Home » Kerstmis » Kerstmis (1) – Een tijd van ontvangen

Kerstmis (1) – Een tijd van ontvangen

Het  ‘Huis van Dominicus’ is een nieuw centrum voor spiritualiteit, engagement, bezinning en studie in Utrecht. Het centrum wil zichtbaar maken dat God ‘zijn tent onder ons heeft opgeslagen’ (Johannes 1,14) en ook vandaag nog altijd bij de mensen woont (vgl. Openbaring 21,3). Tijdens de try-out op 12 december vertelden twee jonge theologen wat Kerstmis voor hen betekent.  Deel 1: Nadia Kroon, zuster bij de Augustinessen van Sint Monica, vertelt over ontvankelijkheid.

Door Nadia Kroon

In de kerk waarin ik ben opgegroeid en mijn jeugd heb doorgebracht, is mij altijd bijgebracht dat geloven betekent dat je missionair bent. Het ging erom ‘mensen bij Jezus te brengen’. Dat betekende: veel praten, veel vriendschappen aanknopen, veel enthousiasme, gezelligheid en ‘lawaai’. Ik kijk daar met plezier op terug, al vond ik het soms ook moeilijk. Ik durfde niet zomaar over Jezus te beginnen en steeds maar weer contact zoeken, dat vond ik niet gemakkelijk. In het klooster ontdekte ik hoe stilte en rust een sfeer van gebed schept en ruimte om ontvankelijk te worden voor God. Dat blijkt uiteindelijk meer mijn weg.

In het kader van mijn studie theologie ging ik op bezoek bij een benedictinessenklooster: het Liobaklooster in Egmond. Dat is een slotklooster, wat wil zeggen dat het leven van de zusters zich in principe binnen de ruimte van het klooster afspeelt. Ik wilde van de zusters weten wat de missionaire impact was van het kloosterleven, maar om het kloosterleven beter te leren kennen bleef ik er ook een paar dagen.

Ik was nog nooit in een klooster geweest en het voelde eerst onwennig. Aanvankelijk was ik ook niet erg overtuigd van de missionaire betekenis van het kloosterleven. Leven in stilte, teruggetrokken van de wereld, wat kon daar nu missionair aan zijn?

Kracht van de Stilte

Maar terwijl ik er logeerde, ervaarde ik ook de kracht van de stilte, van het ritme van de getijden, van de rust. Ik ging wandelen in de omgeving van het klooster en het werd mediteren. Ik zat in de kapel en begon te bidden. Blijkbaar wekte de stilte in mij de mogelijkheid om te ontvangen, om open te worden, om Gods liefde te ervaren.

Toen ik dat tegen een zuster vertelde, zei zij dat ze dit al honderden, misschien wel duizenden keren had gehoord. De stilte brengt mensen terug bij zichzelf en zo in contact met God. En ik zag dat dit de missionaire betekenis van kloosters was: mensen ruimte bieden om in contact met God te komen.

Bij mij wekte het verlangen naar meer, naar vaker. En ik heb sindsdien veel kloosters bezocht. Zie voor mijn avonturen en waar die op uitliepen: www.kloosterwereld.nl.

Advent

Het kloosterleven is dus oefenen in ontvankelijkheid. Maar juist in de periode van de advent wordt hier nog eens extra de nadruk op gelegd. Twee voorbeelden.

Eerste voorbeeld. Wil er iets geboren kunnen worden, is er rust nodig en tijd. Stabiliteit. Daarom blijven de clarissen, een  contemplatieve orde waarvan de zusters toch al niet veel naar buiten gaan, tijdens de advent helemaal thuis. Zodat er ruimte ontstaat om te ontvangen.

Tweede voorbeeld. Benedictijnen krijgen voor de advent van hun abt of abdis een boek. Die heeft dat speciaal voor hen uitgezocht, maar de zuster of de broeder moet maar afwachten wat hij krijgt. En zich vervolgens afvragen: wat wordt door dit boek nu speciaal aan mij verteld, waarom moet juist ik dit boek juist nu lezen? Een oefening in ontvangen.

