Home » Columns » Mysterie

Mysterie

Soms lijkt het – als je er gevoelig voor bent – of alle dingen omgeven zijn door een mysterie. In het Japans is er een woord voor: yūgen. Filosoof Alan Watts (1915-1973) geeft een prachtige uitleg van het begrip (beluister geluidsfragment hieronder). Lisette Thooft herkent zijn beschrijving en vooral ook zijn advies:  “Ga het mysterie achterna als je wilt, maar niet tot het eind. Probeer het niet te grijpen, laat altijd iets zitten, wil niet alles weten, laat iets onaangeraakt, oningevuld. ‘Het leven is het leven, juist omdat het altijd aan het verdwijnen is.'”

Door Lisette Thooft

Op een lange zomerse wandeling kan het je overkomen – het gevoel van oh, kon ik daar ook maar naar toe gaan, over die heuvel, door naar het volgende uitzicht. En daarna nog een heuvel verder. Nog een hoek om. Nog een bospad in dat eindeloos voor je uit lijkt te slingeren, nog een akker over die aan de verste rand verdwijnt in mistig zonlicht.

Of als je staat te kijken naar een grote glinsterende rivier en je ziet schepen stroomafwaarts varen en je mijmert hoe het zou zijn om mee te gaan, de zee op, naar die wazige verte.

Ik ken het gevoel goed en nu weet ik ook dat het een naam heeft in het Japans: yūgen.

Alan Watts

De Brits-Amerikaanse filosoof Alan Watts (1915-1973), een van de eersten die Oosterse filosofie voor het Westen toegankelijk maakten, sprak erover in een prachtig fragment van een lezing (beluister geluidsfragment HIER).

Het Japanse woord bestaat uit twee karakters, legt hij uit; het ene betekent mysterieus, en het andere diep, of zelfs verborgen. Het verborgen mysterie dat in alle dingen zit, zo zou je de term dus kunnen vertalen. Je kunt altijd verder, er is altijd een uitweg, er is altijd iets meer of dieper of hoger dan wat je ziet.

Volgens Watts kun je het beter in een beeld vatten, zoals de vijftiende-eeuwse Japanse toneelschrijver Zeami ook deed: een bloem die uit een rots groeit, de zon die ondergaat achter heuvels, een vlucht ganzen die verdwijnt in de wolken.

Kleine Johannes

Dit is natuurlijk wat Frederik van Eeden beschreef aan het eind van De kleine Johannes: “Toen hij zich boven de duinrand verhief, omgaf hem een rode gloed. De avondwolken hadden zich ter uitvaart van het licht geschaard. Als een wijde kring van geweldige rotsblokken met roodgloeiende randen omgaven zij de dalende zon. Op de zee was een brede weg van levend purpervuur, – een vlammende, schitterende lichtweg, leidende naar de ingang des verren hemels.”

Yūgen is de weg de wolken in, die Johannes uiteindelijk niet kiest. Hij keert zich om en gaat terug naar de stad, “de zware weg naar de grote, duistere stad, waar de mensheid was en haar weedom.”

Mysterieuze oneindigheid

Dat is ook wat Alan Watts adviseert: ga het mysterie achterna als je wilt, maar niet tot het eind. Probeer het niet te grijpen, laat altijd iets zitten, wil niet alles weten, laat iets onaangeraakt, oningevuld. “Het leven is het leven, juist omdat het altijd aan het verdwijnen is.”

Maar weet dat het er is. Weet, voel, leef vanuit het besef dat er altijd meer is, dat dit materiële bestaan niet alles is. Dat er achter de dingen die we zien een uitgestrektheid is, een leegte barstensvol van mogelijkheden, een mysterieuze oneindigheid die op ons wacht.

Ook wel bekend onder de naam God.

 

 

 

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*