Home » Spiritualiteit » Jezus als spiritueel leraar

Jezus als spiritueel leraar

Psychologe Lenie van Schie leerde Jezus kennen als een spiritueel leraar pur sang. Daar gingen bijzondere ervaringen en gebeurtenissen aan vooraf.  Haar zoektocht beschrijft zij in haar boek: ‘Het andere leven van Jezus van Nazareth’.

Door Lenie van Schie

Wie is Jezus? Is hij de enige geboren zoon van God, of is hij een mens die in en door zijn leven ons een bijzonder spiritueel pad naliet? Gebeurtenissen in mijn leven hebben mij tot een diepgaand onderzoek aangezet. En ik heb Jezus leren kennen als een spiritueel leraar pur sang.

 Vriend

Mijn eerste kennismaking met Jezus vond plaats in de katholieke parochiekerk, waar ik samen met veel andere kinderen, knielde op de grote communiebank. Ik had een witte bruidsjurk aan en kreeg mijn eerste hostie. De klanken van het orgel vermengden zich met de stemmen van het koor, met het licht van de vele kaarsen en de geur van wierook. Een magische omgeving waarin ik Jezus’ liefde voelde en hij mijn vriend werd.

Maar ouder geworden, herkende ik Jezus niet in de woorden van de priester en zijn nadruk op zondigheid, niet in het geroddel van de gelovigen of in het gedrag van de nonnen op kostschool. Ik miste liefde en acceptatie. Hier hoorde ik alleen strengheid en oordeel. Zo kwam er een einde aan wat ooit zo’n mooi begin was geweest.

Zoektocht

Dat de manier waarop de kerk Jezus aan ons heeft voorgesteld maar één manier is om naar hem te kijken, is mij pas duidelijk geworden na veel onderzoek en er is heel wat tijd overheen gegaan. Als Jezus zelf daarin geen rol had gespeeld, dan was mijn zoektocht wellicht nooit begonnen.

Het is enkele dagen voor Kerst, ergens in de jaren tachtig. Mijn relatie is net uit en ik loop met een vriendin door Groningen boodschappen te doen. Zij krijgt haar nieuwe liefde op bezoek, ik ben alleen. Mijn kinderen zijn bij hun vader.

Lopend over straat is het alsof bij elke stap de grond onder mij zich opent en ik daarin verdwijn. De ervaring leert dat dit niet klopt, maar mijn lichamelijk gevoel verandert niet.

Mijn vriendin plant mij in een café waar ze me later weer op zal pikken. Ik voel nog mijn handen op het houten tafelblad in een poging tot steun. En dan, ineens, verschijnt op de muur het hoofd van Jezus met zijn doornenkroon, bloedspetters op zijn gezicht. In mij hoor ik zijn stem: “Doodgaan is niet erg Lenie, het gaat om de Liefde”.

Uit het niets

Zijn verschijning kwam uit het niets. Als jonge feministe had ik de patriarchale cultuur geanalyseerd. Ik had mij verdiept in de godinnentradities, waar ik ontdekte hoe – in het bijbelse scheppingsverhaal – alle elementen die in deze oude tradities sacraal waren, zwart werden gemaakt. Zo werd de slang, symbool van wijsheid en transformatie, de slechte verleider. De boom waarvan Adam en Eva niet mochten eten, was ooit de wereldboom, de symbolische verbinding tussen hemel, aarde en onderwereld. Voor mij was Jezus een afgezant uit een patriarchale cultuur. Ik stuurde hem weg.

Maar Jezus bleef komen. In de dagen die volgden, als het ging schemeren, voelde ik hoe hij mijn woonkamer binnenkwam. Ik heb hem herhaalde malen te verstaan gegeven dat ik zijn bezoek niet op prijs stelde, maar zijn standvastigheid trok mij over de streep: “Oké, als je dan telkens terugkomt, blijf dan maar!”

Trouw

Het is inmiddels dertig jaar later. Ik heb Jezus vaak verguisd, maar hij bleef mij trouw. In perioden van groot verdriet was hij mijn trooster en mijn grote voorbeeld. Ik verdiepte me in zijn leven, bestudeerde publicaties die verschenen naar aanleiding van de vondsten van de oude geschriften, las over gnosis en nam kennis van verschillende visies op zijn pad. Ik ontdekte hoe hij wars was van alle macht, hoe vrouwen in zijn gevolg een gelijkwaardige plek innamen. Ik ontdekte in hem een revolutionair avant la lettre.

Ik vond zijn aanwezigheid op bergpaden en in kerken. In de oude kathedraal in Glasgow ontmoette ik Jezus in onze gedeelde pijn. Het was een intiem moment waar we elkaars trooster waren en er alleen nog liefde was. Ons verdriet was persoonlijk en universeel. Het had te maken met het lijden van de mensen, hun verlies van de directe ervaring van de goddelijke realiteit, het Al. En ik leerde dat Jezus geen scheiding voorstond, maar een all-inclusiveness. Jaren van verwarring werden hier opgeheven.

