Home » Columns » Kroon op de veertigdagentijd

Kroon op de veertigdagentijd

Het zullen best verstandige maatregelen zijn die nu genomen worden in de strijd tegen het coronavirus. Ze hebben in ieder geval ook in religieus opzicht impact, vindt Erik Borgman. Geen handen schudden in de kerk bij de vredeswens, geen gebruik van wijwater, geen kelk met wijn die rondgaat. Versobering: “Een onverwachte vorm van versterving in deze vastentijd.”

Door Erik Borgman

Je wilt je er eigenlijk zo weinig mogelijk van aantrekken. Verstandige mensen hebben bedacht dat dit het beste is, dus we doen het maar en proberen ons er verder niet door te laten afleiden. Maar de waakzaamheid voor het coronavirus – het SARS-CoV-2 virus dat de ziekte COVID-19 kan veroorzaken – heeft toch een behoorlijke impact op mij. Wij moeten elkaar als potentiële gevaren behandelen en onszelf als potentieel gevaar zien. Hoe verhoudt zich dit met het feit dat wij toch kinderen zijn van God, geroepen om voor elkaar Gods goedheid te representeren?

Smetvrees

Niet te dicht bij elkaar staan, is de boodschap. Elkaar niet nodeloos aanraken. En als je ook maar even denkt dat je drager van het virus zou kunnen zijn, thuis blijven en nieuwe contacten vermijden. Ik heb het gevoel dat ik moet gaan functioneren in de wereld van mensen met smetvrees. Alsof de overbezorgde moeders die ons als kinderen waarschuwden dat je maar beter geen grassprietje in de mond kon doen, alsnog gelijk krijgen. Op de grasvelden tussen de flats waar mijn vriendjes en ik woonden, werden immers ook honden uitgelaten. Dus dat gras, daar kon je wel eens ziek van worden.

Mijn moeder had verder geen speciaal verstand van medische zaken, maar zij vond dat onzin. Ons lichaam zit vol met stoffen en mechanismen die mogelijke ziekten voorkomen en infecties bestrijden. Daar kon je wat haar betreft op vertrouwen.

Wij waren ook bijna nooit ziek. We kregen de bekende kinderziekten – in mijn tijd ook nog de mazelen – en af en toe waren we een paar dagen thuis met een uit de hand gelopen verkoudheid die de volksmond als ‘griep’ aanduidt. Dat was het wel zo’n beetje.

Wie een wondje had, kreeg een pleister en tot opluchting van ons als kinderen hadden wij normaal geen jodium in huis. Niet-prikkende jodium was nog niet uitgevonden, dus als je de pech had op school een gat in je knie te vallen en volgens het protocol behandeld te worden, was dat niet bepaald een pretje. Water, zeep en gezond verstand – en de ingebouwde mechanismen van het lichaam zorgden voor de rest.

Allergie

‘Vieze varkens worden niet vet’, was een spreekwoord dat nogal eens over tafel ging. Bijvoorbeeld als iemand niet uit een beker wilde drinken of met een lepel wilde eten die daarvoor door iemand anders al was gebruikt. De strekking was niet dat wie vies was, maar dat wie alles vies vond zichzelf tekort deed.

Ik vond het dan ook lastig om de toename te zien van het aantal mensen met allergieën. Diep in mijzelf neigde ik er toch toe het allemaal overdreven te vinden. Maar ik kreeg een kleinzoon die vanaf zijn geboorte intolerant is voor lactose – in gewone mensentaal: niet tegen melk en melkproducten kan – en mijn dochter ontwikkelde na zijn geboorte een glutenallergie. Boodschappen doen, eten en drinken verliezen dan hun ongecompliceerdheid. Wat een bron van ongecompliceerd plezier was, werd tot omgang met een dreigend gevaar.

Religieuze impact

En bij ons in de kerk was een meisje dat zo allergisch was voor gluten, dat ze niet alleen gewone hosties niet kon verdragen, maar de glutenvrije hostie mocht ook niet met andere hosties in aanraking komen of worden vastgepakt met een hand die eerder een gewone hostie had aangeraakt. (Overigens bestaan glutenvrije hosties formeel niet, omdat die volgens de regels van de katholieke kerk niet geldig geconsacreerd kunnen worden, maar dat is weer een heel ander verhaal.)

Ik zal niet zeggen dat het bij mij  tot een geloofscrisis leidde, maar het maakt de aanzegging ‘het lichaam van Christus beware ons tot het eeuwig leven’, door de voorganger uitgesproken vlak voor de communie, wel erg dubbelzinnig. Blijkbaar kunnen we nergens aan de dubbelzinnigheid, aan de gebrokenheid van de wereld ontsnappen, zeker in de kerk niet.

Geen wijwater

Sinds vorige week zitten we in de kerk allemaal in hetzelfde schuitje. In lijn met de richtlijnen van het RIVM hebben de Nederlandse bisschoppen gezegd dat er geen wijwater gebruikt moet worden, dat er geen handen moeten worden gegeven bij de vredeswens, dat er alleen communie uitgereikt moet worden door de voorganger en dat de kelk met wijn niet gedeeld moet worden. Allemaal verstandige maatregelen, maar de symbolische impact is groot.

Met name iemand op afstand vrede wensen, heeft iets tegenstrijdigs. Hoe kun je nu vrede maken met iemand als je tegelijkertijd bang voor haar of hem moet zijn, of zij of hij voor jou? Het mooie is dat iedereen dat ook zo aanvoelt. In vergelijking tot andere culturen zijn we in Nederland niet zo lichamelijk, maar blijkbaar vinden we wat overblijft ook wel echt het minimum. Met minder kunnen we eigenlijk niet toe, zo beseffen we.

Kroon

Dat we tijdelijk wel met minder toe zullen moeten, is een onverwachte vorm van versterving in deze vastentijd. Het kan ons bijbrengen hoezeer wij – zoals ons met Aswoensdag opnieuw werd aangezegd – stof zijn en tot stof terugkeren. Corona betekent kroon. De omgang met het coronavirus kan de kroon zijn op de veertigdagentijd. Zodat we ons met Pasen ten volle realiseren dat wij bestemd zijn om uit het stof op te staan. Ten leven.

 

 

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*