Home » Interview » Theologe Eleonora Hof: “De basis is zo diep en zeker”

“Het moderne denken is niet de enige manier om over het leven na te denken.” (Foto Vincent van Gaalen)

Theologe Eleonora Hof: “De basis is zo diep en zeker”

Eleonora Hof is evangelisch opgevoed en cum laude afgestudeerd in de theologie. Twijfel heeft ze nooit gekend. God is liefde en in Jezus komt hij ons nabij: “Die diepe identificatie met de menselijke conditie tot in lijden en dood, vind ik geweldig. En dat is dus onze God!” Geloof is voor haar “ongelofelijk positief: het geeft intense rust en vrede en biedt tegelijk een profetische oriëntatie.” Deel 3 uit de interview-serie ‘Jonge Denkers’, door Theo van de Kerkhof, eerder gepubliceerd in Volzin magazine.

Door Theo van de Kerkhof

“Ik ben erg positief over het christelijk geloof in Nederland van dit moment”, zegt Eleonora Hof nog voor we aan tafel zitten in de stijlvolle Amsterdamse vestiging van de Protestantse Theologische Universiteit. Ze is evangelisch opgevoed. Verbondenheid met Jezus is voor haar een levende realiteit. Maar ze leest ook het hippe vrouwenblad Flow (simplify your life, feel connected, live mindfully, spoil yourself) en ze heeft affiniteit met grassrootsbewegingen op gebied van gezondheid, milieu, deeleconomie en sociale rechtvaardigheid. Ze rijdt geen auto en een tv heeft ze nooit gehad. Ze investeert liever in relaties dan in bezit.

Eleonora Hof (28) studeerde theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven. Haar master behaalde ze (cum laude) aan de VU in Amsterdam. Nu bereidt ze een dissertatie voor op het gebied van de missiologie. Geloof en wetenschap, cultuurkritiek en christelijke orthodoxie, het zijn voor haar geen tegenstellingen, maar werelden die meer en meer verbonden raken, oftewel ‘connected’, om in haar van het Engels doorspekte jeugdige jargon te blijven.

Is er sprake van een nieuw elan in christelijk Nederland?

“Het maakt veel uit welk verhaal je over het geloof vertelt. Het verhaal van de grote secularisatie, hoe alles steeds minder werd, is voor de jongere generatie – de die afkalving zelf niet heeft meegemaakt – absoluut niet inspirerend. We leven hier en nu ons leven. We willen positieve keuzes maken en ons geloofsleven niet relateren aan een verhaal over neergang.

Ja, ik zie positieve ontwikkelingen. Als student was ik bestuurslid van de studentenvereniging Ichthus. Er is een grote groep studenten die op een creatieve manier met geloof omgaat. De evangelische wereld is zich aan het verbreden. Sociale rechtvaardigheid staat hoog op de agenda, terwijl in die kringen in het verleden het maatschappijkritische en het persoonlijke geloof nogal eens tegen elkaar werden uitgespeeld.”

Maar dat positieve verhaal over jong christelijke Nederland beperkt zich toch tot de evangelische en orthodoxe sector? Daarbuiten worden jongeren alleen maar minder christelijk.

“Ja, maar het is helemaal niet zo dramatisch om een minderheid te zijn. De grote, volle volkskerken zijn verleden tijd. Dat model moet je radicaal loslaten. Dan kun je kijken hoe je vanuit de marge als kleine maar vitale geloofsgemeenschap een rol kunt spelen. Het is voor een kerk helemaal niet erg om vanuit de marge te opereren. Het is zelfs gevaarlijk om al te zeer betrokken te zijn bij het centrum van de macht. Vanuit de marge kan ze beter haar profetische rol vervullen en samen met andere grassroots-initiatieven van onderop versterken.

Ook de Wereldraad van Kerken ondersteunt dat. Het oude model van zending, waarbij de grote klassieke kerken zich met een min of meer paternalistische blik vanuit het centrum tot de marge wendden om daar te bepalen wat goed was, dat model is losgelaten. Nu komt de omgekeerde beweging op gang: missie vanuit de marge.”

Wat heeft de marge dan aan het centrum te vertellen?

