Home » Credo » “Weten dat God tot in het uur van de dood aanwezig is, kan een troost zijn.”

Illustratie Jedi Noordegraaf

“Weten dat God tot in het uur van de dood aanwezig is, kan een troost zijn.”

Het laatste artikel van de christelijke geloofsbelijdenis is misschien wel het moeilijkste: geloven in ‘het eeuwige leven’. Mensen denken over eeuwigheid als een vorm van onsterfelijkheid. Maar die vallen volgens theologe Maaike de Haardt niet samen. “Eeuwigheid is een kwaliteitswoord, geen aanduiding van plaats of tijd.” Laatste aflevering in een reeks van twaalf gesprekken over het credo, oorspronkelijk verschenen in het magazine Volzin.

Door Willem van der Meiden

Sommige religiewetenschappers menen dat het populaire religieuze antwoord op de dood, te weten: de ontkenning van eindigheid in de vorm van een perspectief op eeuwigheid, onsterfelijkheid of leven na de dood, het meest kenmerkende van religie is. (…) Ook in de christelijke traditie speelt de overtuiging dat het leven met de dood niet ophoudt een grote rol. Sterker nog, het leven na de dood is het ware leven, zo leerde ik als kind. Daar, in het hiernamaals en voor eeuwig bij God, ligt de uiteindelijke bestemming van de mens.”

In haar boek over alledaagse religie, Raam op het zuiden (2013), laat theologe Maaike de Haardt zien dat deze religieuze focus op de eeuwigheid wat haar betreft het besef van (goddelijke) aanwezigheid, van een sense of presence, in de weg staat. Het thema ‘eeuwigheid en sterfelijkheid’ houdt haar al bezig sinds ze werkte aan haar proefschrift, Dichter bij de dood uit 1993. Maaike de Haardt (61) is sinds 1999 hoogleraar Religie en gender op de Catharina Halkes-leerstoel aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. Haar wetenschappelijke belangstelling geldt vooral hedendaagse cultuur en religie.

Hebben aloude teksten als die van het credo u vandaag de dag nog iets te zeggen?

“De geloofsbelijdenis was een vast onderdeel van de mis en vooral het gezongen credo vind ik nog steeds prachtig. Ik kom uit Nijmegen en ben rooms-katholiek opgevoed. Je wist als kind niet wat die tekst betekende, maar de kracht van de vorm, het opstaan en knielen, de melodie maakten op mij een onuitwisbare indruk. Klankkleur, sfeer, cadans maak je je in je lichaam eigen en zijn vaak belangrijker dan de inhoud. Betekenis kan ook in je lichaam zitten. Ik liet aan het begin van een college over het credo eens de gezongen versie horen. Het raakte geen enkele snaar bij de studenten. Hun generatie is volstrekt anders opgegroeid dan die van mij, dan valt het kwartje niet.”

En hebben die woorden, die al eeuwenlang worden herhaald, nog betekenis?

“Het is toch mooi om oude woorden te blijven uitspreken? Dat doen we ook met de evangelieteksten. Het wordt pas problematisch als je jouw benadering beschouwt als de enige manier om ze uit te leggen of als je het credo beschouwt als de enige manier om de inhoud van het christendom uit te spreken. De tekst van het credo was al omstreden toen hij werd opgesteld en elke generatie is bezig hem opnieuw uit te leggen in de context van haar eigen tijd. Het is uitdagend om erover door te denken. De woorden hebben natuurlijk ook mensen kwaad aangedaan. Ze hebben ze soms louter in negatieve zin onthouden. Zoals een dementerende vriendin mij vroeg of die ziekte haar eigen schuld was, een straf voor haar zonden. Zo was zij gesocialiseerd. Dan kunnen zulke oude woorden mensen kapotmaken.”

Waar kwam uw belangstelling voor sterven en onsterfelijkheid vandaan toen u zich in de jaren negentig daarin ging verdiepen?

“Ik vond het steeds merkwaardiger dat er in de theologie zoveel over een leven na de dood werd gesproken en zo weinig over de dood zelf. We gaan allemaal dood, het is niet anders. Waarom vinden theologen en filosofen sterfelijkheid dan zo’n probleem? In het Oude Testament is onsterfelijkheid een thema dat pas heel laat opduikt. De indertijd populaire theoloog Jacques Pohier schreef over de merkwaardige opvatting van de dood als toegangsbewijs voor het hiernamaals en stelde dat die gedachte afleidt van de betekenis van het leven hier en nu.

