Home » Essay » Wie Jezus volgt, kan niet in oorlog zijn
Christus Koning

Wie Jezus volgt, kan niet in oorlog zijn

Vorige week preekte Erik Borgman over het koningschap van Christus (naar aanleiding van het kerkelijk hoogfeest van ‘Christus Koning van het Heelal’, 22 november). Wat is dat voor een koningschap? En wat is dat voor een macht die aan deze ‘Koning van het Heelal’ toekomt? Vreemd genoeg is dat geen overtreffende trap van de macht die wij in de wereld zien. Eerder gaat het om iets onweerstaanbaars dat voorbij de logica van het wapengekletter ligt. De ongehoorde macht om niet te vluchten, noch te vechten, maar om trouw te blijven aan ‘het ware licht dat elke mens verlicht’.

Door Erik Borgman

We zijn in oorlog met IS, zei de Franse president François Hollande na de aanslagen in Parijs. We zijn in oorlog met IS, zei de Nederlandse minister-president Marc Rutte hem vervolgens na, en hij zei er voorzichtigheidshalve bij: en niet met de islam, niet met de moslims, niet met het Midden-Oosten. Maar vandaag horen wij, zo geloof ik, dat zij ongelijk hebben. Wij zijn niet in oorlog. Wij krijgen te verstaan dat degenen die naar de Gezalfde Jezus kijken als ze zoeken naar hun positie in het leven, niet volledig in oorlog kunnen zijn. Natuurlijk kunnen we wel in de oorlog zijn, kan de oorlog rondom en zelfs in ons wel woeden, kunnen de gevaren van de oorlog ons concreet bedreigen. Sterker, dat zouden we ons misschien iets scherper moeten realiseren: dat de wereld waarin mensen willekeurig geweld plegen en mensen sterven door terreur, de wereld waar mensen gefnuikt worden door onderdrukking en uitsluiting en zo woedend worden dat ze naar de wapens grijpen en bereid zijn zichzelf op te blazen, dat dit niet de wereld is van daar en hen, maar van ons en van hier. Als er oorlog is dan zijn we in de oorlog en is de oorlog in ons. Maar dat is iets anders dan dat wij in oorlog zouden zijn. Over dat verschil gaat het steekspel van Pilatus en Jezus in het evangelie van vandaag.

Macht­

Pilatus denkt dat hij voortdurend in oorlog is en probeert Jezus tot een partij te maken in die oorlog: machten strijdend tegenover elkaar. Jezus weigert deze framing, ontsnapt aan het beeld dat hem wordt opgelegd. En dat maakt hem tot koning ook al heeft Hij geen enkele macht. In het volgende hoofdstuk van het Johannesevangelie zal Jezus Pilatus de betrekkelijkheid van elke macht in deze wereld duidelijk maken. Macht wordt altijd ‘van boven’ gegeven, zegt Hij (vgl. Johannes 19,11) en daarom maakt macht je juist machteloos. Machthebbers geloven macht uit te oefenen, maar zij zijn voortdurend bezig hun macht te behouden. Zij zijn slaaf van de macht waarvan zij zelf, en velen van hun ondergeschikten, geloven dat zij die hebben. Uiteindelijk echter heeft deze macht – de begeerte naar macht, de strijd om de macht, de inzet de macht te behouden – uiteindelijk heeft deze macht hen en bepaalt heel hun doen en laten. Pilatus is bij Johannes het prototype van een bestuurder, en dat wil zeggen dat hij voortdurend de speelbal is van de macht: van het volk dat hij onder controle moet houden, van de Joodse leiders die hij met het oog hierop te vriend moet te houden, van de keizer aan wie hij zo zijn waarde moet bewijzen. In de taal van het Johannesevangelie: de macht van Pilatus is van deze wereld.­

