bestnyescorts.com Manhattan Escorts girllookup.com Long Island Escorts
Home » Spiritualiteit » Karmelitaanse spiritualiteit: God laat zich overal zoeken en vinden
De berg Karmel is overal.

foto Aftab Uzzaman

Karmelitaanse spiritualiteit: God laat zich overal zoeken en vinden

Een aan God gewijd leven, wordt het kloosterleven wel genoemd. Kloosterlingen, ‘religieuzen’, leven samen in het voetspoor van Jezus, ongehuwd, volgens een leefregel, in gedeeld bezit, gericht op gebed en studie en soms ook op maatschappelijke inzet (onderwijs en zorg). Hoewel het aantal religieuzen sterk afneemt, staan vooral contemplatieve ordes in de belangstelling bij moderne spirituele zoekers. Een van de oudste tradities is die van de Karmelorde. “Kenmerkend voor de Karmelitaanse spiritualiteit is de onmiddellijke betrokkenheid op de levende God. God laat zich zoeken en vinden in alles en in iedereen, overal en altijd.”

Door Sanny Bruijns o.carm.

In het najaar van 2014 was het achthonderd jaar geleden dat Albertus, patriarch van Jeruzalem, overleed. Hij is de opsteller van de leefregels voor de Karmelbeweging. Tussen 1206 en 1214 heeft Albertus een leefregel geschreven in de vorm van een brief, die gericht is aan broeder B. en de andere kluizenaars, die in trouw aan hem bij de bron in het Karmelgebergte verbleven. Het is de kortste van alle leefregels, die een leven in het voetspoor van Jezus Christus beschrijven. In dit leefmodel worden aspecten van het dagelijks leven zoals samen leven, wonen, werken, verstillen en bidden omschreven als evenzovele mystieke ruimten.

Oorsprong

De Karmelorde heeft haar oorsprong op de Karmel in het noorden van Israël. Van oudsher was de berg Karmel een heilige plaats, verbonden met de twee grote Bijbelse figuren: Elia en Maria. Rond 1200 woonde daar een groep eremieten (kluizenaars), die met de kruistochten waren meegekomen. De berg Karmel was voor deze kluizenaars-karmelieten een plek van eenzaamheid en stilte, een plaats om God te kunnen schouwen, staande in de geestelijke traditie van Elia en Maria. Elia stond vóór Gods Gelaat en streed voor gerechtigheid. Maria ontving het geheim van Gods menswording en bewaarde het in haar hart. De kluizenaars ontwikkelden een eigen leefwijze als eremieten in gemeenschap. Tussen 1208 en 1214 werd hun leefwijze door patriarch Albertus van Jeruzalem bevestigd. Dit leefmodel kennen wij nu als de Karmelregel.

Komst naar Europa

Tegen het midden van de dertiende eeuw moesten de karmelieten het Heilig Land verlaten. Deze grote overgang bracht een fundamentele crisis teweeg: ‘Hoe kun je karmeliet blijven zonder de berg Karmel?’ vroegen zij zich af. Gaandeweg ontdekten zij dat iedere plaats een geestelijke Karmel kan zijn: een plek om God te ontmoeten.

De plaats waar ik me inkeer, zegt: je mag er zijn zoals je bent…De plaats is een schoot van ontferming die mij altijd al heeft ontvangen en aanvaard. Ze is de eenzaamheid die mij voorbij iedere plaatsbepaling de woestijn van stilte binnen voert. De plaats is het gunnende gastvrije, de plaats is mijn ontvangenis. (Karmelbeweging, 2007, 8)

In Europa voelden de karmelieten zich het meest verwant met de franciscanen en de dominicanen, jonge broederorden die als religieuze vernieuwingsbewegingen waren ontstaan in de toen opkomende steden. Zij kenmerkten zich door hun democratisch leefmodel. In de loop van de eeuwen ontwikkelden zich naast de eerste Orde van broeders een tweede en een derde Orde van zusters en leken. De Karmelregel werd in 1247 naar het model van deze broederorden aangepast, maar met behoud van haar eremitisch-contemplatieve inslag. Hoezeer de komst naar Europa ook een periode van geworstel, strijd en zoeken betekende, de Karmel heeft wel wortel geschoten en een eeuw later waren er Karmelkloosters in bijna alle West-Europese landen. In de loop der eeuwen verspreidde de Karmel in al haar geledingen zich over de hele wereld.