Het gaat erom dat wij op Maria gaan lijken, die Jezus verwacht en ontvangt. Wat dat betekent wordt voor mij duidelijk gemaakt in een tekst van de cisterciënzerabt Bernardus van Clairvaux (1090-1153). Bernardus schreef voor de advent een gebed dat gebeden zou kunnen zijn door Maria voor de Menswording van God in Jezus. Maar door het gebed te schrijven en uit te spreken, wordt hij als het ware zelf Maria. Bernardus schrijft:

Uw woord geschiede aan mij. Maar ik smeek u: niet een woord dat uitgesproken wordt en vervliegt, maar een woord dat binnenkomt en blijft, een woord dat lichaam om zich heen heeft, niet alleen lucht.

Uw woord geschiede aan mij, niet alleen als een woord dat ik met mijn oren kan horen, maar ook als een woord dat mijn ogen kunnen zien, mijn handen kunnen voelen, mijn schouders kunnen dragen. Laat het niet een geschreven en onbeweeglijk woord zijn, maar een woord dat lichamelijk is en levend; ik bedoel, niet een woord dat in onhoorbare lettertekens op dood papier staat geschreven, maar een woord dat in de gedaante van een mens, levend in mijn schoot wordt gedrukt: niet met een levenloze pen, maar doordat de Heilige Geest op mij inwerkt. Zó zou het woord zijn werk aan mij mogen doen, niemand vóór mij en niemand ná mij zal dat op die manier meemaken.

Ik hoop en bid dat ik het woord – U hebt het beloofd – in mijn schoot zal voelen. Ik wil niet dat het mij kunstig gepreekt wordt, of dat het mij in beelden wordt voorgetoverd, of dat ik er visioenen over krijg – nee, ik hoop dat het mij zonder geluid te maken wordt ingeblazen, dat het een persoon, een mens wordt, lichamelijk in mijn lichaam.

Het citaat maakt duidelijk dat de advent bedoeld is om kerst extra diep te beleven. En diep beleven, dat betekent dat wij ervaren dat Christus ook nu ín ons geboren wordt, niet alleen vroeger in Bethlehem.

Want we zijn mensen van ervaring. Wij leven in ons hoofd met ons denken, maar even goed in ons hart met onze emotie, en in onze buik met onze intuïtie en ons verlangen. Het inzicht dat dit allemaal met God te maken heeft en dat we met hoofd, hart en buik God kunnen ontmoeten, heeft tijd en ruimte nodig. Het kost tijd om voor Gods aanwezigheid ontvankelijk te worden en daar moet je de ruimte voor nemen.

Oefenen in ontvankelijkheid

Ik zou alle lezers willen aanraden om in je actieve leven periodes te zoeken waarin je oefent in ontvankelijkheid. De Amerikaanse trappist Thomas Merton (1915-1968) leidde in het klooster een actief leven. Hij schreef boeken, ontving bezoekers en onderhield contacten met heel veel mensen. Hij spreekt dus uit ervaring als hij een soefi-spreuk citeert: “Een kip legt geen eieren op het marktplein.” Hij concludeert daaruit: “Ook in een heel actief leven, is er van tijd tot tijd eenzaamheid nodig om de contemplatie te voeden.”

Nu kun je je natuurlijk afvragen waarom je dat zou doen, de contemplatie voeden. Daar zijn veel goede redenen voor te geven. Het helpt je om tot rust te komen. Het brengt je tot een dieper inzicht in jezelf, in anderen, in de wereld om je heen. Je ontdekt nieuwe perspectieven. En zeker niet het minst belangrijke: doordat je tot rust komt, heb je meer energie voor wat je wilt doen of bereiken.

Maar ook en vooral: het brengt je tot een steeds hechtere verbondenheid met God en het helpt je te groeien in de liefde. Dat zijn grote woorden, maar wat ermee wordt bedoeld is uiteindelijk voor iedereen weggelegd.

Dat spreekt voor mij uit het volgende citaat van Kleine Zuster Madeleine. Madeleine Hutin (1898-1989) is de stichteres van de Kleine Zusters van Jezus. Geïnspireerd door Charles de Foucauld (1858-1916) leiden deze zusters een contemplatief leven midden in de wereld, met name onder mensen die doorgaans niet gezien of gehoord worden. Zoals Jezus in Nazareth leefde waar volgens de mensen van zijn tijd niets goeds vandaan kon komen. Zo willen de Kleine Zusters God onder de mensen brengen, door gewoon aanwezig te zijn. Zuster Madeleine van Jezus schrijft aan haar medezusters:

Woorden als ‘roeping tot het contemplatieve leven’ of ‘contemplatie’ moeten je niet afschrikken. Het is geen verheven, bijna onmogelijke roeping, maar de speelse, vriendschappelijke omgang van een mens met Jezus, zoals twee vrienden met elkaar omgaan. Bidden en contemplatie zijn in de kern daarmee vergelijkbaar.