Onderliggende eenheid

Ik ging de onderliggende eenheid zien, die de evolutie van ons mensen op aarde draagt. In mijn geestesoog zag ik onze vroege voorouders door de steppen dwalen. Geleid door hun diepe weten vonden ze de juiste planten, ontdekten ze het vuur. Ze drukten hun ervaringen uit op de muren van grotten, en Aarde werd gezien als vrouwelijk en vereerd als een Godin. Ze ontdekten de akkerbouw, vormden kleine gemeenschappen en bouwden de eerste tempels waar de Godin werd aanbeden.

De nomaden op de steppen aanbaden een mannelijke God, de God van de strijd en de donder. En als deze groepen elkaar ontmoeten blijft een confrontatie niet uit. De maatschappelijke orde veranderde en daarmee de Godenwereld. Maar nog lange tijd wandelden God en Godin hand in hand.

Ik zag hoe de grote denkers de relatie tussen God en de mensen verklaarden, hoe het sacrale zich steeds meer scheidde van het alledaagse en hoe het alles onderliggende Ene, een mannelijke God de Vader werd. Uit hem werd slechts één Zoon geboren, een mannelijke afgezant. Het vrouwelijke verdween uit het jonge Christendom.

Culturen komen en gaan en we bevinden ons opnieuw in een periode van grote overgang. Zowel binnen als buiten de kerken ontstaat nieuw onderzoek naar de betekenis van het goddelijke. Jezus’ leer kan aan dit onderzoek een bijdrage leveren. Het werd tijd om over hem te gaan schrijven.

Taal van de scheiding

De woorden van Jezus kennen we met name uit de Bijbel die is vertaald vanuit het Grieks. Grieks is een taal van scheiding; scheiding tussen licht en donker, man en vrouw, aarde en hemel, goed en slecht. Scheidingen die diep liggen verankerd in onze westerse cultuur en in de westers christelijke kerk. Jezus sprak echter in het Aramees en dat is een taal van verbinding.

Zo bestaat er in het Aramees slechts één woord voor onze relatie tussen onze innerlijke realiteit en die van de buitenwereld. En een woord in deze taal gesproken, kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. In de Aramese taal bestaan de woorden ‘goed’ en ‘slecht’ niet. Jezus spreekt niet over een ‘goede’ of ‘slechte’ boom, maar over een ‘rijpe’ of ‘onrijpe’ boom die ‘rijpe’ of ‘onrijpe’ vruchten geeft.

Zonde, ‘hatha’ in het Aramees, betekent zoiets als ‘misgeschoten’, het doel is niet bereikt, of: ‘je bent de weg kwijtgeraakt’. En dat is een onvermijdelijk proces. Als we geboren worden in een lichamelijke realiteit, moeten we ons gaan verhouden tot het lichaam, ons verhouden tot de wereld om ons heen, tot ‘ik en de ander’. Hiermee verliezen we de ervaring van Eenheid, die een pasgeborene nog kent. We gaan onszelf zien als afgescheiden, als een ík. Een noodzakelijke ontwikkeling die er echter toe leidt dat we vergeten dat we een unieke manifestatie zijn van het AL. Jezus brengt ons terug op dat pad.

Rijp

In de Bergrede lezen we: ‘Zalig zijn de armen van geest, want hun is het koninkrijk God’.

Geest, ‘ruha’ in het Aramees, betekent ook adem en wind en ‘zalig’ betekent ook rijp. We kunnen deze zin lezen als: ‘Rijp zijn zij die in de adem leven, want zij worden geleid door de Eenheid’. En de zin: ‘Zalig zijn zij die rouwen, want zij zullen getroost worden’, kunnen we lezen als: ’Rijp zijn zij die in de war zijn en het niet meer weten, zij zullen van binnen weer de Eenheid ervaren’.

Deze regels geven belangrijke aspecten van een psychisch en spiritueel groeiproces weer. Als we niet willen voelen, houden we onze adem in. Doorademen brengt ons in contact met diepere, verdrongen lagen in onszelf. Dit kan ons in verwarring brengen. Na de verwarring, zo belooft Jezus, worden we zachtmoedig en open om de Goddelijke realiteit te gaan zien. In luttele zinnen neergeschreven, legt Jezus hier een pad neer, dat, met de methoden en inzichten van nu, opnieuw geleefd kan worden. Hij leidt ons, via de directe verbinding met ons lichaam, terug in de eenheid van het Al. Het is een pad naar binnen dat tegelijkertijd een pad naar buiten is. Het is een pelgrimspad dat aandacht verdient.

———–

Lenie van Schie

Lenie van Schie is gz-psycholoog en lichaamsgericht therapeut. Sinds 1984 werkt zij in haar eigen praktijk. Daarvoor was zij tien jaar docent op een sociale academie. In haar therapeutisch werk benadert zij de problematiek van cliënten als levenslessen op een pad naar spirituele groei en ontvouwing. Grote inspiratiebron voor Van Schie is de spirituele school van de Diamantbenadering, waarbij zij als senior student inmiddels vele jaren betrokken is. Recent verscheen van haar het boek: Het Andere Leven van Jezus van Nazareth, een pad van spirituele groei, Soekja, 140 blz., € 22,50. Eerder verscheen: Leven in Beweging. Lenie van Schie schrijft columns, essays en blogs en geeft lezingen. Haar website: www.soekja.nl.

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*