Home » Columns » Slavernij en compensatie
Keti Koti, Amsterdam. Jaarlijkse Surinaamse feestdag op 1 juli ter herdenking van de afschaffing van de slavernij. (Foto Ralf Duijmaijer/Oneworld.nl)

Slavernij en compensatie

Dat slachtoffers of hun directe nabestaanden aanspraak kunnen maken op een schadevergoeding is als redenering simpel en overtuigend. Toch haakt er iets bij René Grotenhuis als het gaat om de schadevergoeding aan afstammelingen van slaven. “Wie kijkt naar de enorme schade die olie en gaswinning en de winning van delfstoffen met zich meebrengt in landen op het Zuidelijk Halfrond zou zich moeten realiseren dat het vraagstuk van compensatie hoogst actueel is.” Maar misschien vinden we het makkelijker ons te buigen over de wandaden uit het verleden dan over de wandaden van vandaag.

Door René Grotenhuis

Deze week vierden we de afschaffing van de slavernij in Nederland (1863). Nederland was daarmee rijkelijk laat, vergeleken met andere Europese landen. In samenhang daarmee wordt de roep om schadevergoeding voor de tot slaaf gemaakten sterker. Onlangs betaalde een universiteit een financiële compensatie aan nabestaanden van wie de voorouders eigendom waren geweest van de universiteit. De verkoop van die voorouders was gedocumenteerd: de universiteit had hen verkocht om daarmee haar slechte financiële positie te verbeteren.

De redenering is simpel en overtuigend: met de slavenhandel is economisch voordeel behaald dat nu wordt teruggegeven aan degenen over wiens rug dat financieel gewin is verworven. Zo ging het onlangs nog met de betaling door de NS aan Joden die door de spoorwegen naar de vernietigingskampen in Polen waren vervoerd en waarvoor de NS door de Duitse bezetter was betaald. Zo ging het eerder ook met de dwangarbeiders in Duitse fabrieken.

Hoogst actueel

Toch haakt er iets bij mij als ik deze berichten lees. De discussie over compensatie gaat over afstammelingen van tot slaaf gemaakten. Er is dus een afstammingsbewijs nodig om voor deze compensatie in aanmerking te komen. Dat lijkt logisch als de basis voor de compensatie is dat er economisch gewin is verworven over de rug van de slaven. Dat past ook in onze juridische manier van kijken. Het betekent ook dat al degenen die dat niet kunnen bewijzen daar geen recht op hebben. Is slavernij iets van degenen die tot slaaf zijn gemaakt of iets van de hele samenleving? Werkt de invloed van het slavenverleden alleen door bij degenen die daar als afstammeling indirect het slachtoffer van zijn, of raakt het allen die te maken hebben met discriminatie op grond van hun huidskleur? Wie niet als slaaf maar als contractarbeider aan het eind van de negentiende eeuw werd geronseld, valt er dus buiten. En al helemaal alle Afrikanen die om welke reden dan ook uit hun land zijn vertrokken na de afschaffing van de slavernij, maar nog wel te maken hebben met de grote en kleine discriminatie op bijvoorbeeld de arbeidsmarkt, de huizenmarkt. Spelen we zo niet mensen tegen elkaar uit?

We hoeven niet zo ver in de geschiedenis terug te gaan als het gaat om compensatie van op oneerlijke manier verworven economisch gewin. Wie kijkt naar de enorme schade die olie en gaswinning en de winning van delfstoffen met zich meebrengt in landen op het Zuidelijk Halfrond zou zich moeten realiseren dat het vraagstuk van compensatie hoogst actueel is. De vervuiling van grond en water, de grote schade aan biodiversiteit doen we nu af met verwijzing naar contracten die ten grondslag liggen aan concessies voor oliewinning en het winnen van delfstoffen: allemaal legaal en allemaal volgens de in dat land geldende wetten. Maar was dat ook niet het geval ten tijde van de slavernij? Was slavernij niet maatschappelijk geaccepteerd en wettelijk toegestaan? Waren de tegenstanders van slavernij indertijd niet te vergelijken met de activisten die nu de economische schade aan natuur en levensomstandigheden aanklagen?

Wandaden van vandaag

Misschien is het veel eenvoudiger ons te buigen over de compensatie van de wandaden en de schade die ons voorouders aanbrachten met de slavernij dan ons te buigen over de wandaden van vandaag. Met ons moreel kompas van nu vegen we de wettelijke en morele onderbouwing van slavernij toen van tafel.

