Home » Interview » Lisa Westerveld: “Je kunt God zien als een moreel kompas”
Tweede Kamerlid Lisa Westerveld in debat over onderwijs.

Lisa Westerveld: “Je kunt God zien als een moreel kompas”

“We hebben iets buiten onszelf nodig om goed en kwaad van elkaar te kunnen onderscheiden. Daar kan God heel behulpzaam bij zijn”, zegt filosofe Lisa Westerveld, GroenLinks Tweede Kamerlid sinds 2017, en daarvoor werkzaam bij de Algemene Onderwijsbond (AOb) en gemeenteraadslid in Nijmegen.

Door Cees Veltman

Onze website de Bezieling gaat vooral over de vraag of en in hoeverre het christendom, de christelijke traditie en christelijke waarden meer betekenis kunnen krijgen in de samenleving. Wat is jouw idee daarover?

”Die zijn zeker van betekenis. Als je alleen al kijkt naar de Nederlandse cultuur zie je dat die invloed nog steeds belangrijk is en ze kunnen weer meer betekenis krijgen als we ons daarvoor inzetten. Ik heb zelf een christelijke opvoeding gehad en dat is onderdeel van mijn identiteit geworden.”

Zit er een ontwikkeling in je denken over het geloof?

“Ja, als het gaat over God en Jezus wel, niet zozeer over het christendom zelf. Ik ben christelijk gereformeerd opgevoed: elke zondag tweemaal naar de kerk, naar catechisatie, naar de jeugdclub van de kerk. Ik mocht niet naar de tienerdisco en niet voetballen op zondag. Nu kijk ik niet meer naar God als iemand die van bovenaf naar ons kijkt, maar veel meer naar God als onderdeel van onze cultuur en natuur. Niet als iemand die ge- en verboden oplegt. Je bent al gauw geneigd over God te praten als over iemand, een hij of zij, maar ik zie God meer als een entiteit die met ons verbonden is.”

God zit in de mens?

“Misschien niet zozeer dat, maar God kan wel op een heel mooie manier onderdeel uitmaken van je leven, verbonden aan de mens. Dat hangt af van je eigen invulling. Je kunt God zien als een moreel kompas. We hebben iets buiten onszelf nodig om goed en kwaad van elkaar te kunnen onderscheiden. Daar kan een beeld van God heel behulpzaam bij zijn.”

Is deze opvatting een van de redenen waarom je voor GroenLinks hebt gekozen? En niet voor de ChristenUnie bijvoorbeeld?

“Die keus is beïnvloed door mijn ouders met hun respect voor de natuur en voor het leven dat ons is gegeven en hun aandacht voor duurzaamheid. Mijn moeder deed en doet veel vrijwilligerswerk en leerde me eerst naar anderen te kijken en dan pas naar mezelf. Ik heb van jongs af aan geleerd afval te scheiden en niets zomaar weg te gooien. GroenLinks heeft een heel sociale kant die mij sterk aanspreekt. We komen op voor mensen die problemen hebben en we hebben bij uitstek oog voor duurzaamheid. GroenLinks en de ChristenUnie komen op dat gebied vaak overeen.”

“Ik voel me sowieso erg links”

Maar het is toch GroenLinks geworden.

“Ja die partij vind ik socialer en duurzamer dan de ChristenUnie. Ik voel me sowieso erg links, ook onder invloed van mijn vriendenkring, mijn studie filosofie in Nijmegen en mijn tijd bij de studentenvakbond toen ik begin 20 was. Je aansluiten bij een politieke partij is meer dan het eens zijn met de standpunten van die partij. Je moet je er ook thuis voelen. Je deelt elkaars idealen.”

Zijn mensen die het totaal oneens met je zijn niet interessanter?

“Bij de studentenvakbond kwam ik in een heel andere wereld terecht dan ik gewend was als eerste in mijn familie die ging studeren. Het was een links-activistisch en areligieus milieu. Ik was de enige daar met een christelijke achtergrond. Het is in het algemeen inderdaad fijn om goede contacten te hebben met mensen met wie je het oneens bent. Juist omdat je dan merkt dat je niet per se dezelfde idealen hoeft te delen om elkaar te mogen of elkaar in ieder geval te respecteren. En als je niet voor elk standpunt respect kunt hebben, kun je wel proberen te begrijpen waar die standpunten vandaan komen. Dat mis ik soms  in het politieke debat. Er is te weinig ruimte om op eerdere standpunten terug te komen, ook als de omstandigheden veranderd zijn. Dat wordt al gauw betiteld als ‘draaien’.

