Home » Columns » Schuldloos lijden – Pasen symbolisch uitgelegd
Isenheimer altaarstuk van Matthias Grünewald.

Schuldloos lijden – Pasen symbolisch uitgelegd

Pasen is het feest van de opstanding die volgt op de kruisiging – een vreemd verhaal. Tenzij je het symbolisch opvat: dan is het prachtig en slaat het op ons allemaal, zegt Lisette Thooft. “Het is een verhaal over wat het menszijn van ons vraagt.”


Door Lisette Thooft

Op de keper beschouwd is het een raar verhaal, dat Paasverhaal. Jezus, een BG’er (bekende Gallileeër) die al een paar jaar rondreist als goeroe en massa’s mensen aantrekt, wordt zogenaamd verraden door Judas. Hoe kan het dat de Romeinen Judas nodig hadden om erachter te komen wie hij was? Het is donker, is een van de verklaringen, en Judas weet Jezus ook in het donker te identificeren maar de Romeinen niet. Nou dan wacht je toch tot het licht wordt en hij ergens met een menigte aan zijn voeten zit te oreren? Kat in het bakkie.

Afgezien daarvan is al door velen opgemerkt dat Jezus gekruisigd móest worden, om zijn voorbeschikte lot te vervullen. Als hij niet gekruisigd was, kon hij niet opstaan en de dood overwinnen en dan hadden we geen verhaal. Dus zelfs als iemand mij kan uitleggen dat Judas’ kus strikt noodzakelijk was, dan nog zou ik me afvragen waarom Judas zo door schuldgevoel gemarteld moest worden en een akelige dood sterven. Kortom, volgens mij is er iets anders aan de hand.

Tragedies

Mijn mythosofische kijk op het Paasverhaal is dat het een symbolisch verhaal is over ons allen, over het menszijn en wat dat van ons vraagt. De zogenaamd historische details: verraad, arrestatie, ondervraging, geseling, enzovoort, zijn erbij gehaald c.q. verzonnen om het te presenteren als spannend en overtuigend. Dat heeft verbluffend goed gewerkt – het christendom is de grootste wereldgodsdienst geworden en bijna een derde van de aardbewoners noemt zich christen. Een succesvol verhaal dus. Maar nu nog even de diepere betekenis ervan doorgronden en opnemen in het collectieve bewustzijn, ons aardse lespakket.

Volgens mij gaat het eigenlijk over schuldloos lijden. Ik las een interessant boek, God in de kring van de goden, ondertitel ‘Griekse tragedies en het christendom’, van predikant Jan de Jongh. Voorheen had ik het niet zo op tragedies – ik vond het een beetje zinloos om treurige verhalen te horen over mensen die roemloos ten onder gingen. Ik was meer van het happy end, liefst teweeg gebracht door moed, beleid en trouw, met behulp van geloof, hoop en liefde en desnoods door het offeren van bloed, zweet en tranen. Wat heb je eraan om te lezen over zielige mensen met wie het slecht afloopt? Maar dit inspirerende boek bracht me op andere gedachten.

Moira

De oude Grieken kenden een macht waaraan zelfs de goden onderworpen waren: Moira, het lot of het noodlot – dat wat ons wordt toebedeeld. “Moira is het lot dat aan ons plannenmaken en berekenen ontsnapt,” schrijft De Jongh, “en waarover we geen macht hebben. (…) Moira is ‘onverbiddelijk’, er is geen mogelijkheid het lot te keren of te veranderen. Daarom is er rond Moira eigenlijk nooit een cultus of tempeldienst ontstaan: bidden en offeren helpen niet.”

Homerus zegt erover: ‘geen mens, van geringe of edele afkomst, kan Moira ontgaan dat bij zijn geboorte beschikt is.’ De Moiren werden vervolgens de schikgodinnen: Klotho begint bij de geboorte de menselijke levensdraad te spinnen; Lachesis weeft er de lotgevallen in die ons overkomen en Atropos knipt de draad door als we dood moeten.