Komst naar de Lage Landen

In Nederland werd de eerste Karmel in Haarlem gesticht na 1249. Van daaruit ontstond een aantal nieuwe stichtingen. Midden vijftiende eeuw waren de begijnen in Geldern de eerste vrouwen die de Karmelregel als model voor hun leven in gemeenschap gingen volgen. In diezelfde tijd ontstonden voor leken de eerste vormen van derde Orde als godsdienstige verenigingen, waarvan de leden de Karmelregel in aangepaste vorm volgden. De middeleeuwse Karmel ging kort vóór 1600 als gevolg van de Reformatie en de strijd van de Nederlanden tegen Spanje verloren. Zij zou vanaf 1652 vanuit Boxmeer weer opgebouwd worden. Ondertussen was er in Spanje, als gevolg van een ingrijpende hervormingsbeweging, een afsplitsing ontstaan van de oorspronkelijke Karmelorde. Deze ‘Ongeschoeide’ Karmel vond wereldwijd veel navolging en is vooral bekend door haar grote heiligen, zoals Teresa van Avila (wiens eeuwfeest dit jaar gevierd wordt), Johannes van het Kruis, Theresia van Lisieux en Edith Stein.

Een dubbel doel

Tot in de zeventiende eeuw was het zogenaamde ‘Boek van de Eerste Monniken’, dat werd geschreven rond 1380 het geestelijk handboek van elke karmeliet. In dit boek lezen we dat het eremietenleven in de geest van Elia een tweevoudig doel heeft:

Het eerste bereiken wij door eigen arbeid en beoefening van de deugd met behulp van Gods genade. Het bestaat hierin: aan God zijn hart aan te bieden, zuiver van alle dodelijke smet van zonde. Dit doel bereiken we, wanneer we volmaakt zijn verborgen in de ‘Carith’, in de liefde, waarvan de Wijze Man zegt: de liefde bedekt alle zonden. Daar God wilde dat Elia tot dit doel zou geraken, zei Hij tot hem: verberg u in de beek Carith. Het andere doel van dit leven wordt ons als louter gift van God geschonken. Het bestaat hierin: niet slechts na de dood, maar reeds in dit sterfelijke leven enigszins in het hart te smaken en in de geest te ondervinden de werking van de tegenwoordigheid van God en de zoetheid van de hemelse heerlijkheid. (Karmelitaans leven, 1999, 20-21)

In deze tekst wordt de mystieke dimensie van het Karmel charisma omschreven. Er is geen andere religieuze groepering die de roeping tot het mystieke leven zo duidelijk in haar vaandel heeft geschreven. Het is dan ook geen toeval geweest dat de karmeliet Titus Brandsma bij zijn benoeming als professor aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen in zijn leeropdracht de bestudering van de geschiedenis van de mystiek kreeg toegewezen. Het in 1968 door de karmelieten opgerichte Titus Brandsma Instituut stelt zich ten doel de studie van de spiritualiteit en mystiek te bevorderen.

Herbronning

In onze tijd is de Karmel in Nederland in al haar geledingen een weliswaar niet zo grote, maar wel vitale religieuze beweging. Een belangrijke impuls daartoe was een hernieuwde studie en lezing van de Karmelregel, die een herbronning teweegbracht binnen de bestaande kloosterlijke leefwijzen. Deze oude Regel bleek niet alleen voor kloosterlingen, maar ook voor leken een inspirerende gids te kunnen zijn. Vrijwel elk onderdeel van de leefregel omspeelt de spannende verhouding tussen zoeken en vinden, tussen de liefde als gave en als opgave. Het is een gave als de levende God zich daadwerkelijk vinden laat op de plaats waar je woont en in de gemeenschap van mensen waar je deel van uitmaakt. Het is een opgave om de Levende te zoeken in wonen en werken, in het eenzaam en gemeenzaam zijn, in het spreken en zwijgen, in het bidden en waken en in het tot je nemen van voedsel voor lichaam en geest. De geestelijke weg die in de Regel beschreven wordt bleek en blijkt een begaanbare weg voor godzoekers van vroeger en nu.