De wankelmoedigheid van mensen als Pilatus staat bij Johannes nadrukkelijk in contrast met de stevigheid van Jezus. Tot twee keer toe zegt Hij soeverein ‘ik ben het’ als de soldaten van zijn tegenstanders hem willen arresteren (Johannes 18,5-7): het doorbreekt de logica van het machtige wapengekletter waarmee een angstig wegvluchtend slachtoffer wordt opgebracht. Degenen die Jezus ‘voorzien van fakkels, lantaarns en wapens’ (vers 3) zijn komen zoeken, deinzen terug en vallen om (vers 6). De strijd om de macht die Petrus vervolgens met het zwaard wil aangaan, smoort Jezus in de kiem: ‘Steek dat zwaard in de schede; zou Ik de beker die mijn Vader Mij gegeven heeft, niet drinken?’ (vers 11). Tegen Pilatus vat Jezus dit allemaal samen met: ‘Mijn koningschap is niet van deze wereld. Als mijn koningschap van deze wereld was, zouden mijn dienaars er wel voor gevochten hebben’ (vers 36).­

Waarheid

Er niet voor vechten, dat hoort dus bij de eigenheid van Jezus’ koningschap. Daarom aarzelt Jezus zo om zich koning te laten noemen. Als Pilatus vraagt of Jezus koning is, ziet hij koningschap direct in het verlengde van zijn eigen macht als landvoogd. Een koning is voor Pilatus iemand die macht heeft, macht om een bepaalde groep mensen in een bepaald deel van de wereld te laten doen wat hij wil. Pilatus vraagt Jezus of Hij in deze zin koning van de Joden is. Dan kan hij hem aan, want de Joden zijn verslagen, hun land is bezet en hij is aangesteld om er de orde te handhaven. Maar Jezus’ koningschap berust op datgene waar Pilatus geen aandacht voor heeft en al helemaal geen vertrouwen in heeft: waarheid. Waarheid, dat is wat Jezus te brengen heeft volgens het Johannesevangelie. De wet is er gekomen dankzij Mozes, heet het in het gedicht dat dit evangelie opent, maar genade en waarheid zijn onder ons dankzij de Gezalfde Jezus (Johannes 1,17). Deze genadige en liefdevolle waarheid, die kent Pilatus, als iemand wiens koningschap wel van deze wereld is, niet. Deze waarheid kan hij niet kennen.­

‘Wat is waarheid’, vraagt Pilatus expliciet. Hij vraagt zich hiermee niet filosofisch af of er wel zoiets als waarheid bestaat. Als iemand die van de macht leeft en zijn macht in de wereld zoals deze is wil behouden, kan hij niet anders dan uitgaan van het principe dat niet de waarheid, maar de macht over het recht beslist. Dit lijkt hem te verlossen van de verplichting zich van wat dan ook maar iets aan te trekken, hij kan immers doen wat hem goeddunkt. Maar het zorgt ervoor dat hij hopeloos gevangen blijft in het web van strategieën en intriges die de strijd om de macht uitmaken. Wie daarentegen Jezus’ leerling wordt, zal de trouwe waarheid die Hij belichaamt leren kennen. Deze waarheid zal haar of hem vrij maken, zoals zij Jezus vrij maakt (vgl. Johannes 8,31-32). Want Jezus heerst niet met behulp van macht, maar regeert in genade en waarheid, in liefde en trouw.­

Deze waarheid, deze liefde en deze trouw roepen en houden alles in het bestaan, zij zijn in de taal van het Johannesevangelie ‘het ware licht dat elke mens verlicht’ (Johannes 1,9). Daarom is Jezus niet de koning van één volk met een koningschap dat hoort bij deze wereld van strijd om de macht en waarbij het leven van de één zich doorzet ten koste van het leven van anderen. Van deze wereld is Jezus koningschap niet en degenen die in hem als hun koning zien kunnen dankzij hem ook niet langer van deze wereld zijn: ‘Dit is mijn gebod’, zegt Hij elders, ‘dat jullie elkaar liefhebben, zoals Ik jullie heb liefgehad’ (Johannes 15,12). Wie dit gebod onderhoudt, erkent en eert Jezus’ koningschap.­