Toegegeven, soms is de held van een tragedie schuldig aan hubris, overmoed, of heeft hij een of andere karaktertrek die hem uiteindelijk in het verderf stort. Maar door het boek van De Jongh begreep ik nu pas goed dat veel tragedies gaan over een noodlot, een schuldloos lijden. Oedipus bijvoorbeeld wordt als baby met doorboorde voetjes weggedaan door zijn ouders. Op de driesprong doodt hij zijn vader Laius uit zelfverdediging. En dat Iokaste zijn moeder is, kan hij niet weten. Waar is zijn schuld? Trouwens ook als je geboren wordt met bijvoorbeeld de karaktertrek drift kun je je afvragen waarom dat jouw schuld zou zijn.

Schuldverhaal

Het is maar al te menselijk om te willen dat er kosmische rechtvaardigheid is, dat kwaden gestraft worden en dat er dus bij elk ongeluk een of andere vorm van schuld in het spel moet zijn. Maar de waarheid is: dat kunnen wij niet weten. Voor zover we kunnen zien, is er heel veel schuldloos lijden in de wereld. En wie diep in zichzelf afdaalt, vindt altijd schuldloos lijden in zichzelf. Als klein kind hebben we allemaal kwaad ontmoet dat wij niet zelf veroorzaakt hadden maar dat ons toch heeft geraakt, onthutst, verward en benauwd. We hebben allemaal pantsers opgebouwd tegen die pijn en een van de belangrijkste pantsers is het schuldgevoel: als ik niet zo slecht/zwak/onwetend was geweest, was het niet gebeurd. Een ander pantser is de overtuiging dat iemand anders schuldig was of is: als zij niet zo gemeen waren, of zo dom of zo agressief, dan zou het niet gebeurd zijn.

De diepste levenskunst is de kunst om pijn te kunnen voelen zonder er zo’n schuldverhaal bij te creëren. Want wij leren door pijn. Zuivere pijn die je voelt, in je hart of waar dan ook in je lichaam, maakt een dieper, wijzer, warmer en beter mens van je. Dat is ook het nut van tragedies, volgens De Jongh, althans hij citeert met instemming Sofokles: “Zeus toont ons de weg der wijsheid, en hij leert als eeuwige wet, dat de mens pas leert door leed. Ademt in het hart in plaats van slaap bittere kwelling, die weet van wonden… Strenge goden beschikken het zo, vol genade.”

Dat is iets wat ik de laatste tijd steeds beter begin te begrijpen. In mijn eigen boek Kom uit je hoofd citeer ik de Indiase wijsgeer Osho die zegt: “Zuivere pijn is ontzaglijk mooi, want je wordt er direct opnieuw in geboren.” En een volgeling van hem die zelf een bekende therapeut werd, Nishant Matthews, stelde het zo: “Bedroefdheid wordt zachtheid, boosheid wordt kracht, angst wordt gevoeligheid, verdriet wordt zorgzaamheid.” Tenminste als je ze durft te voelen als primair gevoel en ze niet wegduwt, bijvoorbeeld met een schuldverhaal.

Herrijst op een hoger niveau

Jan de Jongh haalt in God in de kring van de goden Charles Taylor aan die stelde dat de donkere kant van de schepping erkennen kan leiden tot een herontdekking van het mysterie van de kruisdood. Dat is ook wat bij mij opkwam, al lezend. De kruisdood is hét symbool van schuldloos lijden. Jezus aanvaardt het bewust, ondergaat het volledig, drinkt de beker van het noodlot leeg en herrijst op een hoger niveau. Symboliek!

Wij allen hebben dit als taak meegekregen bij onze geboorte. Wij allen worden als het ware gekruisigd in de stof, in ons lichaam, in de onvermijdelijke pijn. Als we dat lot tot op de bodem durven voelen, worden we herboren als wijzere, betere mensen. Zachter en krachtiger, gevoeliger en zorgzamer.

Gelukkig Paasfeest.

 

Jan de Jongh, God in de kring van de goden. Griekse tragedies en het christendom, Skandalon, 220 blz., €21,95.