“Wat ze concreet te brengen heeft, is niet ready made. Maar om een voorbeeld te noemen: Nederland telt 800.000 migrantenchristenen. Alleen al hun aanwezigheid is voor de blanke middenklassenkerken waardevol. Die aansluiting verloopt trouwens moeizaam. Dat vind ik wel een punt van zorg.

Wat de migrantenkerken te brengen hebben moet je ook niet reduceren tot hun migratie-ervaringen. Ze hebben ons als christenen, op geloofsniveau, iets te vertellen. De evangelieverhalen worden vanuit het perspectief van de marge immens relevant. Daar gaat het om. In ieder geval gaat het niet om een exotisch opleuken van de Nederlandse kerken: een vrolijk, swingend gastkoor in de zondagse dienst. En omgekeerd moeten de historische kerken hun diaconale houding laten varen in relatie tot migrantenkerken. De meerwaarde zit in de ontmoeting van de perspectieven. Waarom zijn de traditionele kerken blank en middenklasse? Heeft dat te maken met de intellectualistische preken; met een gebrek aan beleving?”

Je hebt een evangelische achtergrond. Heb je nooit de behoefte gehad om je tegen die opvoeding te af te zetten?

“Nee, ik ben juist heel blij met mijn achtergrond. Door de persoonlijke verbondenheid met het christelijk geloof kan ik me goed inleven in diverse geloofstradities en verschillende manieren van geloven. De verbinding tussen al die tradities, daar wil ik voor staan.”

En waar gaat het voor jouzelf dan om in het christelijk geloof?

“Het draait vooral om de liefde van God. Dat is voor mij altijd heel basaal geweest. Een basisgevoel. De liefde van God en ook de liefde naar God toe. En verder zijn voor mij de evangelieverhalen van Jezus een bron van inspiratie, maar ook nieuwtestamentische brieven. De eerste brief van Johannes is mijn favoriet. Daar gaat het over de liefde en de vreugde van het geloof en over hoe je als christelijke gemeenschap met elkaar te leven hebt. De gemeenschap rond Jezus. Die community is voor mij heel belangrijk. De kerken zouden daar meer op moeten inzetten. Preken zijn vaak erg op het individu gericht, terwijl de nieuwtestamentische brieven zich juist vaak tot de gemeenschap als geheel richten. Dat intrigeert mij. In de PKN-kerk in Amersfoort waar ik regelmatig kom, is iedere donderdagavond een ‘meet & eat’ voor twintigers en dertigers. Daar gebeurt echt wat. Ikzelf ben gezegend met enkele goede en langdurige vriendschappen. Relaties, dat is wel waar het voor mij om draait, the stuff life is made of

Gemeenschap, beleving, ervaring, dat bepaalt voor jou eerder het geloof dan het aanhangen van bepaalde stellingen?

“Interessant dat je geloofsinhoud direct in verband brengt met stellingen. Nee, het gaat mij inderdaad niet om stellingen ergens in mijn hoofd. Maar dat neemt niet weg dat ik de geloofsinhoud wel degelijk heel belangrijk vind. Maar die inhoud is verweven met mijn hele zijn. Ik ervaar dat als iets positiefs, het heeft niet die negatieve connotatie van stellingen. Het centrum is de persoon van Jezus. Dat geeft mijn leven richting en ook als geloofsgemeenschap kun je je daarop oriënteren. Het geloof is voor mij zoiets ongelofelijks positiefs, omdat het in mijn eigen leven een intense rust, vrede en liefde bewerkstelligt, en tegelijk biedt het ook maatschappelijk een profetische oriëntatie.”

Heb je nooit getwijfeld aan het bestaan van God? De afwezigheid van God is toch ook een reële ervaring?

“Nee, twijfel heb ik eigenlijk nooit gehad. Je vraag lijkt te impliceren dat het bijna noodzakelijks is dat er op een gegeven moment twijfel ontstaat over je geloof.”

Misschien niet noodzakelijk, maar de moderne cultuur lijkt die twijfel toch minstens op te roepen en zo te vragen om een verantwoording. Hoe beargumenteer je je godsgeloof?