De feministische kritiek paste daar goed bij. De belofte van een leven na de dood heeft lang als doekje voor het bloeden of als zoethoudertje gefunctioneerd. Bestaand onrecht is ermee verdoezeld. Dat gerechtigheid pas in het eeuwige leven zal worden gerealiseerd, heeft veel maatschappelijk verzet al in de kiem gesmoord. Dat mensen moeten sterven, dat de dood bij het leven hoort, wordt in bijna al het denken over leven na de dood genegeerd of zelfs opgeheven. Sterven en dood worden opgevat als een fundamenteel tekort, als een falen dat eigenlijk niet zou mogen bestaan. Waarmee sterven en dood theologisch in het domein van schaamte, schuld en verlegenheid worden getrokken.”

Wat is er specifiek feministisch aan deze kritiek?

“Zonde, het leven hier en nu en de eindigheid ervan, lichamelijkheid en zwakte worden vaak als vrouwelijk gecodeerd, de ziel, het eeuwige leven en onsterfelijkheid als mannelijk. De Amerikaanse theologe Rosemary Radford Ruether schreef enkele decennia geleden al dat het joodse, messiaanse en binnenwereldlijke verlangen naar een betere en andere wereld op een ingewikkelde manier verward is geraakt met een eerder Griekse onsterfelijkheidsgedachte.

De dood, sterfelijkheid en eindigheid ontkennen of willen opheffen, draagt niet bij aan een waardering van het leven hier en nu of aan de verbetering ervan. De feministische theologen namen daarom afstand van de gedachte van onsterfelijkheid en spraken over de dood als louter natuurlijk, hoewel een gewelddadige dood natuurlijk bestreden moest worden. Ik vond dat te simpel, alsof ‘natuurlijk’ sterven zo vanzelfsprekend of onproblematisch zou zijn.

Maar hoe is het dan wel met de dood? Waarom is het zo ingewikkeld met die eindigheid? In de klassieke koppeling van dood en zonde – dood als straf voor de zonde – zijn God en het sterfelijk lichaam uit elkaar getrokken. Dan sluit de dood als ultiem teken van zonde de aanwezigheid van de eeuwige God uit. Dan kan God nooit bij de stervenden aanwezig zijn.

Die overtuiging was sterk en klinkt ook door in de post-holocausttheologie, waar wordt gesproken over de afwezigheid van God in de vernietigingskampen. Maar daarmee zeg je eigenlijk dat de slachtoffers in hun lijden van goddelijke aanwezigheid verstoken zouden zijn geweest. Dat druist in tegen alles waar volgens mij de christelijke traditie voor staat en waarvan ook de Psalmen getuigen. Als geloven iets betekent, heeft dat voor mij met de affirmatie, de aanvaarding van leven te maken, tot in de dood. Weten, voelen, ervaren dat God tot in het uur van de dood aanwezig is, kan dan een mogelijke troost zijn.”

Zit veel theologie er dan naast door zich zo nadrukkelijk met een leven na de dood bezig te houden?

“Wel als de theologie die gedachte tot het centrum van haar denken maakt. Er valt over een leven na de dood vanuit de theologie niets concreets te zeggen. Je staat met lege handen en daar moet je tevreden mee zijn. Mensen denken over eeuwigheid als een vorm van onsterfelijkheid. Maar die vallen voor mij niet samen. Je kunt je verbonden weten in het vertrouwen dat God, die niet voor niets ook de Eeuwige genoemd wordt, ons ook na de dood niet loslaat, dat we opgenomen worden in Gods eeuwigheid. Het is hier dat wel allerlei beelden van een hiernamaals – beelden van continuïteit van leven zeg ik liever – van hoop op die continuïteit, zich hebben ontwikkeld. En daar is niets mis mee, het zijn uitdrukkingen van geloof, maar het blijven beelden.

Eeuwigheid is een kwaliteitswoord, geen aanduiding van plaats of tijd. Het is een dimensie van het bestaan en die dimensie kunnen mensen in het hier en nu ervaren. Bij het sterven verdicht het leven zich. De kwaliteit van het leven vóór de dood is in het sterven betrokken en die relatie houdt stand, ook na de dood.