Ik ben er wel van overtuigd dat over 150 jaar de dan levende generaties een hard oordeel zullen uitspreken over ons economisch gedrag nu, waarin natuur en klimaat vrijwel altijd het onderspit delven en mensen ver weg (zoals toen) daar de gevolgen van dragen. Misschien moeten we vooral voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt.

Print Friendly, PDF & Email

3 reacties

  1. Toine Goossens

    Beste René,

    Sinds 1863 heeft Nederland ook positieve zaken gedaan en afgehandeld voor inwoners van Suriname. Voor degenen die na het uitroepen van de republiek Suriname naar Nederland zijn gekomen is ruimhartig de portemonnee opengetrokken. Arbeidsmarktproblemen zijn opgelost. Nederland heeft zich, wellicht voorbeeldig, ingezet voor de integratie van degenen die er voor kozen om naar ons toe te komen. Op welke manier zou vrouwe Justitia dat afwegen?

    Daarmee kom ik op mijn fundamentele punt. Waarom wil een groep mensen financiële compensatie voor het verleden? Waarom is er in de samenleving alleen belangstelling voor compensatie? Zijn wij niet ook barmhartig geweest? Of zijn wij zo op een foute weg jegens deze burgers zelf dat zij daarvoor compensatie verdienen?
    Of is dit gewoon een van de manieren waarop de moderne samenleving laat zien dat alleen eigenbelang en zelfzucht nog belangrijk zijn?

    Hartelijke groet,
    Toine

  2. Petrus van G.

    Met schuldgevoelens en of schuldtoedeling lossen we niets op.

    Hoe we het dan ook eens zijn met de constateringen hierboven, vraag blijft: wat moeten we van onze geschiedenis proberen te voorkomen in de toekomst? Wat moeten we compenseren én tegenover wie?
    Maar ook, wie moet én kan dat noodzakelijke doen uit eigen zak en met eigen inzet? Overschatten we onze collectieve geestelijke en materiële rijkdom niet schromelijk?

    Moeten we bijv. hier op een houtje gaan bijten (max. versoberen) om alle mensen elders in de wereld die nu nog geen baan en inkomen hebben waarmee ze een behoorlijke levensstandaard kunnen realiseren te helpen? (Compensatie voor leed aan hun voorouders toegebracht.)

    Moeten wij ouderen in het Westen niet sneller en “spontaner gaan hemelen” teneinde ruimte/middelen vrij te maken voor de nu nog kanslozen in onze maatschappij en daarbuiten?

    Kan de wereld het überhaupt aan om alle mensen een menswaardig bestaan op Westers welvaartsniveau te bieden en garanderen? Hebben we dan geen drie of meer planeten aarde nodig?

    Kortom: er is wellicht veel te doen, maar waar te beginnen? Is mondjesmaat immigratie toestaan (vreemdelingen integreren in ons soort maatschappij en economie) naast privé en collectieve ontwikkelingshulp naar draagvlak en draagkracht uiteindelijk niet het enige dat ons rest, en dus feitelijk het voortmodderen op de weg die we nu al gaan?

    Heeft de column dus eigenlijk wel zin/nut?

    • René Grotenhuis

      Beste Petrus,

      Het belangrijkste in de katholieke traditie van schuld en vergeving en dus van het sacrament van de biecht is dat we ons uiterste best doen om onze fouten niet te herhalen. Schuld vraagt allereerst niet om compensatie, maar om bekering, omkeer.
      Wat dat precies betekent? Het is waar zoals je zegt dat de rest van de wereld niet op hetzelfde welvaartspeil kan leven als wij in het Westen. Dat kan onze aarde niet dragen. Dat betekent overigens niet dat wij net zo ver moeten versoberen totdat we over de hele wereld op hetzelfde niveau zitten. Ik geloof niet zo in dat type gelijkheid die dan wordt afgemeten in geld/inkomen.
      Ik denk wel dat we moeten versoberen, maar daarbij hoort zoals Paus Franciscus in Laudato Si ook onderstreept, een eerlijke verdeling.
      Dat zijn ingewikkelde knopen, dat geef ik direct toe, maar we kunnen ze niet ontlopen.

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*