Ziende blind

François Hollande, Marc Rutte en al die andere westerse leiders die vandaag de dag zeggen dat wij in oorlog zijn, die suggereren dat dit ons overkomt. De oorlog wordt ons aangedaan, geweld is overal en daarom kunnen we niet anders dan ons in dit geweld voegen. Als zij ons dit aandoen hebben wij geen andere keuze dan terug te slaan. Zo maken wij onszelf ziende blind en horende doof. Blind voor onze eigen rol en doof voor wat die Syrische bisschop al enige tijd geleden aan zijn Britse ambtsgenoten liet weten: het gaat niet aan enerzijds te verkondigen dat de vluchtelingen uit Syrië in Groot-Brittannië welkom geheten moeten worden en anderzijds na te laten van de Britse regering te eisen dat zij de bombardementen stoppen die de oorlog verder opdrijven en mensen dwingen te vluchten. Doof voor het geweld en de angst in onze eigen woorden en blind voor wat zich verbergt achter de zogeheten ‘vluchtelingenstromen’, ‘in goede banen leiden’, ‘sobere opvang’ en ‘versterkte grensbewaking’. Blind voor wat er een dag voor Parijs in Beiroet gebeurde, doof voor wat er een week later in Mali plaatsvond en in grote delen van het Midden-Oosten en Afrika al heel lang schering en inslag is. Doof voor de verschrikkelijke dingen die tegenwoordig onder ons zomaar gezegd en geroepen worden, blind voor wat er op internet verschijnt. Doof voor de verhalen van de opbouw van gemeenschap die er dankzij taaie inspanning van heel veel kanten ook zijn in het Brusselse Molenbeek. Blind voor de beelden uit het Koerdische Rojava, waar vlak bij het front in Syrië wordt gebouwd aan een samenleving van gemeenschap en gelijkwaardigheid. Doof voor wat er van ons gevraagd wordt, blind voor wat ons wordt gegeven. Kortom: doof en blind voor de waarheid.

In de wereld­

Christengelovigen hebben te gaan in het spoor dat Jezus getrokken heeft en die we in het Johannesevangelie horen zeggen: ‘Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen: om getuigenis af te leggen van de waarheid’ – en van het recht dat op deze waarheid gebaseerd is, de genade en de trouw die erin aan het licht komen, de liefde die ons erin draagt. ‘Ziehier de mens’, zegt Pilatus als hij Jezus heeft laten geselen en Jezus bloedend en letterlijk en figuurlijk kapot voor de menigte staat (Johannes 19,5): ik kan met jullie doen wat mij goeddunkt als mijn macht bedreigd wordt, en denk maar niet dat ik zal aarzelen om het ook werkelijk te doen. De geschiedenis bewijst nog elke dag zijn gelijk en Jezus’ koningschap bestaat te midden van deze bedreiging, te midden van het geweld en de ondergang. Niet als kracht die zich ertegen verzet – dan zou het stiekem toch van deze wereld zijn – maar die zich in deze wereld verbergt. Zoals in graankorrels die zijn uitgezaaid in de akker, zich graan en brood en leven verbergen (vgl. Johannes 12,24).­

Zo is zijn heerschappij ‘een eeuwige heerschappij die nooit vergaat, zijn koninkrijk gaat nooit te gronde’, zoals de profeet Daniël het zegt (Daniël 7,14) en is God in hem ‘de alfa en de omega, Hij die is en die was en die komt, de Albeheerser’, zoals we in de Openbaring van Johannes hoorden (Openbaring 1,8). De ruimte die Hij zo vrijmaakt maakt het mogelijk dat ook wij niet langer van deze wereld zijn, maar van de wereld die zich in hem – en dankzij hem overal – aankondigt en waar Hij in alle zichtbaarheid en openbaarheid koning zal zijn.­ – Dat het zo mag zijn.

 

Preek van Erik Borgman, gehouden op 22 november 2015 in de Dominicuskerk in Utrecht, op basis van Bijbellezing: Daniël 7, 3-14, Psalm 93, Openbaring 1, 5-8, Johannes 18, 33b-38. 

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*