Ik heb het graag over ‘sporen van eeuwigheid’, die op veel verschillende momenten in het leven te ervaren zijn, niet alleen rond de dood. Al die momenten, sporen van eeuwigheid, zijn eindig. Voor mij is eeuwig leven ook een cultuurkritisch begrip, een beeld. Je kunt uit het beeld de hoop putten dat het anders kan, hier en nu. Als protest tegen het feit dat mensen gedood worden, omdat wij mensen kwetsbaar en daarmee ook te doden zijn. Dat is iets anders dan dat we sterfelijk zijn. Als eeuwigheid te maken heeft met een kwaliteit van zijn, al dan niet met God verbonden, dan gaat er een appel van uit om te streven naar de realisering van die kwaliteit van leven. Het beeld van een eeuwig leven is er een van continuïteit, een beeld van hoop dat er in deze wereld gerechtigheid zal zijn.”

Als ik dit hoor, moet ik denken aan die posters voor de bestrijding van de spierziekte ALS, met portretten van overleden mensen, waarop staat: ‘als u dit leest, ben ik al overleden’. Is dat een voorbeeld van zulke beelden van hoop?

“Ja, die beelden stellen de doden present. Zoals de Dwaze Moeders hun vermiste en dode kinderen blijvend herdenken in Buenos Aires. Of zoals tijdens een herdenkingsbijeenkomst van de vele doden die vielen in de strijd in Nicaragua gebeurde. De naam werd genoemd, gevold door de uitroep presente!, aanwezig. Protest en troost tegelijk. Zoals dat ook gebeurde bij de herdenking van de doden bij de ramp met de MH17. Het is een krachtig beeld van een aanklacht tegen het geweld én het aanwezig stellen van de doden, van verbondenheid en relaties die met de dood niet afgelopen zijn.

Het is troostrijk dat je naam niet wordt vergeten. Die ‘eeuwigheid’ heeft niets met fysica te maken en is door en door bijbels. Het getuigt van een basisvertrouwen in mensen en in God. Dat de naam van mensen in de handpalm van God of in het boek des levens staat opgeschreven: dat zijn mooie bijbelse beelden, zo concreet ook en weinig abstract: present! In de theologie wordt scheiding aangebracht tussen transcendentie en immanentie, tussen een de werkelijkheid overstijgende en een in de werkelijkheid aanwezige God. Daar breekt dit besef doorheen. Het is de kunst om al die noties van eindigheid vast te houden zonder ze te diskwalificeren. Daar hebben we in dit leven onder andere die sporen van eeuwigheid voor.”

Wat zou iemand aan deze beelden hebben die op de drempel van de dood staat? Iemand die misschien wel bang is om te sterven?

“Ik ben na zoveel jaren nog altijd erg onder de indruk van een boek van de Amerikaanse May Sarton, die in 1995 aan borstkanker overleed. Zij schreef over ziekte en sterven A reckoning, in het Nederlands in 1986 uitgekomen als Terugblik. Sarton vertelt daarin het verhaal van Laura, die hoort dat ze terminale longkanker heeft en geleidelijk aan leert leven met haar zieke en sterfelijke lichaam. Ze beschrijft gedetailleerd het proces van verval, angst, afscheid en terugblikken.

Traditionele christelijke concepten van dood, onsterfelijkheid of hiernamaals ontbreken in het boek. Het gaat over Laura en haar zieke lijf en de langzame acceptatie dat een sense of presence haar naar het einde draagt. En die aanwezigheid helpt haar om te besluiten er niet alleen voor te willen staan en de ander in haar stervensproces te betrekken.

Je tot anderen verhouden betekent voor haar niet je autonomie verliezen, maar een groter zelf vinden, een andere verbondenheid. Voor Laura betekent deze ervaring dat ze deel uitmaakt van een grotere werkelijkheid. Sarton schrijft: ‘Het was de voorbode van iets groters, iets waarover ze nog niet kon nadenken.’ Sartons boek laat voor mij de kracht van literatuur zien. Voor mij kunnen literatuur en theologie veel voor elkaar betekenen. Zeker wanneer je nadenkt over eindigheid en eeuwigheid.”

Bron: Volzin

 

Geloofsbelijdenis

1. Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde;

2. en in Jezus Christus, zijn enig Zoon, onze Heer,

3. die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria,

4. die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven, en begraven,

5. die is neergedaald in de hel, op de derde dag opgestaan van de doden,

6. opgevaren naar de hemel en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader,

7. vanwaar Hij zal komen om te oordelen de levenden en de doden;

8. Ik geloof in de Heilige Geest,

9. de heilige katholieke kerk, de gemeenschap der heiligen,

10. de vergeving van zonden,

11. de wederopstanding des vleses,

12. en het eeuwige leven.

 

Lees ook andere afleveringen uit de serie over de geloofsbelijdenis.

 

Verwante artikelen:

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*