Home » Columns » Onvoorwaardelijk

Onvoorwaardelijk

“Het Maakt Echt Niet Uit wat we doen.” Is dat niet de enige logische consequentie van de gedachte dat God ons onvoorwaardelijk lief heeft?  Lisette Thooft probeert zich voor te stellen wat dat impliceert. “Dat betekent dat de bodem uitvalt onder het ultieme belonings- en strafsysteem, de hemelse genade die we toch allemaal ergens hopen te bereiken, ik tenminste wel tot nog toe – het Doel der Doelen, de goddelijke zegen, de zeventig maagden, de heilige lauwerkrans. U weet wel.”

Door Lisette Thooft

We kibbelden over het onderwerp onvoorwaardelijke liefde. We reden in de auto naar huis en ik was aan het uitleggen hoe gruwelijk het is om te beseffen dat God onvoorwaardelijk van ons houdt. Mijn man keek verschrikt op zijn horloge en mompelde:

“Ik hoop dat we op tijd thuis zijn voor de schoonmaakhulp.”
“O als je het niet interessant vindt, houd ik wel mijn mond,” zei ik gebelgd.
“Dat is intens flauw, wat je nu doet,” zei hij.
“Nou ik vind het intens kwetsend als jij demonstratief op je horloge gaat kijken terwijl ik iets aan het vertellen ben,” zei ik.
“Ik wil daar heus wel een keer voor gaan zitten,” zei hij. “Maar op weg naar huis in de auto, met haast, is niet het meest geschikte moment.”
“Wat een onzin,” zei ik. “Dat is juist het perfecte moment. Het kan ook terwijl je je billen afveegt of de was opvouwt. Je hoeft er niet speciaal voor te gaan zitten. JIJ zegt toch altijd dat boeren niet op zondag in de kerk moeten zitten en op maandag hun land bespuiten met gif? Nou dan.”
“Wat klets je toch weer prachtig de hele boel bij elkaar,” zei hij.

Toen moesten we allebei een beetje lachen. ’s Nachts droomde ik dat de oorlog allang voorbij was, maar dat we in een soort museum oorlogje speelden.

Ramp

Maar intussen is het wel een ramp, natuurlijk, die onvoorwaardelijke liefde van God. Logisch geredeneerd. Als God onvoorwaardelijk van ons houdt, en dat is toch wat je altijd hoort, dan houdt Hij evenveel van spirituele, diepzinnige, wijze en liefhebbende schepselen, als van botte, agressieve, snel gekwetste, egocentrische, boze rauwdouwers. Hij gaat niet zitten schiften en scheiden: “Díe is al welgevallig in Mijn ogen, díe moet nog een beetje beter zijn best doen voordat Ik van hem houd.”

Dat betekent dat de bodem uitvalt onder het ultieme belonings- en strafsysteem, de hemelse genade die we toch allemaal ergens hopen te bereiken, ik tenminste wel tot nog toe – het Doel der Doelen, de goddelijke zegen, de zeventig maagden, de heilige lauwerkrans. U weet wel.

Bodemloze vrijheid

Het Maakt Echt Niet Uit wat we doen. We bewegen ons in een wijde, ijle, koele, bodemloze vrijheid.

Waarschijnlijk heb je wel een leuker leven als je een spiritueel, diepzinnig, wijs en liefhebbend schepsel bent, maar dat is dan ook het enige waarvoor je het doet. Je ego heeft er niks aan. Die vergaart geen glans, of zo.

Ik vind dat nogal wat, om dat tot me door te laten dringen.

Illusie

Het komt natuurlijk door A Course in Miracles, de mystieke tekst waarin ik me sinds een paar maanden verdiep (zie vorige column). Daarin wordt gesteld dat de enige werkelijkheid de onvoorwaardelijke liefde van God is, maar dat wij iets anders wilden ervaren en daarom de wereld hebben geschapen zoals hij nu is, vol schuld en boete en angst. Dat is allemaal niet echt, zegt de Course, het is een illusie. Je kunt er langs leren kijken en dan zie je iets anders, een andere wereld. Tot die tijd moet je maar met eindeloos geduld en vergevingsgezindheid kijken naar de fratsen van je eigen ego en het ego van andere mensen.

Ik kan niet zeggen dat ik die andere wereld al zie. Maar ik zie wel dat je als mens niet dichterbij onvoorwaardelijke liefde kunt komen dan door eindeloos geduld en vergevingsgezindheid. En om daarmee naar mijn eigen ego te kijken…

Het voelt alsof er ergens een bodem uitvalt. Maar die bodem was natuurlijk ook alleen illusie.

 

mwThooft_0055 » Lees ook andere bijdragen van Lisette Thooft

 

Print Friendly, PDF & Email

3 reacties

  1. God wil dit en god wil dat …. God heeft dit gezegd en god heeft dat bedoeld…. Hoe komt men er toch steeds bij om altijd maar weer uit te gaan van zo’n dictatoriaal imago van de christelijke G’d? Wanneer maakt men eindelijk de stap van uiterlijke vorm (imago/verbeelding) van G’d naar de inhoud/betekenis daarachter?
    De grote religies zijn allemaal voortgekomen uit de religieuze top- c.q. piekervaring in grote eenzaamheid van hun ziener, profeet, stichter. Ook het christendom!
    Wat dus als God nu eens helemaal niet iets/iemand volkomen buiten en vreemd aan ons is, maar slechts de uit communicatiebehoefte voortgekomen verbeelding/materialisatie van iets/toestand welke ooit iemand (en menigeen in zijn voetspoor) ultiem gelukkig, vervuld, één met wereld en kosmos deed zijn/voelen?
    God is liefde, zegt de eerste brief van Johannes. En in de Tien Geboden van Mozes wordt ons al voorgehouden dat we geen (naar onze eigen maat/wensen) gesneden beeld van Jahwe mogen/moeten maken. Wanneer leren we eindelijk eens dat dit gegeven ons genoeg moet zijn?
    De eerste volgelingen van Jezus werden nog geen christenen genoemd, maar “mensen van de Weg”. Probeer dus eens de Weg naar de religieuze top- of piekervaring van Jezus van Nazareth te volgen en voor zover mogelijk zelf te beleven. M.i. komt men dan veel verder op z’n zoektocht naar heil, genezing en vooral geluk plus levenszin!

  2. De onvoorwaardelijke liefde van God gaat vermoedelijk samen met eindeloos geduld om te wachten op liefdevol gedrag van onze kant. Waarom is een oordeel nodig? Dat is in tegenspraak met ons recht op vrijheid, zolang wij anderen dat niet misgunnen. Misschien beloont God die personen die vrijheid weten te combineren met liefde met synchroniciteitservaringen?

  3. Een Cursus in Wonderen
    is er gelukkig ook in onze taal. ‘Het maakt niet uit wat je doet’ kan misleiden omdat geen mens iets zal doen wat niet in zijn aard ligt. ‘We hoeven niet anders te zijn dan we zijn’ is er dichterbij, daarom is zelfkennis de enige relevante kennis. Weten wie ik ben is van belang omdat daarmee de vergeving vanzelf komt. Ik ben niet mijn persoonlijkheid, die is het resultaat van een eindeloze reeks oorzaken en gevolgen, waarover ik niets te zeggen heb. Ik ben het bewustzijn waarin die persoonlijkheid met dit aftakelende lichaam verschijnt.

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*