Home » Columns » We mopperen en klagen juist te veel

We mopperen en klagen juist te veel

“Mooie column, die van Erik Borgman, maar begrijpen doe ik hem niet”, zegt Ralf Bodelier. “Hoe zit het nu: dromen we nu te veel of te weinig? En: miskennen we collectief de rafelranden? Schuif aan bij een verjaardagspartijtje of neem een biertje in de kroeg om de hoek. Binnen enkele minuten gaat het over weinig anders dan de rafelranden. Zijn we niet te zeer gefixeerd op drama en ellende? Moeten we niet eens ‘uitzoomen’ en oog krijgen voor alle positieve ontwikkelingen die er ook zijn?”

Door Ralf Bodelier

Onze wereld is niet harmonieus en af, maar een plaats met rafelranden, chaotisch en pijnlijk soms. Dat schrijft Erik Borgman in zijn column van 16 maart. Maar zo ervaren we dat volgens Borgman niet. Volgens hem leven wij in de droom van een veilige wereld vol harmonieuze levens. En meer dan dat. We doen er alles aan om deze collectieve droom in stand te houden. Helaas, zo schrijft Borgman, past die droom niet bij onze rommelige en modderige werkelijkheid. Die werkelijkheid wordt niet ondervangen door een omvattende ordening.

Tot zover kan ik Borgman volgen. Maar nu komt het: gelukkig is er in deze chaos een God die ons telkens weer aanspoort en inspireert om door te gaan. Een God die ons bezwangert met blijdschap. Die ons aanmoedigt en die bis roept en we want more.

Erik Borgman heeft zijn column mooi opgeschreven, maar begrijpen doe ik hem niet. Ik lees en herlees de tekst en vraag me af hoe het nu zit. Enerzijds wijst Borgman onze mooie dromen af omdat ze niet aansluiten bij de alledaagse lelijkheid. Anderzijds vertelt hij ons over een God die ons aanmoedigt en met blijdschap zegent. Wanneer dat gebeurt zijn we als een jongetje dat in zijn eentje voetbalt, maar zich gedraagt alsof hij door een heel stadion wordt toegejuicht.

Ik krab achter mijn oren. Wanneer dat jongetje eenzaam voetbalt in een leeg stadion, maar zich toch gedraagt alsof iedereen hem toejuicht, dan leeft het toch ook in een mooie droom? In een droom zoals Borgman die afwijst? Wat is het nu? Moeten we niet elke droom naar het rijk der fabelen verwijzen wanneer die niet aansluit bij een rommelige en niet-harmonieuze wereld? Of geldt dat alleen voor niet-religieuze dromen en vindt Erik Borgman dat we alleen mogen dromen over God?

Verjaardagspartijtje
Het is niet alleen deze redenering waaraan ik blijf haken. Dat doe ik ook bij Borgmans stelling dat we doorlopend geneigd zijn om de wereld als veilig en harmonieus voor te stellen. Ik betwijfel of dat wel klopt. Schuif aan bij een verjaardagspartijtje of neem een biertje in de kroeg om te hoek. Binnen enkele minuten gaat het over weinig anders dan over die rafelranden. Over A die ontslagen is, over B waarvan de auto is gejat, over C waarvan de partner overspel pleegt en over D die kanker heeft.

Of het gaat over E die zo’n slecht werk levert dat hij ontslagen zou moeten worden, over F waarvan je je afvraagt hoe hij aan zo’n dure auto komt, over G die ‘m doorlopend in de buurvrouw hangt en over H die de kanker krijgen kan.

Anders dan Borgman merk ík weinig van zo’n droom van een veilige wereld vol harmonieuze levens. Wat mij betreft zou er wel wat meer gepraat mogen worden over het plezier dat we aan ons werk of onze hobby’s ontlenen, aan de lage criminaliteit in ons land, aan het genot dat onze welvaart ons verschaft of aan het feit we alsmaar ouder worden en langer gezond blijven. En dan hebben we het op die verjaardagsfeestjes alleen nog maar over onze eigen sores of die van onze buren in het bepaald niet onaangename Nederland.

Rijk en welvoorzien
Net als Borgman sta ook ik doorlopend voor zalen en zaaltjes in het land. Daar vertel ik dan verhalen over mondiale ontwikkelingen. Over wereldwijde honger en armoede of over oorlog en terrorisme. En mijn boodschap, die ik onderbouw met een vloed aan cijfers uit wetenschappelijk onderzoek, is overwegend positief. In de afgelopen honderd jaar zijn we er op alle fronten enorm op vooruit gegaan.

In 1914 was bijna 80 procent van de bevolking onderworpen aan honger of ondervoeding. Nu is dat wereldwijd nog maar 15 procent. De oorlog in Syrië is een ramp, een drama en een grof schandaal. Maar de 150 duizend doden die de afgelopen drie jaar vielen, werden in de loopgraven van 1914 soms al in één ochtend gehaald. Moest in 1964 nog de hélft van de wereldbevolking het doen van minder dan een dollar per dag, vandaag is die groep geslonken tot één op de acht.

We leven nog lang niet in het paradijs, maar vanuit een historisch perspectief leven vijf op de zeven wereldburgers in een zeldzaam vredelievende, rijke en welvoorziene werkelijkheid.

Gefixeerd op drama
De zalen en zaaltjes horen het argwanend en vol misprijzen aan. Het kán niet waar zijn wat die Bodelier daar staat te vertellen. Dagelijkse beelden uit Syrië of de Centraal Afrikaanse Republiek spreken toch heldere taal? We horen toch dat er hongersnood heerst in de Centraal Afrikaanse Republiek? Het was toch op het journaal dat zelfs de armoede in Nederland hand over hand toeneemt?

Ik begrijp deze twijfels, want ook ik lees de krant en kijk televisie. Maar wanneer je even uitzoomt van wat de media ons voorschotelen, dan valt er een heel ander verhaal te vertellen. Blijkbaar zijn we zo gefixeerd op drama en ellende dat we simpelweg niet meer zien wat zich onder onze ogen afspeelt.

Zeker. Onze wereld is niet harmonieus en af. Vooralsnog blijft ze nog wel een plaats met pijnlijke en chaotische rafelranden. Tegelijkertijd gaan we er met zijn allen zo snel op vooruit dat je je soms even in je wangen moet knijpen om te controleren of je niet droomt.

Lees ook de column van Erik Borgman: Nog een keer.

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*