Home » Columns » Lust voor het geloof – Achthonderd jaar dominicanen

Lust voor het geloof – Achthonderd jaar dominicanen

De dominicanen bestaan in 2016 achthonderd jaar. Hun doel: ‘lust wekken voor het geloof’, de waarheid verkondigen en dwaalleren weerleggen. Dat een dergelijke intentie tot excessen kan leiden – dominicanen waren betrokken bij inquisitie en heksenvervolging – hoeft niet verhuld te worden. Maar evenmin dat van een dergelijk ‘DNA-profiel’ een actuele kracht uitgaat: dominicanen zitten ‘op de huid van de tijd’. En God is daar dichterbij dan wij bij onszelf zijn, zegt Erik Borgman. Deze kerstboodschap bepaalt hun theologie.

Door Erik Borgman

De religieuze orde waar ik lid van ben, de orde der dominicanen of de orde van de predikers, ordo praedicatorum, viert volgend jaar het 800-jarig bestaan. In de zomer van 1215 zond bisschop Fulco van Toulouse ‘Dominicus en zijn metgezellen’ uit om in zijn bisdom dwaalleraren te weerleggen. Volgens de bul waarin de zending is vastgelegd hadden zij zich tot doel gesteld “om in evangelische armoede en als mannen van een kloosterorde te voet te gaan en het woord van de evangelische waarheid te preken”. Op 22 december 1216 worden de dominicanen als nieuwe religieuze gemeenschap erkend door paus Innocentius III en op 21 januari 1217 worden ze door dezelfde paus bevestigd in hun zending om te preken.

In de bloemrijke taal van Innocentius’ bul Gratiarum omnium worden Dominicus en zijn volgelingen geprezen omdat zij

van binnen aangestoken door de vlam van de liefde, … naar buiten de geur van een goede faam [verspreiden] die de gezonde harten vreugde brengt en de zieken weer opbeurt. Opdat dit niet onvruchtbaar blijft, reikt u hen, als ijverige artsen, geestelijke liefdesappels, terwijl u ze met het zaad van het goddelijk woord door uw heilzame welsprekendheid bevrucht.

Liefdesappels – voor wie het wil opzoeken: de verwijzing is naar Genesis 30,14. De preek als afrodisiacum, als opwekker van de lust om te geloven, en als zaad dat dit geloof vrucht doet dragen. Op 21 januari 2017 is het acht eeuwen geleden dat de paus de eerste dominicaanse broeders op deze manier complementeerden dat ze zo ‘geil’ preekten en hen aanmoedigden om daarmee door te gaan.

Leek

Ik ben geen pater of broeder en woon niet in een klooster. Ik ben getrouwd en vader van twee inmiddels volwassen dochters. De dominicanen kennen behalve kloosterlingen ook leden die ‘in de wereld’ leven. Dat wij geen religieuzen kunnen zijn volgens de geldende regels van het kerkelijk recht en niettemin wel volwaardig lid kan zijn van een religieuze orde, geeft ons lekendominicanen – ruim zestig in getal in Nederland – een hybride identiteit. Dat past goed in de dominicaanse traditie, die zich altijd heeft thuis gevoeld in grensgebieden. Hedendaagse dominicanen zijn door het hoogste orgaan van de orde, het Generaal Kapittel, en door achtereenvolgende algemeen oversten telkens opgeroepen zich te bewegen op de grenzen en breukvlakken die onze cultuur karakteriseren.

Hernieuwde toe-eigening

Geheel in stijl is het jubileum niet allereerst bedoeld om in triomf terug te kijken. Er is natuurlijk niets tegen dankbaarheid voor het goede wat de orde, en de kerk door haar, ten deel is gevallen, mits ook de donkere momenten uit de geschiedenis haar geschiedenis herdacht worden, zoals de betrokkenheid van de dominicanen bij de inquisitie en de heksenvervolging. Maar het jubileum wordt vooral gepresenteerd als een appèl tot hernieuwde toe-eigening van de oorspronkelijke dominicaanse zending: het evangelie toekomstgericht verkondigen. Het gaat er niet om vast te houden aan wat altijd al gezegd of gedaan is, maar om te zeggen wat er nu om vraagt gezegd te worden en van deze boodschap te leven.