“Die vraag is voor mij niet het aller wezenlijkste en ik heb er ook relatief weinig tijd mee doorgebracht om daar een enorm rationeel kloppend argument van te maken. Die argumenten zijn er natuurlijk wel. Maar ze vormen voor mij niet de basis. De basis zit zo diep en is zo zeker, dat ik daar nooit aan getwijfeld heb. Dat is wel een constante.

Anderzijds begrijp ik natuurlijk de twijfels vanuit de moderne cultuur wel. En het is ook goed dat gelovigen daarop ingaan, maar persoonlijk heb ik dat nooit zo gedaan. Ik heb ook nooit zo geworsteld met de zin van het leven, zoals ik dat bij vrienden wel zie: die diepe existentiële worsteling, ‘waarom, waartoe?’ Ik herken natuurlijk ook wel de strijd en het lijden die het leven met zich meebrengt. Maar ik zie het leven toch meer als een gegeven waar ik niet achter terug kan. Voor mij is die zin er al. Ik ben heel blij om dit leven.

En de afwezigheid van God? Nee, dat heb ik eigenlijk nooit zo ervaren. Zijn aanwezigheid is zo met mijn zijn verweven. “Ik ben aan U gehecht, met heel mijn ziel”, staat in psalm 63. Ja, ik ben heel erg gehecht aan God. Dat wil niet zeggen dat ik alles weet van God. Hoe en wat, dat is een levenslang leerproces.”

Hoe verbind je dat existentiële godsbesef met het christelijke verhaal? Waar komt om zo te zeggen Jezus je leven binnen?

“Ook op de bijbelverhalen ben ik altijd als vanzelfsprekend georiënteerd geweest, als iets waartoe ik mij te verhouden heb. En dan denk ik vooral aan het evangelie van Jezus, zijn opstanding en overwinning op de dood als het centrum van waaruit je Jezus moet duiden.

Ja, ik houd inderdaad wel vast aan de orthodoxe bevestiging van Jezus als de zoon van God. Dat God door Jezus onze nabijheid heeft gezocht, tot in het diepste lijden, daar gaat een enorme troost vanuit voor degenen die nu lijden. Die hele diepe identificatie met de menselijke conditie in al zijn rauwheid en misère, dat vind ik geweldig. En dat is dus onze God! God is niet veraf gebleven, hij is heel nabij.

Hoe dat kan? Hoe God zich nu juist precies in Jezus heeft uitgedrukt en hoe Jezus de dood heeft overwonnen? Op al die ‘hoe’-vragen heb ik geen antwoord. Het ‘hoe’ blijft een mysterie.”

Waarom ga je zo ver met de orthodoxie mee dat je de identificatie van God met de mens en zijn lijden nu juist letterlijk en uniek in Jezus ziet plaatsgrijpen? Veronderstelt die orthodoxie niet een premoderne filosofie die wij moderne mensen niet meer kunnen meemaken?

“Ik zou dan als tegenvraag willen stellen: wie is die ‘wij’ van de moderne filosofie? In intercultureel perspectief zijn er heel wat culturen die niet door de moderniteit zijn heengegaan zijn. Niet dat ik de vragen van de moderne tijd niet relevant vind. Maar het moderne denken is niet de enige manier om over het leven na te denken. Het is voor mij niet normatief of maatgevend.

Ja, waarom ik vasthoud aan de orthodoxe affirmaties van Jezus als zoon van God en aan de opstanding als de definitieve doorbraak van het Jezusgebeuren? Voor een deel is dat ook wel omdat ik in contact wil blijven met wat door alle tijden en culturen heen als het centrum van de christelijke traditie is gezien. Het christelijke verhaal laat zich in allerlei contexten en tijden steeds weer opnieuw interpreteren. In iedere context biedt het nieuwe, interessante gezichtspunten. Uit de missiologie heb ik geleerd hoe eindeloos vertaalbaar het christendom is. De orthodoxe affirmaties bieden in die veelheid een soort samenhang.”

 

Eleonora Hof  is redactielid van de website godschrift.nl. Teksten van haar hand zijn aldaar te lezen.

Zie ook andere interviews in de serie Jonge Denkers.

Bron: Volzin magazine

 

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*