Home » Ekklesia's » Jonge Kerk Roermond: Alles voor en door de gemeenschap

Jonge Kerk Roermond: Alles voor en door de gemeenschap

Al sinds de jaren zestig kiezen sommige katholieke gemeenschappen voor een ‘vrije opstelling’, los van de officiële kerkelijke structuren. De Jonge Kerk in Roermond is een van de vroegste onafhankelijke gemeenschappen. “Het woordje geldigheid moet je doorstrepen. Dan ben je vrij en word je samen een gemeenschap.”

Door Theo van de Kerkhof

Jonge Kerk in het kort

Vieringen: wekelijks met ca. 50 à 100 deelnemers

Sympathisanten: ca. 300 (160 ingeschreven gezinnen)

Vrijwilligers: ca. 100

Werkgroepen: werkgroepen overleg; werkgroep liturgie; werkgroep onderling pastoraat; mondiale werkgroep; werkgroep vluchtelingen

Financiën: 63.000 (begroting jaar 2011/2012); alle inkomsten uit giften van de gemeenschap en verhuur van kerkruimte

Betaalde beroepskrachten: Pastor(0,5 fte), dirigent

Organisatievorm: Stichting

Relatie rk kerk: onafhankelijk, sinds 1979

Kernuitspraak: “Wij willen een gemeenschap zijn van mensen die er zijn voor elkaar, waar belangstelling voor elkaar en warmte vanzelfsprekend zijn, waar iedereen een plek heeft en gehoord wordt, waar we ons inzetten voor een wereld van gerechtigheid en vrede, waar een woord niet slechts een woord blijft.”

Ontstaansgeschiedenis

De Jonge Kerk Roermond viert volgend jaar haar 45-jarig bestaan. Begonnen in 1969 als een jongerenkerk voor middelbare scholieren uit Roermond en omstreken onder leiding van de kapelaan van de binnenstadparochie, ontwikkelde de gemeenschap zich al snel tot een kerk met een eigentijdse uitstraling en vernieuwende liturgie. De naam veranderde in ‘Jonge Kerk’. Daarmee verdween de gerichtheid op de jeugd en gaf men aan waar de primaire inspiratiebron lag: de vroege christengemeenschappen.

In 1972 werd Jo Gijsen bisschop van Roermond, waarmee een proces van verwijdering inzette. In 1978 werd de Jonge Kerk lid van de Basisbeweging Nederland. “Er is nooit officieel een breuk geweest”, vertelt voorzitter Wim Janssen. “We zijn nooit formeel uit elkaar gegaan. Wel heeft bisschop Gijsen op een gegeven moment verklaard geen verantwoordelijkheid meer te willen dragen voor wat wij deden. Zijn opvolger heeft die houding gecontinueerd.”

Als onofficieel breukmoment geldt roze zaterdag, 1979, een protestmars in de binnenstad van Roermond naar aanleiding van uitspraken van bisschop Gijsen over homoseksualiteit. De Jonge Kerk besluit zich solidair te verklaren en een afvaardiging loopt mee in de tocht. Janssen: “Homo’s waren deel van onze gemeenschap, voelden zich bij ons thuis en gerespecteerd. Er waren ouders met homoseksuele kinderen die steun ondervonden van onze houding. Wij konden de opstelling van Gijsen niet over onze kant laten gaan.”

Van toen af aan is het nooit meer goed gekomen. In eerste instantie werd de Jonge Kerk door het bisdom gemeden. In tweede instantie werd de gemeenschap haar kerkruimte ontnomen. De Jonge Kerk huisde in een van de meest bijzondere kerken van Nederland, de Caroluskapel in de Swalmerstraat, een van de zeldzame rococokerken van ons land. Toen de kapel gerestaureerd moest worden, kreeg de Jonge Kerk te verstaan dat ze niet meer mocht teugkeren. Men heeft toen een nieuwe kerkruimte gevonden met financiële steun van de Nederlandse religieuzen: de Ursulakapel in de Voogdijstraat. Janssen: “Een mooie intieme ruimte, precies groot genoeg voor onze gemeenschap, eigenlijk beter geschikt dan de Caroluskapel.”

