Home » Boeken » Vrijgevestigde religieprofessional wordt steeds normaler

Vrijgevestigde religieprofessional wordt steeds normaler

In het boek ‘De reli-ondernemer’ komt een stoet ervaringsdeskundigen voorbij met tips, ideeën en waarschuwingen voor religieprofessionals die zich als zelfstandigen willen vestigen. Dat religie zich, anders dan langs de lijnen van kerkelijkheid, een plaatsje aan het veroveren is in onze samenleving, maakt dit boek goed duidelijk.

Door Theo van de Kerkhof

Binnen de christelijke kerken valt geen droog brood te verdienen, zegt theoloog Frank Bosman. Hij komt als een van de vele religieprofessionals aan het woord in het boek De reli-ondernemer. Gids voor een heilzame business van Greco Idema en Elze Riemer. Of hij wel eens overwogen heeft om ondernemer te worden? Die vraag beantwoordt Bosman weliswaar bevestigend, maar tegelijk, zo vertelt hij, liet hij die gedachte snel varen: “Elke katholiek meent dat elke andere katholiek zijn of haar werk in, op of rond de kerk wel gratis zal doen, pro Deo, voor de goede zaak.”

Dat het niet gemakkelijk is om zaken te doen op Gods erf loopt als een rode draad door het boek. Tegelijk is er de laatste jaren wel iets aan het veranderen en neemt het aantal zelfstandige religieprofessionals toe. Het boek zelf getuigd ervan: er komt een hele stoet zelfstandigen voorbij die feitelijk toch een al dan niet belegde boterham verdienen in het domein van de religie, spiritualiteit of zingeving.

Zo is daar Rients Ritskes. Met zijn bedrijf zen.nl – veertig vestigingen – is hij één van de succesvolste reli-ondernemers van ons land. Maar zelfs hij relativeert: “Ik denk dat ruim negentig procent van de Nederlanders nog nooit van ons heeft gehoord. Ritalin en Coca Cola die zijn succesvol.”

Eenoog in het land der blinden noemt Ritskes zich. “Wanneer je wilt ondernemen op het vlak van spiritualiteit moet je één ding goed beseffen: spiritualiteit wordt niet serieus genomen in onze samenleving. Het wordt gezien als een randverschijnsel.” Je moet je daar met hand en tand tegen verzetten, vindt hij: “Het is kwalijk dat juist in deze tijd waarin commercie zo belangrijk is geworden, spiritualiteit naar het vrijwilligerscircuit/verdomhoekje is verdrongen.” Professionalisering, toegevoegde waarde genereren, dat is volgens Ritskes de enige mogelijkheid om te overleven.

Het licht in

Alain Verheij – bekend als ‘Theoloog des Twitterlands’ – ziet een ander manco aan de combinatie religie en markt. Theologen zijn te veel naar binnen gekeerd en hebben te weinig lef en initiatief. Ze zijn vaak onzeker over zichzelf, hun geloof en hun boodschap. Geen wonder dat je dan niet gehoord wordt. “Het is tijd voor theologen die zichzelf en waar ze voor staan leren verkopen, sexy weten te maken.” Theologen moeten leren rechtop te gaan staan: “De studeerkamer uit, het licht in, gewapend met jip-en-janneketaal.”

Theoloog en communicatieadviseur Jan-Willem Wits sluit daarbij aan: “Wat ik op het kerkelijk erf vaak mis, is de zoektocht naar relevantie van de christelijke boodschap voor mensen in deze tijd. Terwijl het daar allemaal om draait. Dat begint met zien, luisteren en verstaan. Waar liggen mensen wakker van? Wat verlangen zij? Welke dromen koesteren ze? Een verhaal dat daar een verstaanbaar antwoord op geeft, zal gehoord worden. Anders is ieder spreken over zin en betekenis tegen dovenmansoren gericht.”

