Home » Columns » Wie zijn leven verliest, zal het redden
Zacheüs klimt in een boom om Jezus te zien.

Wie zijn leven verliest, zal het redden

Duidelijkheid en begrijpelijkheid is voor Erik Borgman niet het hoogste criterium bij zijn publieke optreden.  We moeten niet te snel een knieval doen voor het direct toegankelijke. ‘Wie zijn leven verliest, die zal het vinden’, is ook niet meteen een duidelijke uitspraak, maar wel diepzinnig. “Juist in wat wij als samenleving en cultuur niet begrijpen, gaat het antwoord op onze problemen schuil.”

Door Erik Borgman

Een keus is het eigenlijk niet. Als je het op een typische theologenmanier een beetje verheven wil zeggen, dan is het eerder zo dat het mij gekozen heeft: de weigering om toegankelijkheid en begrijpelijkheid als een centraal criterium te hanteren bij mijn openbaar optreden. Dat geldt ook voor mijn bijdragen op deze website – lezer, u bent dus gewaarschuwd!

Wat wij niet begrijpen

Ik zou bijna zeggen dat wij als theologen en mensen van de kerk weer onbegrijpelijk moeten durven zijn, maar ik geef toe, dat is over the top. Laat ik dus op een meer bezonnen manier zeggen: juist in wat wij als samenleving en cultuur niet begrijpen, gaat het antwoord op onze problemen schuil.

Bij de voorbereiding van een lezing die ik op 14 september hield bij gelegenheid van het zogenoemde Prinsjesdagontbijt – de tekst staat elders op deze website – stuitte ik hier weer eens op. Ik kon niet anders dan datgene zeggen wat minstens moeilijk te verteren zou zijn voor mijn publiek en misschien zelfs wel onbegrijpelijk.

Het lijkt gemakkelijk pedant, maar het is echt zo: ik heb mijn best gedaan met een andere boodschap te komen. Het is veel gemakkelijker om tegen mensen te zeggen dat ze al goed werk doen, maar dat ze de waarden die ze zelf eigenlijk al onderschrijven nog een beetje meer moeten laten meewegen in hun concrete handelen.

Maar ik kwam er niet onderuit. Ik moest een zaal vol politici en bestuurders aanzeggen: “Wie zijn politieke en bestuurlijke leven verliest omwille van het evangelie, die zal het redden.” Ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat toen ik het podium beklom even het rituele vraag-en-antwoordspel door mijn hoofd ging dat in dominicaanse kring klinkt wanneer iemand geprofest wordt. “Wat verlang je?” “Gods barmhartigheid en die van jullie.”

Kostbaar

Verschillende mensen die mijn prinsjesdagtekst achteraf lazen, vroegen naar de reacties van het publiek. Daar zat denk ik mede de vraag onder: konden de toehoorders er iets mee? Mijn korte antwoord op die vraag is: weinig, denk ik, maar de meesten begrepen wel het probleem dat ik aan de orde stelde: als het excessieve lijden van mensen geen grens meer is bij wat wij in politiek en bestuur nog acceptabel vinden, op basis waarvan en met het oog waarop besturen wij dan?!

Zeggen dat je je inzet voor waarden en normen is mooi en geeft je bestuurlijk handelen richting. Maar het is toch echt nog iets anders dan: “Kostbaar is in het oog van de Heer het sterven van zijn getrouwen” (Psalm 116,15). Maar volgens de psalmen regeert de waarachtige koning – de echte politicus, de ware bestuurder – vanuit dit goddelijk inzicht:

De arme die steun vraagt zal hij bevrijden,
de ongelukkige zonder hulp.
Hij zal zich ontfermen over misdeelden,
de zwakken schenkt hij weer levensmoed.
Van onrecht en druk zal hij hen verlossen,
hun bloed is kostbaar voor hem

(Psalm 72,12-14).

Dit is wat in theologisch jargon ‘de voorkeursoptie voor de armen’ heet.

Wie niet gezien worden

In het evangelie identificeert Jezus zich met de armen die vaak helemaal niet gezien worden (Matteüs 25,40) en de vraag of en in hoeverre wij ons maatschappelijk en cultureel gesproken het zien van en het opkomen voor hen wel kunnen permitteren, is vanuit zijn perspectief buiten de orde. Alleen een samenleving die actief op zoek is naar wat zij buiten het gezichtsveld duwt en daarom gedachteloos onderdrukt en uitbuit, en die zich vanuit wat dan zichtbaar wordt opnieuw laat bepalen, verdient onze inzet en toewijding.

Natuurlijk kunnen we niet veel met zo’n uitspraak binnen de kaders van de samenleving zoals die is. Maar de uitspraak relativeert en doorbreekt deze kaders en dat is precies het belang ervan.

Overigens besef ik ten volle dat wat ik over politici en bestuurders zei, ook geldt voor mensen die, zoals ik, aan de universiteit werken. Het geldt bij uitstek voor theologen aan de universiteit: wie zijn academische leven verliest omwille van het evangelie, die zal het redden. Dit betekent voor de theologie volgens mij in ieder geval dat zij ophoudt met zich steeds maar aan te passen aan wat de moderne samenleving denkt nodig te hebben en wat voor deze samenleving aanvaardbaar is, zodat zij, de theologie, in ieder geval nog getolereerd wordt.