Vieren

Iedere zondag komt de Jonge Kerk sindsdien in de Ursulakapel samen voor een viering. Het koor zingt, er is een lichtritueel met waxinelichtjes, er is ruimte voor persoonlijke intenties. Pastorale zorg en aandacht voor elkaar zit in de viering ingebakken.

Die vieringen worden geheel door de gemeenschap vormgegeven en geleid. Het is dus niet de pastor die op de voorgrond treedt. Pastor Olga van Kollenburg: “Wij kennen een gedeeld voorgangerschap. Ik ben als pastor niet dé voorganger.” Het is ook niet één persoon die voorgaat. Het zijn altijd enkele mensen (mannen en/of vrouwen) die gezamenlijk de dienst voorbereiden en ook gezamenlijk voorgaan. Janssen: “Wij hebben vaker een ‘mis’ met drie vrouwen dan met drie heren.”

De gemeenschap kent voldoende mensen die theologisch en liturgisch goed zijn ingevoerd. “Er is ruimte voor experiment. Je moet soms nieuwe vormen uitproberen. Maar in wezen gebeuren hier helemaal geen gekke dingen. Gewoonlijk is de structuur klassiek: viering rond het woord en rond de tafel. We lezen uit de Bijbel, we zingen, we bidden en delen brood en wijn: er gaat matzebrood rond. Daar breek je een stukje af en dat geef je aan je buurman of -vrouw, als je wilt doop je je brood in een beker met wijn. Of wij dat eucharistie noemen? Met dat soort dogmatische discussies begeef je je op een doodlopende weg. Wij spreken van ‘breken en delen’.”

Van Kollenburg: “Wij komen samen zoals de vroege christengemeenschappen dat deden. Daar waren geen toestanden met gewijde voorgangers. Van het woord communie – in de verengde betekenis van de hostie ontvangen – hadden ze nog nooit gehoord. Al die regels zijn van eeuwen later.”

Wat verbindt?

Leren, Vieren, Dienen zijn de drie pijlers waarop de Jonge Kerk rust. Haar logo maakt dat duidelijk. Maar als er iets kenmerkend is voor de Jonge Kerk dan is de gemeenschapszin. Alles wordt in gezamenlijkheid gedaan en gezamenlijk gedragen. Zorg en aandacht voor elkaar is de centrale waarde. Dat komt tot uiting in alle activiteiten. Niet alleen is er een gedeeld voorgangerschap tijdens de vieringen. Ook het pastoraat wordt door de gemeenschap zelf gedragen in het zogenaamde ‘onderling pastoraat’. Ziekenbezoek; oudere mensen ophalen voor de viering; pastoraat rond begrafenis, of huwelijk, schoolverlaters (‘vormsel’), breken en delen (‘eerste communie’). En nee, rond die ‘rites de passages’ wordt er geen priester van buiten ingevlogen.

Direct hieruit volgt het democratisch beginsel. Weliswaar heeft men gekozen voor een stichtingsvorm, waarbij het bestuur de dagelijkse leiding heeft. Maar dat bestuur opereert niet anders dan in nauw overleg met de gemeenschap.

Iedereen hoort erbij. “Niemand hoeft zich te legitimeren; je bent welkom zoals je bent.

Diaconie staat hoog in het vaandel: “Het ergste dat ons kan gebeuren is dat onze woorden niet verder rijken dan de kerkdeur”. Gemeenteleden zijn veelal actief in allerlei maatschappelijke organisaties van Wereldwinkel tot Amnesty International. Men wil niet alles nog eens overdoen, maar wel samenwerken met maatschappelijke organisaties, bijv. door beschikbaar stellen van de kerkruimte.

Geloofsvisie

De Jonge Kerk wil nadrukkelijk trouw zijn aan de christelijk traditie. “Wij willen geen tweeduizend jaar traditie zonder meer overboord zetten, maar wel terug naar de bron”, aldus het jaarprogramma 2013/14. Die herbronningsgedachte ligt in de naam Jonge Kerk vervat en leeft sterk binnen de gemeenschap. Daarmee is ze ook vanzelfsprekend oecumenisch. Van Kollenburg: “Wij komen samen rond de Schrift. We proberen te leven in navolging van Jezus en we leven in de verwachting van het Rijk Gods.”