Een nieuwe lekenkarmel

Nadat in de loop van de jaren zeventig van de vorige eeuw de traditionele derde Orde (voor leken) van de Karmel had opgehouden te bestaan, ontstond in de loop van de jaren tachtig opnieuw interesse in de Karmelspiritualiteit. De Karmel met haar rijke traditie bleek voor veel mensen een bedding te kunnen zijn voor hun spirituele zoektocht. Een groeiende groep participeerde aan allerlei gestalten van Karmelitaans leven, variërend van persoonlijke contacten met diverse Karmelgroepen, betrokkenheid bij Karmelparochies, tot deelname aan ontmoetingsdagen en cursussen in Karmelitaans verband. Gaandeweg groeide onder deze groep van ‘losse individuen’ de behoefte aan meer structuur en formalisering van de eigen, van kloosterlingen onderscheiden status.

Centraal hierbij stond het groeiende besef dat de Karmelitaanse spiritualiteit ook in het leven buiten het klooster geleefd kon en moest worden. Daarnaast ging men zien dat eigen vorm en identiteit ook mogelijkheden biedt voor een vruchtbare interactie tussen de diverse geledingen. Zo begon een periode van opbouw waarin langzaamaan de contouren ontstonden van de ‘lekenkarmel’, die in deze jaren de naam Karmelbeweging kreeg.

Een andere wijze van betrokkenheid op de Karmel en haar spiritualiteit, eveneens voor leken, is in dezelfde periode ontstaan: de zogenaamde ‘geassocieerden aan de eerste of tweede Orde’. Geassocieerden leggen professie af op de Karmelregel, maar binnen hun eigen levensstaat, meestal in verbondenheid met een plaatselijke communiteit van de Karmelorde.

Karmelfamilie

De Karmelfamilie anno 2015 is het verband van mensen die in hun leven vorm willen geven aan Karmelitaanse spiritualiteit. Niet alleen de leden van de Nederlandse Karmelprovincie, maar ook leden van de Karmelbeweging, geassocieerden, geïnteresseerden en mensen die geen formeel verband hebben met een van de geledingen van de Orde, vormen dit verband. Het woord ‘familie’ duidt niet op bloedverwantschap en op een gemeenschappelijke afstamming, maar op een verbondenheid die geworteld is in een gemeenschappelijke roeping. De concrete vormgeving van deze roeping is verscheiden. Maar wezenlijk voor allen is de godsverhouding of de contemplatie, die tot uitdrukking komt in gebed, in zuster- en broederschap, en in verbondenheid met de mensen te midden waarvan we leven.

Persoonlijke omgang met God

Vanaf het begin is de persoonlijke omgang met God ofwel de contemplatie de kern van het leven op de Karmel geweest. Alles in een Karmel is erop gericht om een zo gunstig mogelijke sfeer te scheppen voor deze persoonlijke omgang. Karmelieten van alle tijden verlangen en hunkeren naar God. De Karmel wordt ook wel een orde van heilige hunkering genoemd. In het worstelend zoeken naar God komt een waarheid aan het licht die steeds wijkt en tegelijkertijd aan ons trekt en ons in haar diepte lokt. Zo ontstaat er een tedere, affectieve relatie met het goddelijk Geheim. Naast de godlovende benedictijnen, de kennende dominicanen en de willende jezuïeten zou je kunnen spreken van hunkerende karmelieten.