Zacheüs

Kort gelden werd ik in heel ander verband op onverwachte wijze getroffen door het bekende verhaal van Jezus en Zacheüs (Lucas 19,1-10). Zacheüs, oppertollenaar in Jericho, klimt in een boom om Jezus te zien langskomen, maar Jezus spreekt hem aan en nodigt zich bij Zacheüs thuis uit. Zacheüs reageert hierop met de helft van zijn bezit weg te geven en te beloven de mensen die hij gedwongen heeft teveel belasting te betalen, dat viervoudig te vergoeden.

Misschien moeten we de academische nieuwsgierigheid naar waarheid en inzicht wel zien als Zacheüs in de boom. De plaats van de theologie aan de universiteit is dan het effect van het feit dat Jezus deze nieuwsgierigheid aanspreekt: “Vandaag moet ik in jouw huis verblijven.”

De mensen zijn verontwaardigd dat Jezus bij Zacheüs zijn toevlucht zoekt en bij hem de nacht wil doorbrengen. Onlogisch is dat niet: het is een rijke met macht en een steunpilaar van de bezetter. Iets vergelijkbaars geldt voor wat er op dit moment aan de universiteit gebeurt. De kinderen van degenen die goed af zijn in de hedendaagse samenleving worden zo opgeleid dat zij in te toekomst ook goed af zullen zijn. Er wordt onderzoek gedaan dat eraan bijdraagt dat onrechtvaardige verhoudingen blijven voortbestaan en worden gerechtvaardigd.

Oproep tot verandering

Maar doordat Zacheüs Jezus toelaat in zijn huis, wordt hij omgevormd. Hij verzoent zich met God, herstelt de schade die hij heeft berokkend en wordt zo weer een waarachtige ‘zoon van Abraham’, dat wil zeggen iemand wiens leven bepaald wordt door Gods belofte van een ongekend vervuld leven. Zo moet de theologie aan de universiteit oproepen tot verandering en hierbij zelf het voortouw nemen.

Wat dit impliceert ben ik nu aan het verkennen. Het resultaat hoop ik te laten horen tijdens een lezing op het symposium  voorafgaand aan de nacht van de theologie, zaterdag 27 oktober.

 

Print Friendly, PDF & Email

2 reacties

  1. Hoi Erik
    Bedankt voor je schrijven. De tekening van Kees de Kort is een prachtige blikvanger. Ik weet niet wie de keuze daarvoor heeft gemaakt: jij of de redactie. Misschien heb ik eroverheen gelezen maar ik zie de naam van de kunstenaar niet terug in het schermpje van mijn telefoon.
    bronvermelding was mooi geweest.
    Kees de Kort uit de serie ‘Wat de bijbel ons vertelt’ of uit de ‘Kijkbijbel’, Nederlands Bijbelgenootschap. Vanaf 1965 en nog steeds in druk, verspreid in meer landen dan Nijntje.
    Dat wilde ik even kwijt
    Hartelijke groet
    Ankie Knijnenburg
    Voormalig uitgever bij het NBG

  2. “Wie er maar in zou slagen die grondige kennis van zijn eigen ‘niets-zijn’ te bereiken, hij had de naaste, kortste, rechtste en zekerste weg gevonden naar de hoogste en diepste waarheid ( ) Jammer genoeg wil niemand die weg inslaan ( ) Werkelijk: we zijn, willen en wilden steeds ‘iets’ zijn, altijd ‘iemand’ in de ogen van een ander ( ) de mens valt het lichter tien andere dingen te doen dan zichzelf éénmaal grondig los te laten. En daar komt alle strijd vandaan, alle ellende. ( ) Daarom vinden we geen vrede, noch van binnen noch om ons heen; alleen daaraan moeten we alles wijten waarin we tegenover God en de mensen te kort schieten ( ) Och, ‘niets-zijn’: dat zou – hoe dan ook, en overal – echte, volle, wezenlijke, eeuwige vrede betekenen met alle mensen; het zou het zaligste zijn, het zekerste, het edelste wat deze wereld heeft. En toch wil niemand er moeite voor doen ( ) Zolang jou dat allerlaatste pondje echte overgave om zover te komen, ontbreekt, zal God je eeuwig vér blijven. De diepste en hoogste zaligheid zul je niet ervaren in tijd en eeuwigheid ( ) ‘Ik ben niets’ moet een feit worden ( ) je moet het met inspanning ( ) verwerven. ( ) Wat niets kost, is niets waard. ( ) Keer in tot jezelf en zie hoe ver je nog af bent van het beeld van onze Heer Jezus Christus.”
    Uit preek nr.77 van Johan Tauler o.p. (ca.1300-1361) [G. Hoffmann. ‘Johannes Tauler. Predigten’. Vert. J. Brouwer. Em. Jungclaussen. ‘De innerlijke grond.’ Uitg. Gottmer, Haarlem,…

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*