Begrip voor anderen heb ik ook geleerd door mijn filosofiestudie. Het mooie van die studie is dat je kennis maakt met heel veel verschillende theorieën en met mensen die in hun tijd vernieuwers waren. Je leert dat vragen stellen mag en dat er verschillende manieren zijn om naar de wereld te kijken. Dat je eigen manier van denken niet de enige en juiste manier van denken is. Dat iemand anders vanuit heel andere normen en waarden en een ander denkkader toch op hetzelfde kan uitkomen.”

Wat herken je bijvoorbeeld bij VVD’ers?

“Ik heb bijvoorbeeld goed contact met Martin Wörsdörfer, de nieuwe woordvoerder jeugdbeleid van de VVD-fractie.  Ik zag hem bij een demonstratie van medewerkers in de jeugdzorg, wat ik van een VVD’er niet had verwacht. Hij vertelde enorm zijn best te gaan doen voor jongeren die hulp nodig hebben en erkende dat veel dingen in de jeugdzorg niet goed gaan. Hij stelde voor samen te kijken wat we eraan kunnen doen. We hebben veel aan elkaar. We kunnen ook elkaars twijfels over het beleid bespreken. Normaal gesproken doe je dat niet zo snel met collega’s van andere partijen. Er moet inderdaad veel betere en vooral eerder hulp worden geregeld voor jongeren met complexe psychische problemen en voor de jeugdhulpmedewerkers die een te hoge werkdruk hebben. Door een amendement, dus een wetswijziging van Jesse Klaver en mij is er wel jaarlijks 26 miljoen extra voor uitgetrokken, maar dat is misschien nog niet genoeg.”

“Ik had niet verwacht zo’n grote mate van vrijheid te krijgen in de fractie”

 Kan fractiediscipline dan geen probleem vormen?  Omdat Wörsdörfer deel uitmaakt van de regeringscoalitie en jij van de oppositie?

“Daar ben ik niet zo bang voor want fractiediscipline gaat over de afspraak dat je collega-fractieleden in principe de woordvoerder op haar deelterrein volgen want die is immers specialist op dat terrein. Ik had nooit verwacht dat ik zo’n grote mate van vrijheid zou krijgen om mijn standpunten te bepalen en de koers van de partij op dat terrein.”

Je bepleitte in De Linker Wang, het blad van de GroenLinks werkgroep over religie, meer ruimte voor twijfel in de politiek en het geloof. Waar gaan die twijfels dan over?

“We zitten nu in een heel onzekere tijd. Moeten we bijvoorbeeld de scholen nog gesloten houden vanwege de coronacrisis? Dat heeft veel consequenties voor de kinderen die thuis niet of niet helemaal veilig zijn, in gezinnen waar ouders nu nog meer onder spanning staan door het thuiswerken. Autistische kinderen bijvoorbeeld hebben de school echt nodig voor structuur in hun leven. Bovendien wordt de kansenongelijkheid tussen kinderen groter als de scholen dicht zijn. Het is soms heel gemakkelijk om mee te gaan met de populisten die om drastische maatregelen roepen zoals een totale lockdown, maar zo eenvoudig is het niet. Hoe meer je je in kwesties verdiept, hoe moeilijker afwegingen vaak worden en hoe groter de nadelen van op het eerste gezicht nuttige maatregelen zijn.

Op sociale media krijg je er als Kamerlid soms flink van langs als je met een genuanceerd standpunt komt. Mensen zetten continu vraagtekens achter alles wat je zegt en bij je integriteit. Ze nemen aan dat je een dubbele agenda hebt en dat je, in mijn geval, dingen zegt omdat je er een bepaald belang bij hebt. Of omdat het zou moeten van de fractie.”

Bijvoorbeeld?