Toekomstgericht

De huidige algemeen overste van de orde, de Franse moraaltheoloog Bruno Cadoré, schreef bij gelegenheid van het jubileum dat het de dominicaanse roeping is te midden van de kerk en de wereld de levende herinnering te zijn aan de toekomstscheppende boodschap van het evangelie.

Je steeds weer laten veranderen door de navolging van Jezus. Dat verkondigen, met woorden én eigen leven, behoort – andere paradox – tot de dominicaanse identiteit. Dat houdt in dat je niet blijft zitten waar je zit en blijft geloven wat je gelooft, maar dat je je blootstelt aan en laat omvormen door wat zich aandient. Dit heb ik altijd in mijn theologie geprobeerd: op dusdanige wijze de situatie bestuderen waarin wij verkeren, dat zich erin een weg kan openen naar nieuw leven. Het jubileum is een aanleiding deze inzet te hernieuwen.

Midden in de veranderingen

Dominicus stuurde zijn broeders al heel snel naar de universiteiten, die in zijn tijd aan het ontstaan waren. De waarheid die God is, kan alleen gevonden worden door wie verlangt te weten wat zich aan nieuwe inzichten aandient. Het Generaal Kapittel dat in 2013 plaatsvond in het Kroatische Trogir, herinnert hieraan ter voorbereiding van het jubileum. En dan gaat de tekst verder met:

Vandaag de dag worden we door de complexiteit van de menselijke situatie en de grote veranderingen die het leven van mensen beïnvloeden, meer dan ooit uitgenodigd om de wereld te begrijpen die ‘God zozeer heeft liefgehad’ (Johannes 3,16). Vandaag de dag zou Dominicus zijn broeder en zusters uitsturen om midden in deze veranderingen aanwezig te zijn, zodat zij zich konden richten op de vragen die daar gesteld worden en in gesprek te komen met degenen die zich inspannen om een menselijker wereld op te bouwen. Gevoed door onze eigen tradities zullen we in staat blijken om nederig dienst te bewijzen aan het Woord van de waarheid, om te laten zien dat de theologie vreemd staat tegenover geen van deze eigentijdse vragen, en om een Bijbelse en christelijke visie te ontwikkelen om de menselijke waardigheid en de onvergelijkelijke waarde van elk mens.

Theologie

Een theologie die niet vreemd staat tegenover welke van onze eigentijdse vragen dan ook, zoals God niet vreemd is aan onze eigentijdse vragen. Integendeel, God is er dichterbij dan wij bij onszelf zijn. Het is de inhoud van deze kerstboodschap die de theologie behoort te bepalen. Deze theologie vindt steeds moeilijker een plaats aan onze universiteiten en ook in onze kerken. Des te meer reden om ervoor op te komen.

 

jubileeop-logo-white

Print Friendly, PDF & Email

2 reacties

  1. Hulde aan de dominicanen voor hun hoopgevende gedachten.
    Naast mijn vader en moeder en de buren ben ik opgevoed en gevormd door wereldheren, passionisten, jezuiten en dominicanen.
    De ruimdenkendheid, openheid en wereldgezindheid van de dominicanen sprak mij het meeste aan.
    Als er een vierde of vijfde orde, sympathisanten der dominicanen, zou bestaan zou ik mij vooraan in de rij bevinden.
    Van uit mijn positie als weduwnaar met kinderen en kleinkinderen kijk ik nu naar de zin en onzin van het leven. Niet alles wat er in woorden en rituelen over God naar me toekomt en waar ik aan deelneem geloof ik. Ik heb mijn eigen steeds weer veranderende en aangepaste gedachten over God en wereld. Deze zoekende houding zonder keurslijf bevalt me uitstekend. Bij vele anderen merk ik dat zij er ook zo ongeveer over denken.
    Ik wens de dominicanen in binnen en buitenland nog honderden jaren in de wetenschap dat dat mij niet meer te wachten staat.

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*