 

mwThooft_0055 » Lees ook andere artikelen van Lisette Thooft

 

Print Friendly, PDF & Email

3 reacties

  1. De werkelijkheid is meestal nog veel complexer dan dat er voor een mens slechts schuldig of schuldloos lijden zou zijn. Van het een komt namelijk het ander. En dat mengt zich ook nog eens met elkaar.
    De vraag rijst dan: zijn we hoe dan ook verplicht om lijden uit te houden als je buurt, je familie je weigert te vergeven bijvoorbeeld, en moet je je laten ‘kruisigen’ omdat dit de geïmpliceerde oproep van Jezus’ lijdensverhaal zou zijn aan alle mensen in alle situaties? De getergde moordenaar van Pim Fortuin denkt er volgens de kranten over om te emigreren, en de Eindhovense pedofiel Benno L. zal er waarschijnlijk net zo over te denken sinds hij uit zijn woning in Duitsland is verjaagd door een stel rabiate pedojagers. En dan hebben we het nog maar over enkelen die lijden omdat ze ernstig schuldig waren, maar hun gerechte straf hebben uitgezeten. In menige buurt en familie worden levenslange sadistisch ogende straffen uitgedeeld. Straffen die lijden veroorzaken zonder einde, en waar de tot slachtoffer gemaakte ex-dader levenslang onder zal moeten lijden als hij/zij zich niet verzet of vertrekt. Het kruis hier prediken als morele plicht om straf en lijden te aanvaarden en ondergaan, geeft dan wellicht toch het verkeerde signaal af: het slachtoffer en zijn omgeving mag tot in het oneindige doorgaan met wraak nemen. Elk mens heeft m.i. namelijk ook het recht om zich te onttrekken aan sadisme en kwellerij. Een samenleving of kerk die barmhartigheid predikt zou m.i. dus altijd moeten zorgen voor safe havens voor mensen die een tweede kans verdienen als hun ‘rechters’ de doodstraf niet ten uitvoer willen brengen. (Mozes heeft daar al voor gepleit in Numeri 35,9-11 en Deut. 4,41-42 !) Al het andere is zinloze kwellerij en sadisme. Het lijdensverhaal van Jezus zoals boven geïnterpreteerd biedt dus geen echte soelaas, want in principe blijft het zinloos. Christenen hebben er een mooi einde aangebreid door er een opstanding, verrijzenis aan toe te voegen. Daarzonder is iedere Passie (van Bach e.a.) of Passion (van EO enz.) ook waardeloos. Er zal geen oorlog minder om worden gevoerd, en geen enkel onschuldig burgerslachtoffer minder door sterven. Helaas.

  2. VERRIJZENIS
    “De verrijzenis van Jezus de Christus moet men niet symbolisch verstaan maar, hoe dan ook, werkelijk. Het is geen onderwerp voor het verstand, het is een zaak van geloof”. Zo las ik onlangs.
    De term “symbolisch” lijkt hier iets te betekenen tegenover echt gebeurd c.q. echt te gebeuren. Denkt de schrijver aan pogingen om iets te bewijzen en zelfs het al of niet bevestigen van een historisch feit? Alle uitspraken, geloofsartikelen, predikaties behoeven woorden. Het zijn altijd symbolen, betekenisdragers. De meeste verwijzen naar zichtbare, alledaagse zaken en belevingen: wierook is wierook, een kaars is een kaars. Symbolen in de bijzondere zin worden gebruikt, als het moeilijk is een gedachte, gevoelen of intentie in de gewone taal te verwoorden. Een paaskaars en een simpel theelichtje in de Mariakapel zeggen meer dan een simpel lampje of vuurtje. Alledaagse en wetenschappelijke woorden zijn symbolen, tekens die verwijzen. Maar steeds geldt: alle woorden vragen, alle taal behoeft verstaan. Het gaat altijd om interpretatie en dat is niet hetzelfde als bewijzen of ontkennen.