Contemplatieven leven in een vriendschappelijke verbondenheid met de persoon van Jezus. Het is een heel diep innerlijk leven dat in contact staat met God zelf. Waarom zou die vriendschap, dat contact, niet kunnen samengaan met het beroep dat mensen op je doen? Het is immers uit vriendschap voor Jezus en om nog intiemer met Hem te leven dat we steeds meer verlangen Hem onder de mensen te brengen.

Lichamelijke verbondenheid

Als ik samenvat wat ik gezegd heb, dan concludeer ik dat het kloosterleven een oefenen in ontvankelijkheid betekent. Daarvoor is stilte, gebed, contemplatie nodig. En de bedoeling is om op die manier liefdevoller te worden.

Het vinden van ruimte voor stilte, gebed en contemplatie is ook in een klooster overigens niet vanzelfsprekend. Doordat Casella, waar ik woon, niet alleen een klooster is, maar er is om gasten te ontvangen, is er veel te doen. Bovendien, de Augustinessen van Sint Monica zijn gewend om hard te werken. Het zijn aanpakkers. Maar ook de oudere zusters hebben behoefte aan ruimte voor stilte, gebed en contemplatie. Ik vind het mooi dat wij samen zoeken naar manieren om dat vorm te geven.

Uiteindelijk wil ik groeien in diepe vriendschap en lichamelijke verbondenheid met God in mij. Daarbij is Maria het voorbeeld en model – denk aan het citaat van Bernardus van Clairvaux dat hierboven staat. Dat brengt ons terug bij kerstmis.

Uiteindelijk gaat het er met kerstmis niet alleen om dat je God in jezelf ontvang, maar dat God in Jezus jou ontvangt.

———————

Lees ook deel 2 van Sjoerd Mulder, promovendus aan de School for Catholic Theology van Tilburg University en medewerker van het dagblad Trouw over ‘de tragiek van hemelbestormers’.

Huis van Dominicus

Een van de initiatiefnemers van het ‘Huis van Dominicus’ in Utrecht is hoogleraar theologie Erik Borgman. Hij schrijft: “Om zichtbaar te maken dat geloof geen overblijfsel is uit het verleden, maar dat God nog altijd bezig is ‘alle dingen nieuw’ te maken (Openbaring 21,5), organiseert het Huis van Dominicus in 2020 maandelijks een avond waarin jonge theologen vertellen wat hen drijft en hoe zij dat proberen te realiseren. ‘Jonge hemelbestormers’ hebben we dit programma genoemd. Tijdens de eerste try-out kregen we al een vriendelijke uitbrander, immers:  we hoeven de hemel niet te bestormen, want God is naar ons afgedaald.

Die try-out vond plaats op 12 december 2019. Nadia Kroon, jonge zuster bij de Augustinessen van Sint Monica in het klooster Casella in Hilversum – zie www.casella.nl – en Sjoerd Mulder, promovendus aan de School for Catholic Theology van Tilburg University en medewerker van het dagblad Trouw – zie www.tilburguniversity.edu/nl/medewerkers/s-mulder vertelden ieder een persoonlijk en daarmee kwetsbaar verhaal. Tegelijkertijd waren zij stevig en overtuigd.

Dat is wat wij met het Huis van Dominicus ook beogen: zelfvertrouwen dat zichzelf niet overschreeuwt, geloof dat authentiek is en tegelijkertijd meer dan alleen persoonlijk, reflecties die doordacht zijn zonder geleerderigheid of poeha. Wij bieden de verhalen van Nadia en Sjoerd graag aan de lezers van de Bezieling aan. Bij wijze van kerstwens.”

Erik Borgman is lekendominicaan en voorzitter van de programmaraad van het Huis van Dominicus

Info:  www.huisvandominicus.nl.

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*