Home » Corona » Lisette Thooft mist oog voor de gemeenschap

Lisette Thooft mist oog voor de gemeenschap

Waar blijft de medeverantwoordelijkheid voor anderen in het denken van Lisette Thooft over de coronapandemie, vraagt godsdienstpsycholoog Hessel Zondag zich af. In het universum van Thooft zorgen mensen alleen voor zichzelf. Maar wij kunnen niet alleen besmet worden, maar ook anderen besmetten.

Door Hessel Zondag

Het officiële verhaal over corona is een leugen. Dat stelde Lisette Thooft in een column enkele weken geleden op de Bezieling. Erik Borgman sprak in een reactie op doeltreffende wijze tegen dat er sprake was van leugens. Waarop Lisette Thooft reageerde dat het werkelijke venijn zat in de wens tot totale controle op de onvoorspelbaarheid en grilligheid van het bestaan. Dat zou gepaard gaan met doem en angst.

Die controledrang zag Thooft onder meer in de reactie van de WHO en regeringen onder regie van de WHO. (Even terzijde, het handelen van de Nederlandse overheid wordt niet gedirigeerd door de WHO. Adviezen van de WHO kunnen wel een rol spelen bij het beleid van de Nederlandse regering, wat iets anders is). Uit het betoog van Thooft leid ik af dat de maatregelen die de Nederlandse overheid voorschrijft zoals een lockdown, afstand houden, binnen blijven, behandeling, testen, contactonderzoek, vaccinontwikkeling enzovoorts zijn ingegeven door controledrang. Al die controle zou ons tot slaven maken en verontmenselijken.

Twee alternatieven

Thooft heeft twee alternatieven. Het eerste blijkt uit het advies dat, volgens Thooft, de Nederlandse overheid zou hebben moeten gegeven bij aanvang van de pandemie. Dat advies had moeten luiden: bouw weerstand op, eet gezond, zoek de zon op, beweeg, ontspan en verwerk oude pijn. Het tweede advies is lichaamsbewustzijn en vertrouwen in het lichaam. Dat krijgt een expliciet spirituele component door de opmerking: “Wie zich veilig voelt in Vader Gods hand, met beide voeten stevig geplant op Moeder Aarde, weet zich ook veilig in ziekte en dood”.

Dat goede zorg voor jezelf je weerstand verhoogt zal niemand ontkennen. Mensen die stelselmatig ongezond leven overlijden gemiddeld zo’n zes jaar eerder dan degenen die waken over hun gezondheid. Maar het is een misverstand te denken dat waken over je gezondheid, dus het advies dat de Nederlandse regering had moeten geven, niets met controle te maken heeft. Goede zorg voor jezelf is ook een vorm van controle. Dat geldt ook voor het lichaamsbewustzijn. Wie acht slaat op zijn of haar lichaam is attent op het lijf en reageert daarop. Ook dat is een controlevariant. Beide door Thooft genoemde alternatieven zijn controlevormen, zij het sterk geïndividualiseerd. In het universum van Thooft zorgen mensen alleen voor zichzelf.

Welzijn van een gemeenschap

De kritieken en de adviezen uit de columns van Thooft over corona passen perfect in een neoliberaal tijdsgewricht. Noties over gemeenschappelijkheid zijn daarin een ontbrekend goed. In haar teksten blijkt dat uit haar opvattingen over het handelen van de Nederlandse overheid. Met enig dedain wordt het optreden van de overheid afgedaan als een serie leugens en ingegeven door levensvreemde drang tot controle.

Bij Thooft ontbreekt het besef dat de overheid, juist in een cultuur die sterk individualistisch van aard is zoals de Nederlandse, misschien wel de aangewezen instantie is om voor het welzijn van een gemeenschap zorg te dragen. Daarin past een zekere mate van controle en daar is niets mis mee. Deze controle is namelijk nodig om de overheid haar noodzakelijke taak te laten verrichten.

Medeverantwoordelijk zijn voor anderen

In het denken van Thooft mis ik het inzicht dat wij medeverantwoordelijk zijn voor anderen. De door haar aanbevolen zorg voor het lichaam kan ertoe bijdragen dat wij het coronavirus op eigen kracht aankunnen. Maar eenmaal besmet door een virus kunnen wij dat overdragen aan anderen. Wij kunnen niet alleen besmet worden, maar ook anderen besmetten. Veel van de maatregelen die Thooft bekritiseert zijn ingeven door de zorg voor anderen. Voor mijn part wordt die zorg gezien als ingegeven door angst, dat beetje benauwdheid heb ik er graag voor over.