    Het onderscheid tussen geloven en verstandelijk kennen is hier niet het punt. Het woord “geloof/ geloven” is al een woord met meer dan één betekenis. Ik ben geen bioloog, maar ik geloof in de onderzoekingen van de evolutie. Als niet-filosoof weet ik iets van de evolutie van het denken, maar dat omdat ik geloof in mijn docenten en auteurs. De vakmensen leven trouwens ook met geloof in hun voorgangers en opleiders. En er werkt nauwelijks iemand singulier. Zowat alles valt onder deze vorm van kennen die we met dat (te) algemene woord “geloven”. Het meeste is een mate van waarschijnlijk achten en meteen vertrouwen op de deskundigheid van anderen. In de context van religie en kerk is geloven ook meer dan kennen. Dat geldt voor menige relatie: ik geloof in mijn partner, wij geloven in onze medeburgers.

    Wat is hier dan het punt? De term “verstand” verwijst naar de logos of ratio, al mogen we die best ruimer nemen dan een strikt wetenschappelijk of wijsgerig redeneren. “Intellectus” heeft meer vormen dan strikt rationeel kennen. Het verstandig omgaan met hout maakt de timmerman. Het gaat om het verstaan van betekenissen. Het woord “verstaan” is hier niet identiek aan “verstand, ratio…” En verstane betekenissen hebben gevolgen voor onze beleving, voor ons gedrag. Het bewieroken van het kerkpubliek of de doodskist is een gebaar van erkenning, zoals de vredesgroet. Open handen bij het Onze Vader zeggen dat ik me ontvankelijk weet. Over de consecratie weten theologen zeker meer te zeggen dan ik zou kunnen. Het gebaar van Jezus met zijn woorden zijn toch voldoende te verstaan. Maar dan moet men intellectuele exercities met substantia en accidentia maar nalaten.
    Als ‘verrijzenis” niet verstaan wordt, dan betekent hetgeen erdoor wordt aangewezen niets. Ook wat geloofd wordt moet betekenis hebben. Geloof heeft iemand en iets tot object, of het nu een kennen is of een relatie tot anderen. In die zin werkt ons verstand, niet alleen om het al of niet bestaan of toekomstig gebeuren te bewijzen. En zelfs dan gaat de vraag vooraf “waarover hebben het dan?”
    De verrijzenis heeft een nauwe band met wat er zou zijn voor de doden. Wat we geloven, geloven we tijdens ons leven. Spreken van “na de dood” is onjuist. Het “na” is iets dat gedacht kán worden. In werkelijkheid is er voor de overleden mens geen “na” als een soort tijd. Eeuwigheid is geen eindeloze tijd, het is hetgeen ahistorisch is tijdens ons historisch leven. Dat is al de geldigheid van aantallen (zeven dagen zijn evenveel als zeven sacramenten), die van logische redeneringen en wat belangrijker is: van onze waarden. Als men verder denkt is er het Alomvattende, het transcendente voor wijsgerige lieden. Beter: het mysterie. En dat is er nu voor mij, voor ons zolang ik dat kan beleven.

    Een symbolisch verstaan van de in de evangeliën verhaalde verrijzenis heeft verband met ons mensen, ons leven en daarmee met ons zelfverstaan. Wat zegt, wat openbaart ons ook dit element in Het verhaal Jezus? Het spreekt over de dood, ooit het einde, maar niet dat wat ons leven, kort of lang, behoeft te bepalen. Hij mag het leven niet bepalen, zeker niet dat van anderen doen eindigen.
    Jezus is levend tot op de dag van heden. Maar dan is hij de Jezus van de liturgie, van de evangeliën, al getekend door Jesaja van de bijbellezingen en -kenners – ook in onze kerk vaak goed gepredikt. Verrijzenis zal verstaan dienen te worden binnen die weidse context. De in zeer beperkte zin historische man Jezus – data, plaatsen, lijfelijke aanwezigheid tot in het graf – spreekt aan, want zo is het mensenleven, ook het onze.
    Jac van Dam Nijmegen

    • Een aardige aanvulling op mijn ietwat lange tekst. De predikant beëindigde zijn preek op Pasen met: wacht niet met de verrijzenis tot na je dood.

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*