Passie

Wat Verheij en Wits naar voren brengen is les één uit de marketingtheorie, die op de een of andere manier maar moeilijk wil beklijven als het om religie gaat. Bovendien is het opvallend dat tegenwoordig een aantal succesvolle initiatieven juist niet bij de vraagzijde begint. Ze beginnen eerder bij de eigen overtuiging, de eigen passie en geestdrift. Als je enthousiast en authentiek bent in wat je drijft, zul je volgers vinden, is de overtuiging van een aantal gesprekspartners in het boek. “Als je reli-ondernemer wilt worden moet je beginnen bij je verlangen”, zegt docent theologie André Mulder.

Het één sluit het ander natuurlijk niet per se uit. De waarheid zal zoals vaak wel in het midden liggen: “Vanuit je competentie durven staan voor wat je drijft en van daaruit de verbinding aangaan met anderen”, zo vat ‘toekomstpsycholoog’ Tom Kniesmeijer beide accenten samen. ( 177)

Gat in de markt

Het boek De reli-ondernemer is uniek in zijn soort claimen de auteurs: het is het eerste boek dat een verkenning geeft van het terrein. Het boek is inderdaad een rijke vindplaats van informatie, ervaringen en adviezen, verplichte kost voor iedere beginnende reli-ondernemer. Daarnaast is het boek toegankelijk geschreven en gevarieerd van opzet. Centraal staan een twaalftal interviews met reli-ondernemers, of ondernemend ingestelde zingevingsprofessionals. De interviews worden afgewisseld met tips van weer andere ervaringsdeskundigen en met brokjes nuttige informatie, alsmede met een zelftest en een quiz.

Naast het in kaart brengen van kansen, mogelijkheden en voorwaarden voor een geslaagd ondernemerschap beoogt het boek de gevoeligheid van de combinatie religie en commercie aan de orde te stellen. Gaat God en geld verdienen wel samen? (En horen ze eigenlijk wel samen te gaan?) Dat het impliciete antwoord van de auteurs – beiden zelf reli-ondernemer – bevestigend is, zal niet verbazen. Naast de vele gesignaleerde haken en ogen en waarschuwingen is de teneur positief: “We leven in een samenleving waarin er volop ruimte is voor allerlei start-ups … Mensen zijn zoekende, nu de grote verhalen passé zijn. En zoekers hebben gidsen nodig, een gat in de markt voor reli-ondernemers!”

Serieuze optie

Het boek maakt ook wel duidelijk dat er op religievlak iets veranderd is. Tot voor kort leek religie in de westerse samenleving het exclusieve domein van de kerken en met de ontkerkelijking leek ook de verdamping van religie slechts een kwestie van tijd. De religieondernemer was twintig jaar geleden, met bijvoorbeeld een initiatief als ‘rent a priest’, nog een opmerkelijke rariteit.

Langzaam maar zeker wordt steeds duidelijker dat kerk en religie elkaar niet volledig afdekken en dat het zelfstandig ondernemerschap voor theologen en religiewetenschappers steeds meer een normale en serieuze optie wordt.

Iets wat zich niet institutionaliseert, is geen lang leven beschoren. Met deze sociologische wet veegde de wat oudere generatie godsdienstsociologen lange tijd de her en der opkomende buitenkerkelijke spirituele initiatieven van tafel. Bij religieuze institutionalisering konden zij zich blijkbaar weinig anders dan kerkelijkheid voorstellen. Dat religie zich ook op andere wijze kan vestigen en dat dit ook feitelijk gaande is, maakt het boek de De reli-ondernemer op overtuigende wijze duidelijk.

Vreemd land

De moeilijkheden die de reli-ondernemer  daarbij ondervindt zijn echter niet alleen een kwestie van onzakelijkheid, gebrek aan lef, of weinig feeling voor de markt. Het boek legt daar wat eenzijdig de nadruk op. Religie is in onze cultuur ook in zichzelf een weerbarstig product. De dominante cultuur, getekend als zij is door het natuurwetenschappelijke wereldbeeld, weet zich met religie niet zo goed raad. Religie is een moeilijk grijpbare en veranderlijke grootheid. Met religie betreden we een vreemd land met eigenaardige wetten, waar iets altijd weer net iets anders is dan het lijkt. Wat de reli-ondernemer in de aanbieding heeft, kan in het denkraam van de dominante cultuur eigenlijk niet bestaan, maar desondanks bestaat het. Zie daar maar eens chocola van te maken.

