Home » Columns » Offer – het lijdensverhaal in de Goede Week

Offer – het lijdensverhaal in de Goede Week

Het offer is voor moderne oren moeilijk te begrijpen. Toch is het offer gemeenschapstichtend, zegt René Grotenhuis. Zij die het offer brengen doen dat echter niet omwille van het offer zelf, maar uit verbondenheid met de mensen om hen heen. Met het woord offer wordt achteraf betekenis gegeven aan een daad van liefde en trouw. “Ook het lijdensverhaal dat we in de Goede Week overdenken, gaat over een mens die niet weggaat maar die in liefde en trouw blijft geloven.”

Door René Grotenhuis

In de aanloop naar Pasen organiseerde de geloofsgemeenschap van Maartensdijk vier avonden rond de lijdens- en opstandingsverhalen van de vier evangelisten. Mij was de eer te beurt gevallen om iets voor te bereiden over het evangelie van Johannes. De eerste avond vroeg iemand in de groep: “Hoe zit dat eigenlijk met de kruisdood als offer en het thema van het Lam Gods?” Omdat de evangelist Johannes degene is die bij de doop van Jezus in de Jordaan zegt “Dit is het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt” kwam het thema uiteindelijk bij mij terecht.

Aan het begin van de avond vroeg ik de aanwezigen of dat beeld van de kruisdood als offer hen nog iets zei en of het beeld van het Lam Gods nog betekenis gaf aan de dood van Jezus. Een enkeling zei hartgrondig dat hij van dat offer-denken afscheid had genomen. Een ander vond het haast onverdraaglijk dat God zijn zoon had opgeofferd. De gedachte dat achter de kruisdood een plan zat vond hij verwerpelijk. Een derde kende het beeld wel uit de traditie van haar kerk, maar wist er eigenlijk niet zo goed raad mee.

Die onplaatsbaarheid van het offer is niet zo verwonderlijk tegen de achtergrond van de dominante hedendaagse cultuur waarin autonomie, zelfverwerkelijking en ‘uit je leven halen wat erin zit’ overheersende waarden zijn.

Kern van het bestaan

Toch heeft het idee van het offer mij de laatste jaren voortdurend beziggehouden, onder meer gevoed door de film ‘Des Hommes et des Dieux’ over de monniken in het Atlasgebergte, en door het lot van pater Frans van der Lugt in Syrië. Maar ook het boek Oorlogsvlieger van Antoine de Saint-Exupéry, dat ik alweer een aantal jaren geleden las, gaf mij te denken. In dat boek beschrijft de auteur hoe hij als luchtverkenner in de meidagen van 1940 op missie wordt gestuurd om Duitse troepenconcentraties in beeld te krijgen. Het lijkt een zinloze missie waarvan hij, op basis van de militaire krachtverhoudingen van dat moment, hoogst waarschijnlijk niet levend terug zal keren. Het blijkt een missie waarin hij doordringt tot wat voor hem de kern van het bestaan en de betekenis van het mens zijn is. In dat boek schrijft hij uitgebreid over de betekenis van het offer. Hij zegt onder ander: “Het enige effectieve middel dat we kunnen gebruiken om de gemeenschap gestalte te geven is het offer” en “De broederschap wordt alleen bezegeld in het offer.”

Voor de monniken in het Atlasgebergte en voor Frans van der Lugt is het beslissende moment dat ze besluiten niet weg te gaan ondanks de dreiging en die beslissing is alleen gebaseerd op verbondenheid en liefde voor de mensen met wie ze het leven gedeeld hebben. In beide gevallen is dat aan de orde geweest: is het niet beter weg te gaan nu de dreiging zo groot en dichtbij is. Maar ze besluiten te blijven niet om een offer te brengen, maar vanwege hun verbondenheid met de mensen om hen heen. Het offer wordt niet gezocht door henzelf. Wij geven na het gebeuren met dat woord betekenis aan wat zij gedaan hebben. Ook het lijdensverhaal dat we in de Goede Week overdenken, gaat over een mens die niet weggaat maar die in liefde en trouw blijft geloven.

Sociale betekenis

Het offer gaat niet over individuele heldendaden, maar over sociale betekenis van wat mensen voor anderen doen: niet opgeven en niet weggaan. Het is geloof ik gewoner dan we denken maar het past niet zo goed in onze tijd en dus krijgt het geen naam en geen betekenis. Misschien moeten we als christenen niet zo bang zijn om in de Goede Week van offer te spreken om taal en beeld aan te reiken voor wat in de samenleving wel degelijk van belang is.

Print Friendly, PDF & Email

1 reactie

  1. Zonder afbreuk te doen aan de indrukwekkende, en mooie traditie moet toch gezegd worden dat de aandacht voor de theologie en mystiek over het lijden van Christus een relict betreft uit de religies die voorafgingen aan het christendom. Daarin werd geloofd dat men, op straffe van onheil over zichzelf, familie en stam af te roepen, de god(en) te vriend moest houden d.m.v. offers (brandoffers, lofoffers, vredeoffers, spijsoffers, kinderoffers enz.). Zonder dat er bloed vloeit, zal er geen vergeving zijn vanwege (de) God(en), was het adagium. Het christendom bouwde daarop voort door er een draai aan te geven: Christus dood zou het laatste offer zijn; de christelijke God wil geen offers maar barmhartigheid. Mooi bedacht, ook gecompliceerd; werk vooral van theologen, zieners/mystici enz. Of Jezus dat ook zo gewild heeft – je moet je immers in bochten wringen om het verhaal vol weinig steekhoudende argumenten door je keel te krijgen – blijft de vraag. En of het werkelijk zin heeft om elk jaar opnieuw nadruk te leggen op het lijden van Christus en niet op zijn Goed Nieuws Boodschap van liefde (voor God, Christus, je naaste en medemens) die vrij maakt, is ook de vraag. Als het om de liefde gaat, benadruk dát dan ook, en vermijdt het woord offer. Wie wil geloven met ‘zijn hoofd’ alleen, komt dus niet zo ver. Misschien moeten we onze hersens dus maar even uitschakelen en ons overgeven aan “The Passion” en vooral genieten van de muziek.

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*