Home » Essay » Neem eens vakantie van jezelf

Neem eens vakantie van jezelf

De enorme druk waaronder topsporters presteren, maakt dramatisch duidelijk wat onze samenleving meer in het algemeen kenmerkt. Wij verwachten te veel van onszelf. We moeten excelleren als werknemer, als liefdespartner, als opvoeder. Wanneer het dan eens tegenzit, heb je dubbel pech. Je hebt tegenslag én je bent zelf mislukt. Oplossing? Stop met de overdreven ik-gerichtheid. Neem vakantie van jezelf. Alle grote religies adviseren dat. Een oefening in nederigheid.

Door Hessel Zondag

Sebastian Deisler was ooit een belofte in het Duitse voetbal. Hij speelde op het middenveld bij het prestigieuze en veeleisende Bayern München, en beschikte over messcherpe passes en doeltreffende vrije trappen. Met Deisler zou Bayern München en het Duitse elftal ieder toernooi winnen, zo wisten zijn fans.

Maar Deisler stopte abrupt, 26 jaar oud, moe en leeg. ‘Ik was er niet meer’ schrijft hij in zijn autobiografie Zuruck ins Leben. Het was hem te veel: de sensatiezucht van de media, de drang altijd te moeten presteren, de blessures, de glossy van het professionele voetbal, de rijkdom, de roem, de Pradakleding en Bulgarizonnebrillen van zijn teamgenoten. Deisler was uitsluitend geïnteresseerd in het spelletje.

Hij bezweek onder de druk van de verwachtingen. Niet voor niets wordt gezegd dat het etiket ‘de nieuwe Franz Beckenbauer’ het ergste is wat een Duitse voetballer kan overkomen. Deisler overkwam deze als compliment vermomde banvloek. ‘Ik was constant in gevecht met mezelf, voerde oorlog met mezelf, probeerde me staande te houden in een wereld waarin ik me niet op mijn gemak voelde. Daarom heb ik er een streep onder gezet.’

Hij werd depressief, opgenomen in een psychiatrische kliniek en zocht zijn heil in het boeddhisme. Pas na drie jaar was hij voor zijn gevoel weer een beetje normaal mens.

Onszelf maximaliseren

Wat Deisler overkwam is geen incident en typeert niet alleen topsport. In topsport wordt slechts publiekelijk en dramatisch duidelijk wat in onze samenleving op grote schaal gebeurt. Wij vallen uit de boot omdat er te veel van ons verwacht wordt en, vooral, omdat wij te veel van onszelf verwachten. Wat opbreekt is een manier van leven waarin wij onszelf maximaliseren, tot we bezwijken.

Dan zitten we met een burnout of depressie. In de westerse wereld steeg het aantal mensen met deze diagnoses de afgelopen decennia fors. Hoewel, niet overal, niet in Pennsylvania in de Verenigde Staten. Daar wonen de Old Order Amish, een religieuze groepering die leeft op landelijke, negentiende-eeuwse wijze. Ze gebruiken geen auto’s, elektriciteit, alcohol of drugs. Bij hen liggen de depressiecijfers nog op het niveau van de jaren vijftig van de vorige eeuw. In het aanpalende Baltimore diagnosticeert men inmiddels het vijftienvoudige.

Lifestyle

Dat ‘maximaliseren van het zelf’ begon met de Romantiek, die culturele stroming waarin het beleven en uitdrukken van het eigene centraal staat. Iedereen heeft een zelf, een instantie die wij ten diepste zijn, meent men. Dat zelf vinden we door ons te oriënteren op intuïtie en gevoel. Wanneer het lukt het zelf te ontdekken, te ontplooien en tot expressie te brengen is het leven geslaagd. Anno nu is iedereen romanticus, al noemen we het lifestyle.

Daarmee worden de verwachtingen over het zelf torenhoog. Werk moet meer zijn dan brood op de plank, een huwelijk meer dan kameraadschappelijk samenleven en opvoeden meer dan zorgen dat kinderen stevig in het leven komen te staan. In ons werk moeten wij excelleren en verschil maken, in ons huwelijk moeten wij ons verliezen en bezielende partner zijn, en als opvoeder moeten we er voor zorgen dat onze kinderen hun emotionele en sociale competenties ontwikkelen.

Maar het leven zit tegen. Targets worden niet gehaald, onze partners vinden ons op den duur saai en onze kinderen zijn etters of autisten. Wanneer dat zich voordoet hebben we niet alleen te maken met tegenslag maar met iets ernstigers: wij zijn tegenslag.

