieëenvijftig minuten over had, dacht het prinsje bij zichzelf, dan liep ik heel rustig naar een bron…

Waarom zou ik het willen, denk ik voortdurend. Waarom zou ik mezelf het genoegen ontzeggen om in een restaurant de menukaart te bestuderen, mij af te vragen hoe ik me voel en waar ik zin in heb? Waarom zou ik willen dat we kaas maken, dat vervolgens smelten en in een machine stoppen om het er weer uit te krijgen, maar dan in een zelfbedachte vorm? Zou ik echt niet zelf kunnen overwegen welk voedsel goed is voor mij als ik naar de winkel ga?

Bovendien word ik op die manier steeds meer de gevangene van mijn verleden: de geaccumuleerde data van mijn gedrag worden de basis voor mijn keuzen en mijn doen en laten. We zijn niet meer mensen die open staan naar de toekomst, die nieuwe keuzen kunnen maken of die geroepen worden op weg te gaan.

Overhyped

Het internet der dingen lijkt me vooral een overhyped fenomeen. Marketeers en innovatieve ondernemers brengen het als een fantastische, baanbrekende vernieuwing, terwijl het mij vaak oogt als een betrekkelijk overbodige toepassing van internettechnologie die we al lang kennen. Het legt wat mij betreft een verlegenheid bloot van het moderne kapitalisme dat eigenlijk niet in staat is tot een nieuwe sprong in onze bedrijvigheid met nieuwe werkgelegenheid, met nieuwe uitdagingen en kansen in scholing, met betere arbeidsvoorwaarden.

Terwijl vorige industriële revoluties zoals de stoommachine en de mechanisatie van productie doorbraken opleverden, vrees ik dat het internet der dingen zich beperkt tot een tandje meer efficiëntie en gemak: drie en vijftig minuten besparing waarvan we eigenlijk niet weten wat we er mee moeten doen behalve nog even wat mails of de tijdlijn van Twitter bekijken.

Wet van de afnemende meeropbrengst

Het huidige kapitalisme worstelt, bij gebrek aan echte doorbraken, met de wet van de afnemende meeropbrengst: in elk ontwikkelingsproces zijn de laatste stappen degenen die het meest kosten en het minst opleveren. Om te maskeren dat het in feite niet zoveel voorstelt, wordt er vooral heel hard op de trom geslagen dat er iets bijzonders aan de hand is, zodat het nog iets lijkt.

Maar misschien is het wel dat ik het niet begrijp omdat ik vastzit in een oud wereldbeeld.

 

René Grotenhuis »Lees ook andere artikelen van René Grotenhuis

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*