Home » Columns » Oud en hulpeloos?

Oud en hulpeloos?

Oud, hulpbehoevend, misschien wel dement, in die toestand wil Lisette Thooft liefst niet in handen van de reguliere gezondheidszorg vallen, waar – zoals nu – bejaarden tegen een griep worden beschermd door hen op te sluiten en van hun geliefden te isoleren. Hoe krijg je dat voor elkaar? Het blijkt nog niet zo simpel.

Door Lisette Thooft

Vorige week werd ik 67 en dan ben je toch echt hollend op weg naar de zeventig, en dus ook de oude dag, en de uitgang. Al ben ik belachelijk gezond en nog altijd workaholic, toch denk ik vaak aan de dood, zeker nu. Het tragische lot van de bejaarden die we tegen griep beschermen door ze op te sluiten en die wegkwijnen omdat ze hun geliefden niet meer mogen zien, raakt me. Wat een schrikbeeld. Dat nooit.

Dus voor mijn verjaardagsetentje aan een lange tafel bij mijn kinderen en kleinkinderen had ik bedacht dat ik een speech zou houden. Of ze me wilden beloven dat ze me niet zouden overlaten aan de gangbare gezondheidszorg als ik straks oud en hulpeloos en misschien wel dement zou zijn.

Control freak

Het bleek een pijnlijke vergissing.

Zodra ik het woord nam, onderbrak mijn dochter me. “Ik weet wat je wilt zeggen en ik kan niks beloven”, zei ze. “Dat is veel te zwaar. Hoe weten we nou wat er gaat gebeuren. Waarom leef je niet naar wat je preekt? Je hebt het toch altijd over vertrouwen en overgave?”

“Ja je bent een control freak”, zei mijn zoon, “je wilt alles regelen. En ik wil hier sowieso niet over praten waar de kinderen bij zijn.”

Met de staart tussen de benen droop ik af. Wrokkige gedachten besprongen me: aan hun heb ik dus niks. Ik moet kennelijk alles zelf doen. En in elk geval zorgen dat ik dood ben voordat ik Alzheimer krijg.

Mijn ziel onderzocht. Orakels geraadpleegd. Nachtjes over geslapen. Beseft: het was echt het verkeerde moment – beetje drama queen, ouwe zeur, zo van: ik heb óók recht op jullie bezorgdheid… Nog belangrijker: nee, ik mag niet op mijn kinderen gaan hangen. Ik moet het inderdaad alleen doen en daar is helemaal niets mis mee.

Dus werd ik lid van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde. En vroeg ik een set Wilsverklaringen aan.

Dat was confronterend. Ik weet heel zeker dat ik op weg naar het Licht niet tegengehouden wil worden door onnodige medische behandelingen, dus het formulier Behandelverbod was snel ingevuld. Maar weet ik zeker dat ik euthanasie wil? Hm.

Nou ja, natuurlijk wel als ik dement word. Toch?

Of niet?

Emotionele harnassen

Ik sprak erover met Piet van Veldhuizen, de predikant van de ‘plastic kerk’ in Hendrik Ido Ambacht en de origineelste en spiritueelste dominee die ik ken. Hij zei dat hij zichzelf jaren geleden toestemming had gegeven om ooit dement te worden. En stuurde me wat hij daarover had geschreven. Een prachtige tekst – te genuanceerd om hier zo kort samen te vatten, maar wat ik er als essentie uithaal is dit.

Ten eerste: als je vindt dat hulpeloze dementen het recht hebben om goed verzorgd te worden, en dat vindt elk weldenkend mens, zou je in principe ook bereid moeten zijn om zo’n hulpeloze demente te zijn.

En dan: hoe vaak komt het niet voor dat de fase van dementie in iemands leven behalve ontluistering ook belangrijke veranderingen met zich meebrengt? Een knorrige ouder die ineens knuffelig wordt. Een timide mens dat nu wel boos en opstandig durft te zijn. Dingen die er volgens Van Veldhuizen in een voltooid leven misschien wel heel erg toe doen. Stel dat er een afdoend medicijn komt tegen dementie: fantastisch natuurlijk. “Maar dan zouden sommigen, of misschien wel velen van ons, energie moeten gaan steken in het kraken van onze emotionele harnassen op weg naar ons levenseinde, zodat we daar geen dementie meer voor nodig hebben.” Aldus Piet van Veldhuizen en ik stem er van harte mee in.

Minimale zorg

Nu is dat toevallig mijn werk als rebalancer – het kraken van emotionele harnassen, of misschien beter gezegd: het laten wegsmelten ervan door aanraking en aandacht, door liefde, begrip en geduld. Maar ik blijk zelf dus ook nog een harnas te hebben zitten, een harnas van angst voor controleverlies.

Dus nu weet ik wat me te doen staat, en hoe ik oud wil worden.

Niet met behoud van maximale controle. Maar juist in steeds grotere openheid, met steeds meer vertrouwen, en overgave aan het leven, aan het lot. Maar wel met zo weinig mogelijk dokters en pillen, alsjeblieft. Ik ga voor minimale zorg.

 

 

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*