Zalig

Paulien van Bohemen is geestelijk verzorger in een verpleeghuis. Ze tekent scènes op uit het dagelijks leven aldaar. “Ik denk, dat ik te vondeling ben gelegd.”

Door Paulien van Bohemen

“Ik weet niet waar ik vandaan kom. En vraag me al helemaal niet waar ik nu ben.” Ze zit op haar rollator, naast de nooduitgang van de afdeling. Met haar rechtervoet beweegt ze zichzelf steeds kleine beetjes voor- en achteruit. “Het is hier in ieder geval droog en warm. Zou dit een opvanghuis zijn? Ik voel me net een zwerver. Ik heb vreselijke honger, ik moet iets te eten schooien, anders ga ik dood.” Ze wrijft over haar buik.

“Zuster, weet u toevallig iets over mij? Ik kom denk ik ergens uit Nederland. Maar uit welke plaats precies? Geen idee. Heb ik trouwens familie? Volgens mij heb ik niemand. Ik denk, dat ik te vondeling ben gelegd.” Ze kijkt verschrikt. “Welke ouder doet nou zoiets? Heb ik eigenlijk broers of zussen? Of hebben mijn vader en moeder die ook weggedaan? Dat denk ik, ja. Ik voel me zo verweesd.” Peinzend wrijft ze nogmaals over haar buik.

“Ik stik van de honger, gaat u mee iets te eten zoeken?” Ze staat op, draait zich om, pakt haar rollator vast en steekt haar neus in de lucht. “Ah, ik ruik iets eetbaars, we moeten die kant op,” wijst ze en zet koers richting de keuken. Daar aangekomen ziet ze op het aanrecht een bord met versgebakken appelflappen. Ze glimlacht, pakt een flap en neemt een grote hap. “Zalig, zalig,” zegt ze smakkend. Aan haar mondhoeken kleven stukjes bladerdeeg. Binnen mum van tijd heeft ze de appelflap op.

“Ik denk steeds vaker, dat ik zelfs nooit geboren ben,” zegt ze terwijl ze met haar tong langs haar lippen gaat. “Maar deze appelflap doet me even helemaal vergeten, dat ik eigenlijk niet besta.”

Print Friendly, PDF & Email

Geef uw reactie

Uw emailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

 tekens beschikbaar

*