Home » Cultuur » Performancekunst
Performancekunstenaar Esther Strauss.

Performancekunst

Kunst kent geen standaard. Iedere kunstuiting is een persoonlijk waagstuk. In kunst is alles vloeibaar en op onvoorspelbare wijze in beweging. Met name de performancekunstenaars beseffen dit: ze  maken niets blijvends; ze  zijn hun eigen kunstwerk in alle tijdelijkheid. Zo wil Esther Strauss “met haar vluchtige en vloeibare werk juist datgene oproepen, wat verloren gaat als het wordt ‘vastgelegd’” Misschien iets voor gelovigen om in het achterhoofd te houden, aldus Eric Corsius.

De kunst is nooit zeker van haar zaak. Reeds vanouds moeten kunstenaars onder ogen zien, dat er geen vast ijkpunt bestaat voor schoonheid. Geen kunstenaar, geen stroming, geen ‘school’ heeft de schoonheid in pacht. Uiteraard zijn er herhaaldelijk pogingen gedaan om een gouden standaard te formuleren. De vraag ‘Wat is schoonheid?’ is door wijsgeren, kunstacademies en kunstenaars echter zeer verschillend beantwoord. En als een antwoord te knechtend werd, ontworstelden de jongeren zich eraan, om zich in vrijheid uit te leven – en dan vervolgens hun eigen norm te ontwikkelen. Het antwoord op de vraag wat ‘echte’ of ‘ware’ kunst is, kan uiteindelijk wel eens heel ontnuchterend zijn: kunst is datgene wat de kunstenaar maakt of doet. Er bestaat geen instantie buiten de kunst, die haar kan certificeren.

Geen houvast

De kunstenaar heeft dus uiteindelijk geen houvast – net zo min als de gelovige. Daarom zijn kunstenaars misschien zulke individualisten. Ze weten dat ze alleen op zichzelf, op hun ‘genie’ kunnen terugvallen en dat zij zelf moeten instaan voor hun kunst, zonder dat zij zich op iets buiten zichzelf kunnen beroepen. Datgene wat soms doorgaat voor houvast, is bovendien van zeer tijdelijke aard. Op het gebied van de kunst is alles vloeibaar en op een onvoorspelbare manier in beweging. Wat vandaag geldt, is morgen achterhaald. Wellicht is dit de reden, dat veel kunstenaars zo bang zijn om zaken op papier, doek of geluidsdrager vast te leggen. Want wie wil worden vastgepind op iets, wat een poging was om de schoonheid in haar vluchtigheid en bedrieglijkheid te vangen?

Er is een categorie kunstenaars, die dit gegeven heel goed lijken te hebben begrepen. Dat zijn de performancekunstenaars. In hun werk valt het werk volledig samen met de persoon. Ze maken niet iets blijvends; ze verwijzen niet naar iets buiten hen; ze beelden niet iets af of uit; ze spelen geen rol; ze voeren geen script of partituur uit… Nee: ze zijn hun eigen kunstwerk, in alle tijdelijkheid en ‘momentaanheid’. Doordat ze zichzelf zo in het middelpunt lijken te plaatsen, laden ze de verdenking op zich dat ze narcistisch of exhibitionistisch zijn, zeker als ze daarbij hun lichaam onbeschaamd in het spel brengen, zoals Marina Abramović. In feite plaatsen performanceartiesten zich juist buiten het centrum – namelijk dat van de geijkte en gevestigde kunst. Ze zijn excentriek. Ze marginaliseren zichzelf. Bovendien zijn sommige performancekunstenaars er helemaal niet in geïnteresseerd om gezien en gehoord te worden.

Oog van het publiek

Een voorbeeld van dit laatste is de Oostenrijkse Esther Strauss. Veel van haar werken onttrekken zich juist aan het oog van het publiek. Ze brengt er wel verslag over uit en documenteert ze. En als ze zich bijvoorbeeld in een museum, op de aarde uit het graf van haar grootvader, te slapen legt, wil zij juist niet in contact zijn met het publiek. Ze slaapt diep en weet niet wie haar komt bekijken. Omgekeerd weten de toeschouwers niet wat er in haar dromen omgaat. Soms heeft Strauss een bijzondere reden voor haar discretie, namelijk omdat een werk een uiting is van tederheid of piëteit. Zo verbleef ze een etmaal lang alleen in het huis van haar overleden grootmoeder, nadat ze haar haar had laten knippen en verven op de wijze van haar grootmoeder.  Getuigen waren er niet.

Naar eigen zeggen wil Esther Strauss met haar vluchtige en vloeibare werk juist datgene oproepen, wat verloren gaat als het wordt ‘vastgelegd’. Om te beoordelen of dat lukt, is aan degenen die er kennis van nemen. Vanuit het geloof zouden we er eigenlijk wel oog voor moeten hebben. Misschien moeten we haar gedachte in ons achterhoofd houden als we straks, op Goede Vrijdag  stil staan bij eenmalige  en onooglijke performance in Gethsemane en op Golgota, die eigenlijk het daglicht niet verdraagt – en die alle belijdenissen en andere pogingen om iets vast te leggen ondermijnt.

 

Bron: estherstrauss.info

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*