Print Friendly, PDF & Email

6 reacties

  1. Eén ding is zeker, dat ik doodga. Net als ieder ander. Daar heeft doorgaans niemand bezwaar tegen, ook ik niet. Het is vrij normaal, zeker als je, net als ik, de leeftijd hebt waarop je tegenwoordig kwetsbaar geacht wordt. Dan mag je gewoonlijk van iedereen – buiten de kring van direct betrokkenen – doodgaan aan kanker, hartfalen, dementie, een ongeluk met de e-bike enz. Dat doen er zoveel. Maar één ding mag sinds een goed half jaar absoluut niet: doodgaan aan COVID-19. Daarom zou ik moeten binnenblijven, onder curatele worden gesteld van bezorgde kinderen en beschermd tegen kleinkinderen. En als ik dwars ben – en dat ben ik maar zeer met mate – hangt er een fatwa boven mijn hoofd: je kunt immers anderen besmetten! En die mogelijkheid chanteert. Besmetten wordt een moreel feit.
    En weer steekt er een quasi-absoluut goed en kwaad de kop op. En breken Hoekse en Kabeljauwse twisten uit tussen rekkelijken en preciezen. ’t Eerst sterft de humor. Vervolgens een aantal mensen, meest kwetsbare bejaarden zoals ik. Ik waag me niettemin volop aan besmetting bij kinderen en kleinkinderen, liever dan dat ik doodga achter muilkorfjes en spatschermen. Dood ga ik toch.

  2. Mag ik uit de grond van mijn hart en het diepst van mijn ziel vragen deze discussie met elkaar over de aanwezigheid van wel of niet covid te staken. Het doet pijn in mijn hart. Als ik het allemaal lees, dan verhardt het mijn hart. Terwijl mijn hart roept, schreeuwt om liefde. Even stilte…..terug naar ons eigen ziel…

  3. Hessel Zondag komt tot een scherpe kritiek op de bijdragen van Lisette Thooft aan het nationale Covid-19 debat. Noch zijn bedrage, noch die van Erik Borgman en noch die van René Grotenhuis lijkt haar op andere gedachten te brengen. Net zo min als haar betoog hen (en mij) op enigerlei wijze kan verleiden tot anders denken en handelen. Dat is een tragische conclusie.

  4. Ik word een beetje moe van dit gekissebis.
    Het lijkt mij altijd goed om niet alleen een mening te uiten, maar ook bij jezelf te kijken waarom je een bepaalde mening hebt.
    En in het geval van Lisette Thooft, lijkt mij haar wantrouwen, naar overheid, naar instanties, voort te komen uit haar wantrouwen naar de eerste autoriteiten in haar leven, haar ouders, die haar voor de gek hielden dat Sinterklaas zou bestaan. Nou doen heel veel ouders dat en veel kinderen hebben daar geen last van. Misschien is het tijd Lissette om je oude pijn eens op te lossen?

  5. Of, in de woorden van mr. Jeroen Pols: “Een samenleving waarin normaal menselijk gedrag bestraft wordt, waar mensen elkaar niet mogen aanraken, waar de glimlach bedekt is onder een mondkapje, waar mensen angstig langs elkaar heen schuifelen, waar afstand houden tot andere mensen een deugd is, waar ouderen geïsoleerd worden om in eenzaamheid te sterven, die de kinderen en haar jeugd de onbezorgdheid wegneemt, waar kankerpatiënten niet behandeld worden om bedden vrij te houden voor coronagevallen en waar de angst regeert, is niet solidair maar eenzaam, liefdeloos en kil.”

    https://stichtingvaccinvrij.nl/spoedwet-betekent-einde-van-de-rechtsstaat-wet-normaliseert-noodtoestand/

  6. Een gemeenschap die het heil van de jongeren opoffert om de ouderen langer te laten leven, is een corrupte en gedegenereerde gemeenschap. Jongeren worden eenzaam, depressief, suïcidaal omdat ze elkaar niet meer mogen aanraken. Omdat ze anders misschien hun oma besmetten..? Elke oma of opa die nog compos mentis is zou toch honderd keer liever besmet raken en een beetje eerder het tijdelijke voor het Eeuwige verwisselen, dan de jonkies gedwongen isoleren?

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*