Voor wiens Gelaat ik sta

De woorden van de profeet Elia ‘De Heer leeft, voor wiens aanschijn ik sta’ zijn woorden die gekoesterd worden in menige Karmelziel. Zij getuigen van een persoonlijk contact met de Eeuwige, dat ervaren wordt in het intermenselijke contact. Staan voor het gelaat van de ander is staan voor het Gelaat van de Levende God. Kenmerkend voor de Karmelitaanse spiritualiteit is de onmiddellijke betrokkenheid op de levende God. God laat zich zoeken en vinden in alles en in iedereen, overal en altijd. Teresa van Avila vond hem tussen de potten en de pannen en Johannes van het Kruis in het simpele doppen van de erwten. De bron van hun en ons zoeken en vinden is de liefde. De liefde leidt ons langs ongebaande wegen naar ongekende oorden. Zij brengt ons soms zelfs tot in de woestijn van de liefde, waar geen weg meer is. Liefde is sterven aan jezelf opdat de ander de kans krijgt om te leven. Wij hebben iets met het kruis als teken van de verrezen Christus. Als mensen mij vragen wat de Karmel onderscheidt van andere Orden, dan is mijn antwoord, dat de Karmel misschien meer dan andere Orden iets heeft met het kruis en met nacht en duisternis. Enkele jaren geleden heeft de kunstenaar Arie Trum de Karmelregel opnieuw gekalligrafeerd in de vorm van een kruis met een leeg midden, dat met bladgoud is omlijst. Het is een eigentijdse verbeelding van het Karmelcharisma, dat velen geraakt heeft, raakt en raken zal tot in hun hart. Ter illustratie hiervan volgen twee teksten, waarin deze geraaktheid verwoord wordt.

 

Het is de Stilte die mij boeit
Maar wat is die Stilte dan?
Het Stille fluisteren van de wind
Als de Heer voorbijgaat op de berg?
Is dat een Stilte in je hoofd
Als je even vrij van alles bent?
Vrij van elk oordeel over de ander?
Vrij van elk oordeel over jezelf, over je handelen ?
Vrij en gewoon alleen verbonden met die Wind ?
Soms krijg je dat cadeau
Dan wil je het koesteren, het behouden
Soms wil je het oproepen, het veroveren
Maar dat blijkt niet te gaan
Niet het behouden, niet het veroveren
Maar hoe dan wel, wat te doen….
Dat is wat mij bezighoudt, die verbinding
Met de zachte aanraking van de Wind.

(Leven in de Karmelregel, 2010, 11)

 

“De plaats waar je staat is heilige grond” is voor mij een aanroep die me heel dierbaar is geworden. Niet gehinderd door theologische uitleg – wat ik soms ook wel als een gemis ervaar – is deze gedachte diep bij mij binnengekomen. De plaats waar je staat kan een eigen keuze zijn, maar in het bewustzijn dat deze plaats je gegeven is, stroomt de genade en de kracht binnen om de plaats te ervaren als heilige grond. Door zo te kijken naar de plaats die ik inneem als vrouw, echtgenote, moeder, oma, zus, vriendin en lid van de stuurgroep van Karmelbeweging kan ik het volhouden, omdat er grote dingen met mij gebeuren als ik me blijf richten op het geheim van het leven. De Karmelregel geeft me daartoe de richting en alle ruimte.

(Leven in de Karmelregel, 2010, 52-53)

 

Literatuur

– S. Bruijns, Karmelitaans leven, een gave en een opgave, Herademing 1999, 19-27.

– Groeistuk Charisma en Identiteit, Commissie Charisma en Identiteit Karmelfamilie, 2011.

– Karmelbeweging, ontmoetingsplaats voor leken in de Karmel, Stuurgroep Karmelbeweging 2007.

– Leven in de Karmelregel, geleefde spiritualiteit buiten het klooster, Karmelbeweging 2010.

– Uit de wereld van de Karmel, de geschiedenis van een religieuze orde en haar betekenis nú, Amstelveen 1984.

– Pieter van de Ven, Elia’s orde van heilige hunkering, Trouw 24-08-1999.

– Verslagboek themadag Kloosterspiritualiteit en –pastoraat, Boskapel Nijmegen, 13-10-2001.

– K. Waaijman, De mystieke ruimte van de Karmel, Gent 2004.

 

Sanny Bruijns is coördinator van een Karmelitaans Centrum voor Spiritualiteit in Twente. E-mail: s.bruijns@karmel.nl

Bron: Tijdschrift voor Geestelijk Leven, nr. 2015/1, themanummer over de variëteit aan kloostertradities: ‘Het godgewijde leven. De betekenis van religieuze families vandaag’. Voor verdere informatie en abonnementen zie: tgl.be. Besteladres Nederland: ahmmetz1941@kpnmail.nl. Besteladres België: abon@licap.be. Kosten per los nummer: 7,95 plus verzendkosten.