Drukkend

Omdat wij ons zelf verantwoordelijk beschouwen voor wat ons overkomt, hebben wij niet alleen een probleem maar zijn wij een probleem. Wie streeft naar een maximaal zelf verdubbelt tegenslag. Niet alleen vallen mijn functioneringsgesprekken tegen, is mijn vrouw op mij uitgekeken en valt er met mijn kinderen geen land te bezeilen, maar ben ik iemand die geen bonus krijgt, geen relatie kan onderhouden en niet kan opvoeden. Het zelf dat wij als onze essentie zien blijkt bij falen waardeloos. Dat maakt het leven drukkend. En omdat wij bij alles naar ons zelf verwijzen valt elders geen verhaal te halen.

Faalangst

En het is nog erger. Die bestaansdruk ontstaat niet alleen door daadwerkelijk falen maar ook door angst voor mogelijk falen; faalangst. Wij halen ieder jaar onze targets, voorlopig is er weinig reden te veronderstellen dat dit in de komende jaren niet het geval zal zijn. Maar dat gaat niet vanzelf. Wij moeten flexibel zijn, inspelen op nieuwe ontwikkelingen, alert zijn op de markt, en altijd zijn er wel verbeterpunten. Vaak loert er over onze schouders een onaangenaam mannetje of vrouwtje dat sist ‘als dit misgaat, ga jij af’. Ook al kwamen onze demonen nooit tot leven, de druk die van hen uit gaat is niet te overschatten. De moderne hel, dat zijn de voorstellingen die wij over ons zelf hebben en niet de anderen, zoals Sartre meende. Daarvan kun je beter verlost zijn, maar hoe?

Oplossingen

Oplossingen genoeg, maar veel zijn disfunctioneel: de roes van drank, drugs en voedsel. We vergeten onszelf kortstondig maar ze beschadigen. Een nog radicalere en destructievere oplossing is suïcide; het zelf heft zich op.

Wellicht valt iets te leren van religie. Religie heeft oplossingen voorhanden voor levensproblemen, ook voor wie niets op heeft met God of het goddelijke. Velen mogen religie achter zich gelaten hebben, de problemen waarbij religie behulpzaam was zijn daarmee niet de wereld uit. Misschien heeft religie nog iets profijtelijks in petto voor de afscheidsnemers. Dat religie dat heeft, daarop wijzen de lage depressiecijfers bij de Amish. Wat is het geheim?

Opofferende liefde

Religies ontmoedigen traditioneel de aandacht voor het zelf. De christelijke traditie spreekt over zichzelf opofferende liefde, islamitische soefi’s hebben het over niets worden van het zelf en oosterse religies benaderen het zelf als illusionair. Allen beklemtonen ze dat aandacht voor het zelf spirituele ontwikkeling belemmert.

Religies ontwikkelden dan ook praktijken om die aandacht voor het zelf te temperen. Dat deze praktijken ontwikkeld werden voor spirituele doeleinden doet niet ter zake, ze zijn ook anders in te zetten.

Mediteren

Een van de bekendste is mediteren. Mediteren vindt zijn oorsprong in het boeddhisme waar het dient om verlicht te raken. In het Westen wordt het gepraktiseerd om tot rust te komen, stress te reduceren of aandachtig te zijn. Vandaag noemen we het mindfulness maar er is weinig nieuws onder de zon.

Hoe draagt mediteren bij aan het broodnodige ontlasten en minimaliseren van ons zelf? Mediteren vindt plaats in een gefixeerde lichaamshouding met veel aandacht voor het ademhalen. Wie mediteert concentreert zich op diep inademen en traag uitademen. Iedere teug wordt geteld, tot tien, waarna weer bij een wordt begonnen.

Tijdens het mediteren beperkt het zelfbewustzijn zich tot het ademen, het meest minimale deel van het zelf. Dat gebeurt automatisch, continu en vraagt niet om reflectie. Door het benadrukken van het ademhalen wordt de aandacht gericht op dat deel van het zelf dat het minst, om niet te zeggen niet, met voorstellingen over het zelf beladen is. Ademhalen is nagenoeg betekenisloos.

Verzoekingen

Wie zich concentreert op ademhalen richt zijn aandacht niet op zichzelf als machteloze vader, beroerde minnaar en onproductieve werknemer. Dat pijnlijke zelfbewustzijn verdwijnt uit het zicht, wat niet wil zeggen dat de gedachten daaraan niet opkomen. Integendeel, ze komen langs als de Verzoekingen aan woestijnmonnik Antonius. Maar wie mediteert laat ze voor wat ze zijn. Je laat pijnlijke gedachten passeren, je blijft jezelf er niet langer mee kwellen. Je richt je niet op deze beelden én je probeert er ook niet aan te ontkomen. Wie mediteert is alleen iemand die ademt. Mediteren is een bescheiden oefening in nederigheid.

 

Hessel Zondag is universitair docent godsdienstpsychologie aan Tilburg University, School of Humanities, Department of Culture Studies.

Print Friendly, PDF & Email

1 reactie

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*