Home » Columns » Vrijheid
Vrijheid is niet mijn individuele ruimte, maar onze gemeenschappelijke ruimte. ©Nationale Herdenking 2019.
(Foto: Ben Houdijk)

Vrijheid

Vrijheid gaat dieper dan onbelemmerd kunnen zeggen en doen wat je wilt. Vrijheid gaat in de eerst plaats om vertrouwen in de mensen om je heen. Als het erop aankomt gaat vrijheid eerder over het collectief dan over het individu. Vrijheid in christelijke zin draait om vrijmoedigheid: zij stelt ons in staat om zonder angst de ander tegemoet te treden. Vrijheid is niet mijn individuele ruimte, maar onze gemeenschappelijke ruimte. Vrijheid is geen eindpunt, maar beginpunt. Aldus René Grotenhuis.

Door René Grotenhuis

Rond 4 en 5 mei kom je niet om de vraag heen ‘ Wat betekent vrijheid voor jou?’ (zie ook de column van Erik Borgman).  Verslaggevers van bevrijdingsfestivals, dodenherdenkingsbijeenkomsten en het bevrijdingsconcert hebben die vraag altijd paraat. En vrijwel altijd hoor je antwoorden als varianten op hetzelfde thema: dat je kunt zeggen wat je wilt, dat je kunt doen wat je wilt. Veel verder en dieper gaat het niet. Vrijheid is vooral dat we onbegrensd zijn, dat er geen beperkingen zijn waar je last van hebt. Vrijheid wordt dan ook het eindresultaat, wanneer we ons ontworsteld hebben aan de beperkende invloed van anderen, van instituties als familie, kerk, staat, je baas. Het past in onze libertaire en individualistische cultuur.

Geïsoleerd

Ik weet niet of dat het wezen van onvrijheid raakt. In deze dagen wordt veel teruggegrepen op de oorlogservaringen uit de Tweede Wereldoorlog. Ik geloof dat de essentie van bezetting en onderdrukking is dat mensen geïsoleerd worden van elkaar.  Onderdrukking maakt mensen onzeker en angstig, ze weten niet waar ze aan toe zijn, ze weten ook niet wie ze kunnen vertrouwen en wie niet. Mensen leven snel en schichtig langs elkaar heen, wagen zich alleen buiten als het echt nodig is, glippen snel weer hun huis binnen in de veiligheid van hun eigen thuis, waar ze weten wat ze kunnen doen en wie ze kunnen vertrouwen. Het bijzondere van de bevrijdingsdagen van mei 1945 was dat mensen weer in groten getale op straat durfden te komen, de publieke ruimte niet langer als onveilig hoefden te beschouwen, ze durfden weer gezien worden, ze konden elkaar weer aanspreken en omarmen zonder angst.

De verhalen uit Oost-Europa in de jaren zestig en zeventig, de verhalen uit Chili en Argentinië uit dezelfde periode gaan heel vaak over dat isolement, over schuwheid, niet weten wie je kunt vertrouwen.  Dan gaan mensen zich opsluiten in hun eigen kring die ze kunnen vertrouwen, waar ze niet bang hoeven  te zijn voor wat ze zeggen.

Vertrouwen

Vrijheid gaat in de eerste plaats over vertrouwen in mensen om je heen, dat je niet bang hoeft te zijn, dat je in de ruimte om je heen anderen in goed geloof kunt ontmoeten en met hen kunt delen wat je bezig houdt. En natuurlijk betekent het vervolgens dat je in die ruimte die je met anderen deelt, kunt zeggen wat jij op je hart hebt, wat je bezig houdt. Vrijheid gaat, als het erop aan komt, eerder over het collectief dan over het individu.

Zonder angst

In  de christelijke traditie is vrijheid een centraal begrip. We spreken over Christus als onze verlosser, onze  bevrijder, degene die ons heeft vrijgemaakt van zonde en dood. In de christelijke betekenis van verlossing gaat het niet om het opheffen van alle begrenzingen, maar om het loslaten van angst. Paulus zegt het zo: dood en zonde hebben geen macht meer over ons. Ze zijn er nog wel – we zijn  geen onsterfelijke en foutloze mensen – maar ze hebben hun onderdrukkende macht verloren. Vrijheid is in de christelijke traditie eerder vrijmoedigheid dan onbelemmerd zijn: zij stelt ons in staat om zonder angst de ander tegemoet te treden, ons te verbinden met elkaar, een open oor te hebben en in vrijmoedigheid te vertellen wat je op je hart hebt.  Vrijheid is daarom in die christelijke traditie niet het eindpunt wat we kunnen bereiken als we alle belemmeringen hebben opgeruimd, maar het is het beginpunt: we kunnen met een vrijmoedige geest het leven en onze samenleving tegemoet treden.

Vrijheid is niet mijn individuele ruimte, maar onze gemeenschappelijke ruimte. En dat maakt ook dat we in die ruimte alleen kunnen leven als we anderen in het oog houden,  weten wat hen bezig houdt en daar respectvol mee omgaan. Daarom is vrijheid die niet verder gaat dan kunnen ‘zeggen wat je wilt en doen wat je wilt’ uiteindelijk ook armzalige, geïsoleerde vrijheid

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*