 

Print Friendly, PDF & Email

3 reacties

  1. Godelief Egosum

    Hallo lieve mensen.

    Mijn naam is Godelief ,
    Op 1952 geboren in Antwerpen
    Ik heb een klein boekje over ‘God’ geschreven .
    Hoe ik mijn ganse leven gezocht, en uiteindelijk gevonden heb.
    Een boekje dat heel anders is dan al de bestaande boeken hierover.

    Boekscout, gaat mijn boek ‘GOD vinden..’ uitgeven. De uitgever wil aan een selecte groep mensen, die mogelijk geïnteresseerd is, een promotiemailing sturen op het moment dat het boek beschikbaar is. Jij wordt dus als eerste op de hoogte gesteld van de verschijning.
    De uitgever heeft mij verzekerd dat je e-mailadres alleen gebruikt zal worden voor het verzenden van de promotiemailing van mijn boek. Je zult dus eenmalig een bericht van hem ontvangen. Dat is in mijn contract met Boekscout ook als volgt vastgelegd:
    “De uitgever zal de door de auteur verstrekte e-mailadressen uitsluitend en eenmalig gebruiken voor toezending van de promotiemailing voor het boek van de auteur. De adressen zullen niet voor andere doeleinden worden gebruikt, en ze zullen ook niet aan derden worden verstrekt.”
    Als je deze promotiemailing van Boekscout wilt ontvangen, laat me dat dan even weten dan kan ik je e-mailadres aan de uitgever doorgeven. Kopieer in dat geval onderstaande zin in je e-mail naar mij:
    Ik geef toestemming voor gebruik van mijn mailadres voor het toezenden van een eenmalige promotiemailing.
    Vriendelijke groeten ,
    Godelief.

  2. -Het godsbegrip zou zoveel mogelijk moeten gedepersonaliseerd worden.; en verworden tot een vorm van ‘transcendent ietsisme’.
    – Het begrip ‘logos’ als enige ‘zijn’ van de absolute wetmatigheden kan doorgaan als een vorm van ‘wil’, waaruit alles emaneert ; en net zoals onze wil in energie kan overgaan, die dan zelf verwordt in massa, materie en de ‘ dingen’ zelf….
    -Wat men ‘god’ noemt is alsdan niets anders of meer dan dit enig absoluut zijn….een nieuwe ‘logos’.
    -En te leven volgens die absolute logoca is dan het enig motief voor onze ethiek en moraal…; “leef volgens de rede, dan leef je juist…” … Valere De Brabandere-0

  3. Niets heeft betekenis in zichzelf, zijn wezen. Het is de beschouwer en zijn of haar mentale staat die betekenis ziet en toekent aan iets. Geen twee mensen zijn hetzelfde. Het is daarom dat ieder die zegt God te kennen of waar te nemen een ander beeld/idee voor ogen heeft?

    Moet de conclusie dan ook niet zijn dat het de beschouwer zelf is die God ontmoet als God-in-hem/haar, en nooit daarbuiten? Is het ook niet de God-in-hem (en dus niet God buiten de mens: de immanente God en niet de transcendente God!) waaraan Abraham, Job, Mozes, Jezus én velen in hun voetspoor gehoor hebben geven c.q. mogelijk nog geven? Hoe is Wahrheit hier van Dichtung te onderscheiden; projectie/wensdenken/illusie dus te identificeren bij/in jezelf en of anderen? Door vergelijking van jouw ervaringen/waarnemingen met die van anderen die ook over hun God spreken?

    Is het dan ook niet beter, want eerlijker om altijd te spreken van “mijn God” of “de God van Abraham, Jezus enz.” waarin we geloven, en nooit meer van “God op zichzelf, los van concrete mensen”, een objectief waarneembaar zijnde op zichzelf?

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*


Frilco Philippines Corporation Hazardous Waste Transport Laguna clickonetic best photobooth photo-coverage laguna Free themes elementor pro web services web development