“We hebben nu al een tijdje een discussie over een nieuw curriculum voor het onderwijs. Ik voer dat debat namens GroenLinks zo zuiver en eerlijk mogelijk, maar deze kwestie ligt heel gevoelig. Ik vind dat we deze discussie moeten voortzetten omdat het curriculum nu overvol zit en is verouderd. Maar veel mensen willen helemaal niets veranderen en denken soms zelfs in complottheorieën. Dat is lastig omdat het mij als politicus belemmert om het debat op een inhoudelijke manier te voeren. Ik wil het liefst dat het onderwijsveld zelf uit dat curriculumdebat komt maar er is ook daar zoveel onenigheid dat nu iedereen naar de politiek kijkt om knopen door te hakken. Maar dan weet je van tevoren dat je het nooit goed doet, welk besluit er ook valt.”

 “Onlinediensten worden goed bekeken, dat is niet voor niets”

Heb je ook twijfels over het geloof?

“Ja. Ik vraag me weleens af of ik niet meer tijd zou moeten besteden om een deel van het geloof weer terug te vinden. Ik voel bijvoorbeeld met kerst, of laatst bij de doop van een nichtje, hoe bijzonder het is wat er in de kerk gebeurt. Buiten dit soort gebeurtenissen kom ik namelijk nooit in de kerk. Zou ik dat niet wat vaker moeten doen? De kerk is een bijzondere plaats om samen te komen. Voor veel mensen is de kerkdienst een bron van troost en gemeenschap, in het bijzonder in deze moeilijke tijd door corona. Onlinediensten worden nu goed bekeken, dat is niet voor niets. Gesprekken over het geloof heb ik veel minder nu ik in de Tweede Kamer zit. Het gaat hier alleen maar over politiek en als het niet over politiek gaat dan over muziek of voetbal. Ik heb geen gesprekken meer over filosofie en geloof. Dat mis ik soms omdat ik denk dat je er enorm van leert niet alleen maar met praktische zaken bezig te zijn. Wat is nu eigenlijk de essentie van het leven en hoe zorg je ervoor dat je probeert zoveel mogelijk het goede te doen? Dat vraagt onderhoud van je levensovertuiging, maar daar kom ik te weinig aan toe.

De uitdaging van het geloof ligt er volgens mij niet zozeer in om vanuit de boeken te weten wat het geloof inhoudt. De uitdaging ligt juist in de manieren waarop je het geloof in praktijk kunt brengen. Dat is een van redenen waarom ik moeite kreeg met de kerk van mijn ouders. Een heel mooie plek met veel aandacht voor jongeren, maar ik miste aandacht voor de zorg voor de aarde. Ik ben vegetariër geworden omdat vlees eten een enorme milieuvervuiler is en vaak heel dieronvriendelijk. Ik snapte niet dat het in de kerk zo weinig over het milieu ging. Er waren wel collectes voor de derde wereld maar er werd geen fair-tradekoffie geschonken, nu wel trouwens. De uitdaging is niet of je snapt wat er in de Bijbel staat, bijvoorbeeld over de drie-eenheid – reuze interessant – maar hoe we de Bijbelse waarden in praktijk kunnen brengen.”

 

 

Print Friendly, PDF & Email

1 reactie

  1. Mooi interview!
    “Nu kijk ik niet meer naar God als iemand die van bovenaf naar ons kijkt, maar veel meer naar God als onderdeel van onze cultuur en natuur. Niet als iemand die ge- en verboden oplegt. Je bent al gauw geneigd over God te praten als over iemand, een hij of zij, maar ik zie God meer als een entiteit die met ons verbonden is.”

    Dus meer zoals Spinoza’s immanente ‘God oftewel Natuur’ (Deus sive Natura).

    Zie ook mijn:
    Van Eijk T. (2020). Commentaar op de interpretatie van Spinoza door Neerhoff en Bakker. Civis Mundi Digitaal #96, april 2020 (I). https://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=5743

    en

    Van Eijk T. (2018). Spinoza in het licht van bewustzijnsontwikkeling. De Bezieling, Jan. 2018.
    https://www.debezieling.nl/spinoza-licht-bewustzijnsontwikkeling/

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*