De gemeenschap is de drager van het geloof. Dat is een grondgedachte van de Jonge Kerk. Verder trekt men ruime grenzen. Men leeft met een spontaan godsgeloof, zonder daar een strakke invulling of voorstelling van te willen maken. Er wordt gebeden, het Onze Vader, maar men beperkt zich niet tot voorgeschreven tafelgebeden bijvoorbeeld.

De gemeenschap is expliciet christelijk, maar sluit invloeden van andere tradities niet uit. Boeddhistische meditatie? Geen probleem.

Verder wil men relevant zijn voor de maatschappij als geheel. Niet de inkeer, maar contact met de samenleving staat voorop. Gaat men daarmee niet voorbij aan de huidige levensbeschouwelijke actualiteit? Persoonlijke zingeving en ontwikkeling staat tegenwoordig voorop. Van Kollenburg: “Die aandacht voor persoonlijk spiritualiteit kom je ook bij ons tegen. Er zijn mensen die zó een viering inkleuren, als zij die voorbereiden. Daarover wordt ook wel onderling gediscussieerd, maar altijd in een sfeer van verdraagzaamheid.

Band met de rk kerk

Zoals gezegd heeft de Jonge Kerk nooit de banden met de rkk verbroken. Maar wel heeft ze zich losgemaakt van “de kerk als machtsinstituut”. Is men de strijd voorbij? Janssen: “Er is geen strijd. Je moet hen simpelweg de macht ontnemen. Dan is het over en ben je vrij. Het woordje geldigheid moet je doorstrepen. Daarmee is hun macht weg en word je samen een gemeenschap. Die in gezamenlijkheid de dingen doet.”

Van Kollenburg: “Er is in de rk-traditie veel ballast, macht en magie aangeslibd. Je moet de kern van je eigen traditie terugpakken.”

Jansen: “Op het persoonlijk vlak hebben we met niemand ruzie, maar het bisdom mijdt ons. Aanvankelijk dacht men: laat ze maar, dat bloedt wel dood. Zo is het dus niet gelopen. Maar die opstelling weerspiegelt wel iets van de huidige rk kerk in Nederland. Men heeft ons opgegeven. Als het gaat over terugloop in kerkelijk leven is het eerste dat men zegt: ‘Maar de wereldkerk groeit.’ Met ander woorden: ‘Jullie zijn niet belangrijk.’ Kun je je dat voostellen in het licht van het evangelieverhaal van de goede herder die op zoek gaat naar dat ene schaap?

Knelpunten

Janssen: “Knelpunt is de moderne tijd. Mensen hebben het te druk. Het lukt nog steeds, maar het wordt moeilijker om vrijwilligers te vinden voor bestuur en werkgroepen e.d.”

Ook de Jonge Kerk ontkomt niet aan de vergrijzing. Daar in deelt zij in de problematiek van de kerken in het algemeen. Hoe bereik je de groep 30, 40, 50 jaar?

Advies aan nieuwkomers 

– Zorg voor een eigen ruimte, een eigen huis.

– Kies je zelfstandigheid: ga gewoon je eigen gang.

– Ben proactief. Richt een stichting op; leg eigen reserves aan.

– Heb aandacht voor een organisatorische structuur. De gemeenschap draagt, maar dat moet je ook organiseren.

– Hang je niet op aan één charismatische figuur.

– Een goed koor is een grote bindende factor.

Behoefte aan landelijk verband?

– In het algemeen is de Jonge Kerk voor uitwisseling van informatie. Incidenteel draagt zij daar nu al aan bij.

– Het vraagstuk ‘hoe bereik je nieuwe generaties, mensen onder de vijftig, met name de jongeren’ is een thema dat mogelijk een gezamenlijke landelijk aanpak vraagt.

– Men heeft niet direct een vraag aan Mariënburg; men vindt Mariënburg nog vrij kerkelijk, in de zin van vasthoudend aan de wens om in dialoog te treden met de kerk als instituut. Beïnvloeding van het instituut acht men een illusie.

– Het is zaak om landelijk initiatieven wel te bundelen (Mariënburg, de website Kleine geloofsgemeenschappen (Isaac Wüst) en het initiatief van Winfried Timmers vanuit het centrum van de SVD in Steyl.

Info: www.jongekerkroermond.nl

Naar overzicht van de zeven gemeenschappen »

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*