—————–

 Greco Idema en Elze Riemer, De reli-ondernemer. Gids voor een heilzame business, Berne media, 237 blz., € 20,-.

 

Print Friendly, PDF & Email

3 reacties

  1. De tijd dat religie en zingeving samenvielen met kerkelijkheid, is inderdaad voorbij. De manier waarop de Kerk doorgaans haar boodschap “verpakt” komt immers wereldvreemd over! Ze spreekt NAAST de mensen. Zo is ze niet meer relevant voor de zoekende EN de gelovige mens van vandaag. Zo voelt die mens van vandaag zich ook niet meer thuis in haar liturgie waarvan de taal niet meer aansluit bij het levens- en geloofsverstaan van vandaag! In plaats van zich in haar liturgie vast te klampen aan haar eigen “Orde van Dienst”, zou de Kerk inderdaad opnieuw moeten leren ZIEN, LUISTEREN en VERSTAAN!!! Nieuwe buitenkerkelijke initiatieven (of aan de rand van de Kerk) luisteren vaak wel naar de noden en het verlangen van mensen EN ze proberen eraan te beantwoorden, in plaats van (zoals de officiële Kerk) te blijven vasthangen in hun eigen gelijk! Misschien moet men dringend opnieuw naar Jezus gaan kijken…

  2. Ik ben al vanaf 1997 bezig op raakvlak kerk en samenleving als rouwpastor. Ik heb vooral te maken met niet-kerkelijke nabestaanden die voor hun overleden dierbare een religieus ritueel willen.

    Door diepgaande en bezielende gesprekken met deze doelgroep ben ik na een tijdje onkerkelijk te zijn geweest me aan het verdiepen in de christelijke geloofstraditie.
    In deze gesprekken gaat het niet over allerlei kerkelijke zaken, Paus, bisschoppen etc maar over vragen over leven na de dood, zo ,ja in welke vorm ? Hoe kom ik na het afscheidsritueel weer in balans met mezelf zonder degene die aan het vuur of aarde hebben toevertrouwd ?

    Ik heb daarom het Landelijk Platform voor Rouw en Spiritualiteit opgericht. Inmiddels werk ik samen met de Monuta-uitvaartverzorging, Humanitas, Stichting Mooi ! ( grootste welzijnsorganisatie in Den Haag ). Helaas wijzen kerken mij af.
    Misschien aandacht ervoor in De Bezieling ?

  3. Zondag 29/07 het kro-geloofsgesprek gevolgd. Interessant, maar aalglad: gespeend van eigen ervaring, zoeken en worstelen! Resultaat: volkomen ongeloofwaardig.
    Zijn statement had de bisschop zeker al 1000 x uitgesproken en taalkundig bijgeslepen. Als een natte lap vloog het mijn kamer binnen, recht naar de prullenbak. Geloofscommunicatie die pakt en beklijft moet men in de ambtskerk nog leren!
    Mensen moeten zich maar aan de kerk aanpassen, en de kerk niet aan de mensen, zo bleek ook nu het uitgangspunt van de academici onder elkaar. Niet “de schapen weiden” dus, maar hapklare brokken voeren en middels overdondering emotioneel dwingen tot ‘hap-slik’. (Beschadigende “zwarte [voeder]pedagogiek” noemden we dat vroeger!) De moderne kerkvader wenste ook een gebedskring in elke parochie. (Omdat het past in de geloofstheorie?) Dus samen voorgeprogrammeerde teksten opdreunen tot men een ons weegt? (Welk positief doel?)
    Bad Jezus wel zoals de ambtskerk bidt? Gaat het bij echt christelijk bidden niet veel meer om ‘n biddende, liefhebbende, verlangende, vertrouwvolle mentale houding doorheen de hele dag, ofwel: leven met én in Christus – G’ds Woord? Waarom niet betrokken, uit eigen ervaring getuigd van spirituele noodzaak en psychologisch voordeel van een biddende levenshouding voor ieder van ons?
    Waarom niet voorgegaan in meditatie en intieme spirituele omgang met G’d, Jezus? ‘Ja maar’, zei X, ‘dan moet die mijter af, en moet men van zijn troon komen.’
    So what?

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*